Typisch Danny
Danny Ghosen is niet meer het Duracell konijn zonder remmingen uit het begin van zijn carrière. Hij heeft balans gevonden, zegt de voormalige pitbull van PowNed. Maar denk vooral niet dat hij nu soft is geworden. ‘Als het moet, dan is het er nog.’
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Nick Kivits. Ook lid worden?
Danny Ghosen (38) steekt vrijwel direct van wal over zijn nieuwe programma, nadat hij op een druilerige dinsdagochtend heeft plaatsgenomen op een bankje in het café van het Volkshotel in Amsterdam. Het ligt op steenworp afstand van productiehuis CCCP, waar hij sinds januari journalistieke programma’s mag maken voor de NTR. ‘Danny zoekt problemen’, heet zijn nieuwste project. Ghosen zoekt er voor uit hoe het is om in een probleemwijk te wonen. Hij doorkruist heel Nederland en verblijft steeds een dag of vijf in dorpen als het Brabantse Oss, waar in het vluchtelingendebat de stenen door de ruiten vlogen, of in het Overijsselse Vroomshoop, dat wordt geterroriseerd door GHB-gebruikers. Hij brengt problemen in kaart en spreekt met de hoofdpersonen.
Ghosen kan geanimeerd vertellen over de draaidagen die hij maakt, en de mensen die hij tegen het lijf loopt, en gedurende het interview lijken alle vragen hem terug te leiden naar een anekdote uit Oss, uit Utrecht, Glanerbrug of Vroomshoop. Vroomshoop, waar een week voordat de cameraploeg arriveerde nog een GHB-verslaafde volledig onder invloed en naakt door de brandweer uit een boom moest worden getakeld, vertelt hij, nog altijd verbaasd en verontwaardigd over wat hij er op straat aantrof. Verslaafde jongens van krap 14 die dealen in speed. Hij schudt met zijn hoofd. ‘What the fuck man!’, zet hij het kracht bij, zoals hij dat tijdens het gesprek vaker zal doen. ‘Toen ik 12 was zaten mijn vrienden en ik buiten op straat, in Libanon, te knikkeren en stenen naar elkaar te gooien. We wisten niet eens wat drugs waren.’
Belichaamt dit programma het soort ‘straatjournalistiek’ waar je altijd al hardop van hebt gedroomd?
‘Jazeker, het is een droom die uitkomt. Lekker de wijk intrekken. Zo min mogelijk voor produceren. We hebben van tevoren natuurlijk wel één of twee mensen gesproken om te constateren of er een probleem is, maar dat is het dan ook. We rijden erheen, ik stap de auto uit, loop op een paar jongens af en het verhaal begint te lopen. En dan aan één stuk door draaien, draaien, draaien. We doen niets over. Het is journalistiek op z’n puurst, ik vind het heerlijk. Dit programma is typisch Danny.’
Je hebt het vaker over de Danny-stijl, of het Danny-DNA. Wat is dat eigenlijk?
‘Ja, hoe moet ik dat nou uitleggen.’ Er volgt een korte stilte. ‘Gewoon recht-voor-z’n-raap-journalistiek. Ik ga voor honderd procent voor een verhaal. Mensen zijn niet altijd blij om een journalist of een camera te zien, maar dat betekent niet dat ik dan zeg: “Oké prima, dan kap ik er maar mee”. Tijdens een demonstratie tegen vluchtelingen in Oss, waar ik was voor “Danny zoekt problemen”, werd ik van alle kanten bedreigd en geadviseerd om meteen te vertrekken. Kankerzwarte, noemde iemand me. Hij jutte de rest tegen me op, waarschijnlijk in de hoop dat ik een paar klappen zou krijgen. Maar dan denk ik: ja jongens, ik doe hier gewoon mijn werk. En ik ga niet weg. Ik kom een verhaal halen. Gaat het niet linksom, dan rechtsom.’
Is op het randje opereren een doel op zich, of een middel?
‘Het is helemaal geen doel, het is altijd een middel. Mijn doel is om een mooi verhaal te vertellen. Het is heerlijk als dat gewoon op een rustige manier kan, maar als dat niet gaat heb ik twee keuzes. Of ik moet mijn eindredacteur gaan vertellen dat het niet is gelukt, of ik kan er alles aan doen om het toch voor elkaar te krijgen.’
Hij is in korte tijd groot geworden met die aanpak. De 38-jarige Ghosen maakte relatief laat zijn debuut in de journalistiek. Toen hij op 15-jarige leeftijd als Libanese vluchteling in Nederland terecht kwam, was hij jarenlang zoekende. Via opleidingen voor meubelmaker, schilder, automonteur, helpende zorg en welzijn en sociaal werker, kwam hij in 2006 op de School voor Journalistiek in Utrecht terecht. Niet dat daar een groot plan achter zat, het leek hem gewoon wel wat. Het bleek een gouden greep, en daarna ging het snel. In 2011 kreeg Ghosen bekendheid als de kleine brutale verslaggever van PowNews, die graag op de grens opereert. Een bijtertje bleek hij. De pitbull van PowNed, werd hij in de media genoemd. Geregeld werd hij zelf het nieuws. Toen hij werd gearresteerd bij de Russische ambassade in Den Haag omdat hij per megafoon de ambassadeur op het matje riep over de mishandeling van een Nederlandse diplomaat in Moskou. Toen hij de capuchon van het hoofd van ‘kopschopper’ Jordy M. aftrok op diens gang naar de rechter-commissaris. Toen hij in elkaar werd gemept door een medewerker van de ambassade van Angola, omdat hij hem aansprak op foutparkeren in Den Haag. Daar hield hij een tand door de lip, een ontwrichte kaak en een lichte hersenschudding aan over.
Waar leg je de grens?
‘Ja, waar ligt de grens? Ik weet het niet. Ik probeer per keer een inschatting te maken van hoe ver ik kan gaan. Wat verstandig is, en wat niet. Ik ben niet roekeloos, ik ga niet blindelings ergens naar binnen van: joh, ik zie het wel. Al lijkt dat misschien soms zo.’
Zijn er momenten geweest waarvan je achteraf vindt dat je over de grens bent gegaan?
‘Ja, toen ik die jongen de capuchon van zijn hoofd trok. Dat was een moment waarvan ik denk: jaaa, niet zo handig.’
Dacht je dat al op het moment zelf, of later pas, toen er commotie ontstond?
‘Later. Maar je moet niet vergeten dat het best moeilijk is wat ik doe. Er komen zoveel factoren bij kijken. Het moet allemaal in het moment gebeuren, je moet meteen anticiperen. En dan maak je zo nu en dan een domme beslissing. Nou ja, that’s part of the game. Je leert ervan. Als je nooit op je bek gaat, kun je ook nooit iets leren. Dus wat dit betreft: wijze les geleerd.’
Wat wil je met je journalistiek bereiken?
‘Ik wil verhalen vertellen die verteld moeten worden. Het item over de foutparkerende diplomaten in Den Haag bijvoorbeeld. Dat ik daar een klap voor moest vangen; so be it. Dat is voor mij aanvaardbaar. Het hing in de lucht, en dan kun je denken: ik kap er mee, maar zo zit ik niet in elkaar. Want wat daar gebeurde, vind ik nog steeds schandalig; diplomaten die willens en wetens de regels overtreden, zonder dat de politie er iets aan kan doen.
Agenten waren hartstikke blij met mijn werk. Die reden langs met de duimen omhoog en riepen: “Pak ze! Want wij staan machteloos, ze lachen ons gewoon uit”. En de Hagenezen waren het ook helemaal zat. Die zeiden: “Wij worden bekeurd of weggesleept en die klootzakken doen gewoon waar ze zin in hebben”. Dat klopt gewoon niet.
Ik kan heel slecht tegen oneerlijke situaties. Dat motiveert me als journalist. Dan denk ik: ja fuck, hier moet echt iets aan gedaan worden. Ik kom uit Libanon hè. Daar kloppen heel veel dingen niet en daar kun je als burger of journalist helemaal niets tegen doen. Er zijn wel journalisten die hun nek durven uitsteken, maar voor je het weet heb je een kogel door je kop, of word je opgeblazen.’
Voel je je, omdat het in Libanon niet kan, verplicht om hier iets nuttigs te doen met de macht die je met journalistiek kunt uitoefenen?
‘Ja, dat dat soort shit daar gebeurt, vreet aan me. Hier heb je wél de middelen om iets te doen. Het zou zonde zijn als je er geen gebruik van maakt. Ik heb me in het verleden wel eens ongelukkig gevoeld als ik van die verhalen moest maken die nergens over gingen. Dan dacht ik: waar doe ik dit eigenlijk voor? Toen ik bij de EO voor 3Onderzoekt een item moest maken over overleven in de Nederlandse natuur, bijvoorbeeld. Dat gaat toch hé-le-maal nergens over? Ik vond het tienduizend keer meer bevredigend om voor hetzelfde programma undercover een vluchtelingenkamp in Kroatië binnen te glippen. Hoe gevaarlijk dat ook was – ik was zeker vastgezet als ze me hadden gepakt. Maar dat heb ik er allemaal voor over om aan het einde van de dag te denken: yes, ik heb de wereld laten zien hoe het er hier aan toegaat. In plaats van: woohoo, ik heb laten zien hoe het is om te overleven in de Nederlandse natuur. Who gives a shit?’
Heb je dat gevoel vaak gehad, dat wat je maakte er niet toe deed?
‘Ja. Ik zeg het maar gewoon. Ik weet dat het erbij hoort –je kunt immers niet elke dag een vluchtelingenkamp in gesmokkeld worden – maar ik word er wel ongelukkig van. Ik vind het belangrijk dat ik het ergens voor doe. Toen ik voor “Danny zoekt problemen” in Glanerbrug was, kon ik het niet laten om de junks de straat uit te jagen. De mensen die er wonen worden helemaal gek, de politie doet er weinig aan. Dan denk ik: doe ik het wel. De camera is een machtig middel. Oprotten!’
Je vertrok eind vorig jaar bij de EO, al na een jaar. Kon je daar je ambities niet kwijt?
‘Ik heb er uiteindelijk m’n ding wel kunnen doen, en daar ben ik blij mee, maar de EO maakt ander soort programma’s en bedrijft een ander soort journalistiek dan ik graag zou willen. Bovendien zagen ze me daar meer als een presentator, en dat ben ik niet. Ik ben een journalist, een maker. Bij de EO werden de touwtjes strak aangetrokken door de eindredacteur, dat was niet altijd even leuk. Ik heb meer vrijheid nodig. Ik wil betrokken zijn, en mijn stempel op een programma drukken. Ik dacht: als ik hier niet kan maken wat ik wil, dan doe ik het ergens anders. Bij de NTR krijg ik die vrijheid nu wel.’
Hoe zat dat bij PowNed?
‘Bij PowNed had ik heel veel vrijheid. Ik kon dingen maken die van tevoren onhaalbaar leken. Ik kon de grens opzoeken, experimenteren, met gekke dingen terug komen. Ik heb serieuze dingen gedaan, maar ook flauwe dingen. Toen ik bij PowNed zat, moest ik mezelf echt nog uitvinden. Het was een grote speeltuin waar ik superveel geleerd heb.’
Leek je daarom soms net een Duracell-konijn dat maar door ging?
‘Misschien wel ja. Ik ben inmiddels vijf jaar verder, en ik denk dat ik de balans heb gevonden en nu echt op mijn plek zit bij CCCP. Ook de balans tussen brutaal zijn en op een rustige manier te werk gaan. Of ik brutaal ben, hangt nu van de situatie af. Als het moet, dan is het er nog hoor.’
Heb je er destijds over na moeten denken of je bij PowNed aan de slag wilde? Een omroep die buitenlanders bontkraagjes noemt, en gelovigen christenhonden?
‘Ik ben zelf christen, ze noemden me daar wel eens christenhond. Dan noemde ik ze ongelovige klootzakken. Daar heb ik geen moeite mee, het is maar net hoe serieus je het allemaal neemt. En voor mij was het een opstapje. Ik was net afgestudeerd en werkte bij MTNL (Stichting Multiculturele Televisie Nederland, red.), een klein omroepje. Als verslaggever naar PowNed, dat was een grote kans.’
Na drie jaar vertrok je omdat je een eigen programma wilde…
‘Ja, je moet niet te lang stil blijven staan. Bij PowNed waren de mogelijkheden er niet om een eigen programma te krijgen. Dan moet je door.’
PowNed-baas Dominique Weesie zei in de NRC dat hij vond dat je er nog niet aan toe was. Wat vond je daarvan?
‘Dat mag hij zeggen. Het is zijn mening.’ Dan, lachend: ‘Ik denk dat hij bedoelde dat hij het jammer vond dat ik wegging of zo.’
Maar zat er iets in?
‘Wat is te vroeg? Ik kreeg te horen dat ik meer vlieguren moest maken, en daar was ik het niet mee eens. Ik wilde iets voor mezelf doen. Ik vond het helemaal niet te vroeg.’
In dezelfde alinea zei hij: ‘Tv is een ijdel medium, dat trekt ijdele mensen aan.’ Is dat stiekem ook een drijfveer?
‘Nee ik ben helemaal niet ijdel. Het gaat mij puur om de inhoud, om het programma. Dat ik echt iets moois maak. Niet dat ik met mijn kop op tv kom. Dat is het niet.’
In het boek ‘Kaaskoppen’ van Robert Vuijsje komen veel gekleurde programmamakers aan het woord die vertellen dat ze het niet altijd even makkelijk hebben in Hilversum. Ze ergeren zich eraan dat ze in een kaartenbak zitten om altijd over moslims te komen praten, dat ze worden afgewezen voor een programma omdat er vorig jaar ook al een gekleurde presentator was, of dat ze altijd op exotische onderwerpen worden gezet. Herken je daar iets van?
‘Nee, eerlijk gezegd niet. Je kunt jezelf ook een complex aanpraten he?’
Hij kijkt even om zich heen in het vanochtend volledig witbevolkte Volkshotel. ‘Hier zijn verder ook geen buitenlanders’, zegt hij schouderophalend. ‘Maar ik voel me hier niet alleen of zo. Snap je?
‘Wat me natuurlijk wel overkomt, is dat redacties mij als eerste bellen als er iets is met vluchtelingen. Maar dat vind ik alleen maar logisch. Je hebt zelf zeggenschap over of je iets wel of niet doet. Je kunt dus ook nee zeggen, en dat doe ik zo nu en dan ook. Ik heb over vluchtelingen wel een paar keer mijn zegje gedaan, omdat er op een gegeven moment zulke onzin in de media werd geroepen, dat ik het niet meer kon verdragen. Het zijn niet allemaal verkrachters of moordenaars.’
Tegen de serie ‘Rot op naar je eigen land’ van de EO, waarin zes kandidaten de reis van een vluchteling in omgekeerde richting afleggen, zei je ja. Waarom wilde je dat graag presenteren?
‘Omdat we ermee konden laten zien hoe het echt is om op de vlucht te zijn. Er wordt veel geroepen over vluchtelingen, en nu konden deelnemers het met al hun vooroordelen zelf ervaren. Ik kom veel jonge jongens tegen die vertellen dat ze het op school verplicht moeten kijken. Dat vind ik leuk. Want het geeft ze een ander beeld dan wat er op social media allemaal wordt geroepen.’
Gidi Heesakkers schreef er in de Volkskrant over dat je je ‘kunt afvragen of onderbuiken leegpompen en mensenleed opblazen tot entertainment de ethische way to go is om vluchtelingenproblematiek invoelbaar te maken’.
‘Dat mag ze vinden. Maar heel veel mensen hebben echt geen weet van wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt. Dat hebben wij ze laten zien.’
Maar de kritiek is: moet je dat laten zien door de ogen van barvrouw Kelly uit Amsterdam Noord die roept dat alle vluchtelingen wat haar betreft mogen verzuipen?
‘Moet je haar dan negeren? Want er zijn heel veel mensen die er zo over denken. Kelly is eigenlijk een heel lief meisje. Ik heb haar ook gezegd dat ik nooit snapte waarom ze zo hard was. Maar het is gewoon onwetendheid. Nu ze daar zelf geweest is, en het met eigen ogen heeft gezien, denkt ze er net iets anders over. Dat is al heel wat.’
Dat heb je dan gewonnen.
‘Nee, dat heeft zíj gewonnen.’
Vond je het confronterend om te maken, omdat je die weg zelf ook hebt afgelegd toen je vanuit Libanon naar Nederland kwam?
‘Neuh. Ik ben al lang geen vluchteling meer. Dat was toen, dit is nu. Ik kijk niet graag achterom. Maar het menselijk leed, de omstandigheden waarin mensen leven, dat raakt me nog steeds. Ik zag kinderen rondlopen met ouders die net zwemvesten hadden gekocht voor op de boot en dan denk je toch: Oh my god, als dat maar goed gaat. Je moet echt een hart van steen hebben, wil dat je niet raken.’
Danny Ghosen (Beiroet, 1978) werkte voor de multiculturele zender MTNL voordat hij in 2011 bekendheid kreeg als verslaggever van PowNews. In 2014 maakte hij een overstap naar de EO, waar hij onder meer ‘Rot op naar je eigen land’ presenteerde. Sinds dit jaar werkt hij samen met productiehuis CCCP voor de NTR aan journalistieke programma’s. Momenteel wordt ‘Danny zoekt problemen’ uitgezonden, elke woensdagavond om 21.55 uur op NPO 3. Later dit jaar volgt een serie over het Midden Oosten. Toen Ghosen 15 jaar was, vluchtte hij met zijn familie naar Nederland vanuit Libanon. Hij woont nu in Amsterdam.


Praat mee