website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Trots op ‘zijn’ talenten

Ton van Dijk — Geplaatst op zondag 27 maart 2016, 10:00

© Paul Texeira

Andere Tijden In de ruim dertig jaar dat Ton van Dijk les gaf, kwamen er honderden studenten journalistiek voorbij. Elke keer als een naam van een ex-leerling positief opduikt is hij een beetje trots. ‘Alsof het succes ook aan mij te danken is, alsof het een beetje op mij afstraalt.’ Van Dijk spreekt met enkele talenten van toen over zijn ambachtelijke tips en trucs van destijds.

Floortje Smit schreef in de Volkskrant van 28 januari een stuk over het ‘journalistenuniform’ in de ‘moet je absoluut zien’ film Spotlight. Haar aanhef luidde: ‘Er zijn twee dingen die je als journalist altijd in de achterbak moet hebben, vertelde veteraan Ton van Dijk (oud-hoofdredacteur Nieuwe Revu en Panorama) tijdens de opleiding journalistiek: een net jasje en een leren jack. Het eerste kon je aanschieten als je bij de directeur van een bedrijf op bezoek moest, het tweede deed je aan als je bij de ontslagen werknemers langs ging. Het was een memorabele les. Omdat Van Dijk, type voeten op het bureau, helemaal niet de man leek die lang over kleding nadacht. Maar vooral omdat hij ons indirect leerde dat een journalist een kameleon moet zijn: onzichtbaar, opgaand in zijn omgeving.’

Haar observaties over de film en de journalist in het algemeen waren raak: ‘Er bestaat dus zoiets als het basisuniform voor de (kranten)verslaggever of onderzoeksjournalist. Een simpele, praktische outfit waaraan geen mens aanstoot kan nemen. Saaiheid als signatuur.’ Inderdaad, fatjes als Kantelberg of Kelder zijn zeldzaam in ons vak, maar wat leuk dat ik mocht opdraven in een artikel over een uitstekende film: sober, zonder opsmuk, valse romantiek of een teveel aan Hollywoodsaus. Een film over ons ambacht: langs deuren, aanbellen, saaie dagen in het archief, jaarboeken, telefoongidsen, mensen uithoren, zoeken naar feiten en verbanden die niet op internet staan.

In 1982 ging ik één middag in de week tijdschriftjournalistiek geven aan de School voor de Journalistiek (SvdJ) in Utrecht. Mijn voorganger was een gesjeesde gehuwde pastoor wiens tijdschriftervaring bestond uit het maken van het parochieblad en het schrijven van een column voor een groot vrouwenblad. Hij was heel aardig.

Ik had geen enkele ervaring in les­geven. De eerste middag was ik bang dat ik al mijn kruid al verschoten zou hebben terwijl er nog diverse middagen moesten volgen. Dat viel mee. Ik bedacht hoe belangrijk sommige docenten en mentoren voor mij geweest waren. Een leraar Engels die mij naar de HBS joeg, een leraar Nederlands die mij Elsschot en Nescio deed ontdekken. Mijn oudere collega Bert Hendriks die in mijn leerlingentijd, een school voor journalistiek was er nog niet, bij De Nieuwe Dag, kopblad van De Tijd, al mijn stukken en stukjes met rood potlood redigeerde als ze al in de krant stonden. Een tijdlang ging mijn kopij voor de RTV-pagina namelijk rechtstreeks ter zetterij wegens ziekte van de chef. Hendriks was chef van een heel andere redactie, ongevraagd nam hij die moeite. Die pagina’s zagen eruit of ze de mazelen hadden. Ik werd er zelf ook ziek van, ik haatte de man. Maar het rood werd minder tot hij schreef: ‘Dit was een aardig stuk, nu hou ik ermee op.’

Het lesgeven beviel, vooral toen ik ook reportage ging geven en Zip, het tijdschrift van de school, begeleidde. Ik ging naar een 0,6 baan naast freelancen voor HP, tot ik voorjaar 1988 werd gevraagd hoofdredacteur van Panorama te worden. Mijn leukste ongeluk duurde tot mijn ontslag in 1991. De SvdJ wilde die vrijbuiterige, rokende, drinkende, tamelijk zelfstandig opererende ex-docent niet terughebben. Collega’s waren bestuurders geworden, een oud appeltje werd alsnog geschild. Gelukkig was er in Groningen een academische studie journalistiek begonnen. Ik kon met 0,2 fte beginnen door wekelijks een krantje met de studenten te maken: De Neon.

Floortje Smit (36) studeerde in 2004 af aan de Rijksuniversiteit Groningen. Met haar eind­opdracht, de radiodocumentaire ‘Een heilig beroep’ over de moord op vier Ikon journalisten in 1982 in El Salvador, werd zij tweede bij de RVU Radioprijs. Smit werkt nog steeds voor de radio, ‘Nooit meer slapen’ (VPRO) en is al bijna tien jaar ‘vaste freelance’ medewerker film voor de Volkskrant. Zij had haar artikel over Spotlight op Twitter gezet. Smit: ‘Ik heb nog nooit zoveel bijval gekregen Een hele reeks oud-leerlingen van je herinnerden zich ook allerlei andere tips van jou’.

Emiel Hakkenes (38) tot voor kort chef religie en filosofie bij Trouw, nu weer verslaggever, studeerde ongeveer in dezelfde periode als Smit in Groningen. ‘Eigenlijk moeten wij een stuk over jou schrijven en niet andersom.’ Hakkenes schreef samen met Ivo Barends, ook oud student en nu eindredacteur bij Trouw, als grote reportage een enorm portret over de partij Student en Stad in de gemeenteraadsverkiezingen. Cijfer 9, een perfect artikel, al konden ze het nergens kwijt. Te lang voor de krant en te regionaal voor de opiniebladen. Hakkenes: ‘In de opleiding kon je veel ambachtelijks leren. Genres, achtergrond, analyse, nieuwsbericht. Het schrijven heb ik bij jou geleerd. Mijn eerste boek is op jouw technieken gebouwd. Jij gaf praktische tips en handvatten hoe een reportage te beginnen en vorm te geven, die tips heb ik nog wel eens uitgedeeld aan jongere collega’s bij de krant.’

Als je bij elkaar al zo’n dikke dertig jaar les geeft, moeten er honderden leerlingen en cursisten voorbij zijn gekomen. De eerste jaren zijn hun gezichten en namen nog gekoppeld aan de stukken die ze schreven, tot het archief vol zit. Dan doen aparte namen lampjes branden als je die her en der tegenkomt. Jelle Brandt Corstius, Tom Egbers, Lars Gierveld, (Rambam), Ida Aguado (Plus), Jossine Modderman (LINDA. en Volkskrant), Diane Romashuk (Friesch Dagblad), Wil Thijssen (Volkskrant), Jikke Wechelaer (DWDD), Inge de Krosse, Caroline Huber. Veel namen in de aftitelingen van tv-programma’s, vrouwen vooral, die in Hilversum het leeuwendeel van het werk achter de schermen doen, want preciezer, volhoudender en sociaal behendiger. Ook is er al een aardig plankje vol boeken van ex-studenten. ‘De laatste krant’, over de ondergang van de gratis krant Dag van Bram Logger, ‘Levenslang’ van Mick van Wely, de biografie van Laurens ten Cate door Ayolt de Groot, ‘Strike Out’ en ‘Zo word je president’ van Maarten Kolsloot, gebundelde columns en ‘Vertrouwd, voordelig’ van Peter Middendorp, ‘Achter de Schermen van de PKN’ en ‘God van de gewone mensen’, van Emiel Hakkenes.

Al die talenten, ze waren er ook gekomen als ik er niet geweest was. Toch, elke keer als een naam van een ex-student positief opduikt ben ik een beetje trots. Alsof het succes ook aan mij te danken is, alsof het een beetje op mij afstraalt. Ik moet oppassen voor zelfbevlekking. Oké, Eigen Roem stinkt, maar uit de twitterberichten die bij Smit binnenkwamen en uit de opmerkingen van ex-studenten voor dit stuk, begreep ik dat veel tips en trucs in goede aarde zijn gevallen. Van de heel simpele: zorg dat je minstens twee pennen bij je hebt, zeker bij een persconferentie, tot de adviezen om ruimschoots op tijd bij afspraken aanwezig te zijn, goed rond te kijken, prikborden te inspecteren en een forse tas te gebruiken, liefst een aktetas, een bovenlader, waarin je makkelijk papieren kunt bergen zonder koffertjes te hoeven openklappen op wankele tafeltjes.

Herkende je als docent direct of ­iemand het goed zou doen in het vak? Dat is heel wisselend. Een mooie hand van schrijven, een behendig researcher, een neus voor nieuws, een teamleider, niet iedereen die tenminste een van die talenten had, zag je slagen of kon je volgen. Soms wel. Jean-Paul Taffijn straalde rust en een natuurlijk overwicht uit en werd heel jong al chef bij het Nieuwsblad van het Noorden.

Peter Middendorp (44), Volkskrant-columnist, had die mooie hand. Hij was student in de eerste jaren journalistiek in Groningen. Middendorp: ‘Jij zei dat ik meer column- en recensieachtig schreef. Daarom raadde je een tweede stage bij de Haagse Post aan. Voor ons krantje Neon moest ik een keer de hele dag instanties bellen voor commentaar op een plan van het GAK om een kliklijn in te stellen waar je anoniem mensen kon aangeven die ten onrechte een uitkering kregen. Aan het einde van de dag meldde het GAK dat ze het plan hadden afgeblazen. Ik riep: “Verdorie al dat werk en geen nieuws!” “Geen nieuws, geen nieuws?”, riep jij. “Dat is het nieuws. GAK ziet af van kliklijn door sociale druk!” Mijn bericht haalde de ochtendkranten.’

Zonder iemand teniet te doen, je onthoudt makkelijker degenen waarmee het anders liep dan gemiddeld. Zoals bij Angelo Vergeer, Charles Sanders, Wouda Bouwman, Rob Hammink en Martijn Kool­hoven. Koolhoven was het prototype van een handige journalist. Te handig bleek nog niet zo lang geleden. Alle vijf liepen stage bij De Telegraaf en bleven daar.

Angelo Vergeer (56), tegenwoordig spannende jongens­boekenschrijver en part time metrobestuurder, solliciteerde op destijds zo’n nieuwe werkervaringsplek. Vergeer: ‘Jij zei dat het een prachtige kans was om bij zo’n grote, populaire krant binnen te kijken. Er waren docenten op dat linkse bolwerk die je als een soort verrader zagen. Bij schaduwverkiezingen op school was er één stem voor het CDA. Dat was mijn stem.’
Charles Sanders (54) vertrok kort na ­Vergeer ook naar de Basisweg: ‘Het was een bende op school volgens sommigen, maar ik heb er de leukste tijd van mijn leven gehad. Je moest gewoon de discipline hebben om te doen wat je moest doen.’

Fanny Glazenburg (51) viel op als lastige punker met een grote Utrechtse bek. Haar stage bij Nieuwe Revu mislukte, ze moest een extra stage doen. ‘Misschien bij Story’, opperde ik. Waarschijnlijk was dat voor haar medestudenten een lachwekkende aanfluiting, maar daar had Glazenburg geen last van. Ze ging en kwam, volgens eigen ­zeggen, in een warm bad en is niet meer weggegaan. In het diepste geheim schreef ze de horoscoop en gierend van de lach meldde ze mij dat ze haar vriend en trouwe lezer had geadviseerd de komende week meer aandacht aan zijn geliefde te besteden. Glazenburg: ‘Op SvdJ voelde ik dat ik mijn bestemming gevonden had door de tijdschriften­groep en door het blad Zip. Bij Story wist ik het zeker.’ Glazenburg bleef acht jaar bij Story, ging naar Doe Het Zelf Wonen, dat zij mede restylede naar 101 Woonideeën en stapte over naar het absolute mannenwereldje van Autoweek waar ze adjunct-hoofd­redacteur werd. En nu is ze hoofdredacteur van Roots en ­Seasons. Dat had ik ergens in 1987 nooit of te nimmer kunnen voorspellen.

Ton van Dijk (1943) begon als leerling-journalist bij De Nieuwe Dag, kopblad van De Tijd. Van 1968-1972 was hij verslaggever Nieuwe Revu, daarna hoofdredacteur. Vanaf 1 januari 1975 in vaste dienst bij de Haagse Post. In 1982 begon hij met lesgeven op de SvdJ. Daarnaast freelancete hij voor de Haagse Post. In l988 werd hij gevraagd als hoofdredacteur Panorama. In 1991 vertrok hij daar met een afkoopsom. Opnieuw freelancen, voor onder meer HP/DeTijd en Esquire. Daarnaast docent journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (tot zijn pensionering) en bij Forum, thans Centrum voor Communicatie & Journalistiek. Van Dijk schreef diverse boeken.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Journalist van het jaar 2018

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.