— vrijdag 2 augustus 2019, 10:00 | 0 reacties, praat mee

Tom-Jan Meeus: Vrij als een columnist, gebonden als een verslaggever

Tom-Jan Meeus (r). - © Foto: ANP/Bart Maat

Tom-Jan Meeus schrijft drie keer per week voor NRC een column over politiek. Zijn aanpak is op het eerste gezicht ongebruikelijk, want zijn bronnen zijn meestal anoniem. Hoe gaat hij te werk?

‘Methode-Meeus’ allitereert misschien leuk, maar het is hem te pretentieus. Het is hoogstens een ‘aanpak’. Hij kuiert door de wandelgangen van de macht, hij spreekt mensen aan, belt met deze en gene, checkt nog een keer iets. ‘Je trekt aan een paar draadjes en op een gegeven moment heb je je verhaal. Aap, noot, Mies eigenlijk’. Er zit verder niets achter. Je moet er plezier in hebben. En hij is ijverig. Dat helpt.

Het is de week van het klimaatakkoord.
Maandag zit NRC-redacteur Tom-Jan Meeus (1961) thuis aan de telefoon om uit te vissen wat er in het coalitieoverleg die morgen is besproken. Het gaat meestal om negen mensen die na afloop allemaal weer hun eigen kring informeren. Meeus: ‘Het is handig als je weet hoe het zich verspreidt.’ Tussendoor schrijft hij de eerste korte column over de nieuwe koers van de VVD.
Dinsdag doet hij zijn rondes in Den Haag. Hij hoort dat er een scenario is waarin Mark Rutte toch naar Brussel gaat zonder zijn kabinet in de steek te laten: eerst wordt de Belgische premier Charles Michel voorzitter van de Europese Raad en dan, in 2022, neemt Rutte het van hem over.
Woensdag trekt Meeus in Den Haag aan zijn draadjes. Sommigen nemen het scenario heel serieus, anderen ontkennen het stellig. Hij kan er niks mee voor zijn tweede column die op donderdag verschijnt. Noodgedwongen schrijft hij over de toekomst van het politieke bestel. Het overkomt hem wel vaker dat hij zijn toevlucht moet zoeken tot analyse of opinie. Hij is daarom zelden tevreden over zijn columns. Een goede columnist kan van niets iets maken. Hij heeft altijd grondstof nodig. Meeus is de verslaggever met de vrijheden van een columnist en de columnist met de beperkingen van een verslaggever.
Donderdag is hij weer op en om het Binnenhof. Hij hoort dat Cora van Nieuwenhuizen (VVD), minister van Infrastructuur en Waterstaat, dreigde op te stappen in de laatste ronde van het klimaatberaad. In het begin van de avond is het wekelijkse overleg van de bewindspersonen met de top van hun eigen fracties. Daar wordt de belangrijkste informatie van de week gedeeld. Meeus verifieert het voorval met Van Nieuwenhuizen.
Vrijdag schrijft hij waar het hem eigenlijk om te doen is: de rubriek ‘Haagse invloeden’. Een hele pagina in de zaterdagkrant met een kloeke illustratie van Ruben L. Oppenheimer. De site meent dat je voor de 1105 woorden maar drie minuten nodig hebt, maar een lager tempo is beter; er staat altijd veel in.

Je trekt aan een paar draadjes en op een gegeven moment heb je je verhaal

Meeus noemt het akkoord goed nieuws, maar meldt dat het bijna mis ging toen het woord ‘rekeningrijden’ in de ministerraad viel. Minister van Nieuwenhuizen ‘liet ter plekke weten dat het in dat geval voor haar niet meer hoefde. Dat zij in dat geval ontslag nam. Consternatie, overleg, vragen – een glas water’, schrijft Meeus met plezier in de details. En: ‘Wat meespeelde, hoorde je achteraf, was dat de minister buiten het klimaatoverleg was gebleven.’
De reconstructie in kort bestek blijkt niet meer dan de opmaat naar een beschouwing over de coalitie aan de vooravond van het zomerreces. Ook verwijzend naar het pensioenakkoord, schrijft hij dat ‘brede akkoorden nog steeds mogelijk (blijken) zolang politici kiezen voor kalmte, begrip en een zachte hand’.
Hij verbindt het met een die week verschenen studie van het SCP over nationale identiteit: ‘Verreweg de meeste burgers (…) ergeren zich aan het opgeklopte conflict dat Den Haag zo vaak produceert.’ Polderen blijkt toch effectiever dan confronterend activisme, stelt Meeus vast. En dan schakelt hij moeiteloos door naar de weer actuele discussie over de verwerking van het slavernijverleden: ‘Daarom kan op dit gebied – ik zeg het niet vaak – de maatschappij wel iets van de Haagse politiek opsteken.’
Hij sluit af met een vooruitblik op het volgende regeringsjaar. D66 en CDA moeten hun lijsttrekkers aanwijzen voor de volgende verkiezingen in maart 2021. Maar de meeste speculaties gaan over de Europese topfuncties. Meeus schrijft dat de variant voor de Europese Raad (Michel én Rutte) uitvoerig is besproken in het bewindspersonenoverleg van een coalitiepartij. Maar ook dat het in Brussel en de VVD stellig wordt ontkend. Vermoedelijk, aldus Meeus, laat dit vooral zien ‘hoezeer iedereen op scherp staat’.

Ik vraag hem later waarom hij het zo heeft geschreven. ‘Ik probeer aan lezers over te brengen hoe intensief er over de topbanen in Brussel gesproken wordt. En dan heb ik wel iets concreets nodig.’

Enfin, de lezer kent inmiddels de afloop.

Meeus besluit zijn rubriek: ‘Het is de keerzijde van politiek succes zoals Rutte III dit nu ervaart: het genereert vanzelf de onrust van de individuele ambitie, en het verlangen vroegtijdig te weten hoe de zaak ervoor staat als na de zomer de nieuwe tijd aanbreekt. De nieuwe tijd van kansen, keuzes en eerzucht.’

En zo is de lezer in drie minuten (of iets meer) op de hoogte van wat er zich in de ministerraad heeft afgespeeld, hoe je het akkoord zou kunnen duiden in het huidige tijdsgewricht, wat de politiek na de zomer in petto heeft en, natuurlijk, dat iedereen van de leg is door de banen-carrousel in Brussel.

Overigens zal je voorin in de krant op de nieuwspagina’s vergeefs het bericht zoeken dat een minister heeft gedreigd af te treden. Meeus bewaart zijn primeurs bij voorkeur binnen de omheining van zijn rubriek en dan vaak ook nog ergens verstopt in de tekst. Collega’s snappen dat vaak niet, maar hij heeft op zijn beurt weinig begrip voor journalisten die de krant willen openen met aankondigingen, voornemens of dreigementen waar de politiek zo vol van is. ‘Een van de grootste fouten die journalisten maken is dat ze dingen te groot maken. Daar heb ik een enorme hekel aan.’

Boven de korte columns op pagina 2 (iets meer dan 400 woorden, 1 minuut leestijd) prijkt zijn foto. Hij kijkt de lezer aan, de armen over elkaar gevouwen, soms zonder, maar meestal met jasje. Bij eerste aanblik voldoet hij aan het cliché van de wat corporale NRC-redacteur. In werkelijkheid is hij er een van twaalf uit een Brabantse familie waar amper geld was. Zijn vader werd ‘d’n hengstenboer’ genoemd, schreef Meeus vorig jaar. Hij ‘toerde met een trekkertje en aanhanger door het platteland, vooral langs boeren en liet zijn hengsten tegen betaling merries bevruchten. De rest van het jaar verbouwde hij wat graan en hield enkele koeien – en soms een varken.’
Meeus was een matige mavoleerling, maar werd toegelaten tot de School voor de Journalistiek omdat hij al praktiseerde als correspondent voor BN DeStem in zijn geboortedorp Made. Hij werkte vanaf 1984 als politiek verslaggever voor weekblad De Tijd. In 1990 stapte hij over naar NRC, waar broer Jan ook werkt. Hij was vele jaren onderzoeksjournalist: de Rotterdamse haven, Shell, dierenactivisme, drugssmokkel, FC Utrecht, onroerend goed, Europese subsidies – hij beet zich in talloze dossiers vast. In 2005 wachtte hem de beloning: correspondent in Washington, van George W. Bush tot de eerste jaren van Barack Obama.

Hij maakte kennis met andere vormen van journalistiek in tijdschriften als The New Republic waar auteurs zaken tot op de draad uitzochten en daarbij op ‘een milde, aantrekkelijke manier’ hun eigen opinie verwerkten. Een ander voorbeeld was Frank Rich, die in The New York Times elke week een essay schreef waarin hij grootse verbanden legde tussen politiek en cultuur. Bij zijn afscheid van de krant in 2011 (hetzelfde jaar dat Tom-Jan Meeus afscheid nam van de VS) schreef Rich dat een columnist niet de pretentie moet hebben dat hij met zijn mening het verschil maakt, maar dat hij vanuit zijn eigen perspectief, ‘kan proberen uit te leggen waarom de zaken zijn zoals ze zijn, wat ze kunnen betekenen en waar ze op uit kunnen draaien’.

Liever één fout dan terug naar de journalistiek waarin bronnen on the record niets van betekenis te melden hebben

Zoiets wilde Meeus in Nederland ook proberen. Maar de hoofdredactie had andere plannen: de politieke redactie. Hij stribbelde vergeefs tegen, maar sleepte er wel een wekelijkse rubriek uit: Haagse invloeden. En hij had, een beetje in de geest van Rich, de openingszin ook al: ‘Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen?’ Met die vraag ging hij eerst langs spindoctors, voorlichters, lobbyisten, ambtenaren. En daarna benaderde hij weer de mensen die zij hadden genoemd.
Zijn bronnen zijn meestal anoniem. Meeus: ‘Ik doe alles off the record. Als ik later toch een citaat wil, kom ik bij ze terug. Ik draai het bewust volledig om. Om twee redenen: Al die mensen, die bang zijn dat ze iets verkeerds zeggen, hoeven dan niet meer bang te zijn. En al die mensen die plichtmatige quootjes hebben ingestudeerd voor de media, die weten dat ik alleen maar ga lachen als ze daarmee komen.’ Meeus stelt ze gerust: ‘Je mag me alles vertellen, je loopt geen gevaar, want ik check het. Als ik publiceer dan weet je dat ik minimaal nog een bron heb.’

Het maakt je wel ongrijpbaar voor de lezer.
‘Ja dat is de eeuwige discussie, maar de lezer kan mijn bevindingen heel goed controleren.’

Leg eens uit.
‘Nou er zijn zoveel voorbeelden…’

Ik lees in je stukken zinnen als ‘aldus een ambtenaar’ of ‘een CDA-Kamerlid’. Dat is toch ongrijpbaar?
‘O, ja. Op die toer. Ik geloof dat ik heel veel voorbeelden kan noemen dat lezers later konden vaststellen dat het klopte, maar dat wordt een beetje opscheppen…’

Als ik aandring noemt hij de voorspelling dat Thom de Graaf vicevoorzitter van de Raad van State wordt – dat was tien maanden voor zijn benoeming. En later komen in het gesprek nog voorbij: het terugdraaien van het besluit de dividendbelasting af te schaffen (ook maanden eerder), de reconstructie – met dank aan negen anonieme PVV’ers – van de wijze waarop Wilders bewust tot zijn ‘minder, minder’ kwam, de 3,5 of 4 miljard die opeens beschikbaar was voor het pensioenakkoord en de negentien sheets met nieuwe voornemens voor de coalitie. Het zijn maar voorbeelden. ‘Ik heb de neiging om heel veel te volgen en dan kom je ook veel te weten. Zo simpel is het.’

Soms gaat het mis. Dan blijkt zijn aanpak ook kwetsbaar. Zoals die keer met D66-leider Alexander Pechtold.
Meeus: ‘Begin september 2018 loop ik in korte tijd een aantal D66’ers tegen het lijf. De één zei dat het echt tijd werd dat Alexander er mee ophield. De ander zegt: “ja, maar hij gaat ook binnenkort weg”. En de volgende zegt: “Het is al besloten, 6 oktober stopt hij er mee”. Dat gebeurde op dinsdag, zaterdag heb ik mijn rubriek. Dit waren mensen… Hoe ga ik dit uitleggen?

Is dat zo moeilijk?
‘Nou ja, bronbescherming daar ben ik heel precies in. Dat is mijn kapitaal. Laat ik het zo zeggen: mensen, die mij dit vertelden, werkten of in de periferie van bewindslieden of ze hadden kennis van de gang van zaken in het partijbestuur van D66 en er was er een… o, ja, dat kan ik ook niet zeggen… Er zat iemand bij die op het Binnenhof werkt , zelf D66’er is, geen functie heeft, maar wel goed op de hoogte. Ik had dus vier bronnen die zeiden dat hij ermee ging ophouden. En één wist dat het op het partijcongres van 6 oktober aangekondigd zou worden. Ik ging vervolgens leden van de Kamerfractie langs. Ik ben niet bij Pechtold zelf geweest – dat kan ik nu wel zeggen – maar bij zijn woordvoerder.’

Ik heb de neiging om heel veel te volgen en dan kom je ook veel te weten. Zo simpel is het

Hij schreef die zaterdag omzichtig over Pechtold: ‘… dat je in Den Haag al langer opvangt dat hij op punt van vertrek staat’. Na publicatie ging het schuiven. Zijn bronnen zeiden dat Pechtold er toch vanaf zag. Meeus nam ze serieus en stuurde noodgedwongen bij: hij blijft. Maar op 6 oktober zwaaide de D66-leider toch echt af. ‘Ik ben om de tuin geleid. Een van die twee bronnen heeft gewoon toegegeven dat het moest gebeuren omdat ik er te dicht op zat. Ik baalde er enorm van.’ Maar liever één fout dan terug naar de journalistiek waarin bronnen on the record niets van betekenis te melden hebben.

Meeus is kritisch op de politieke journalistiek, omdat zij vooral oog heeft voor de stem van de boze burger en amper voor die van de talloze redelijke burgers. Maar hij is kritischer op de politiek die volgens hem ‘verslonst en verhuftert’. Hij muntte de term ‘minipolitiek’: waarbij alleen nog het belang van de eigen achterban geldt. Hij ziet amper verband meer tussen wat politici zeggen en wat ze doen. ‘Geert Wilders zei vijf jaar geleden dat hij “minder, minder Marokkanen” zou gaan regelen. We hebben het er al vijf jaar over en de vraag is: wat heeft hij eigenlijk gedaan? Nul, geen motie, geen amendement, niks. Dat is in hoge mate de politiek nu: als je het gezegd hebt is het gedaan.’ Het gaat om de televisiewerkelijkheid.

Hij beseft dat zijn werk, de geschreven journalistiek, naar de marge is gedrongen. Hij schampert over ‘allerlei entertainment dat voor journalistiek wordt versleten’, maar wil beslist niet gezegd hebben dat het vroeger beter was . Hij zit zelf geregeld aan tafel bij De Wereld Draait Door. En als dan bijvoorbeeld naast hem Prem Radhakishun schuimbekkend los gaat, geeft hij geen krimp. Hij kijkt uitdrukkingsloos de studio in. Hoogstens denk je te zien dat zijn dunne lippen nog iets strakker trekken. Wat anderen zeggen moeten zij weten. Meeus: ‘Mijn bijdrage is dat ik uitleg wat ik weet en hoe het ongeveer werkt.’ En daar gaat hij gewoon mee door.

Bekijk meer van

Tom-Jan Meeus NRC

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.