Thom Verheul over hoe je een vergeten ramp in beeld brengt als daar geen beelden van zijn
In de rubriek De Schepping schrijven journalisten zelf over de totstandkoming van hun werk. Dit keer Thom Verheul over de FryslânDOK 'Stormvloed 1825'. De Watersnoodramp van 1953 in Zeeland zit nog goed in ons geheugen, maar de stormvloed van 1825 in Friesland? West- en Midden-Friesland werden zwaar getroffen door een springvloed en een stevige storm. De gevolgen van de ramp waren enorm, maar de gebeurtenis is uit het collectieve Friese bewustzijn verdwenen. Verheul vertelt hoe je een vergeten ramp in beeld kan brengen als er geen beelden van zijn.
Achter mijn huis op Schiermonnikoog kwam ik hem tegen: Albert Buursma, zelfverklaard watersnood historicus. Hij had geholpen met mijn tweeluik over 50 jaar Lauwersmeer, voor mij een ontdekkingstocht van een gebied waar ik vaak doorheen reed naar Groningen of Leeuwarden. Bol van spanningen tussen natuurbeheer en boeren. “Zullen we weer wat doen samen”, vroeg ik. Hij zei iets over de stormvloed van 1825, binnenkort 200 jaar geleden, die Friesland grotendeels onder water zette. We zaten nog in 2023.
De volgende dag schreven we een A4’tje vol over deze vergeten ramp en dropten dat bij Fryslân DOK, de landelijke uitgezonden documentaires van de Friese Omrop. De Friezen koesteren een lange traditie van eigen documentaires over Friezen en Friesland. Het lastigste punt is altijd de financiering. Fryslân kent gelukkig nog fondsen die kleine bedragen geven voor cultuur en historie.
In de zomer van 2024 begon ik echt met de research. Er lagen wat prenten in het archief van Workum. Verder was er geen beeld. Ik plande een onderzoeksreis, samen met Albert, langs plekken waar de stormvloed doorheen was geraasd. Er waren wat dagboekfragmenten en officiële documenten en nog een vloedmerk. Ergens in Harlingen, uit 1825, op een gevel in een steegje aan de Noorderhaven. En er was een ets in het gemeentemuseum het Hannemahuis. En Hylke Speerstra had er in zijn roman De Oerpolder wat over verteld.
Intussen had historisch bewust Fryslân niet stilgezeten. Iris Nutma, die wat kleine musea bestiert, benaderde de Omrop met een educatief jaarplan voor het zogenaamde Herdenkingsjaar 2025, 200 jaar na de vergeten ramp. Een paar weken later zaten Albert en ik in het Sneker Scheepvaartmuseum om de tafel met amateur-historici, twee museumdirecteuren en twee vrijwilligers. We wisselden ideeën en namen van goede vertellers uit.
Een week later gingen we op reis. Op het hoger gelegen terpje van Sandfirden vonden we koster Wâtte Leenstra bereid voor de film de klokken te luiden. Immers, op 2 februari zullen in 45 Friese dorpen 15 minuten de klokken luiden, zoals 200 jaar geleden ook gebeurde om de bevolking voor de naderende stormvloed te waarschuwen. Ik verdeelde het gebied van Harlingen via Sneek naar Makkum en Hindeloopen, van Workum naar Wolvega over goede vertellers en Friese dialecten.
In het archief van Bolsward telden we doden per gemeente. Die vielen er tot twee jaar na de ramp - door uitputting, kou en honger. Bijna tienduizend, een achtste van de bevolking destijds. De noodzaak om dit verhaal te vertellen werd steeds groter. Zo kon ik de kleine fondsen en gemeenten erbij betrekken.
Maar hoe vertel je het in beeld? We konden terug naar de vloedmerken en de sluizen, waar het water overheen kwam. Dijken die het begaven. Samen met mijn zoon Wouter, de cameraman, projecteerde ik abstracte beelden van de watersnoodramp van 1953 op de muren van een kerkje uit de 13e eeuw in mijn nieuwe dorp Noordlaren en in een oude boerderij tussen de koeien. En die beelden namen we op in zwart wit, met een flard van een kansel, een kerkbank of raam en een koeienkonten.
Ik kreeg een tip over een donderpreek die een Hollandse dominee half februari 1825 gaf over de ramp. De vroegere dominee van het kerkje in Sandfirden wilde wel een paar fragmenten voordragen. De oude boer in Noordlaren, die ik al een jaar volg met de camera, vond het prima als we water tegen de deuren en ramen storten van zijn stal. Voor de gesprekken vond ik oud-collega Albert Jensma van de Omrop bereid de zoektocht te doen, nieuwsgierig in vaardig Fries. Het scenario klopte wonderwel en editor Tim Schijf kon er op zijn bovenkamer in Amsterdam goed mee uit de voeten.
Een beperkt budget vraagt om een goede voorbereiding, enthousiasme bij crew – geluid deed Sybrand Bok - en vertellers en verbeeldingskracht vooraf. En wat geluk. Het regende en waaide verschrikkelijk de week van de opnamen. Dat is goed voor de film, maar gelukkig was het soms ook even droog.
Thom Verheul is socioloog en journalist van huis uit. Hij werkte voor de VARA, maar debuteerde als maker bij de VPRO van Cherry Duyns en Jan Blokker. De bioscoopfilm ” De Ontkenning” was het begin van een langdurige relatie met NCRV’s Dokument, als zzp’er. Hij gaf gastlessen in scenario voor documentaire aan de Filmacademie. Hij werkte als coach en verslaggever bij AVRO’s Netwerk en produceerde voor NTR en MAX. Tussendoor was hij eindredacteur bij Schepper & Co van de NCRV en bij OmropFryslân en intendant van het Groninger Forum. Zo nu dan coacht hij jonge makers voor RTV Noord.
‘Stoarmfloed 1825’ is te zien op zaterdag 1 februari om 15.30 uur NPO2 en zondag 2 februari om 13.20 uur op NPO2 en om 17.00 uur bij Omrop Fryslân (elk uur herhaling).



Praat mee