Volkskrant adjunct-hoofdredacteur Annieke Kranenberg over reflectie: ‘We zetten in op eerlijke journalistiek’
Annemiek Leclaire vraagt in het kader van ons project Zelf in Zicht hoe journalisten reflecteren op hun eigen werk. Annieke Kranenberg, adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant, over de besluitvorming rondom naamsvermelding en verwijderverzoeken. ‘Reflectie op ethische kwesties hoort bij mijn takenpakket.’
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Annemiek Leclaire. Ook lid worden?
‘We praten op de werkvloer vaak over anonieme bronnen. Steeds meer mensen willen niet met hun naam in de krant. Dat komt natuurlijk omdat je dan eeuwig online te vinden bent. De verwijderverzoeken namen enkele jaren geleden ook toe; vaak van mensen die vroeger geïnterviewd zijn, en het nu vervelend vinden nog steeds of alsnog met bepaalde uitspraken geconfronteerd te worden.
Daarnaast is er meer wantrouwen naar de media. Verslaggevers die straatreportages maken merken dat het moeilijker wordt mensen te overtuigen hun naam te geven. Toch moeten we mensen daartoe weten over te halen. Het is voor de verifieerbaarheid, en daarmee de betrouwbaarheid van onze journalistiek, heel belangrijk.
Soms kun je bij jongeren ook volstaan met een voornaam en de leeftijd, die moet je een beetje tegen zichzelf in bescherming nemen. Maar in onderzoeksverhalen hebben bronnen natuurlijk een zwaardere lading. Zeker als je anonieme bronnen opvoert om een zaak op te bouwen of beschuldigingen te ondersteunen.
Als er een angstcultuur doorbroken moet worden, zoals bij het onderzoek naar de misstanden bij DWDD in 2022, is anonimiteit cruciaal
Zeven dissidenten van de PVV
Onlangs publiceerden we een verhaal over de zeven dissidenten van de PVV die vertelden over hun motieven om te vertrekken en een boekje open deden over Geert Wilders. Sommige dissidenten vroegen in eerste instantie om anonimiteit. Toen is meteen gezegd: dit verhaal kan alleen maar on the record, anders wordt het roddel en achterklap. Deze mensen zijn al bij de PVV weg, ze hebben hun eigen partij. Ze hebben er belang bij Wilders te beschadigen. Dan moet je dat met open vizier willen doen. Maar er kunnen goede redenen zijn waarom iemand bang is om verhaal te doen. Als er een angstcultuur doorbroken moet worden, zoals bij het onderzoek naar de misstanden bij DWDD in 2022, is anonimiteit cruciaal. Bij de chef en hoofdredactie zijn die namen wel bekend.

©Truus van Gog
Redactieprotocollen
Toen onze huidige hoofdredactie in 2019 aantrad hebben we besloten de rol van de journalistieke ethiek groter te maken. We willen dat reflectie onderdeel is van ons werkproces. In dat kader hebben we elke maandag ‘de redactiedialogen’, waar we redactiebreed in gesprek gaan over journalistieke thema’s. We bespreken verslaggeving na, zoals over de verkiezingen. Ethische kwesties komen aan de orde, bijvoorbeeld hoe we met AI omgaan. En onlangs hadden we ook weer een vergadering over het gebruik van anonieme bronnen.
Onze redactieprotocollen moeten regelmatig geupdate worden. Daar gebruiken we deze vergaderingen ook voor, dan kan iedereen daarover meedenken. Later praten we dan met een kleiner groepje over zo’n kwestie door. Eerst was het zo ingericht dat elke week een andere redactie de agenda van die bijeenkomst bepaalde. Toen we merkten dat dit als corvee werd ervaren, heeft die bijeenkomst een eigen redactie gekregen. In die zin zijn die ‘dialogen’ door de jaren heen geprofessionaliseerd. Zo gebruik je niet alleen de kennis van de redactie, maar werk je ook aan bewustwording op die thema’s.
Reflectie op ethische dilemma’s hoort bij mijn takenpakket als adjunct Journalistieke Kwaliteit. Ik heb dat sterretje bij mijn naam gekregen en dat weet ook iedereen op de redactie. Als er een kwestie is, komen ze veelal bij mij. Meestal ben ik bij onderzoeksverhalen van begin tot eind betrokken, soms stap ik halverwege in.
Wat zegt een anonieme bron precies, hoe zwaar weegt dat? Hebben we voor elke beschuldiging of kwalificatie meerdere bronnen?
Illegaal dempen van sloten
Laatst hadden we een reportage over het illegaal dempen van sloten, waarin een echtpaar openhartig vertelde waarom ze dat deden. Toen die mensen het stuk ter inzage kregen, raakten ze totaal overstuur. Ze wilden zich terugtrekken. De pagina’s waren al opgemaakt, er stond een mooie digitale longread klaar met de namen erin. Ze stonden ook op de foto. Ook bij ons op de redactie ontstond toen paniek. Ik heb met die mensen gebeld om te kijken wat er mogelijk was. Het werd al heel snel duidelijk dat niet-anonieme medewerking er niet in zat. Uiteindelijk hebben we gezegd: ‘Oké, dan gaan jullie foto en naam weg.’ Het verhaal blijft dan intact, maar ze zijn niet meer direct herleidbaar.
Per situatie kan een andere weging plaatsvinden. We zullen meer rekening houden met iemand die minder mediawijs en kwetsbaar is, dan een publieke persoon die gewend is hoe de media opereren. We overleggen bij de bepaling van die anonimiteit met de verslaggevers en chefs. Wat zegt een anonieme bron precies, hoe zwaar weegt dat? Hebben we voor elke beschuldiging of kwalificatie meerdere bronnen? Er worden soms hele schema’s gemaakt.
Een enkele keer belanden we in de rechtszaal. Soms zie ik dat onze eigen journalistieke grenzen nog wat nauwer zijn dan hoe een rechter de kwestie zou beoordelen. De rechtspraak kijkt naar wat wettelijk mag en wat niet. Wij kijken breder. We zetten in op eerlijke journalistiek. We doen een beroep op de redactie om kwesties vanuit verschillende perspectieven te bekijken en ook te benoemen wat we nog niet weten. We noemen dat ook wel 360-gradenjournalistiek.
Als een partij die in een onderzoeksverhaal ergens van wordt beschuldigd, heel ingewikkeld doet over wederhoor, willen we toch diens perspectief kunnen achterhalen. We denken niet: ‘Je hebt je kans gehad. That’s it.’ Het is belangrijk om ook te kijken: wat zou het vervangend wederhoor kunnen zijn? Heeft die persoon eerder iets gezegd waaruit zou blijken wat hij of zij daarvan vindt? Daarmee leggen we rekenschap af aan de lezers die met deze vragen zitten. In de verantwoordingskaders naast de stukken beschrijven we hoe we te werk zijn gegaan.
‘Het gaat niet altijd goed’
Het gaat niet altijd goed. We zijn onlangs op de vingers getikt door de Raad voor de Journalistiek voor een deel van de berichtgeving over vermeende misstanden bij het Nederlands Fotomuseum.
De RvdJ oordeelde weliswaar dat er geen sprake was van eenzijdige berichtgeving en dat de belangen van de klager niet waren geschaad, maar ze vond wel dat we de anonieme bronnen beter hadden moeten verantwoorden. Voor ons was dat wel duidelijk; dat had te maken met de piepkleine wereld van de fotomusea. Iedereen kent elkaar. Die mensen zijn bang voor de gevolgen voor hun huidige of toekomstige baan.
Dat komen wij vaak tegen: het klokkenluiderstigma. Hoe dapper ook, tegenwoordig weten een heleboel mensen dat het vaak slecht met je afloopt als je praat. Dan krijg je toch een naam lastig en vervelend te zijn. Dus dat speelt allemaal een rol bij mensen om niet met naam en toenaam genoemd te willen worden. Dat hadden we beter moeten toelichten.
We hebben in die verantwoording naar de lezers een hele ontwikkeling doorgemaakt, we leggen steeds beter en transparanter uit waarom we iets op een bepaalde manier doen. Soms laat je dan blijkbaar toch een steekje vallen.’
Annieke Kranenberg houdt zich als adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant bezig met journalistieke kwaliteit. Ze werkt sinds 1998 voor de krant, schreef onder meer over extremisme, en was ombudsvrouw.
Zo organiseert Annieke Kranenberg zelfreflectie op de redactie:
-Een open feedback-cultuur is essentieel voor zelfreflectie, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Kritische feedback geven wordt wel een stuk makkelijker als je ook specifieke complimenten uitdeelt waarvan te leren valt. Die twee behoren eigenlijk hand in hand te gaan.
-Speel in het hele proces van een journalistieke productie ‘advocaat van de duivel’ en benoem dat ook: ‘Ik ga proberen alle potentiële zwakke plekken te identificeren.’
-Zo bont als The New Yorker, waar ze met een heel team gezamenlijk een artikel zin voor zin doorlopen maken wij het niet. Maar gevoelige producties lezen we met meerdere mensen. Dat levert altijd betere verhalen op.
Project Zelf in Zicht
Villamedia lanceert een nieuwe reeks om journalistieke zelfreflectie te onderzoeken. De journalistiek is de vierde macht binnen de democratie, een rol die vereist dat zij kritisch toezicht houdt op machthebbers en misstanden blootlegt. Maar de toenemende druk op het vak - met name door digitalisering, commercialisering en polarisatie - roept vragen op over het vermogen van journalisten om deze verantwoordelijkheid volledig na te komen. Een belangrijk onderdeel is het zelfkritisch vermogen van de journalistiek: de bereidheid en capaciteit om haar eigen werkwijzen, vooroordelen en ethische keuzes te onderzoeken, en als het moet, te corrigeren. In deze reeks, mogelijk gemaakt door Stichting Democratie en Media, interviewen we representanten van het vak over zelfreflectie.


Praat mee