website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Thomas Rueb presentator van de nieuwe dagelijkse nieuwspodcast van NRC

Linda Nab — Geplaatst op vrijdag 1 maart 2019, 11:00

© TRIK

Interview Thomas Rueb hangt zijn gouden pennetje voor onbepaalde tijd aan de wilgen. Want vanaf eind maart presenteert de verhalend journalist, bekend van zijn onderzoek naar ‘kalifaatmeisje’ Laura H., de nieuwe dagelijkse nieuwspodcast van NRC Handelsblad.

Vanaf de balustrade kijkt ­Thomas Rueb (32) neer op de middentafel. Vijf jaar geleden zaten hier, in het hart van het NRC-pand aan het Rokin in Amsterdam, de mannen en vrouwen die de papieren krant maakten. Nu zijn het nieuwe tijden, en is het bureaublok het domein van de internetredactie. ‘Hopelijk staat hier, als je over vijf jaar terug komt, een grote podcaststudio’, zegt Rueb handenwrijvend.

Rueb is net benoemd tot presentator van de nieuwe, nog naamloze, dagelijkse nieuwspodcast van NRC, en hij heeft er zin in. Vanaf eind maart zal hij elke dag van één verhaal uit de krant een audiovertelling maken. Achter de microfoon zal hij samen met de maker(s) spreken over hoe dat verhaal tot stand is gekomen. Een zinvolle aanvulling op de krant, waarin je vaak alleen het eindresultaat van een journalistiek proces – een achtergrond, een nieuwsverhaal – krijgt opgediend, vindt Rueb. ‘Redacteuren zijn voor lezers nu toch vooral een naam in de krant. Maar als je hoort hoe ze te werk gaan, waarom ze wild zijn geworden van een verhaal, en hoeveel werk eraan vooraf gaat, voordat ze dat verhaal publicabel achten, krijg je meer binding met ze. Zeker in tijden van nepnieuws, waarin het voor de gemiddelde lezer steeds moeilijker wordt om te beoordelen wat betrouwbaar is en wat niet, voegt dat iets toe.’

Een grote studio in het kloppende hart van de redactie zit er nog even niet in. In plaats daarvan wordt een bescheiden kamertje wat verderop, dat nu nog dienst doet als fotostudio, binnenkort omgebouwd tot een geluidsdichte, mobiele podcaststudio. Rueb is er niet minder enthousiast om. ‘Je wilt niet weten waar je dan allemaal aan moet denken’, vertelt hij gretig. ‘We hebben monitoren nodig die niet zoemen. Microfoons waarvan de zwenkarmen niet piepen. Bureaus die niet kraken als je erop leunt.’ En oh ja. De stem moet getraind. Want Rueb – tot een maand geleden nog verslaggever op de binnenlandredactie – heeft geen radio-ervaring. ‘Ik leg te veel nadruk, is me verteld. Enthousiasme is oké, maar je moet niet achter elk woord een uitroepteken willen zetten.’ Grijnzend: ‘Zelf heb ik daar in het dagelijks leven nogal de neiging toe.’

Ach, Michael Barbaro, de host van The Daily, legt de meest ongebruikelijke klemtonen en heeft in Amerika onderhand een sterrenstatus bereikt.
‘Ha! Je blijft wel bij de les als iemand zo praat dat je nooit helemaal weet waar een zin begint of eindigt. Dan verslapt de aandacht niet snel. Alleen werkt dat in het Nederlands totaal niet. Ik wil het spannend maken, maar het moet niet pathetisch worden.’

The Daily is de – razend populaire – nieuwspodcast die The New York Times twee jaar geleden opstartte. De vergelijking dringt zich al snel op. Hebben jullie er veel naar geluisterd?
‘Natuurlijk hebben we goed gekeken naar wat ze daar doen. Maar we willen onze eigen toon kiezen – de vergelijking ligt al genoeg op de loer.
Daarom zijn we nu veel proefverhalen aan het opnemen om die toon te vinden. We willen zo snel mogelijk echt van start gaan – we mikken op eind maart – maar tegelijkertijd willen we het pas naar buiten brengen als de vorm er is. En die is er nog niet. Luister de eerste aflevering van The Daily terug. Die klinkt ook nog nergens naar, dus het mag natuurlijk wel een béétje evolueren. Maar je moet de luisteraar niet in de eerste aflevering al afschrikken, want die zal het in ons cynische medialandschap niet gauw nog een keer proberen.’

Barbaro schijnt zich toen hij werd gevraagd voor The Daily wanhopig te hebben afgevraagd of zijn naam ooit nog in de krant zou staan. Heeft die vraag jou – winnaar van de Tegel Publieksprijs – bezig gehouden?
‘Ha, ha, zei hij dat? Toen ik werd gevraagd dacht ik meteen: dat ga ik doen. Ik zit nu zeven jaar bij NRC en heb wel zin in iets nieuws, iets totaal anders. Natuurlijk; ik heb nog een aantal onafgesloten onderzoeken en vaste contacten die me zo nu en dan benaderen. En dan merk ik wel dat mijn hand soms licht begint te trillen. Maar ik maak me niet druk of mijn naam nog in de krant komt. Sterker: straks heb ik iedere dag iets te vertellen. Dat mogen dan andermans verhalen zijn; in de podcast wordt het óók mijn vertelling.’

Verhalen vertellen. Met die brandende ambitie koos Rueb voor de journalistiek. Je hebt journalisten in alle soorten en maten, maar grofweg vallen ze uiteen in drie categorieën, zal hij halverwege het gesprek poneren. De Schrijver. De Onderzoeker. De Onderwijzer. ‘Op de opleiding Journalistiek had je zo’n jongen die altijd rondliep met een stalen koffertje vol geheime documenten – daar ging ik althans vanuit – waar niemand de inhoud van mocht weten.’ Lacht: ‘Nou, die jongen was ik niet. Ik wilde schrijven. Vertellen. En ik zag de journalistiek als vehikel om dat te doen.’

Dat zat er al vroeg in. Als klein jongetje begon hij met tekenen, naar het voorbeeld van zijn oom, striptekenaar Marnix Rueb, die in de jaren 90 bekendheid verwierf met Haagse Harry, een stereotype Hagenees. De jonge Rueb verslond zijn stripboeken. Bestudeerde de scenes. Tekende de plaatjes na.

Iets later begon hij verhalen te schrijven. Zijn eigen varianten op de boeken van Stephen King. Zoekend naar de spanningsbogen die bij een thriller horen.

Weer iets later keek hij de kunst af van verhalende journalisten als Jannetje Koelewijn, Freek Schravesande en Frank Westerman. ‘Ik denk dat ik Westermans boek ‘Stikvallei’ wel vier keer heb gelezen omdat ik wilde begrijpen hoe hij zijn vertelling had geconstrueerd. Dus las ik het nog een keer, en nog een keer. Als je het de eerste keer leest, voelt het heel natuurlijk maar als je het gaat ontleden, blijkt het één grote puzzel.’

Het summum vindt Rueb dat. Hij heeft het in zijn eigen stukken, eerst voor nrc.next, later voor NRC Handelsblad, ook altijd proberen te doen. Boven de feitelijke vertelling uitstijgen en iets toevoegen. ‘The Daily is daar stiekem ook een voorbeeld van. Het klinkt bedrieglijk simpel, maar luister het nog eens met in je achterhoofd de vraag: hoe is dit nou op de tekentafel begonnen? Dan blijkt het razendknap in elkaar te zitten.’

Dus eigenlijk ga je in audio doen wat je in print altijd al deed?
‘Eigenlijk wel ja. We willen echt op zoek naar de leukste, spannendste manier om een verhaal te vertellen. Spelen met opbouw. En daar heb ik straks misschien nog wel meer middelen voor tot mijn beschikking dan dat ik als schrijver heb. Denk aan muziek en audiofragmenten. Dat kan de sfeer enorm verhogen.’

De afgelopen anderhalf jaar heb je je verdiept in de motieven van de Zoetermeerse Laura H. om naar het kalifaat af te reizen en weer terug te keren. Je bent, om in jouw termen te blijven, dus niet alleen de schrijver, maar ook de onderzoeker.
‘Dat is waar. Tijdens mijn onderzoek naar Laura H. ben ik erachter gekomen dat ik het ook leuk en waardevol vindt om me heel lang ergens in vast te bijten en te zien wat er uiteindelijk uitkomt. Het begon eigenlijk met een doorgestuurd mailtje – spannender kan ik het niet maken – met de vraag of ik tijd had om Eugène, de vader van Syrië-ganger Laura H. te interviewen. Uiteindelijk ben ik er maanden mee bezig geweest, totaal monomaan. Ik heb in die tijd bijna nergens anders over kunnen nadenken. Over zijn dochter wist ik in eerste instantie niet meer dan wat ik op het Journaal had gezien: dat ze was ontsnapt uit het kalifaat, in isolatie zat en geen woord had gesproken. Ik dacht: dit wordt gewoon een interview met een vader die gaat vertellen hoe ingrijpend het is als je kind naar Syrië vertrekt. Als je gezin zoiets overkomt. Ik had totaal geen idee van de maatschappelijke reikwijdte van wat hij ging vertellen.

Ik heb zes uur lang bij hem in de serre gezeten en ik wist niet wat ik hoorde. Hij vertelde dat de Nederlandse staat hem had geholpen om haar terug te halen. Dat hij 10.000 euro aan een Duitse radicaliseringsexpert had betaald voor haar reddingsactie. Ik dacht: als ook maar de helft waar is van wat hij zegt, is dit het grootste verhaal waar ik ooit mee te maken heb gehad.

Ik weet nog dat ik een beetje “shaky” naar buiten liep en tegen Eugène zei: “We gaan even de tijd nemen. Ik ga alles op een rijtje zetten, en dan bel ik je morgen.” Want we konden dit niet gewoon maar opschrijven en afdrukken. Ik moest dit tot de bodem uitzoeken.’

Dat heb je gedaan, en uiteindelijk sprak je uren en uren met alle betrokkenen. Hoe heb je hun vertrouwen gewonnen?
‘Bij dit soort verhalen is het vaak het moeilijkst om mensen aan het praten te krijgen. Gek genoeg lukte dat hier. Ik heb het er later nog vaak met Eugène over gehad. Het feit dat ik de tijd nam en daar ook bereid toe was zonder dat het mij direct iets opleverde, heeft bij hem veel vertrouwen gewekt. Zijn ervaring met de pers was tot dat moment beperkt tot de tientallen journalisten die hun visitekaartjes bij hem door de brievenbus hadden gedaan. Naar één journalist van een landelijk dagblad had hij vanuit zijn deuropening wat geroepen, en die presenteerde dat de volgende dag als “interview” met de vader van Laura H. Het stelde hem gerust dat wij als krant de beheersing hadden om te zeggen: we gaan dit helemaal uitzoeken en tot dat moment publiceren we niet. In plaats van dat we gretig vette citaten van de vader van ’s lands bekendste jihadiste gingen afdrukken.’

Ook de zussen van Laura’s man, en uiteindelijk Laura zelf wilden praten.
‘Een unieke positie. En Laura bleek, als klap op de vuurpijl, een ongelofelijk goede verteller te zijn. Adembenemend. Ik kwam er maandenlang een paar keer per week over de vloer.’

Hoe ingewikkeld is het om je journalistieke kompas te blijven volgen, als je zo’n intieme band opbouwt met de mensen over wie je schrijft?
‘Met Laura had ik aanvankelijk afgesproken: jij gaat alles vertellen. En ik ga alles uitzoeken, controleren en opschrijven. Maar ik zeg je eerlijk: ik had op dat moment geen enkel besef van wat “alles” in dit geval eigenlijk betekende. In de krant gebruik je abstracte termen als “moeilijke jeugd”, “seksueel grensoverschrijdend gedrag” en “huiselijk geweld”. Maar toen ze mij in detail over dat leven ging vertellen, moest ik wel even slikken. Op een gegeven moment wist ik meer van wat zij had meegemaakt dan haar dan haar ouders. Het werd een hele intieme band.

En daar zit een apart soort spanning op de lijn. Want tegelijkertijd was ik natuurlijk ook gewoon journalist en wilde ik de afstand bewaren die daarbij hoort. In mijn achterhoofd moest ik er rekening mee houden dat de kans bestond dat ik werd voorgelogen. Dat er wel eens zaken verdraaid konden worden. En dat ik daarom alles moest controleren.

Ook toen ik wist dat het een boek zou worden – het werd gewoonweg te veel voor de krant – heb ik mezelf bij alles wat ik opschreef afgevraagd: zou dit ook in de krant kunnen?’

Je bent tot aan de frontlinie in Irak gereisd om erachter te komen of haar verhaal klopte.
‘Dat moest. Anders was ik er niet mee weg gekomen, dan was het fictie geworden. Want er hing zoveel rook rond deze zaak; er was zoveel twijfel over haar verhaal. Een meisje dat met twee kinderen uit het kalifaat weet te ontsnappen, dwars door de woestijn. Een kogelregen overleeft. En haar man, de jihadist, die gewond achterblijft en haar verhaal dus ook niet kan ontkrachten. Te mooi om waar te zijn.

Ik wist niet wat ik in Irak zou aantreffen en wat er haalbaar was. Het leek in eerste instantie ook allemaal te mislukken. Het was een totaal frustrerende reis. Ik heb zoveel afspraken gehad die op niets uitliepen met mensen die me de wereld beloofden en vervolgens zeiden: “Ik kan je er alles over vertellen, want ik heb het op tv gezien”. Pas in de laatste twee dagen kreeg ik het rond. Een Koerdische generaal kon onafhankelijk bevestigen dat de ontsnapping – hoe ongelofelijk ook – is gegaan zoals Laura het heeft verteld. Hij nam me mee naar de exacte plek van de ontsnapping, aan de frontlinie. Meestal werkt het zo in de journalistiek dat hoe meer je gaat onderzoeken, hoe genuanceerder je verhaal wordt. De scherpe randjes gaan er snel vanaf. Maar in deze zaak was het totaal omgekeerd. Hoe meer ik ging graven, hoe spannender het werd.’

Het is bijna een Hollywoodverhaal. Wordt het verfilmd?
‘Ja! Veel kan ik er nog niet over vertellen, de gesprekken lopen nog. Ook om te kijken welke rol voor mij is weggelegd bij het schrijven van het scenario, en of dat haalbaar is naast alles wat ik hier op de krant doe.’

Spreek je Laura nog?
‘Ja. Maar ze heeft heel duidelijk een andere focus nu. Ze is met school en met haar kinderen bezig. Afgelopen november stond ze, in het weekend dat het boek uitkwam, op de voorpagina van drie kranten. Ze was er helemaal niet mee bezig. Ze stuurde me die dag een foto van de sinterklaasintocht.’

Het boek kreeg veel publiciteit. Hoe vind je dat het is ontvangen?
‘Ik vond het spannend om te zien of er in het publieke debat ruimte zou zijn om met meer nuance te kijken naar Syrië-gangers. Als het verhaal van Laura iets laat zien, dan is het de diversiteit aan motieven die mensen kunnen hebben om naar het kalifaat af te reizen. Niet iedere Syrië-ganger die in het nieuws komt, loopt morgen met een bomgordel de Dam op. Alle zorgen daarover kunnen terecht zijn, maar dat neemt niet weg dat het waardevol is om naar individuele gevallen te kijken. Dat werd maar mondjesmaat gedaan. Laura H. kwam in de cel naast Mohammed B. Want: terrorisme is terrorisme.

Inmiddels zie ik echt een kentering. Het onderwerp is weer vol in het nieuws, omdat er zoveel vrouwen en kinderen in Koerdische kampen zitten die terug willen keren. En in de berichtgeving daarover is echt iets veranderd. Een krant als De Telegraaf bijvoorbeeld, bracht het nieuws en verwees daarbij naar de zaak Laura H. Er werd zelfs uit mijn boek geciteerd. Ik geloof dat ze het een jaar geleden anders hadden aangepakt.’

Dus ergens onderweg ben je ook nog ‘De Onderwijzer’ geworden.
Rueb is even stil, en zegt dan verbaasd: ‘Wauw. Ja. Ik had er nog niet op die manier over nagedacht, maar misschien betrap je me daar toch op. Dan is de driehoek nu compleet.’

Thomas Rueb (32) maakt vanaf eind maart de nieuwe dagelijkse nieuwspodcast van NRC Handelsblad. Hiervoor was hij binnenlandverslaggever bij de krant. Hij begon zijn carrière in 2012 bij nrc.next. Rueb won in 2017 de Tegel Publieksprijs voor zijn verhaal ‘Jij ziet er helemaal niet uit als een politieman’. De afgelopen twee jaar hield hij zich bezig met de zaak Laura H. In november vorig jaar kwam zijn boek uit waarin hij reconstrueert hoe de jonge vrouw met haar twee kinderen naar het kalifaat vertrok, en weer terugkeerde. Rueb studeerde Geschiedenis en Journalistiek in Amsterdam.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.