website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Waar zijn de geloofsbrieven van buitenlandse eigenaren?

Jeroen Sprenger — Geplaatst op Wednesday 11 April 2018, 11:00

Opinie de NVJ maakt zich zorgen over de toekomst van de journalistiek en lanceerde een actieplan onder de titel ‘Journalistiek heeft een prijs’. Jeroen Sprenger, lid van de NVJ, deelt de zorgen, maar is ook kritisch. met name waar het gaat om de rol van de buitenlandse eigenaren van de grote uitgeverijen.

Het gaat niet goed met de media. Terecht maakt de NVJ zich daar zorgen over. Het actieplan ‘Journalistiek heeft een prijs’ is daarvan de uitdrukking. De NVJ collecteert voor kwaliteit en pluriformiteit van de nieuwsvoorziening. Voor media die onder meer een bijdrage leveren aan de democratische besluitvorming, landelijk en lokaal. Met daarbij tevens een gezonde werkgelegenheidssituatie voor ieder die daarin werkzaam is. Maar wordt de opbrengst straks goed besteed? Blijft er niets aan de strijkstok hangen? Waar zijn de garanties, nu de eigenaren ervan hun domicilie in het buitenland hebben?

In een goed actieplan zoek je een strategische ­alliantie met potentiële medestanders. In ‘Journalistiek heeft een prijs’ wordt die voornamelijk gezocht bij belasting­betalende burgers en politici. Zij krijgen direct en in­direct uitgelegd dat een goede invulling van de vrijheid van meningsuiting noodzakelijk is voor de betrokken­heid van burgers bij politieke besluitvorming. Om vervolgens uitgenodigd te worden de portemonnee te trekken. De belangrijkste onderdelen uit het actieplan zijn:

• ‘De onderhandelingspositie van freelancers is ernstig verzwakt door het verbod van de Autoriteit Consument & Markt van adviezen of collectieve afspraken over tarieven.’ De overheid mag het oplossen.
• ‘In veel landen is sprake van vormen van overheidssteun voor de pers. Het kan gaan om subsidies, lagere btw en soms ook om overheidsadvertenties in kranten en andere media.’ Behoeft geen nader betoog, de burger mag betalen.
• ‘Bedrijven als Google en Facebook verdienen heel veel geld op nieuws dat is gemaakt door journalisten. Samen met uitgevers en mediabedrijven willen we dat een deel van die inkomsten terecht komt bij de makers van het nieuws en wordt gebruikt om journalistiek en journalisten te betalen.’ De EU zoekt thans naar mogelijkheden deze technologie giganten in de verschillende lidstaten te belasten. Maar nationale overheden moeten nog wel even regelen dat die opbrengst ook daadwerkelijk wordt geïnvesteerd in journalisten en journalistiek.
• ‘In de regio is de verschraling van de journalistiek ernstig. Overheden zijn daar inmiddels ook van doordrongen, maar weten nog niet zo goed wat te doen. Onze oplossing is een stimuleringsfonds gefinancierd door de overheid, met waarborgen voor de journalistieke onafhankelijkheid.’ Ook dit behoeft geen nader betoog, de (regionale) belastingbetaler dokt.

De journalistiek kent een lange geschiedenis van re­or­ganisaties. Sinds de jaren 60, 70, zijn uitgeverijen gefuseerd en later weer ontbonden, titels samengevoegd of helemaal verdwenen. ‘Paperless cities’ dreigden. Ook toen voerde de NVJ actie, stevig gesteund door de eigen achterban, die met enige regelmaat de straat op ging. De krant is immers het eigendom van de journalisten.

Nu, enkele decennia en een ingrijpende digitalisering van het mediabedrijf verder, is de situatie nog nijpender. Het bereik loopt terug. Advertentie-inkomsten staan onder druk. Uitgevers zijn in een constant gevecht verwikkeld om de tering naar de nering te zetten. Maar anders dan destijds gesuggereerd werd is de krant nooit het eigendom van de journalisten geworden. Maar ook niet meer van Nederlandse bedrijven. Het is een omissie dat de NVJ dat feit bij haar collecte negeert.

Hoofdredacteuren doen tamelijk luchtigjes als hun krant door een buitenlandse uitgever wordt overgenomen. Ze beklemtonen dat door de nieuwe eigenaar is toegezegd dat ‘de redactionele onafhankelijkheid’ gewaarborgd is. Zoals bijvoorbeeld Philippe Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant, naar aanleiding van de overname van De Telegraaf door het (Belgische) Mediahuis. ‘Ik leef mee met de Telegraaf-redactie. Onze kranten verschillen zeer, maar journalistieke onafhankelijkheid en een eigenaar met enig hart voor de zaak is voor beide belangrijk. Wij hebben in dezen gelukkig niets te klagen over onze eigenaar, de Persgroep.’

Als er vervolgens ontslagen moeten worden aangekondigd, hebben ze alle begrip voor de uitgever. Ronald Ockhuysen, hoofdredacteur van Het Parool: ‘De ontslagen zijn nodig om de krant gezond en fit te houden’. Maar als er weer eens met schaamrood op de kaken excuus moet worden aangeboden voor opvallende uitglijers, dan heet het dat aanhoudende bezuinigingen de druk heeft verhoogd op medewerkers, senioren een burn-out heeft bezorgd en de begeleiding van stagiaires heeft beperkt.

Het lijkt alsof de NVJ de hoofdredacteuren in hun naïeve opstelling volgt. Maar iedere collectant die langs de deuren gaat, kan de vraag verwachten: komt het wel goed terecht, blijft er niets aan de strijkstok hangen? En hoe verder het goede doel van het bed is, des te prangender zijn die vragen. Dus, NVJ, waar zijn de geloofsbrieven van de buitenlandse eigenaren? Wat is hun belofte dat als de actie aansluit, de mogelijk ruimere ­financiële armslag wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van hun kranten en in de nieuwsvoorziening aan hun lezers ten behoeve van – bijvoorbeeld – hun betrokkenheid in de democratische besluitvormingsprocessen. Enige gezonde journalistieke achterdocht is op zijn plaats.

Neem bijvoorbeeld de Telegraaf Media Groep. Nog nauwelijks ingelijfd door het Belgische Mediahuis of Het Financieele Dagblad meldt (1 maart 2018) dat ze heeft bijgedragen aan de winst. Maar nergens een indicatie dat een deel van die winst wordt gebruikt om de lopende afslanking van de redactie te verlichten. Of wordt geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering of andere vormen van vergroting van de aantrekkelijkheid. En dat zal dan wel gebeuren als de zorgen van mediabedrijven op aandringen van de NVJ via belastingfaciliteiten worden verlicht? Is de kans niet veel groter dat ze eerder worden aangemoedigd hun bijdrage aan het journalistieke product verder te verlagen als overheidsfaciliteiten in enigerlei vorm – ogenschijnlijk – ertoe bijdragen dat het redactionele budget op peil kan blijven?

Verklaringen van de uitgevers zijn ook wenselijk, zo niet noodzakelijk, om de achterdocht weg te nemen dat eventuele winsten – straks zelfs ongehinderd door dividendbelasting – naar aandeelhouders in Brussel, Londen, Helsinki of Luxemburg worden weggesluisd.
Is een herhaling van de geschiedenis van het Britse Apax en de Perscombinatie uitgesloten?

Wikipedia: ‘Toen Apax in 2004 kwam had PCM een eigen vermogen van 268 miljoen euro en een schuld van 173 miljoen. Nadat Apax de uitgever had losgelaten en zijn belang had overgedragen aan de Stichting Democratie en Media was het vermogen 55 miljoen euro negatief. Langlopende kredieten groeiden van 24 miljoen naar 367 miljoen euro. De rentelasten vertienvoudigden van vijf miljoen in 2003 naar 49 miljoen per jaar in 2007.’

Stel dat het de NVJ lukt de uitgevers zo ver te krijgen, dan heeft ze nog een klusje in eigen huis te klaren. De krant mag dan niet het eigendom van de journalisten zijn geworden, binnen het mediabedrijf hebben journalisten via hoofdredacteuren, ondernemingsraden en redactiecommissies nog steeds wat te vertellen over de besteding van de redactionele budgetten. Maar hoe sterk is de journalistieke solidariteit? In de medezeggenschap binnen de bedrijven zijn de vaste krachten dominant. Hebben die voldoende oog – gehad – voor de belangen van de flexkrachten? In de voortgaande reorganisaties blijken die juist zwaarder getroffen. Contracten worden niet gecontinueerd, tarieven staan onder druk.

Tekenend in dit verband is het debat op de opinie­pagina’s van de Volkskrant tussen de algemeen secretaris van de NVJ, Thomas Bruning, en de hoofd­redacteur van Tubantia, Marta Riemsma. Bruning schrijft (9 februari 2018): ‘In steeds meer gemeenten wordt de rol van de journalistiek marginaal. Onderzoeken van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek bevestigen dit. Bij regionale dagbladredacties werken 50 procent minder journalisten dan 20 jaar geleden, bij de huis-aan-huisbladen werkt bijna geen enkele journalist in dienstverband meer en de freelancers, die nu lokaal verslag doen, ontvangen daarvoor amateurtarieven.’

Riemsma reageert de volgende dag furieus. ‘Waakhonden, we zijn het nog steeds’, meldt ze zelfbewust. ‘In aanloop naar de verkiezingen bekijken we in wijken en dorpen samen met inwoners welke thema’s ertoe doen.’
Het is waar, Tubantia heeft bijgedragen aan een hogere opkomst bij de verkiezingen in Enschede, 40 procent in 2014 tegenover 50 procent nu. Maar aandacht voor lokale verkiezingen is niet hetzelfde als stelselmatige aandacht voor gemeenteraadsvergaderingen en andere democratische ontwikkelingen.

Het ,meest schrijnend vanuit het oogpunt van solidariteit is echter de reactie van Riemsma op haar freelancer Britt van Uem, die in de quiz ‘Wat verdien je?’ heeft uitgelegd wat ze krijgt voor een bijdrage aan Tubantia: € 57,80 voor een verslag van 400 woorden waaraan vijf uur is gewerkt. Riemsma: ‘Regionale kranten hebben altijd gewerkt met een netwerk van correspondenten die het leuk vinden om tegen een vergoeding voor hun regionale krant te schrijven. Dat is niet nieuw en dat geldt ook voor het tarief.’

‘Leuk vinden’, hieruit spreekt meer dédain dan respect voor professionele – freelance – arbeid. En geeft ook niet het vertrouwen dat bijvoorbeeld een eventuele honorering door de overheid van de actiepunten ‘versterking van de onderhandelingspositie van freelancers’ en ‘een stimuleringsfonds voor de regionale media’ vanzelfsprekend tot het gewenste effect leiden. Wie garandeert dat de opbrengst niet aan de strijkstok van de ‘vastediensters’ blijft hangen?

De nieuwsvoorziening aan burgers, zeker aan hen die zich betrokken voelen bij de democratische processen, staat onder druk. Terecht maakt de NVJ zich daar druk over. Positief is ook dat ze naar strategische allianties streeft met de landelijke en regionale overheden. Die zouden toch het belang van een pluriform media-aanbod moeten zien, al was het maar om burgers bij hun besluitvormingsprocessen te kunnen betrekken. Helaas ontbreken in de actie nog expliciete verklaringen van de ‘begunstigden’, de buitenlandse eigenaren en de vaste kern van de journalistieke bedrijven. Het ontbreken ervan verzwakt de overtuigingskracht van de NVJ in haar rol van collectant voor de actie ‘Journalistiek heeft een prijs’.

Jeroen Sprenger (1950) is oud-directeur Communicatie van het ministerie van Financiën (1999-2009). Daar was hij verantwoordelijk voor de voorlichting over de invoering van de euro. In 2009-2010 was hij onder meer verantwoordelijk voor de bouw van rijksoverheid.nl. Vóór zijn werk bij de rijksoverheid werkte hij bij de FNV. Jarenlang was hij binnen de NVJ voorzitter van de sectie Voorlichters. Nu is hij actief in de sectie ­Gemengd bedrijf van de NVJ.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Smart octo banner