Wat doen we met Gaza? De worsteling van journalist Bart Nijpels
Om hem heen ziet en hoort onderzoeksjournalist Bart Nijpels (65) dat collega’s zich machteloos voelen met betrekking tot de oorlog in Gaza. Hij ervaart in toenemende mate hetzelfde. Hij spreekt met twee bevriende collega’s van wie hij weet dat het voor hen een drijfveer is om buiten de geijkte journalistieke paden te treden.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Marjolein Slats. Ook lid worden?
‘En nog steeds wordt er niet ingegrepen’ met die tekst in beeld eindigde vanaf 25 januari 1993 maar liefst 54 keer de uitzending van het toenmalige tv- programma Hier en Nu (een wekelijkse actualiteitenrubriek met reportages uit binnen -en buitenland dat tussen 1967 en 1996 werd uitgezonden door de NCRV, red). Onlangs haalde Diederik Samsom het in zijn column in de Volkskrant uit de vergetelheid. De aanleiding was een militair conflict in het hart van Europa.
Vanaf juni 1991 woedde er een oorlog in Joegoslavië. Dat land viel uiteen toen Slovenië en Kroatië zich onafhankelijk verklaarden, tegen de zin van Servië dat naar de wapens greep. Toen de Servische agressie zich op de Bosnië-Herzegovina richtte kreeg de oorlog vanaf de etnische zuivering in Prijedor (april ’92) onmiskenbaar een genocidaal karakter. Toch liet de wereldgemeenschap het voortduren. Wat doe je dan als journalist? Beperk je je tot verslaggeving of rechtvaardigt de situatie dat je verder gaat dan dat? Een zoektocht langs de grenzen van ons vak en een verslag van een innerlijke worsteling die een, tot nu toe in beton gegoten overtuiging, doet wankelen.
De column van Samsom wordt gepost in een groepsapp van Netwerk (de dagelijkse actualiteitenrubriek waar NCRV’s Hier en Nu, Avro’s Televizier en KRO’s Brandpunt vanaf 1995 in opgingen). Een oud- verslaggever uit zich kritisch over de actie van destijds waarbij iedere week de tekst in beeld verscheen: ‘En nog steeds wordt er niet in gegrepen’. Cees Labeur, toenmalig eindredacteur van Hier en Nu, pareert en post: ‘Ik zou het zo weer doen en de situatie in Gaza verdient dat ook’.
Aan de telefoon legt hij uit waarom. ‘We zagen het destijds allemaal gebeuren. Voor krantenlezers, en vooral ook tv-kijkers was het al onvoorstelbaar om aan te zien hoe iedereen gewoon bleef toekijken, laat staan voor ons journalisten. Wij zaten er middenin, deden verslag van de gruwelijkheden. We vroegen ons af of er een andere manier was dan de klassiek journalistieke om aandacht te besteden aan de besluiteloosheid. Dat niets doen. Net als nu.’
Cees Labeur: We vroegen ons af of er een andere manier was dan de klassiek journalistieke om aandacht te besteden aan de besluiteloosheid
De parallel dringt zich op. Onontkoombaar. Het Israëlische leger maakt Gaza met de grond gelijk, de bevolking wordt uitgehongerd, verjaagd en vermoord. Onmiskenbaar genocidaal geweld, dat geen halt wordt toegeroepen. Integendeel. Het antwoord is impotentie, symboolpolitiek. President Macron erkent de Palestijnse staat. Welke? Op de Westbank zucht de bevolking onder de corrupte leiders van El Fatah terwijl Joodse kolonisten er, gesteund door het Israëlische leger, met geweld illegale nederzettingen bouwen en meer gebied annexeren. In Gaza is Hamas, een Jihadistische terreurbeweging aan de macht. Hamas en El Fatah staan elkaar in politiek opzicht naar het leven. De erkenning door Macron en de dreiging ermee door de Britse premier Starmer klinkt sympathiek maar komt decennia te laat en voedt nu vooral de retoriek van Netanyahu die er nog maar eens op wijst dat antisemitische regeringsleiders Hamas steunen en Israël in de steek laten.
Nederland doet mee aan voedseldroppings. Sigrid Kaag, tot voor kort VN- gezant in de regio, legde in Nieuwsuur overtuigend uit hoe ineffectief dat is. Het legitimeert het Israëlische beleid, komt terecht bij de sterksten, in casu Hamas, en is nog gevaarlijk ook. De vanuit vliegtuigen gedropte pallets leiden tot doden en gewonden op de grond En intussen besluit Netanyahu’s kabinet tot inname van Gaza stad. Ongehinderd.
Labeur is verbijsterd. ‘Het is nu bijna twee jaar aan de gang en dan is onze regering zo ver dat ze besluit twee ministers, die nog nooit een stap buiten Israël hebben gezet, niet meer tot Nederland toe te laten’. Aan de andere kant van de lijn klinkt het of Labeur een hoonlach met moeite onderdrukt. ‘En dat is ook zo ‘, bevestigt hij desgevraagd. ‘Maar het is van diepe treurnis.’
‘Wij dachten indertijd, we gaan het aan de kaak stellen. We maakten zelf radio en televisiereportages en hadden een samenwerkingscontract met de BBC én ITV (commerciële Britse omroep) zodat we ook van hun materiaal gebruik konden maken. Iedere uitzending besteedden we in een weekoverzicht aandacht aan de gebeurtenissen op de Balkan. Dat sloten we dan af met een titelkaart met de datum gevolgd door een tweede met onze tekst, beeldvullend, in kapitalen.’
Ik was in die tijd een jonge (32) beginnende verslaggever en kan het me nog goed heugen. Vanaf de zomer van 1995 deed ikzelf verslag van het staartje van de oorlog in Bosnië, verdiepte me in de genocide, ontmoette overlevenden en stond met hen aan de rand van net ontdekte massagraven. Forensische experts die menselijke resten identificeerden. Ik hoefde er geen mening over te hebben, de feiten spraken voor zich. Het bewijs van de volkerenmoord lag, in al z’n gruwelijkheid, letterlijk aan m’n voeten.
In de jaren voorafgaand aan Srebrenica was het patroon van de etnische zuivering door de Serven zichtbaar. De redactie van Hier en Nu zag hoe die uitdijde en geen halt werd toegeroepen. Meer dan een jaar gaf de rubriek uiting aan onmacht en verbijstering. Het was weliswaar een feitelijke mededeling maar hij reikte verder. Het gevoel dat er achter schuilging werd door een breed publiek gedeeld. Door de wekelijkse herhaling, groeide één zin uit tot een confronterende verklaring die de druk op Den Haag om militair in te grijpen, verhoogde.
Om me heen zie en hoor ik dat collega’s zich machteloos voelen met betrekking tot de oorlog in Gaza. Ik ervaar in toenemende mate hetzelfde. Van twee bevriende collega’s weet ik dat het voor hen een drijfveer is om buiten de geijkte journalistieke paden te treden.
‘Dat klopt’, bevestigt Jos van Dongen, oud- verslaggever van Zembla (BNNVARA) en nu met vervroegd pensioen. ‘Het is inderdaad vanuit een gevoel van machteloosheid begonnen. Toekijken terwijl alles en iedereen wordt platgebombardeerd en mensen doelbewust worden uitgehongerd. Onverdraaglijk, niet als journalist maar gewoon als mens. Ik kan niet niets doen. Dat laat m’n geweten niet toe.’
Jos van Dongen: Toekijken terwijl alles en iedereen wordt platgebombardeerd en mensen doelbewust worden uitgehongerd. Onverdraaglijk, niet als journalist maar gewoon als mens
In de Nijmeegse binnenstad lazen in juli 650 mensen de namen voor van de oorlogsslachtoffers. Zowel de 800 aan Israëlische kant als de ruim 63 duizend Palestijnen. De manifestatie nam vijf dagen en nachten in beslag. Onafgebroken. Van Dongen was één van de organisatoren. ‘Ben ik actievoerder geworden? Nee. Het is geen actie maar een getuigenis. We melden feiten. Dat zijn de doden. In die zin is het journalistiek. We demonstreren niet, gebruiken geen geluidsversterking, dragen geen vlaggen en verspreiden geen pamfletten. Toen ik nog voor Zembla werkte, zou ik het, denk ik, niet gedaan hebben omdat je dan echt iedere zweem van partijdigheid moet vermijden en je onafhankelijkheid en die van de rubriek, streng moet bewaken. In die zin ervaar ik sinds m’n pensioen wel meer bewegingsvrijheid.’
Ikzelf werk nog, voel die vrijheid niet of nauwelijks. Toch is mijn blazoen niet onbesmet. Ten tijde van de val van Srebrenica trad ik, als beginnend verslaggever, buiten de beroepsmatige kaders. Een bevriende cabaretier schreef een dialoog voor twee acteurs. Een soldaat van Dutchbat uitte tegenover zijn geliefde z’n woede en frustratie over wat zich in de enclave had afgespeeld. Ik regisseerde de scene. We eindigden met een aftiteling waarin we noteerden dat een en ander mogelijk was gemaakt door de medewerking van onder meer Defensieminister Joris Voorhoeve, generaal Ratko Mladic en de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic. Een uit verontwaardiging geboren pamflet dat met journalistiek niets van doen had.
Dat geldt eveneens voor de hulpactie die ik, na een bezoek aan de kampen met ontheemden uit Srebrenica, in samenwerking met een NGO optuigde om de vluchtelingen van betere huisvesting te voorzien. Jeugdzondes? Het is er in ieder geval bij gebleven. Sterker nog. Inmiddels verafschuw ik wat ze ‘constructieve journalistiek’ noemen, omschreef het eerder als ‘één struikelpartij verwijderd van puur activisme’ en tegen dat laatste verzet ik me hevig, al decennialang. En toch worstel ik sinds kort met de vraag of m’n standpunt niet te rigide is en rijp is voor revisie.
Bart Nijpels: Ik worstel sinds kort met de vraag of m’n standpunt niet te rigide is en rijp is voor revisie
Onderzoeksjournalist pur sang en vriend Joep Dohmen (NRC) postte op social media over producten die mensen zouden kunnen boycotten. Hij is met pensioen en werkt nu als freelancer. Is hij activist geworden? ‘Nee. Dat ben ik niet. Maar ook ik word, net als heel veel mensen, dagelijks geconfronteerd met beelden van de oorlogen in Gaza en Oekraïne en ervaar dan diezelfde machteloosheid. Veel kun je er niet aan doen maar Lukoil spekt Poetin dus dat pompstation kun je voorbij rijden en in de supermarkt kun je de krieltjes uit Israël in het schap laten liggen. Dat zou ik niet opschrijven wanneer er een kans bestond dat ik als journalist over die oorlogen zou moeten berichten maar dat is niet zo en als burger heb ik gelukkig de vrijheid om op dat soort mogelijkheden te wijzen.’
Joep Dohmen: Veel kun je niet doen maar Lukoil spekt Poetin dus dat pompstation kun je voorbij rijden en in de supermarkt kun je de krieltjes uit Israël in het schap laten liggen
Het NIOD rapport: ‘Srebrenica, een veilig gebied’ stelt dat de Hier en Nu actie begin jaren 90 geen meetbaar effect had op de publieke opinie. Oud- eindredacteur Labeur leek op televisie iets anders te beweren. ‘Als de journalistiek niet zijn J’accuse!-achtige werk had gedaan, waren nooit de Bosnische Serviërs weggebombardeerd’, zei hij op 9 juni 1997 in Middageditie.
Aan de telefoon legt hij uit wat hij bedoelde. ‘Ik claimde niet dat wij als rubriek de geschiedenis hadden beïnvloed maar wel dat de internationale journalistiek dat als geheel had gedaan. Hier en Nu heeft hooguit bijgedragen aan het Nederlandse besluit militairen naar het gebied te sturen in het kader van de VN-missie. Ik zou zo’n oproep opnieuw een goede zaak vinden. Vertaald naar nu zou hetzelfde statement de regering kunnen aanzetten een steviger standpunt in te nemen.’
Een gedachte die Van Dongen omarmt. ‘Je zou het nu inderdaad prima kunnen herhalen. Ik weet zeker dat het veel mensen aan zou spreken. Ik zou het toejuichen wanneer BNNVARA, mijn oud- werkgever, dat zou doen. Iedereen wordt dagelijks geconfronteerd met de gruwelen die de regering Netanyahu pleegt en het is een feit: er wordt nog steeds niet ingegrepen. En dat is, zoals de Belgische koning het onlangs omschreef, “een schande voor de mensheid”.’
De vorst slaat de spijker op z’n kop. En in Utrecht, Den Haag en Brussel lezen de ‘Getuigen van Gaza’ net als eerder in Nijmegen, namen voor. Een lijst met doden die iedere dag langer wordt. Actiebereid ben ik nog steeds niet. En intussen vreet het gevoel van machteloosheid gulzig verder, ook aan mij.
Bart Nijpels (65) is documentairemaker en onderzoeksjournalist. Daarnaast schrijft hij voor kranten, bladen en z’n website (Stinglikeabee.nl). Ook coacht hij regionale -en streekomroepen op het gebied van onderzoeksjournalistiek. Hij is in te huren als journalistieke mentor/ coach maar ook als (interim) eindredacteur en adviseur/bemiddelaar bij conflicten op redacties of binnen media- organisaties. Nijpels geeft cursussen en doceert onderzoeksjournalistiek en adviseert auteurs en regisseurs rond op waarheid gebaseerde films. Hij reist sinds 1989 geregeld naar Israël/ Palestina. Voor de Human/VPRO maakte hij de vierdelige serie ‘Natascha’s Beloofde Land’ met Natascha van Weezel. Voor BNNVARA regisseerde hij ‘Brug over de Breuklijn’ met Sinan Can en Van Weezel.



Praat mee
1 reactie
Ren de Vree, 14 augustus 2025, 14:19
We verslaan ook de Afrikaanse oorlogen niet, waarom zouden ze we oorlogen in het Midden-Oosten wel verslaan. Moeten wij ons met andere landen bemoeien? Ik zou zeggen: maak alleen een berichtje als de oorlog voorbij is.