Leaderboard Journalist van het Jaar PIP Den Haag

— donderdag 25 januari 2024, 09:33 | 1 reactie, praat mee

Uit de memoires van Han van der Meer: Terug naar 1956, de dictafooncentrale van de Volkskrant

Han van der Meer

Vorig jaar verscheen het boek 'Ach, zeik niet!' van journalist Han van der Meer (85). Het grootste gedeelte van het boek gaat over zijn tijd bij de Volkskrant, waar hij op 13 februari 1956, op 16-jarige leeftijd, door hoofdredacteur Joop Lücker werd aangenomen als redactiebediende. Hij vertrok bij de krant in de herfst van 1967. Er was in die periode veel aan de hand bij 'zijn' Volkskrant. De krant veranderde van eigenaar, zette zijn hoofdredacteur aan de kant, vertrok van de Nieuwezijds, viel van zijn geloof, kocht een eigen pers die in één klap 144 pagina's kon drukken... èn een steunkleur (oker, rood, geel, groen...wat je maar wilde) kon afdrukken. In deze nieuwe rubriek 'het Leesfragment' gaan we terug in de tijd naar 1956, naar de dictafooncentrale van de Volkskrant. Laatste wijziging: 12 februari 2024, 09:57

Dinsdag 17 april 1956, kwart over tien ‘s avonds.

In een kantoor boven het telexhok naast de redactieruimte werken vier dictafonisten achter hun grote, grijze Remingtons. In hemdsmouwen, het is wat benauwd hierboven. Allemaal hebben ze een stropdas om, een draagt een mouwloos vest. Dat is Wim Salfischberger, de baas van de dictafooncentrale. Achter in de twintig, hoog kalend voorhoofd, zwarte bril. Haastige herrie heerst hierboven. Ratelende ritmes op de zwarte toetsen. Op hun hoofden zwarte koptelefoons, verbonden aan een machine waarin een zwarte cilinder, een wasrol, langzaam ronddraait.

Die wasrollen, ooit de voorlopers van de grammofoonplaat, doen hier nog dienst als opnameapparaat. De mannen tikken na de opname de tekst niet uit op A4’tjes, maar op een dubbele rol telexpapier die in een stellage voor hun bureau hangt. Zodra een dictafonist klaar is met de doorgebelde tekst, scheurt hij het bovenste vel van de machine af, samen met het carbonpapier, dat de prullenbak in gaat. Het stuk tekst rolt hij op, hij opent een raam dat uitkomt op de redactieruimte. Uit het raam hangt een touw waaraan een kartonnen koker zit. De dictafonist stopt de opgerolde tekst in de koker, laat het touw zakken. De koker hangt nu vlak achter de bureaustoel van de chef nachtredactie. De dictafonist roept nu de naam van de correspondent wiens tekst hij zojuist heeft uitgetikt.

De zwarte telefoon op het bureau van Salfischberger rinkelt. Hij duwt een oor vrij en zet zijn machine stil.

‘Met de dictafoon. Salfischberger.’

‘Dag Wim, Cor van Heugten hier. Kan ik beginnen?’

‘Is het lang, Cor?’

‘Ja, lang stukkie. Gaat weer over die Daf.’

‘Wacht even, Cor. Zet ik een nieuwe rol papier op… Ga maar, Cor.’

‘Haakje openen van onze correspondent haakje sluiten nieuwe regel Eindhoven komma zeventien april gedachtestreepje het is nu vrijwel zeker dat de uitvinding van de gebroeders Van Doorne komma een auto met een traploze komma automatische versnelling komma begin volgend jaar op de markt zal verschijnen punt…’

Voor de meeste journalisten was doorbellen van je stuk het makkelijkst. Je was de minste tijd kwijt en kon het dichtst tegen de deadline aankruipen met je verhaal. Het gevolg was wel dat er opstoppingen bij de dictafoon konden ontstaan. Met name ‘s avonds tussen negen en half elf kon het een gekkenhuis zijn, als er nog lappen tekst werden uitgetikt die de posteditie van de krant moesten ‘halen’. Kantje-boord was het hoe langer hoe vaker. De dictafonisten raakten gefrustreerd en gingen gedocumenteerd hun beklag doen bij Lücker. Uit kranten hadden ze verhalen geknipt en daar de bijbehorende carbonkopieën van de dictafoon gevoegd. Kon Lücker zelf eens zien hoe er door iedereen misbruik van de dictafoon werd gemaakt. Stukken die op dinsdag werden doorgebeld, maar pas in de zaterdagkrant geplaatst waren, dat soort grappen. Of een filmrecensie voor de donderdagkrant die woensdagavond vroeg werd doorgebeld.

Lücker stelde nieuwe regels op. Zo moest iedereen die in een straal van tien kilometer rond het Volkskrant-gebouw aan het werk was geweest, per fiets, tram of bus naar de krant komen en daar zijn stukje tikken, binnenlandse correspondenten moesten meer gebruik maken van de treinbrief en buitenlandse correspondenten van het (lucht)postvervoer als het om features of grote reportages ging. Iedere journalist in binnen- en buitenland kreeg deze maatregel te horen. Ook de heren van de film- en de kunstredactie. Zij dienden zich dus na een voorstelling in de Stadsschouwburg, Concertgebouw of Carré naar de redactie op de Nieuwezijds te begeven om daar hun recensie te schrijven. Ook de mensen op de telefooncentrale kregen de missive van Lücker onder ogen. Hun werd opgedragen de bellende journalisten te vragen waar ze vandaan belden, te wijzen op de nieuwe regels en om in geval van fraude, handhaving onverbiddelijk toe te passen. Dat wil zeggen: subiet ophangen.

De telefooncentrale stond eenzaam in een kleine ruimte op de derde verdieping. Overdag werd de centrale bezet door twee dames. Vanaf zes uur ‘s avonds door een zogenaamde nachttelefonist. Dat was Leo Akkermans. Een kleine, ronde student sociologie met een schallende schaterlach die hij op onverwachte momenten kon produceren. Het was een wat eenzaam bestaan ‘s nachts op de telefooncentrale, maar Leo maakte het zich gemakkelijk door gewone en studieboeken, broodjes en een thermoskan koffie mee te nemen. Zijn stoel zette hij schuin neer, zo dat hij, ver onderuitgezakt, nog net zijn hielen op de rand van het bureau kon leggen. Op zijn hoofd een koptelefoon en microfoon. Door een juiste hoek te vinden, kon hij dan precies bij alle toetsen en stekkers van de centrale komen: ‘De Volkskrant, goedenavond.’

‘Dag Leo, met Ad Odijk (Odijk was de chef kunstredactie), Leo, ik bel vanuit het Luxor in Rotterdam. Mag ik naar de dictafoon toe?’

‘Tuurlijk Ad, daar ga je.’

Twee edities had de Volkskrant, de posteditie en de stadseditie. De posteditie sloot het eerst, rond half elf, elf uur. De kranten konden daardoor mee met de laatste treinen naar Utrecht, Amersfoort, Alkmaar, Rotterdam en Den Haag bijvoorbeeld. Naar de verre uithoeken van ons land reden elke nacht vrachtwagens. De deadline voor de stadseditie (Amsterdam en ruime omstreken) lag anderhalf uur later. In weinig verschilde de stadseditie van de posteditie. Waar de posteditie een hele pagina had met groot en minder groot nieuws uit de provincie, daar had de stadspagina de ruimte voor verhalen uit groot-Amsterdam. Brak in de tijd tussen de post- en de stadseditie groot nieuws door, dan kon de hele voorpagina van de krant en pagina 3, de nieuwspagina, natuurlijk opengebroken worden. Dat gebeurde zelden en daarom zocht de meerderheid van de bureauredacteuren de warmte van café De Oude Herberg op of die van ‘moeders warmgebreide broek’, zoals een der nachtredactieleden placht te zeggen. Achter bleven, bij toerbeurt, minimaal twee redacteuren. Die zich verveelden en daar wat aan gingen doen. Een van hen nam zijn luchtbuks met kogeltjes mee van huis. Liggend op de brede vensterbank probeerden ze hun vaardigheden uit op doelen aan de overkant, waar het theatertje van Sieto Hoving lag bijvoorbeeld. Zo kon het gebeuren dat op een vroege voorjaarsdag de stadseditie van de Volkskrant wist te melden dat de ‘baldadige jeugd het weer had voorzien op de lantaarnpalen op de Nieuwezijds Voorburgwal’.

De jaren vijftig hadden een hoog ‘Nederland Herrijst’-niveau waarin een klein land groot wilde zijn, en toen de KLM een lijndienst op Beiroet, de hoofdstad van Libanon opende, mochten de kranten op de eerste lijnvlucht een redacteur meesturen. Voor de Volkskrant werd dat de jonge redacteur van de stadsredactie, Jan Heinemans. Schiphol, en dus ook de KLM, vielen onder de stadsredactie. De chef stadsredactie, Jan Lamers, had Schiphol en de KLM gedelegeerd naar jonge Jan. Lamers hield niet zo van vliegen en Heinemans had dat nog nooit gedaan. De hele stadsredactie bestond toen overigens uit vier man. De andere leden waren de kleine ronde Philip Somers (ook weer een pijproker) en Bram Brakel, de politieverslaggever.

Uren nadat alle inzittenden van de KLM Electra 10 na de vlucht en de tocht met een bus naar hun hotel in het centrum van Beiroet zijn gebracht, wordt Jan Heinemans toch licht nerveus. Hij heeft op zijn hotelkamer zijn stukje in zijn notitieblok geschreven. Een verslag over de reis en over de plechtige ontvangst op het vliegveld van Beiroet. Zodra hij dat klaar heeft, heeft hij bij de telefooncentrale van het hotel verbinding met het nummer van de Volkskrant in Amsterdam aangevraagd. Maar, het is Beiroet en het is midden jaren vijftig. Jan wacht. En wacht. Jan wacht.

Dan, eindelijk en Godlof, de stem van Leo Akkermans: ‘De Volkskrant, goedenavond.’

‘Ha, Leo, Leo, met Jan. Met Jan Heinemans, Leo. Hoor je me, Leo?’

‘Natuurlijk hoor ik je, Jan. Hoezo? Ik ben niet doof geworden, Jan.’

‘Ja. Leo, luister: mag ik naar de dictafoon, Leo?’

‘Dictafoon? Waar zit je dan, Jan?’

‘In Beiroet, Leo!’

‘In wát?’

‘O God, Leo. In Beiroet! In Beiroet, Leo, Leo ik zit in BEI ROET!’

‘Zei je in Beiroet, Jan? Ik dacht dat je Beiroet zei?’

‘Ja Leo, o alsjeblieft…’

‘Dat is een nieuwe, Jan! Beiroet dit keer! Proficiat, maar stap maar op je fiets, Jan. Dag Jan!’

Leo hangt op.

Han van der Meer (1939) komt oorspronkelijk uit Amsterdam maar woont, samen met zijn vrouw, inmiddels al jaren in Maastricht. Voor hij bekend werd door programma’s als De ver van mijn bed show, Brandpunt en Spoorloos, werkte Van der Meer bij het KRO-magazine Studio.

In zijn artikelen voor de Volkskrant en later in zijn documentaires voor de KRO-televisie was Han van der Meer vooral geïnteresseerd in de andere kant van het nieuws: de cultuur, en het leven van de mensen die hij overal in de wereld ontmoette. Zo ontstonden documentaires als: ‘Rare Jongens die Cubanen’ en ‘Costa Rica, Land zonder Leger’. Ook filmde hij de Nederlandse missionaris die in Kenia een kerk bouwde in de vorm van een schip omdat hij hield van water en boten. Diezelfde nieuwsgierigheid en verwondering lees je in zijn verhalen in de krant en in dit boek. Hij was de eerste Nederlandse journalist die de Beatles interviewde waarbij niet de inhoud van het interview opmerkelijk was, maar wel de manier waarop het tot stand kwam. 

Ach, zeik niet!’ is in september 2023 verschenen bij Willems Uitgevers. Paperback, 348 pagina’s, 30 euro. ISBN: 9789493306608

 

Bekijk meer van

Leesfragment Han van der Meer

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

1 reactie

photopress, 25 januari 2024, 15:26

Leuk om te lezen,vele oude verhalen komen bij mij bekend over ook al is het alweer lang heel lang geleden.
Ik vraag me nu na het lezen van dit artikel wel af hoe de jongere generatie als ze ouder zijn hun belevenissen als beginnende journalist nog zullen herinneren als je nu als journalist nauwelijks nog op een redactie rondloopt laat staan de sfeer kan mee maken van een deadline.
Tja even waande ik me weer terug in de tijd dat ik met fotootjes naar de redactie ging of om middernacht nog net die plaatjes afleverde op de foto redactie.
Wij waren al gelukkig met een Hell fotozender vergeleken met de fotojournalist van tegenwoordig is de Romantiek en contact met je collega’s ver te zoeken.
Laat staan dat een fotojournalist nog weet wat een platen camera is of hoe je een film ontwikkeld en afdrukt.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, coördinator magazine

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Rutger de Quay, redacteur

Nick Kivits, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Emiel Smit

Teddy van der Laan

Webbeheer

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

vacatures@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.