‘Wakker in een wereld vol reacties, zonder feiten’ - Zeven hoofdredacteuren blikken terug op de rellen in Amsterdam
Twee weken geleden braken er rellen uit in Amsterdam die de politiek, de maatschappij en de media op scherp hebben gezet. Op 8 november, de ochtend erna, hadden redacties de taak om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van wat er was gebeurd. In een terugblik met zeven hoofdredacteuren bespreekt Villamedia de berichtgeving rondom die gewelddadige nacht in Amsterdam.
Amsterdammer en trotse bezitter van een Ajax-seizoenkaart Kamran Ullah had veel liever op de tribune van de Johan Cruijff Arena willen zitten. Maar deze donderdagavond dwingen verplichtingen hem elders te zijn. De hoofdredacteur van De Telegraaf moet acte de présence geven bij een diner met twintig internationale topmannen en-vrouwen uit het krantenvak.
Het diner vindt plaats in het Rijksmuseum, in het hart van Amsterdam. Het is al de hele dag onrustig in de stad. Eerder die dag trokken hooligans van de Israëlische voetbalclub Maccabi Tel-Aviv door het centrum, leuzen scanderend die spanningen veroorzaakten. Ullah vertrekt tussen 22:00 en 22:30 uit het Rijks, de wedstrijd is nog bezig. ‘Hopelijk blijft het rustig’, zegt hij tegen een van de gasten die de nacht in een hotel in het centrum zal doorbrengen.
Twee vliegtuigen naar Amsterdam
Om 04:06 die nacht gaat de telefoon van adjunct-hoofdredacteur Wilma Haan van de NOS. Een collega, die ’s nachts alle berichten voor radio en online verzorgt, belt met een dilemma. Er zijn incidenten geweest in de binnenstad van Amsterdam na de wedstrijd Ajax – Maccabi. En nu komt er ook nog eens een persalarm binnen met de mededeling dat premier Benjamin Netanyahu van Israël per direct twee vliegtuigen naar Amsterdam stuurt om de Israëlische voetbalfans ‘te redden’.
De collega: ‘Wat moet ik hier nu weer mee?’ Op dat moment is het nog onduidelijk wat er precies in de stad heeft plaatsgevonden. De twee besluiten een nieuwsbericht te maken, en sparren zorgvuldig over de context en de juiste woorden vanwege de vele onduidelijkheden. Om 04:26 staat er een eerste versie van een artikel online. ‘Woede in Israël over geweld tegen Maccabi-supporters, extra vluchten uit Amsterdam.’
Ullah wordt die nacht rond 5:30 gewekt door zijn jongste. De hoofdredacteur ziet meteen de pushberichten die zijn telefoon blijven binnenstromen. Terwijl zijn kind weer rustig in slaap valt, staart Ullah naar het scherm – klaarwakker.
Een uurtje later wordt hoofdredacteur Pieter Klok van de Volkskrant wakker. Hij leest op de telefoon van zijn vrouw als eerste het nieuws over Netanyahu’s beslissing om twee vliegtuigen naar Nederland te sturen. Het snelle besluit stemt hem wantrouwend. ‘Hoe kun je hier zo snel tot zo’n besluit komen?’ Vrij snel bekijkt hij de filmpjes die circuleren: daarop is te zien hoe Maccabi-fans in Amsterdamse steegjes worden opgejaagd en mishandeld. Maar zelfs na het bekijken van de beelden blijft het lastig de aard en omvang van de incidenten goed in te schatten.
Berichten en meningen buitelen over elkaar heen
Die onzekerheid weerhoudt politici er echter niet van om meteen met ferme uitspraken te komen. Eerder, om 5:20 heeft Geert Wilders, de leider van de grootste coalitiepartij PVV, zijn conclusie al op X gedeeld. ‘Looks like a Jew hunt in the streets of Amsterdam’, schreef hij. In diezelfde post eist Wilders harde maatregelen. ‘Arresteer en deporteer het multiculturele uitschot dat Maccabi Tel Aviv-aanhangers met geweld heeft aangevallen.’
De berichten en meningen buitelen over elkaar heen, die vrijdagochtend 8 november. Overal duiken afschuwelijke beelden op. Veel daarvan zijn echter nog niet geverifieerd. Er zijn de eerste getuigenissen van doodsbange Maccabi-supporters – en vanuit Israël komen berichten over vermiste voetbalfans. Speculaties over mogelijke gijzelingen doen de ronde. Gelijkenissen met 7 oktober worden niet geschuwd. ‘We zijn het Gaza van Europa geworden’, aldus Wilders.
Andere politici reageren ook. De woorden ‘Jodenjacht’, ‘pogrom’ en ‘Kristalnacht’ worden daarbij niet geschuwd. Internationale aandacht volgt al snel: Amsterdam staat voor even wereldwijd in de schijnwerpers – en niet in positief licht. ‘De antisemitische aanvallen op Israëlische voetbalfans in Amsterdam zijn verachtelijk’, berichtte de Amerikaanse president Joe Biden op X, verwijzend naar de donkerste momenten uit de geschiedenis van de Jodenvervolging.
Maar een situatie als deze heb ik nog nooit eerder meegemaakt. Er waren grote woorden vanuit Israël, en vanuit de internationale en Nederlandse politiek. Zonder dat wij wisten wat er nou echt aan de hand was
‘Wakker in een wereld vol reacties, zonder feiten’
‘Je wordt ineens wakker in een wereld vol reacties, zonder feiten. Vol chaos’, zegt hoofdredacteur Kamilla Leupen van Het Parool. In een terugblik met zeven hoofdredacteuren bespreekt Villamedia de berichtgeving rondom die gewelddadige nacht in Amsterdam. Vanaf het moment dat de pushberichten binnenkwamen deed de stadskrant wat die altijd doet bij groot nieuws: ‘we trokken de stad in, bezochten de opvang waar de Israëlische voetbalfans zaten en gingen op zoek naar wát er in die stad was gebeurd. Tegelijk ga je alle beelden en foto’s verifiëren.’
Je maakt, vult NOS-adjunct hoofdredacteur Haan aan, ‘onder de ogen van het publiek een incompleet beeld steeds wat completer’. Dat eerste beeld is in de eerstelijns verslaggeving nooit compleet. ‘Maar een situatie als deze heb ik nog nooit eerder meegemaakt. Er waren grote woorden vanuit Israël, en vanuit de internationale en Nederlandse politiek. Zonder dat wij wisten wat er nou echt aan de hand was.’
‘Dat is het lot van de journalistiek’
Hoofdredacteur Ilse Openneer van RTL Nieuws noemt de eerstelijns verslaggeving bij dit soort grote gebeurtenissen een eerste versie van de werkelijkheid. ‘Je doet je best om zo snel en zo veel mogelijk feiten te checken. En gedurende de dagen, en soms wel weken, worden de versies steeds feitelijker. Dat is het lot van de journalistiek.’ Haar collega Karel Smouter van Trouw dacht de afgelopen periode terug aan de massa-aanrandingen op oudejaarsnacht 2015 in Keulen.
‘Toen was er eenzelfde dynamiek: er was van alles gebeurd, maar we wisten vooral ook weinig. Maar op de socials ontstond al snel druk op de media: waarom schrijven jullie niet op wat er is gebeurd?’ Er werd meteen met de beschuldigende vinger gewezen naar de Syrische asielzoekers die met open armen waren opgevangen door de toenmalige bondskanselier Angela Merkel (‘wir schaffen das’). Later bleek de grootste groep veroordeelden vooral uit Algerije en Marokko te komen. Maar het beleid richting vluchtelingen was al aangepast. ‘Ik was toen adjunct bij De Correspondent. We hebben onderzoeksjournalisten uit Duitsland honderd dagen de tijd gegeven om uit te zoeken wat er nu écht was gebeurd. ‘Ik leerde dat veel van de aannames die in de eerste dagen worden gedaan, vaak niet kloppen.’
Bij een krant heb je niet die luxe om lopende het journalistieke onderzoek niets te schrijven over een grote nieuwsgebeurtenis. ‘We kunnen hier moeilijk een week of twee niets brengen. Maar je kunt wel transparant zijn over wat nog niet zeker is.’ En dus luidde de kop boven een van de eerste artikelen in Trouw: ‘De conclusies worden al getrokken, maar over het geweld in Amsterdam weten we niets.’ Eerst wilde de krant geen liveblog maken, ‘want dat geeft meteen zo’n alarmistische toon’, maar in de loop van de dag kwamen er zoveel reacties binnen dat de redactie om pragmatische redenen besloot dit toch wel te doen. Wel werd besloten een terughoudende toon aan te houden en de titel ‘Nasleep rellen in Amsterdam’ te gebruiken. Het nieuws was op dat moment immers de reactie en niet de rellen zelf. Het blog vermeed onbevestigde berichten en speculaties.
‘Heel even stond het aantal gewonden in de kop, maar dat is weggehaald omdat deze suggereerde alsof er een slagveld gaande was in de stad.’ In columns waren de meningen er wel. ‘In de krant hebben die een natuurlijke plaats in de kantlijn.’ Online kunnen ze onbedoeld juist een prominentere plaats innemen. ‘We hebben wat gedaan aan de volgorde van artikelen op de site. Het is verleidelijk columns te pushen voor de clicks. Maar wij willen dat de aandacht van onze lezers ook uitgaat naar onze reconstructie. Juist om te voorkomen dat deze dominant zijn in de beeldvorming.’
Soms zijn wij ook geneigd om als journalisten mee te buitelen en dat moeten we juist níet doen
‘We weten het niet’
‘We weten het eigenlijk niet’, is niet meteen een openingszin uit de gereedschapskist van een traditionele journalist, zegt Haan. Toch heeft de NOS deze zin wel gebruikt in de eerste uren van de berichtgeving op televisie, radio en online. In het nieuws werd uitgelegd dat de redactie nog druk bezig was om berichten te checken en de beelden die rondgingen op de socials te verifiëren. ‘Dat was goed en hadden we, achteraf gezien, prominenter moeten doen. Het zat bijvoorbeeld niet in het Achtuurjournaal.’ Lekker is het niet, zegt ze ook, om een verhaal te vertellen met de woorden ‘we weten het niet’. ‘Maar we hadden er wel een vorm voor kunnen vinden.’
Ook Klok benadrukt dat de Volkskrant-redactie vooral weinig wist. ‘We hebben direct besloten de nadruk op de feiten te leggen en niet te veel op de reacties. Dat was lastig want de reacties buitelden over elkaar heen.’ Er waren vooral heel veel vragen, zegt zijn collega-hoofdredacteur Patricia Veldhuis van NRC. ‘Juist dan moet je kritisch blijven en met distantie naar het onderwerp blijven kijken. En nóg strenger zijn voor onszelf: is wat wij zien wel echt aan de hand? Dat is lastig, want tegelijkertijd gaat het nieuws zo snel en buitelt iedereen over elkaar heen. Soms zijn wij ook geneigd om als journalisten mee te buitelen en dat moeten we juist níet doen.’
Radiostilte vanuit de Amsterdamse driehoek
Extra complicerend in de jacht op feiten was de radiostilte vanuit de Amsterdamse driehoek (de burgemeester, politiechef en hoofdofficier van justitie). Pas om 12:00 hield de driekhoek een persconferentie –die bovendien werd uitgesteld wegens een protest voor de deur van het Amsterdamse stadhuis. ‘We hoorden niets. Nul komma nul’, aldus Haan. Leupen: ‘in die eerste uren hoorden we niks vanuit de driehoek.’ Ondertussen bleven de internationale reacties binnenstromen, de Verenigde Naties toonden zich bezorgd, de buitenlandse minister Gideon Saar van Israël was onderweg naar Nederland.
Het zijn allemaal signalen die je niet kunt negeren, vinden alle hoofdredacteuren. Het gebrek aan informatie van de driehoek dwong redacties voorzichtig te zijn met speculaties, maar vergrootte tegelijkertijd de druk om iets te publiceren. De vraag is alleen: in welke context kun je dit plaatsen als er zoveel nog niet bekend is? Te midden van deze chaos blijft de journalistieke taak onveranderd, benadrukt Ullah van De Telegraaf.
‘Het is onze taak om deze reacties te brengen. Het is níet onze taak om te voorkomen dat er olie op het vuur wordt gegooid. Dat Wilders naar Schiphol reist om Saar te ontvangen is nieuws. Zeker omdat premier Dick Schoof eerst mededeelde dat hij op de Europese top in Boedapest bleef.’ Openneer van RTL Nieuws: ‘ook bij oorlog en rampen zie je dat er snel frames worden neergezet. Dat is lastig. Maar het begint bij de verantwoordelijkheid van de mensen die uitspraken doen, de politici zelf. En op basis daarvan ga je zo snel mogelijk aan de slag om de feiten op een rij te krijgen.’
‘Er ontstaat meteen een beeldvormingsoorlog’
Klok van de Volkskrant ziet wel ‘een groot gevaar’ in politici die meteen met kwalificaties strooien. ‘In een democratie verwacht je dat iedere politicus de feiten centraal zet en pas als de feiten bekend zijn, op basis van ideologie en wereldbeeld, een oordeel velt. Nu wordt de reactie volledig gedicteerd door ideologie en lijken de feiten er steeds minder toe te doen.’
Smouter: ‘Wat uniek is: er ontstaat meteen een beeldvormingsoorlog. Het is verontrustend om te zien hoe weinig reflectie daarover is bij politici, die graven zich alleen maar dieper in het frame.’ Daarom vindt hij het van belang om continu aan lezers te laten zien hoe framing wordt ingezet door alle partijen. ‘Ik heb bijvoorbeeld aan onze chef buitenland vrijdag al gevraagd om een stuk te maken over de agenda van Netanyahu: wat wil hij bereiken door zo te reageren?’
Terwijl de redacties worstelden met een overvloed aan speculaties, reacties en meningen, richtten alle ogen zich op de persconferentie van de Amsterdamse driehoek – in de hoop dat daar eindelijk helderheid zou komen. Burgemeester Halsema sprak over ‘een gitzwarte nacht’ waarin ‘jongens op scooters kriskras door de stad op zoek gingen naar supporters’. Ze begreep ‘heel goed dat dit de herinnering aan pogroms’ terugbrengt. ‘Vanaf het moment dat de Amsterdamse driehoek sprak van “antisemitisch gedrag van relschoppers die actief op zoek gingen naar Maccabi-supporters”, hebben we het als een feit aanvaard’, zegt Klok.
‘We keken echt naar die persconferentie uit’, zegt Veldhuis. ‘Dat was een van de weinige plekken waar wij vermoedden dat er meer feiten op tafel zouden komen.’ Dat viel echter tegen. ‘Nog steeds wisten we niet hoeveel mishandelingen er precies waren. En hoe zat het met de geruchten over door Maccabi-supporters mishandelde taxichauffeurs? Het waren allemaal vragen die niet werden beantwoord.’ Klok: ‘in de reconstructie die wij uiteindelijk maakten was voldoende aandacht voor de aanloop en ook de misdragingen van de Maccabi-supporters. Ik heb wel nadrukkelijk gesteld dat we weg moesten blijven van de schuldvraag. Wij journalisten hoeven slechts feiten te melden.’
Als stadskrant hadden we erbij moeten zijn. We moeten die dingen wél weten. Daar baal ik gewoon van
‘Wij hadden daar natuurlijk allemaal moeten staan’
Maar journalisten waren die nacht er niet bij. Dat werd pijnlijk duidelijk toen op zaterdag een filmpje viral ging van de Youtuber Bender. Deze zestienjarige reporter legde vast hoe Maccabi-hooligans rellend door de stad liepen en die beelden gingen de hele wereld over. ‘Het is sterk dat die jongen daar stond’, zegt Leupen van Het Parool. ‘Maar daar hadden wij natuurlijk allemaal moeten staan. Als stadskrant hadden we erbij moeten zijn. We moeten die dingen wél weten. Daar baal ik gewoon van.’
Openneer: ‘Je moet snel je eigen ogen en oren ter plekke hebben. Dat journalistiek handwerk blijft belangrijk: praat zelf met mensen en ga niet alleen maar op de autoriteiten af.’ Dat was ook de miscalculatie bij NRC. Ze hadden een verslaggever ter plaatse tijdens de wedstrijd donderdagavond. Net als de andere media. ‘Zijn stuk was om middernacht klaar en dat was zeker geen eendimensionaal verslag over antisemitisme. Dat ging ook over Maccabi-fans die geen lieve jongens waren.’ Daarin staat de passage: ‘een van de Maccabi-supporters doet een stap naar voren. ‘’I like to fuck muslims’’, zegt hij.’ Alleen schatte NRC, net als de collega’s van andere media in, dat het rond middernacht wel weer rustig zou zijn. ‘Met de wijsheid van nu hadden we die nacht wel collega’s op straat moeten hebben.’
De Amsterdamse fotograaf Annet de Graaf was er wel bij die nacht toen een grote groep Maccabi-supporters uit het Centraal Station kwam. Ze filmde hoe zij zich misdroegen en voorbijgangers belaagden. Alleen werden die beelden overal – ook door gerenommeerde media – verkeerd gebruikt: alsof het juist de Israëlische voetbalfans waren die werden aangevallen op deze beelden.
‘Dat hadden we echt eerder moeten doen’
Voor het filmpje van Bender waren er al berichten over misdragingen van de Israëlische supporters. Ze riepen anti-Arabische en racistische leuzen, bonkten tegen deuren en trokken een Palestijnse vlag van het raam. ‘We hadden eerder de reconstructie aan moeten vullen met de door ons geverifieerde beelden en de Bender-reportage’, zegt Haan. ‘We waren aan het researchen naar het verband tussen de gebeurtenis, en wilden ook niet de indruk wekken het geweld uit die nacht te vergoelijken. Wij hadden, in de chaos van het moment, even tijd nodig om ons te realiseren dat al deze gebeurtenissen náást elkaar kunnen bestaan.’ Pas op zondag brengt de NOS die nieuwe beelden van de misdragingen van Maccabi-fans. ‘Dat hadden we echt eerder moeten doen.’
Ook Leupen ziet waar het voor Het Parool ‘uit het lood’ ging. ‘Terugkijkend zien we dat we eerder een completer verhaal over deze nacht hadden kunnen en moeten vertellen, zonder ergens afbreuk aan te doen’, schreef ze in een verantwoording aan de lezers. Er zijn meerdere verhalen te vertellen over die nacht. ‘Verhalen die naast elkaar bestaan en waarvan wij nog steeds niet precies weten hoe ze zich tot elkaar verhouden. Zeker geen ‘ja, maar’-verhalen, maar ‘en ook’-verhalen.’
Dat is soms een lastige boodschap, merken de hoofdredacteuren, omdat een groep mensen alleen dingen wil horen die in hun straatje passen. ‘Wij krijgen vaak kritiek van mensen die gewoon alleen het andere perspectief in het nieuws willen zien. Aan ons de taak om echt het hoofd koel te houden en deze werkelijkheden naast elkaar te zetten’, zegt Haan. En in die zoektocht zijn fouten gemaakt, vervolgt Leupen. ‘Dat deden we niet bewust, maar dat was echt een samenloop van omstandigheden.’
Openneer: ‘Het is onze taak om vanuit verschillende perspectieven te berichten.’ De eerstelijns verslaggeving is een eerste ronde die je als journalistiek doet, aldus Veldhuis. ‘Wij worden door twee kanten belaagd om het juiste verhaal te vertellen en dat kun je nooit goed doen. De ene kant vindt ons antisemitisch, de andere kant racistisch. Dat is echt heel ingewikkeld, en heb ik niet eerder zo meegemaakt in de journalistiek.’ Maar voor haar is glashelder dat feiten en meningen altijd gescheiden blijven. Ze parafraseert de beginselen van NRC. ‘Die liberale krant is er om onze lezers informatie, achtergronden en context te geven zodat ze zelf een mening kunnen vormen. Dat is iets dat ik volledig omarm, en ook wil uitdragen. Want dit staat wel onder druk: je wordt van beide kanten gevraagd je uit te spreken. Als je het ene niet zegt, dan vind je dus het ander. Terwijl ik denk: het kan allebei waar zijn.’
Ullah ziet dat anders. ‘Volgens mij is Nederland angstig de islamitische gemeenschap tegen het hoofd te stoten’, zegt hij. Hij uitte zijn frustratie in zijn wekelijkse hoofdredactionele column. ‘Ik ben een Amsterdammer, ik draag de drie Andreaskruizen altijd bij me. Het maakt me woest dat Joden de stad uit zijn gejaagd.’ Dáár moet het overgaan, vindt hij. Het gaat hem nu te veel over moslimhaat. ‘Ik zeg niet dat dit er niet is’, zegt hij. ‘Maar er is op Joden gejaagd! In Amsterdam. Daar moet het over gaan.’
Geen inzicht in app-verkeer
Maar wat er precies is gebeurd in de stad, weten de hoofdredacteuren twee weken na de gewelddadige nacht niet. ‘We weten nog steeds heel veel niet’, zegt Klok. ‘We hebben geen volledig inzicht gehad in het app-verkeer, we weten nog niet precies hoeveel supporters zijn aangevallen en waar. Door de heftige reacties en emoties zijn de feiten ver uit het zicht geraakt.’ NRC heeft een team van vier man gevormd om alle beelden goed te onderzoeken en spins te ontkrachten.
Ook op de feiten die de driehoek naar buiten bracht, valt af te dingen. Burgemeester Halsema zei dat een taxichauffeur was mishandeld door Maccabi-hooligans, nadat een online filmpje als ‘bewijs’ viral ging. NRC onderzocht de beelden en daaruit bleek dat het juist twee Hebreeuws sprekende mannen zijn die in elkaar worden geslagen.
Veldhuis: ‘het liet mij zien hoeveel we nog niet weten – en dit zal heus niet de enige video zijn waarvan je weet dat die gemanipuleerd is’.
Voor deze reconstructie sprak Kim van Keken met de volgende (adjunct) hoofdredacteuren:
Kamran Ullah - De Telegraaf
Patricia Veldhuis - NRC
Kamilla Leupen - Het Parool
Wilma Haan - NOS
Pieter Klok - de Volkskrant
Karel Smouter - Trouw
Ilse Openneer - RTL Nieuws


Praat mee