— vrijdag 12 december 2008, 13:12 | 0 reacties, praat mee

Journalist van het jaar 2008: Bram Vermeulen

© Jeff Barbee

Journalist van het Jaar 2008 Bram Vermeulen bericht voornamelijk voor Nos Nieuws en NRC Handelsblad over Zuidelijk Afrika en versloeg in maart illegaal de chaotische verkiezingen vanuit Zimbabwe. ‘Het voelde of ik aan het oogsten was dit jaar.’

Bram Vermeulen (34) had zich al aangesloten bij de Almost Award Winning Journalists. Die club bestaat echt, in Johannesburg. Het zijn journalisten en fotografen die met enige regelmaat te horen krijgen genomineerd te zijn, waar altijd ‘Sorry, it was a very close call’ op volgt. Vermeulen werd dit jaar genomineerd voor de Dick Scherpenzeelprijs, eerder stond hij op de lijst voor het Gouden Pennetje, maar viste net achter het net. Close Call. Het telefoonnummer dat op het display verscheen toen De Journalist belde, werd achteraf dus even gecheckt zodat de Afrika-correspondent er zeker van kon zijn: hij is Journalist van het Jaar.

Vermeulen vertrok op 27-jarige leeftijd voor de Nos en NRC naar Johannesburg om te berichten over Zuidelijk Afrika. Zeven jaar later staat hij op het punt Johannesburg te verruilen voor Istanbul. Met pijn in het hart, want dat heeft hij verpand aan Afrika, waar hij tijdens zijn studies Journalistiek en Internationale Betrekkingen al aan verslingerd was geraakt. Over Zimbabwe, vanwaar de boomlange correspondent uit Wamel dit jaar de veelbesproken verkiezingen versloeg, zegt hij: ‘Ik heb daar de donkerste kant van de mensheid gezien, maar ook de mooiste. Ik heb gezien hoe mensen in een land waar alles, alles, alles is ingestort, omgaan met de crisis: zonder zelfmedelijden, met zoveel doorzettingsvermogen, zoveel veerkracht, iedere keer weer een nieuw plan maken (...) Ik vind het een voorrecht om ze te kennen.’

Vanuit hier lijkt Afrika turbulenter te zijn geweest dan voorgaande jaren. Klopt dat ook echt?
‘Ik heb in het verleden wel eens geroepen: Jezus, wanneer wordt dit land nu eens nieuws? Nou, dit jaar dus. Ik heb het idee dat alle verhalen waar ik de afgelopen zeven jaar mee bezig ben geweest, in één keer tot een climax kwamen. Sinds het einde van de apartheid wordt er gesproken over een scheuring in het ANC, dit jaar is het gebeurd. Al veertien jaar wordt gezegd dat de armoede in Zuid-Afrika een keer tot een explosie moet leiden: dit jaar gebeurd. Zimbabwe kent een crisis die al zeven jaar voortsleept, maar nu waren er voor het eerst echte verkiezingen die Mugabe feitelijk heeft verloren. Het is allemaal boven komen drijven. Het voelde of ik aan het oogsten was dit jaar.’

In Zimbabwe is het echt losgebarsten. Je hebt er rond de verkiezingen drie weken illegaal, zonder accreditatie, gezeten. Kun je dan nog wel fatsoenlijk je werk doen?
‘Met een goed netwerk kun je uitstekend werken. Door het gewoon te blijven doen en je niet bang te laten maken door het regime. Het is geen Irak waar je bang moet zijn voor bomaanslagen en ontvoeringen.’

In maart werden wel een Britse en Amerikaanse collega gearresteerd.
‘Er zijn ook dingen die je niet moet doen in Zimbabwe. Je moet niet midden op straat filmen. Je moet mensen niet in de rij bij de supermarkt vragen hoe erg het allemaal wel niet is. Je moet niet met je kladblok bij een demonstratie, een typische bijeenkomst met veel geheim agenten, gaan kijken. En je moet niet met z’n allen in een hotel gaan zitten dat bekend staat als journalistenhotel, zoals die twee collega’s hebben gedaan. Dat zeg ik niet om flauw te doen, want voor een deel is het een kwestie van geluk of je gepakt wordt of niet. Maar toen ik hoorde dat ze in die logde zaten dacht ik: dat is een onnodig risico.’

Na die arrestaties zijn veel media uit Zimbabwe vertrokken. Jij bleef.
‘Vooral de grote internationale netwerken vluchtten massaal het land uit: CNN, BBC, SkyNews. In juni hielden we een barbecue met de journalisten die waren gebleven: het waren er een handjevol. Ik vind dat je niet meer aan je taak als journalist voldoet als je vanaf de grens verslag gaat doen. Dat is zelfcensuur. Natuurlijk, ik ben ook wel wat voorzichtiger geworden. Maar met een beetje lef kun je hier gewoon je werk doen. Het kan écht. (stilte) Ik wéét dat het kan.’

Gaat het nooit mis?
‘We zijn een tijdje geleden naar een wijk geweest waar veel jongens werden ontvoerd en vermoord. Op de terugweg hadden we twee beruchte activisten op de achterbank, de camera in het gat van het reservewiel. En toen kwam er een roadblock. Die jongens riepen ‘plankgas!’, maar ik liet het gas los want ik dacht; daar praat ik me wel uit. Die keer mochten we doorrijden maar het kan ook mislopen, dat besef ik wel. Toch zijn het allemaal oplosbare gevaren. Ik doe er gewoon niet toe voor het regime. Ik ben maar heel onbenullig, en dat is heel fijn. Ik heb me altijd veel meer zorgen gemaakt om de mensen die we interviewden, de activisten die we achter moesten laten.’

In het boek ‘Het Maakbare Nieuws’ schrijf je dat je twijfel wilt zaaien. Wat bedoel je daarmee?
‘Een CNN correspondent berichtte vorig jaar dat Zimbabwanen op sterven na dood zouden zijn en daarom zelfs ratten aten. Dat is gewoon gelogen! Een muis is een delicatesse in de Shona-cultuur. Het is heel gemakkelijk om in clichés te vervallen, het gebeurt mij ook. Maar als correspondent moet je uit die clichés durven stappen om het beeld om te keren. Ik ben met de rijkste zakenman van Zimbabwe in een Bentley door Harare gereden, terwijl hij uitlegde hoe je geld kunt verdienen aan de chaos. De crisis werkt goed voor de elite: als een euro elke dag tien keer meer waard is dan de dag ervoor, dan is dat een principe waar je heel veel geld mee kan verdienen. In plaats van alleen maar lijden te laten zien, probeer ik me iedere keer de vraag te stellen: hoe is het mogelijk dat ze nog leven?’

Heb je genoeg twijfel gezaaid om het beeld te draaien?
‘Nee. Dat klinkt misschien droevig, maar mensen die bovenmatig in Afrika zijn geïnteresseerd, weten al wat ik in de krant schrijf. En mensen die een clichébeeld hebben, zijn daar moeilijk vanaf te brengen. Ik ben ook een beetje huiverig voor het idee dat je de wereld kunt veranderen.’

Heb je er wel voldoende ruimte voor gekregen van je opdrachtgevers?
‘Absoluut. Al mijn verhalen waren welkom. Natuurlijk is het zo dat nieuws uit de VS in veel gevallen voor gaat. Maar daar hoef ik toch niet om te huilen? Ik begrijp dat wel. Nu moet ik daarbij zeggen dat de Nos en NRC wel twee media zijn die buitenland heel eigenwijs tot speerpunt hebben gemaakt. Dat gaat in tegen de stroom: dat Nederland steeds belangrijker wordt, en dat we heel erg met onszelf bezig zijn. GPD, De Telegraaf, het AD: ze hebben allemaal bezuinigd op hun correspondenten.’

Eerder zei je dat de buitenlandjournalistiek alleen te redden is als we vertragen.
‘Correspondenten zouden niet zo opgejaagd moeten worden met het nieuws van de wires. Dat maakt je irrelevant, want dan kunnen we net zo goed met z’n allen Reuters gaan lezen. Ik begrijp redacties niet die in paniek bellen waarom wij een bepaald verhaal niet hebben. Dan denk ik: omdat de Volkskrant het heeft. Nou en? Ik ben deze week platgebeld: iedereen wil weten van de cholera-epidemie in Zimbabwe. Terwijl ik had gezien dat soldaten demonstraties aan het leiden waren. Dát is nieuws! Het heersende beeld van het Monster is dat van Mugabe en het leger. Maar dat klopt dus niet; het leger heeft ook honger. Daar waren alleen geen beelden van, dus blijft cholera de headlines voeren. Want stervende Zimbabwanen aan de grens: dat is te filmen. Uiteindelijk heb ik het verhaal over de soldaten wel kunnen maken. En dat is de enige manier om de buitenlandjournalistiek te redden: door de correspondent de tijd te geven dát eigenwijze verhaal te maken, dat niemand anders heeft.’

Waarom verruil je Afrika voor Turkije?
‘Ik vind het moeilijk, maar je moet af en toe vernieuwen, alle schroeven losdraaien. Turkije is voor mij een totaal vreemde wereld, fascinerend, maar ik begrijp er geen snars van. Dat maakt me onzeker, en dat is goed voor me. Op 1 maart begin ik in Istanbul, die maand komt ook ‘Help, ik ben blank geworden’, mijn boek over Afrika uit. Ik had ook de keuze terug te gaan naar Nederland, maar daar ben ik nog niet klaar voor.’

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.