Afstudeerprijs Villamedia 2019

— zondag 5 juli 2015, 10:01 | 0 reacties, praat mee

Thuis = Afrika

© Sven Torfinn

Afrika-correspondent Kees Broere (57) houdt van zijn 'waanzinnig grote' continent. Voor de Volkskrant en de NOS maakte hij vorig jaar als eerste Nederlandse tv-verslaggever indringende reportages over ebola in Liberia. Hij kreeg er De Tegel voor. 'Afrikanen en ik herkennen elkaar: we proberen zware onderwerpen draaglijk te maken.'

‘Nooit meer thuis, altijd thuis’, schreef ik in 2004 in mijn boek “Standplaats Nairobi”. Dat geldt nog steeds, het thuisgevoel is zelfs sterker geworden. Toen noemde ik mezelf nog een vereerde gast in Kenia. Nu ik hier al vijftien jaar woon, zeg ik weleens: “I’m Kenyan by heart and Dutch by passport”. Ik heb zelfs pogingen gedaan een Keniaanse onderdaan te worden. Om emotionele redenen, maar ook omdat ik hier belasting betaal en ook eens wil stemmen. Die poging stuitte op zo veel bureaucratische rompslomp dat ik het maar heb opgegeven.
Terwijl ik zit te skypen in mijn werkkamer, kijk ik uit op de binnenplaats van een compound met vijf huizen. Het is regentijd, dus staan de bomen er fantastisch groen bij. Mijn Keniaanse vriendin en ik zijn er nog steeds niet uit of ons huis wel of niet in Westlands ligt (wijk waar veel expats en bemiddelde Kenianen wonen, red.), in elk geval wonen we niet ver van het zakenhart van de stad. De compound is goed beveiligd, we hebben dag en nacht bewakers. Nairobbery is helaas een terechte bijnaam van Nairobi, vooral vanwege de overvallen en carjacking. Ik zeg weleens schertsend dat tienduizenden hun baan verliezen als Nairobi een veilige stad zou worden. Sinds de aanslag van Al Shabaab op winkelcentrum Westgate in 2013 word je standaard zogenaamd gecontroleerd als je boodschappen gaat doen. Beveiliging is een werkgelegenheidsmachine geworden.

Domme pech
Na die aanslag waren er expats die zich afvroegen of ze nog wel in Nairobi wilden blijven. Maar als je in Amsterdam woont en er gebeurt twee straten verderop iets vervelends, zeg je toch ook niet: ik ga maar verhuizen naar Loon op Zand? Ik houd er rekening mee dat zoiets kan gebeuren, maar het bezwaart
me niet. Ik beschouw het als domme pech: iemand is op het verkeerde moment op de verkeerde plek. Ik ben zelf ook twee keer overvallen. Weet je dat ik daar niet eens aan dacht toen ik dit vertelde? De eerste keer, in 2007 aan de kust van Kenia, was vooral heel naar, ook voor de mensen die bij me waren. Ik hanteer een simpele regel, ook als ik naar minder prettige gebieden reis: ga ik er slecht van slapen, dan zoek ik iemand op die er verstand van heeft. Als het me teveel aangrijpt, neem ik dat gevoel heel serieus. Gelukkig heb ik nog nooit een psychiater hoeven bezoeken.

Sober en integer
Ach, journalistieke moed. Dat stond in het rapport van de Tegel-jury over de reportages die ik met cameraman Marco Prins in Liberia heb gemaakt over de uitbraak van Ebola in 2014. Elke journalist die zich vastbijt in een verhaal en ondanks alle tegenwerking niet opgeeft, toont wat mij betreft journalistieke moed. Er was wel iets anders dat me raakte - een jurylid noemde onze berichtgeving sober en integer. Dat vind ik een groter compliment. In mijn continent is het vrij gemakkelijk om gebeurtenissen op een exotische, maffe of clichématige manier te beschrijven. Ik probeer de menselijke context nooit te vergeten.
Voor de Volkskrant heb ik met fotograaf Sven Torfinn bijvoorbeeld verhalen gemaakt over migratie. Daar is in 2010 het boek “Van Accra naar Amsterdam” uit voortgekomen. In april zijn we teruggegaan naar een Ghanees dorp waar we destijds waren. We hebben daar een verhaal gemaakt over jonge mensen die dezelfde dromen en verlangens hebben als ik. Sommigen maken een lange reis om als bootvluchteling in Europa aan te komen. Het is volkomen duidelijk dat veel Afrikanen, behalve in landen als Eritrea, om economische redenen weg willen. Al vind ik niet dat Europa iedereen maar moet binnenlaten, toch
begrijp ik de Afrikanen die het erop wagen wel. Ik ben zelf ook migrant. Van mijn geboortestad Roosendaal verhuisde ik naar Nijmegen om te studeren, in de hoop dat ik er beter van werd. En ik werd correspondent in het buitenland, omdat ik mijn leven ook rijker wilde maken.

Afrikaanse jeugd
Ik denk wel dat Afrikaanse overheden meer moeten doen om jongeren kansen te geven. Als de jeugd die niet genoeg krijgt op het gebied van opleiding en werk, is het gevaar groot dat zij radicaliseert. Driekwart van de Afrikaanse bevolking is jonger dan 35 jaar. Daar is een wereld in te winnen en te verliezen.
Laatst had ik drie dagen de tijd om hier een verhaal voor de Volkskrant over te maken in Mombassa, de tweede stad van Kenia, best veel tijd trouwens voor één stuk. Graag zou ik in meer landen willen onderzoeken wat overheden doen om jongeren te behoeden voor radicalisering. Daar zitten goede verhalen in, waar ik tijd voor zou willen vrijmaken, naast mijn nieuwsgerichte werk. Er zijn zo veel verhalen te maken in Afrika. Ik heb nog lang niet het gevoel dat ik klaar ben in dit waanzinnig grote gebied. De NOS hanteert een roulatiesysteem voor correspondenten in vaste dienst, na vijf jaar moeten ze terug naar Nederland of naar een andere plek. Voor freelancers geldt dat minder. Het zal niet gauw gebeuren dat de chef buitenland tegen me zegt: “Moet je niet eens naar Kopenhagen?” Hij weet dat ik al zeventien jaar met plezier in Afrika werk.
Het aardige van mijn gebied (het hele continent behalve de Maghreblanden, red.) is dat er in de jaren dat ik er ben, veel is gebeurd. In 1998 waren er vooral veel conflicten, bijvoorbeeld in Congo en Sierra Leone. Nu spelen die op in Eritrea en Burundi, maar het continent is ook enorm in ontwikkeling. Mijn zeer
gewaardeerde collega in Jeruzalem komt er na vier jaar achter dat zij de vrede ook niet heeft laten tekenen. Die wil wel weer eens wat anders. Ik kan nog wel even voort.

Humor helpt
Zware verhalen? Ik ben nu bezig met een artikel over de strijd tegen HIV/aids en dat klinkt inderdaad zwaar, maar er zijn ook successen geboekt. Bovendien horen ziekte en dood bij het leven. Afrikanen en ik herkennen elkaar daarin: we proberen het wel draaglijk te houden. Bijvoorbeeld met humor.
Nu hoor ik het niet meer zo vaak, maar mij werd weleens nagedragen dat ik niet serieus genoeg met bepaalde onderwerpen omging. Ik moest dan denken aan mijn geliefde professor literatuurwetenschappen. We hebben ooit samen een tijd zitten luisteren naar een man die was aangevallen op zijn proefschrift en zich daar zeer fel tegen had verdedigd. Toen we naar buiten liepen, zei mijn hoogleraar: “Kees, die man nam zichzelf zo au sérieux, dat kan toch niet?” Sindsdien is mijn motto: Gij zult uzelf en anderen niet al te serieus nemen.
Natuurlijk neem ik de schreeuwende, gillende vrouwen in het Liberiaanse dorp waar we filmden voor Nieuwsuur wel serieus. We waren erbij toen mannen in witte pakken de slachtoffers van Ebola kwamen ophalen. Maar ik weet ook dat het geweeklaag van die dames cultureel bepaald is. Wat we daar meemaakten, blijft me bij, al ben ik nu tien maanden verder. Er zijn alweer veel andere beelden overheen gekomen. Ik herinner me een man die op een stoeltje zat te wachten voor de ingang van de kliniek van Artsen zonder Grenzen. Hij had de hik. Mij was verteld dat dit een van de symptomen van Ebola kan zijn. Elke keer dat ik die man moeilijk zag slikken, stelde ik me voor dat dit een voorbode van de dood kon zijn. Heel indrukwekkend, ik had de hik daar nog nooit mee geassocieerd.

Mr. Ebola
Na ons reportagewerk in Liberia reisden we via Brussel naar Amsterdam. Ik was me er toen nog niet zo van bewust dat er ook nog een incubatietijd aan Ebola vastzit. We moesten nog 21 dagen alert zijn op symptomen zoals koorts. Twee keer per dag temperatuur meten, bijvoorbeeld. Ik ben toen nog bij de NOS langs geweest, maar ik voelde me Mr. Ebola in eigen persoon. Alsof ik plotseling de incarnatie van die enge ziekte was. In Kenia schrikken ze daar niet zo van, dat maakte het voor mij meteen ook makkelijker. Ik hoefde thuis ook niet op de bank te slapen. Afrikanen gaan luchtiger om met leven en dood. Zo doe ik dat ook. Natuurlijk ben ik verdrietig als ik naar een begrafenis ga, zeker als iemand met geweld om het leven is gebracht. Een uitvaart moet ook gravitas hebben en in het teken van de dood staan. Maar als ik ’s avonds met vrienden in de kroeg zit, en we praten geanimeerd, denk ik wel: nu staat alles weer in het teken van leven. Op een natuurlijke manier is het dan weer in balans.
Waar ik begraven wil worden? Na mijn dood wil ik helemaal geen plek innemen. Ik wil gecremeerd worden. In Nairobi, ja. Laatste zei een Keniaanse vrouw: ‘You’re a local.’ Zo voel ik me ook. Een Nederlandse Keniaan.’

Kees Broere (1958), Roosendaal
1982: doctoraal algemene literatuurwetenschap in Nijmegen.
1984-1985: freelance correspondent in Midden-Amerika.
1993-1998: correspondent in India voor Trouw en Radio 1.
Sinds 1998: Afrika-correspondent voor de Volkskrant.
Sinds 2006: ook werkzaam voor de NOS .
2015: wint Tegel in de categorie verslaggeving voor reportages over Ebola in Liberia.

Bekijk meer van

Afrika

Praat mee

VVOJ banner congres

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.