— zondag 12 december 2010, 13:40 | 0 reacties, praat mee

Journalisten van het jaar 2010: Robert Chesal en Joep Dohmen

© Ilvy Njiokiktjien

Het gelegenheidsduo Robert Chesal (RNW) en Joep Dohmen (NRC) zijn uitgeroepen tot Journalist van het Jaar 2010 voor hun diepgravende onderzoek naar en onthullingen over seksueel misbruik in de katholieke kerk. Voor hun artikelen, programma’s en boek werkten zij intensief samen en spraken met honderden slachtoffers en getuigen. ‘In dit dossier ging het om feiten, feiten en nog eens feiten.’

Robert Chesal van Radio Nederland Wereldomroep en Joep Dohmen van NRC Handelsblad bundelden begin dit jaar hun krachten in journalistiek onderzoek naar seksueel misbruik in de katholieke kerk. Ze hebben contact gehad met honderden slachtoffers en getuigen. Ze deelden hun feitenmateriaal, overlegden en maakten optimaal gebruik van de verschillende media die hen ter beschikking stonden. Onthullingen in tientallen artikelen, radiobijdragen en een boek (‘Vrome Zondaars’, Joep Dohmen) waren het resultaat.

Het was de in de VS geboren Chesal die de handschoen oppakte. Met verbazing keek hij naar het ‘tolerante Nederland’ waar seksueel misbruik in de kerk een groter taboe bleek dan in zijn geboorteland. In een interview dat Villamedia magazine eerder dit jaar met het duo had (VMM nr. 6, 26.03.2010), vertelde hij dat de informatie waar hij op stuitte al gauw zo overweldigend was, dat hij niet wist waar hij moest beginnen met het zoeken naar bevestiging. ‘Ik ben geen onderzoeksjournalist’, zei hij toen. Als trouw lezer van NRC wist hij dat die krant in 2002 al eens wat publiceerde rond de kwestie, en dus belde hij Dohmen. Die trok zijn oude dossiers nog eens uit de kast en belde een uur later terug. ‘Robert, we moeten samenwerken.’ Dohmen, van oorsprong katholiek, zat zelf in België op een katholieke kostschool waar hij zag hoe machtsmisbruik werkt. ‘Er werd flink geslagen. Er was een leraar Nederlands in de tweede klas van de middelbare school en die sloeg voor de ogen van 25 jongetjes die met de armpjes over elkaar moesten zitten, een jongen helemaal in elkaar, nadat hij eerst de deur had afgesloten.’

Wat doet het met je als je zo lang met een dergelijk onderwerp bezig bent?
Chesal: ‘Het eerste moment dat ik het echt moeilijk kreeg was aan de telefoon met een man die onder toezicht van de Kinderbescherming in huize Sint Joseph in Cadier en Keer had gewoond. Hij sprak over een kelder waar hij in moest toen hij eens was weggelopen. Ik kon de praktijk van wat daar gebeurde alleen omschrijven als marteling. Moeilijk vond ik dat ik die man in zijn verhaal niet kon onderbreken om de feiten juist te krijgen. Hij was erg opgewonden en wilde zijn verhaal in één keer vertellen waardoor ik een uur alleen maar heb zitten luisteren aan de telefoon. Als mens kon ik hem dus niet onderbreken of stoppen of zeggen dat-ie het kort moest houden. Ik zat niet meer als journalist te luisteren maar werd in de rol van therapeut gedwongen. Ik dacht: dit gaat fout. Ik kan niet meer precies herinneren wat ik heb gezegd, maar ik voelde zo met hem mee dat ik zei: ik wil je helpen. Ik stapte uit mijn rol. Een beetje dom. Ik werd verrast door de hevigheid van het verhaal. Ik heb het opgenomen gesprek aan een collega gegeven met de vraag of hij het wilde uittikken. De getuigenis heb ik naar Joep gestuurd, en zelf niet meer gezien.

Ik heb later slaapproblemen gehad. De misbruikverhalen kwamen terug in mijn dromen. Ik werd soms middenin de nacht wakker. Ik was er vrij obsessief mee bezig. Ik kreeg last van een zenuwtic in mijn gezicht, maandenlang. Het had te maken met vermoeidheid. Op een gegeven moment heb ik daarom even rust genomen. Snel daarna heb ik het dossier weer opgepakt. Ik voelde het wel als een verantwoordelijkheid om door te gaan.’

Dohmen: ‘Ik heb dat ook ervaren. Het was soms ronduit emotioneel. Eén zo’n voorval maakte ik mee met een man die misbruikt was door iemand wiens naam ik al vaker had gehoord. De man huilde aan de telefoon en vertelde dat toen uitkwam dat hij was misbruikt, hij van school werd gestuurd en de pater werd verplaatst. Tot grote schande van dat gezin; in die tijd was dat vreselijk. Het ergste was dat hij een goede vriend had, die wist van dat misbruik: Tony. En omdat hij van dat internaat was afgestuurd had hij Tony nooit meer gezien. Hij had hem jaren gezocht. Ik ben voor hem gaan zoeken en had Tony door leeftijd en achternaam te koppelen snel via het kadaster gevonden. Jezus Christus, wat was die man blij. Na veertig jaar vond hij iemand terug die de situatie had meegemaakt, maar overigens zelf niet was misbruikt. Dat was heel positief voor hem.’

Hoe werken jullie?
Chesal: ‘We werkten van het begin af aan met een checklist. We hebben in een Excel-bestand bijgehouden waar zich iets voordeed en in welke periode, met de namen van de daders en eventuele getuigen. We wilden zoveel mogelijk feiten en details om het waarheidsgehalte te achterhalen.’

Dohmen: ‘We hebben een aantal meldingen terzijde geschoven. Maar het gros klopte. Soms verifieerden we bij psychiaters als mensen vertelden daar eerder mee gesproken te hebben. Via dat Excel-bestand konden we ook dwarsverbanden leggen; een frater van een bepaald internaat over wie in 1958 acht meldingen van misbruik binnenkwamen, terwijl er vier jaar later er weer meldingen opdoken over diezelfde man.’

Hoe lang ga je door; het verhaal is nooit af?
Chesal: ‘Dat weten we niet. Joep heeft het er vaak over gehad dat het makkelijker is een project te beginnen dan het af te sluiten. En zeker zoiets als dit. Het is een beerput. De bodem is nog niet in zicht en er komen nog steeds mensen naar ons toe met informatie waar we iets mee kunnen. Bij de Wereldomroep vraagt soms ook iemand wanneer we ophouden, maar tegelijk wordt er bij elke nieuwsaanleiding naar mij gekeken om de nieuwswaarde te beoordelen en het verhaal te duiden.’

Dohmen: ‘Die discussie speelt bij onze krant natuurlijk ook. Ik ben niet tot aan het einde van mijn leven de misbruikspecialist van NRC Handelsblad. Maar het is wel onzinnig om tijdens het nieuws – dat met de commissie-Deetman en nu ook de Tweede Kamer nog steeds loopt – ineens te stoppen en het aan iemand anders te laten. Tegelijkertijd ben ik ook bezig met hele andere onderwerpen. Langzamerhand zal dat weer meer aandacht krijgen. Maar NRC heeft bijna een jaar hierin geïnvesteerd. Ze hebben mij dat boek laten schrijven en ik heb, net als Robert, veel knowhow. Dan is het raar om die kennis weg te gooien.’

Chesal gaat nu zelfs naar de Antillen om onderzoek te doen naar misbruik door Nederlandse paters.
Chesal: ‘Dat is echt een ding van de Wereldomroep. Uit de vragen die de onderzoekscommissie-Deetman stelt blijkt dat zij zich niet bekommeren over wat op de Antillen, Suriname of Indonesië is aangericht door Nederlandse paters. Er zijn echter sterke aanwijzingen dat sommigen daar naartoe werden verbannen. Maar dat verband is heel moeilijk te leggen.’

Dohmen: ‘Dat is het leuke van het samenwerken met de Wereldomroep. We kregen reacties van Nederlanders uit alle delen van de wereld. En daar zat soms cruciale informatie bij. Belangrijke getuigenissen in gebrekkig Nederlands van mensen die al veertig jaar weg waren uit Nederland.’
Chesal: ‘Sommige mensen zijn geëmigreerd vanwege hun misbruikverleden.’

Hoe kijken katholieke kringen naar jullie werk?
Dohmen: ‘In conservatieve katholieke kringen is men bang voor het in diskrediet brengen van de kerk. Maar het merendeel van de katholieken vind het goed dat op zorgvuldige wijze deze “zwarte bladzijde”, zoals de bisschoppen het zelf noemen, wordt beschreven. Het is nodig om het beeld van de alomtegenwoordige aanwezigheid van de katholieke kerk in Nederland in beeld te krijgen. De katholieke zuil had via haar structuren alle touwtjes in handen: van de Volkskrant – waar een censor was – tot de bibliotheek – waar bepaald werd welke boeken wel en niet mochten worden aangekocht – tot de scholen, de politieke partijen en de gezondheidszorg.’

Krijgen jullie nu meer medewerking van de kerk?
Chesal: ‘De katholieke kerk is alleen maar geslotener geworden. Niet alleen voor ons. Ook voor slachtoffers, hun advocaten en andere journalisten. De deuren zijn nog verder dicht gegaan sinds Deetman begon met zijn werk. De commissie wordt door de kerkelijke instanties echt gebruikt als alibi om niks meer te zeggen. Ze zeggen: het is in onderzoek. Ook met mensen die al via hun advocaat in onderhandeling waren is de kerk gestopt, met verwijzing naar Deetman.’

Dohmen: ‘De hoogste baas van de religieuze congregatie van de Salesianen in Nederland, Herman Spronck, wilde ons niet te woord staan, maar wel de NOS. Tot twee keer toe. Op mailtjes van mij reageerde hij met: geen commentaar.’

Hoe zijn jullie gefascineerd geraakt door dit onderwerp?
Chesal: ‘Als je ontdekt dat er een verhaal in zit en merkt dat mensen het liever niet naar buiten willen laten komen raak ik getriggered. Misschien ben ik een geboren onderzoeksjournalist. Ik ben vanaf mijn jeugd gefascineerd door dit onderwerp. In Amerika, waar ik ben opgegroeid, werd dit onderwerp in een eerder stadium publiek besproken. Midden jaren ‘80 liepen de eerste rechtszaken. Hoe destijds in Nederland over pedoseks werd gedacht – dat was in Amerika absoluut niet bespreekbaar. Aan de ene kant lijkt Nederland heel erg open, maar aan de andere kant heb je hier een heel groot geheim onder de oppervlakte. En dat fascineert.’

Dohmen: ‘Nou, pedoseksualiteit is binnen het liberale denken van de jaren ‘60 en ‘70 in Nederland altijd een sektarisch iets gebleven. Door slechts sommigen werd het gepropageerd. De katholieke kerk heeft geprobeerd het misbruik te koppelen aan het Tweede Vaticaans Concilie in 1965. Dat beoogde een volkser en lossere omgang in de kerk teweeg te brengen. Maar dat klopt niet: de misbruikers hadden hun opleiding voor het Concilie gekregen en er speelden daarvoor meer misbruikzaken dan erna.’
Chesal: ‘Het misbruik verminderde ook nadat de structuren die het mogelijk maakten, zoals de internaten, verdwenen.’

Jullie roeren dus in een oude beerput, maar is er ook een link met het heden en de toekomst?
Chesal: ‘Ja, er kan nog altijd misbruik plaatsvinden. Het is goed als de kerk structuren ontwikkelt waardoor echt maatregelen worden genomen. Toch zou ik de kerk niet als criminele organisatie willen bestempelen. Wel als een gebrekkige organisatie met een infrastructuur die dit mogelijk maakte.’
Dohmen: ‘En vergeet al de congregaties en ordes in ontwikkelingslanden niet. Daar zal de kerk met wat ze nu weet over wat hier mis is gegaan nog goede dingen kunnen doen.’

Chesal: ‘Absoluut. Want ze zijn heer en meester in landen als Curaçao, de Dominicaanse Republiek en Puerto Rico. Overal in het gebied waar ik straks naartoe ga is de katholieke kerk ontzettend machtig.’

Wat verwachten jullie van de commissie-Deetman?
Dohmen: ‘Ik vind het raar dat de kerk zelf opdrachtgever is. Terwijl nota bene de voorzitter van de bisschoppenconferentie – Ad van Luyn – zelf onderwerp van onderzoek is en verantwoordelijk is voor het toedekken van zaken. Tot op de dag van vandaag houdt hij zijn mond. Dat voelt niet goed. Ik zeg daarmee overigens niet dat wat de commissie-Deetman rapporteert per definitie niet goed is. Maar net als in Ierland had de Tweede Kamer opdrachtgever moeten zijn voor een totaal onafhankelijk onderzoek. Het geeft aan dat de verzuiling nog steeds niet is verdwenen. Het is raar dat de staat zich niet nadrukkelijker bemoeit met de hulp aan slachtoffers.’

Chesal: ‘In de vraagstelling van commissie zijn sommige dingen uitgesloten, zoals mishandeling. Deetman zei een discussie te willen vermijden over wat een pedagogische tik is. Maar er hebben hele grove mishandelingen plaatsgevonden. Je kunt ook niet uitsluiten dat fysiek geweld werd gebruikt om te voorkomen dat het seksueel misbruik naar buiten kwam.’

Dohmen: ‘Het mooie vind ik dat het journalisten zijn geweest die deze zaak op de agenda hebben gezet. Wij, maar ook de Volkskrant, RTL en anderen hebben dat gedaan. Niet de wetenschappers, de politiek, of de kerk zelf – maar journalisten. Dat is precies de rol die de journalistiek in een samenleving moet hebben. En het is heel dankbaar werk.’

Chesal: ‘Voor het eerst sinds ik journalist ben weet ik waarom ik dit vak heb gekozen.’

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.