— dinsdag 20 oktober 2026 07:30 | 0 reacties , praat mee

Heb je vragen over AI en journalistiek? Vraag het Vreekamp! - ‘Alleen wie het zich kan veroorloven, schrijft nog zelf’

Heb je vragen over AI en journalistiek? Vraag het Vreekamp! - ‘Alleen wie het zich kan veroorloven, schrijft nog zelf’
© Vincent Boon

Heb je vragen over AI en journalistiek, maar ken je niemand aan wie je die kunt stellen? Vraag het Vreekamp! Deze keer: Watermerken in chatbotteksten, oh no! Gedwongen door de AI-verordening en door maatschappelijk debat erover, vertellen machines ons nu of een tekst met behulp van een taalmodel tot stand kwam. Direct rezen er vragen op de redactie van Villamedia: voor wie moet het watermerk herkenbaar zijn? Hoe betrouwbaar is het? Zijn er al manieren om het te omzeilen? En de belangrijkste: welk probleem lost een watermerk op? Laatste wijziging: 21 oktober 2026, 08:26

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Laurens. Ook lid worden?

Transparantie-challenge: Delen van de volgende tekst zijn zelf geschreven en sommige passages komen van chatbots. Weer andere bronnen, waarvan ik vermoed dat ze door mensen zijn gemaakt, zijn door mij geparafraseerd. Haal jij de verschillen eruit? En: kan een machine dat?

Ik moest denken aan schrijvers en journalisten die nog niet door de mand zijn gevallen met hun geleun op woordgeneratoren. Ze hoeven niet bang te zijn. De watermerken zijn makkelijk te omzeilen en detectie is notoir onbetrouwbaar. OpenAI geeft dit zelf toe: een watermerkdetector kan op twee manieren onjuist uitslaan. Het kan een AI-spoor rapporteren waar er geen was (de vals-positief) of er één missen die wel degelijk aanwezig is (de vals-negatief). Geen van deze resultaten geeft uitsluitsel over wie of welk ding wat schreef. Een waar positief resultaat in deze kan betekenen dat een woordgenerator een deel van een tekst genereerde.

Wat watermerkdetectoren wel en niet kunnen
Chatbotbedrijf OpenAI geeft een waarschuwing en een lijstje tekortkomingen van het watermerk; dit is wat een detectieresultaat wél en niet zegt:

- Een watermerk meet geen menselijke inbreng. Het kan aangeven dat een OpenAI-systeem een deel van een tekstfragment heeft gegenereerd of bewerkt, maar niet in hoeverre er menselijk oordeel, bewerking of creativiteit in is gestoken.
- Een watermerk stelt geen eigendom of verantwoordelijkheid vast. Het bepaalt niet wie de eigenaar van de tekst is, of het gebruik ervan rechtmatig was, of openbaarmaking vereist was, of wie ervoor verantwoordelijk is.
- Een watermerk identificeert de gebruiker niet. Het koppelt geen persoon, organisatie, account, prompt of gesprek aan de tekst.
- Een watermerk garandeert geen nauwkeurigheid. Het geeft geen uitsluitsel over de vraag of een tekstfragment waar, misleidend of schadelijk is, of in de juiste context wordt gepresenteerd.
- Het ontbreken van een gedetecteerd watermerk bewijst niet dat de tekst door een mens is geschreven.
- Tekst die met OpenAI-tools is gegenereerd, kan te kort, bewerkt of vertaald zijn, waardoor detectie niet betrouwbaar werkt. De tekst kan ook afkomstig zijn van een niet-ondersteund model, dateren van vóór de invoering van watermerken, of zijn gegenereerd met tools van een ander bedrijf.

Tip: als AI-veelgebruiker beroep je je eenvoudig op een of meerdere items uit bovenstaande lijst bij eventuele verdenking of een positieve detectie-uitkomst. Lastiger wordt het wanneer je je moet verdedigen tegen een onterechte verdenking. En dat is precies waarom watermerken not the way zijn: ze zeggen niets over de betrouwbaarheid, kwaliteit of waarheid van een tekst.

Er zijn nog twee andere problemen. Het eerste is dat we geen adequaat vocabulaire hebben om een goede discussie te voeren over dit onderwerp. Daarover later meer. Het tweede is dat de discussie die er is, over wie welk materiaal wanneer mag genereren en waarvoor, zich vooral afspeelt op krantenpagina’s en opiniestukken - al dan niet gebaseerd op een grif overgenomen broddelonderzoekje van AI Report, grotendeels uitgevoerd door verschillende AI-tools - kafkaesk bijna. Zo leiden allerlei troebele stellingnames (‘Premiers schrijven hun eigen teksten sowieso niet zelf’), onduidelijke uitgangspunten en drogredeneringen (‘we doen het allemaal weleens’) en onrepliceerbaar pseudo-onderzoek tot losse, particuliere ad-hocinterpretaties waar geen duidelijk beleid op te voeren valt. 

Nieuwe regels uit de AI-verordening
De oplettende lezer zegt nu misschien: ‘we hebben nu toch die nieuwe regels, uit de Europese AI-verordening?’ Die helpen helaas zeer beperkt. Sinds 2 augustus dit jaar gelden de transparantieregels uit artikel 50. Die verplichten aanbieders van AI om gegenereerde content zo te markeren dat andere systemen die kunnen herkennen. Dat is de reden waarom Anthropic en OpenAI de watermerken nu aanbieden. De wet kijkt niet naar het gebruik van AI an sich, maar naar het type output dat je ermee maakt.

Wie AI inzet voor bijvoorbeeld het schrijven van teksten, het maken van afbeeldingen of het genereren van video’s, kan te maken krijgen met transparantieverplichtingen. In sommige gevallen moet je duidelijk vermelden dat AI is gebruikt. Of een vermelding verplicht is, hangt af van de manier waarop de content is gemaakt. Bij volledig door AI gegenereerde content is de verplichting strenger dan wanneer er menselijke redactie of bewerking heeft plaatsgevonden. Bij eenvoudige ondersteuning, zoals spellingcontrole of suggesties, is een vermelding meestal niet nodig.

Wie toetst wat?
Maar wanneer is iets een ‘bewerking’ of ‘eenvoudig’? In mijn tijd als docent en beoordelaar in het hbo konden we met dit soort criteria niet eerlijk toetsen. Sterker nog: de accreditatie van de opleiding zou gevaar lopen. Dan maar kiezen voor de ‘oplossing’ die LinkedIn heeft bedacht? Daar helpt sinds kort een knop om mensen erbij te lappen als we vermoeden dat ze synthetische hulp gebruikt hebben: ‘seems like AI slop’.

Inmiddels hebben we allemaal onze vermoedens van AI-gebruik bij bepaalde personen (‘zoveel kan iemand niet posten de hele tijd?!’) en herkennen we inmiddels de tekens (de drieslag, niet-dit-maar-dat, het em-dash verbindingsstreepje). Dit soort crowd-sourced trial by LinkedIn is net als alle andere AI-detectie niet waterdicht en zeer gevoelig voor persoonlijke antipathietjes en vooroordelen. Het is een vorm van eigenrichting, die nooit fair en weinig constructief is. Een vrijwillige AI-check, zoals Substack haar nieuwsbriefmakers aanbiedt, is een aardige cue voor bezinning.

Ontbrekend vocabulaire
Vijf jaar geleden schreef ik in mijn boek The Art of AI dat we niet de juiste woorden hebben om verschillende vormen van kunstmatig gegenereerd materiaal mee te duiden. Dat gebrek is er nog altijd; daar brengt geen watermerk verandering in. Zo lang we geen solide kader en terminologie hebben, komen we geen steek verder in de discussie over al dan niet geoorloofd woordgeneratorgebruik. Luciano Floridi, directeur van het Digital Ethics Center van de Yale-universiteit, stelt voor om met een begrip uit het Grieks te werken: de ‘ectype’. Het is ‘een kopie die een speciale relatie heeft met diens bron’. Je kijkt dan naar deze bron (wat Floridi het archetype noemt), het creatieproces en het eindresultaat. Dat eindresultaat noem je het ‘artefact’.

Totdat termen als ectype en artefacten onderdeel zijn van ons journalistieke discours, pakt de onduidelijkheid vooral gunstig uit voor de hybridici: mensen die hier en daar wat generatieve AI inroepen tijdens het proces om tot een resultaat te komen dat ze handmatig en soms zelfs met humanizer-tools presenteren als van eigen hand. Vaak gepaard met een zekere schaamte. Want wat ‘hier en daar’ mag, hangt vooral af van de context en de ontvanger. Wat ook van invloed is, is hoe je ethisch naar het gebruik van generatieve AI kijkt. Wat je heersende technologie- en mensbeeld is, en in hoeverre je overtuigd bent van menselijke agency, en of machines en mensen met elkaar vergeleken mogen worden. Grote vragen die we niet in een achternamiddag beslechten.

Geen slop, a.u.b.
Nieuwe termen kunnen helpen om de huidige hybride vormen van creatieve processen en producten beter te recenseren, kwalificeren of verbieden. In de tijd tussen Floridi’s voorstel en vandaag is er weliswaar één nieuwe term ontstaan die de meesten van ons inmiddels wel kennen: het denigrerende containerbegrip ‘slop’. Met dit woord diskwalificeren we alles en niets waarvoor veel of weinig AI-gereedschap is gebruikt. Neem het werk van kunstenaar Daniela Schwabe bijvoorbeeld, die voor haar serie DEEP FAMILY olieverfschilderijen maakte van door AI-gegenereerde portretten. Het zou meer dan oneerbiedig zijn om haar werk als ‘slop’ te betitelen.

Probably two people and a potato – Daniela SchwabeAnna-Louise – Daniela SchwabeProbably a drawing of two men – Daniela Schwabe
Uit de serie Deep Family / Daniela Schwabe / 2020.
Probably two people and a potato, 24 x 30 cm – Anna-Louise, 30 x 40 cm – Probably a drawing of two men, 50 x 60 cm
Oilpaint on canvas – © Daniela Schwabe

Macht
Uiteindelijk gaan de watermerkvragen over macht, wie erbij horen en wie niet. In een talkshow hoorde ik iemand n.a.v. #RobotJettenGate beweren dat het taboe op AI-gebruik inmiddels doorbroken is. Dat kan zijn; AI-gebruik wordt echter wel als inferieur gezien. Zelfs kinderen schijnen de term ‘AI’ te gebruiken voor dingen waar jij en ik vroeger ‘nep’ bij riepen. Je eindscriptie laten schrijven door AI levert uiteindelijk geen mens iets op. Maar je kunt wel degelijk het volgende beweren: waarom zou je je cv zelf schrijven als cv’s schrijven niet tot je takenpakket gaat behoren? Het is toch heerlijk dat een AI-tool je helpt om je mails netjes op te stellen? Democratiserend wel, dat mensen met een interessante mening maar een matige pen nu ook opiniestukken geplaatst krijgen?

Het gevolg van deze watermerken-, woorden- en werkelijkheidsstrijd is dat alleen geprivilegieerde mensen het zich kunnen veroorloven om handmatig en tijdrovend zelf dingen met de hand te maken. Iemand met een kleine beurs en/of weinig tijd grijpt al snel naar woord- en beeldgeneratoren to get the job done.

Zitten we dan, met onze detector.

Dit is hoe een chatbot uitlegt hoe een chatbot tekst met watermerken genereert en hoe een machine dat detecteert ... (en het klopt!)

Een Large Language Model (LLM) voorspelt steeds wat het volgende woord (of token) moet zijn op basis van de voorgaande woorden.

Het model maakt voor elke stap een lijst met mogelijke vervolgwoorden en geeft elk woord een kanspercentage:
- Voorbeeldzin: “De kat zit op de…”
- Kansen: mat (60%), stoel (25%), bank (10%), tafel (5%).

Normaal gesproken kiest het model willekeurig een woord uit de hoogst scorende opties.

Het toevoegen van het watermerk (De ‘Groene’ en ‘Rode’ lijst)
Wanneer er een watermerk wordt toegevoegd, gebruikt het model een geheime sleutel (een wiskundige pseudo-willekeurige functie) om bij élke stap de woordenlijst op te splitsen in twee groepen:

- De Groene lijst: Woorden die bij voorkeur gekozen moeten worden.
- De Rode lijst: Woorden die vermeden moeten worden.

Het algoritme verhoogt de kansen van de woorden op de groene lijst kunstmatig.

Voorbeeld: Als “mat” op de rode lijst staat en “stoel” op de groene lijst, zal de chatbot kiezen voor “De kat zit op de stoel”, ook al was “mat” normaal gesproken waarschijnlijker geweest.

Omdat de groene en rode lijsten bij elk woord wisselen op basis van een geheime formule, merkt een menselijke lezer niets van deze subtiele woordkeuzes. De tekst klinkt nog steeds volledig natuurlijk.

Hoe wordt het watermerk gedetecteerd?
Een detectietool heeft de geheime sleutel van de maker nodig. De detector analyseert de tekst als volgt:

1. De detector leest de tekst woord voor woord.
2. Met behulp van de sleutel berekent de detector welke woorden bij die specifieke zinsstructuur op de groene lijst hadden moeten staan.
3. De detector telt hoeveel “groene” woorden er in de tekst voorkomen.
- Menselijke tekst: Bevat willekeurig ongeveer 50% groene en 50% rode woorden.
- AI-geproduceerde tekst met watermerk: Bevat een statistisch onmogelijk hoog percentage “groene” woorden (bijv. 80-90%).

Als het aantal groene woorden boven een bepaalde statistische drempel komt, weet de software vrijwel zeker dat de tekst door het AI-model is gegenereerd.

[- Bron: Google Gemini -]

Bekijk meer van

Vraag het Vreekamp
Schrijvers en journalisten in opstand tegen Big Tech - banner onder artikel

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee