— woensdag 18 april 2012, 10:39 | 9 reacties, praat mee

‘Stop juridisering Raad v/d Journalistiek’

Nu ook Het Parool de Raad voor de Journalistiek in de steek laat, de overheid de geldkraan dichtdraait en voorzitter Victor Lebesque opstapt, kun je je afvragen hoe het nu verder moet met de Raad, ook financieel gezien, stelt Arendo Joustra. ‘In zulke situaties is het vaak verstandig om terug te keren naar de basis. En die basis heet zelfregulering, kortom journalisten die oordelen over het doen en laten van andere journalisten.’

Laatste wijziging: 1 mei 2012, 17:41

De huidige Raad is een juridisch orgaan geworden, waar juristen of juridische overwegingen de dienst lijken uit te maken. Immers, het secretariaat bestaat uit juristen, de voorzitter is behalve journalist ook jurist en de drie vicevoorzitters zijn respectievelijke raadsheer in de Belastingkamer van de Hoge Raad, raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en lid van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

De laatste keer dat ik bij de Raad verscheen, zat ik tegenover niemand minder dan de landsadvocaat, Joan de Wijkerslooth de Weerdesteyn. Hij moest een arme minister bijstaan. Het werd een gecompliceerd juridisch steekspel, waarbij uiteraard ook artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens voorbij kwam. Over journalistiek ging het al lang niet meer. Met dit soort zwaar geschut hoorde deze zaak eigenlijk thuis bij de rechter, niet bij de Raad. Uiteindelijk is het aan de rechter in Nederland om de grenzen van de vrijheid van meninguiting vast te stellen.

Mijn voorstel zou dan ook zijn om radicaal te stoppen met de juridisering van de Raad:

1) door geen advocaten meer toe te staan bij zittingen van de Raad. Zoals Hans Laroes een keer zei toen hij nog hoofdredacteur van Het Journaal was: ‘Bij de Raad zegt de klager wat hem dwars zit en legt de journalist uit hoe hij heeft gehandeld.’

2) door de Raad louter samen te stellen uit journalisten. Van het keuren van eigen vlees is geen sprake, want de keuring geschiedt immers door de concurrentie. Daarbij, als het zelfregulering heet, dan moeten we het als journalisten ook zelf doen. Gelukkig zijn de politici al uit de Raad verdwenen. Het zou goed zijn als ze worden gevolgd door uitgevers en omroepdirecteuren. Op de werkvloer vragen we die toch ook nooit hun mening over ons journalistiek handelen?

Andere voorstellen zouden wat mij betreft kunnen zijn (en niet alleen om te bezuinigen):

3) dat een klager moet kunnen aantonen dat hij eerst zijn klacht bij het betrokken medium heeft ingediend. Alleen als hij daar geen gehoor krijgt of met zijn klacht niets wordt gedaan, staat de weg naar de Raad open. Niet alleen wordt daarmee de Raad ontlast, de klager weet ook sneller waar hij aan toe is.

4) dat de Raad zich alleen buigt over klachten van rechtstreeks belanghebbenden en dus geen klachten van belangenorganisaties in behandeling neemt, zoals eerder dit jaar gebeurde met een klacht van het COC. Want zo ga je je zelf werk bezorgen. De Raad zou zich ook moeten onthouden van algemene oordelen (‘ambtshalve uitspraken’) zoals over ‘jongetje van Tripoli’. Een concrete klacht beoordelen is al moeilijk genoeg. Dan is het nogal aanmatigend om de journalistiek regels mee te geven hoe te handelen bij gelegenheden die zich nog niet hebben voorgedaan.

Tot slot heb ik me altijd verbaasd over het in uitspraken van de Raad veelvoorkomende criterium “wat maatschappelijk aanvaardbaar is”. Alsof wat maatschappelijk aanvaardbaar is iets statisch is, alsof media zich aan de maatschappelijke orde moeten houden, alsof media soms niet grensverleggend bezig zijn. Het maakt de Raad strenger dan nodig is.

Arendo Joustra is hoofdredacteur Elsevier

Bekijk meer van

Raad voor de Journalistiek

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

9 reacties

Reinjan Mulder, 18 april 2012, 14:22

Een goed voorstel. Dan kan de Raad meteen een stuk goedkoper worden en hoeft de overheid er ook niets meer aan bij te dragen.
Als laatste element zou misschien nog de snelheid kunnen worden toegevoegd. Als een ombudsman van een krant binnen een week een oordeel kan geven, moet de vernieuwde Raad dat toch binnen twee of drie weken kunnen, lijkt me.
Tot slot: het zijn van jurist diskwalificeert iemand (Victor Lebesque) niet als journalist. Integendeel.

Hans Laroes, 19 april 2012, 10:06

ben het met Arendo eens. ‘Less is more’‘, maar dan in het Nederlands. Snel handelen, en een journalistiek antwoord op journalistieke kwesties/geschillen. Dat behoren wij beter en zorgvuldig te kunnen doen, zonder juridificering. Kan de Raad revitaliseren, zo’n aanpak.

Roderik Oranje, 19 april 2012, 11:41

Zeer verstandig.

Raad voor de Journalistiek, 19 april 2012, 12:27

Het valt niet te ontkennen dat de Raad zich momenteel in roerige tijden bevindt. Nu de termijn van de tijdelijke OCW-subsidie is verstreken – van het ‘dichtdraaien van een geldkraan’ is dus geen sprake – spant de Stichting Raad voor de Journalistiek zich in om via andere wegen het huidige jaarlijkse budget te kunnen handhaven.

De subsidie van OCW is destijds verstrekt om de Raad in staat te stellen de mede door de mediasector gewenste verbeteringen in gang te zetten. Zowel OCW als de Stichting waren van mening dat na afloop van de subsidietermijn de sector zelf zou moeten zorgen voor een gezonde financiële positie van de Raad. Om dat nu te kunnen verwezenlijken werkt de Stichting aan een evaluatie van de vernieuwingen die de afgelopen 2,5 jaar zijn aangebracht.

Op korte termijn zal een overleg worden gepland, waarin met een groot aantal belanghebbenden uit de mediasector zal worden gediscussieerd over de toekomst van de Raad. Daarbij zullen zeker een aantal van Joustra’s suggesties aan de orde komen. Vooruitlopen op de mogelijke uitkomsten van die discussie is niet opportuun. We komen hier te zijner tijd uiteraard uitgebreid op terug. Daarom nu slechts een paar kanttekeningen bij de opmerkingen van Joustra.

Joustra doet voorkomen dat de Raad in de afgelopen jaren een juridisch orgaan is geworden. Hij verliest uit het oog dat zowel het voorzitterschap als de secretarisfunctie al sinds de oprichting van de Raad door juristen worden vervuld. Niet omdat de Raad een juridisch gedachtegoed nastreeft, maar omdat de procedurele kant van de klachtenprocedure bij de Raad – net als procedures bij andere zelfreguleringinstanties – nu eenmaal vergelijkbaar is met een juridische procedure. Met zijn opmerking dat het erop lijkt dat binnen de Raad door deze juristen ‘de dienst zou worden uitgemaakt’ onderschat Joustra de inzet en vooral de mondigheid van de leden van de Raad, die voor de helft uit journalisten bestaat. Zij zorgen ervoor dat in de uitspraken van de Raad de journalistiek-ethische overwegingen – die de grondslag van de beslissingen vormen – goed tot uitdrukking worden gebracht. Overigens vraag ik mij af hoe Joustra tot zijn conclusie is gekomen, nu hij voor het laatst in 1998 (!) op een zitting van de Raad is verschenen en er sindsdien slechts 6 uitspraken tegen Elsevier zijn gedaan.

Verder kan uit het stuk van Joustra de indruk ontstaan dat de Raad wordt ‘platgelopen’ door advocaten. Dit is geenszins het geval: nog steeds worden klachten in verreweg de meeste gevallen (ca. 70%) ingediend door de klager zelf en verschijnt deze persoonlijk op de zitting van de Raad.

In 2010 is – op verzoek van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren – in het Reglement voor de werkwijze van de Raad verankerd dat een klager eerst wordt geattendeerd op de mogelijkheid zijn klacht in overleg met de hoofdredactie op te lossen. Bovendien worden partijen inmiddels altijd gewezen op de mogelijkheid van bemiddeling vanuit de Raad gewezen. Hiervan wordt steeds vaker gebruik gemaakt: naast de behandeling van 23 klachten op de zittingen van de Raad, is er ook 5 keer bemiddeld.

Eveneens in 2010 is het zogeheten ‘collectief klachtrecht’ in het Reglement opgenomen. Ruim dertig jaar geleden overwoog de Raad voor het eerst dat een belangenorganisatie namens haar leden een klacht kan voorleggen, nota bene in een procedure die was aangespannen door het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren! Met de verankering van dit klachtrecht is tegemoet gekomen aan de veel gehoorde wens dat de Raad het ‘rechtstreeks belanghebbende’ criterium niet te eng zou moeten hanteren, waardoor de ingang bij de Raad te beperkt zou zijn. Het is niet zo dat de Raad met dergelijke klachten wordt overstelpt. Waarom dit ‘collectief klachtrecht’ een slechte zaak zou zijn, wordt door Joustra niet beargumenteerd.

Tot slot: in de Stichting Raad voor de Journalistiek – die de Raad faciliteert – participeren nog steeds alle overkoepelende mediaorganisaties. Uiteraard nemen zowel de Stichting als de Raad suggesties vanuit het veld over het werk van de Raad ter harte. Dat is immers inherent aan een systeem van zelfregulering. Wij zijn en blijven met de sector in discussie, u hoort nog van ons!

Daphne Koene
Secretaris Raad voor de Journalistiek

Peter Olsthoorn, 19 april 2012, 12:49

Prikkelend! Goed die betrokkenheid van Arendo terwijl zijn Elsevier de Raad niet erkent, maar zijn bond van hoofdconducteuren wel. Arendo daarover:
http://www.villamedia.nl/opinie/bericht/raad-voor-de-journalistiek-pro-en-contra/ 
We kunnen dat bij de Raad goed gebruiken voor een echt open debat. Het kan altijd beter. Misschien ook leuker: camera durbij? uitspraken in stemming brengen?

Folkert Jensma, 19 april 2012, 19:54

Arendo begint mee te denken, heel goed! Uiteraard is een verbod op advocaten (en juristen) ook een vorm van juridisering. Maar een kniesoor die daar op let.  Niemand kan verboden worden het woord door een ander te laten voeren, ook niet als dat een advocaat is. Een verbod op advocaten ken ik alleen uit bedenkelijke landen - maar Arendo heeft natuurlijk gelijk dat de Raad geen formalistische semi rechtbank moet worden. 
Dat is het ook niet, hoewel ik al een paar jaar niet gedaagd ben.
Mijn ervaring in procedures toen ik NRC vertegenwoordigde tussen 1996 en 2006 is positief. De zeldzame advocaat die ik er als wederpartij tegen kwam werd door de voorzitter steeds kort gehouden. Geen lange pleitnota’s voorlezen - en ook niet  dik doen op de zitting. Dat irriteert iedereen. Voorzitters kunnen daarin sturen. De grap van de Raad is nu juist de lage drempel, het directe contact en de meestal toch vrij leerzame zittingen. Vooral voor de bekritiseerde journalist die bij de Raad vaak voor het eerst begrip ontwikkelde voor de bijwerkingen van sommige publicaties.  En een boze lezer een hand kon geven. Dat hielp vaak al, elkaar serieus nemen. 
Ik heb ook nooit zelf een advocaat ingehuurd en ik begrijp niet waarom andere media dat wel doen. Juridisering, daar zijn we zelf bij. De Raad bestaat immers doorgaans ook uit leken en vakgenoten en die stellen prijs op gewone taal. 
De (vice) voorzitters uit de rechtspraak heb ik altijd meer gezien als reddingsboei voor als het moeilijk wordt, qua mediarecht. Ook als je de juristen buiten zou zetten blijft het recht namelijk gewoon gelden. Ieder type Raad ontwikkelt bovendien in zijn uitspraken een “lijn”. Die bewaken, ontwikkelen en consistent houden is een oud ambacht. Daar hoef je geen jurist voor te zijn. 
Maar het helpt wel!
Eerst door de hoofdredactie op een klacht laten beslissen en pas daarna pas in beroep bij de Raad is een prima plan. En trouwens ook vaak de praktijk. Gaat een burger meteen naar de Raad dan heeft een hoofdredactie altijd ruim de tijd om alsnog zelf te beslissen: schikken of afwijzen. Soms zijn klachten bij de Raad inderdaad proefritten voor de rechtbank.  Maar heel vaak ook niet. Dan voorkomen procedures bij de Raad kostbare kort gedingen, of bodemprocedures. Geen uitgever verlangt daar naar. Geen burger ook trouwens, die voor torenhoge kosten komt. Willen we zo met onze lezers en kijkers om gaan? 

PS
O ja, de maatstaf “maatschappelijke zorgvuldigheid” begrijp je verkeerd. Dat is een typische open juridische norm, juist bedoeld om met de ontwikkelingen mee te kunnen veren. Het recht kent er meer zo: redelijkheid, billijkheid, goede trouw. Mijn favoriet is de norm “zoals het een goed huisvader betaamt”. Allemaal varianten op ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’. Daar kom je al een heel eind mee.

Arendo Joustra, 22 april 2012, 15:07

Op verzoek van Villamedia reageer ik nog even op Daphne Koene, secretaris van de Raad voor de Journalistiek:
1. Het is fijn om te lezen dat de Raad niet wordt platgelopen door advocaten. Mijn eigen ervaring in het afgelopen decennium is anders (waarschijnlijk omdat het vooral klachten betrof van personen die door het OM werden verdacht van criminele handelingen). Maar het kan dus zonder advocaten, zo blijkt, en mijn voorstel zou zijn om ook bij de resterende 30% van de klachten advocaten te weren.
Uiteraard kun je niemand verbieden namens jou het woord te voeren. Dat kan je hoofdredacteur zijn, je broer en wellicht ook een advocaat (zeker als je zelf nog in de cel zit). Mijn bedoeling is meer dat voorkomen moet worden dat bij de Raad verwezen wordt naar “de wet”. Want als je je beroept op “de wet”, dan moet je maar naar de rechter gaan. De Raad er is er mijns inziens niet voor om te beoordelen of “de wet” is overtreden. Bij de Raad geldt de Leidraad.
2. Ondanks de wijziging die is aangebracht op verzoek van het Genootschap komt het nog steeds voor dat door de Raad klachten worden behandeld die door de klager niet eerst zijn voorgelegd aan de hoofdredactie van het betreffende medium (dit was bijvoorbeeld het geval met alle vijf de klachten die sinds 2000 over Elsevier zijn ingediend). Het lijkt me dat een dergelijke regel echt de werklast van de Raad kan verlichten. Ik vind “attenderen” door de Raad op deze mogelijkheid onvoldoende. Het moet door de klager echt en bewijsbaar zijn geprobeerd.
3. Gelukkig wordt de Raad niet overstelpt door “collectieve klachten”, maar wat niet is, kan nog komen, zeker na de laatste uitspraak naar aanleiding van een klacht van het COC.
Wat is mijn argument, vraagt Koene. Welnu, de Raad is er, vanouds, voor klagers die “direct betrokken zijn bij de gewraakte publicatie” en door die publicatie “persoonlijk in hun belang zijn geschaad”. Een helder criterium. De openstelling van de Raad voor klachten van organisaties die menen dat een “collectief belang” in het geding is, kan een stroom klachten tot gevolg hebben in een land dat nogal wat belangenorganisaties kent.
De klacht van het COC ging nota bene over de vraag hoe homo’s in de media afgebeeld dienen te worden. Ik kan me die discussie wel voorstellen, maar is het beantwoorden van zo’n vraag aan de Raad? Maar vooral, was het destijds verstandig om de Raad open te stellen voor collectieve klachten?

Arendo Joustra, 22 april 2012, 15:25

@ Folkert Jensma. Dank voor je heldere uiteenzetting. Het criterium van de Raad is overigens “maatschappelijk aanvaardbaar” en niet, zoals je schrijft, “maatschappelijke zorgvuldigheid”. En ik vrees dat ik het wel begrijp, maar geen handige formule vind om journalistieke gedragingen te beoordelen. De normen en waarden verschillen immers per medium. De een houdt zich aan wat “maatschappelijk aanvaardbaar” is, de ander zoekt de grenzen op of gaat er (soms “ongewild”, zoals we lazen in de samenvatting van het rapport van Thom Meens over de Friso-affaire) over heen.
Zo is het in Nederland blijkbaar nog niet “maatschappelijk aanvaard” om verdachten en daders met hun volledige naam in de krant te zetten (en daar horen zeer lovenswaardige redeneringen bij). Immers, klachten hierover bij de Raad worden nog steeds gehonoreerd. Maar als alle media zich aan deze “eis” van de Raad houden, verandert er weinig in Nederland, hoewel er ook zeer lovenswaardige redeneringen zijn op te hangen over het publiceren van de volledige naam.
Zie hier ook waarom de Raad voor een bijna onmogelijke taak staat in een land dat, gelukkig, geen gelijkgeschakelde media kent. Soms zou je willen dat de Raad net als de Supreme Court in de VS ook het eventuele minderheidsstandpunt van de Raad publiceert. Zodat zichtbaar is dat zaken niet altijd zwartwit zijn. Maar ja, dat levert weer meer werk op in plaats van minder.

petervanderlichte, 8 november 2012, 10:13

Na de Journalisten en de Raad, nu een bijdrage van een klager. Als we het aan partijen die een belang en soms een geldelijk belang hebben, bij een Media bericht, komt het niet goed in Nederland. Maatschappelijk aanvaardbaar wordt in eerste instantie vastgelegd in de wet en rechten voor de mens en laten we dit aub niet overlaten aan journalisten. Een klager wil gehoord worden en dat zijn verhaal wordt getoetst. Dat wil je bij een organisatie die waarde heeft en sancties kan opleggen, zoals iedere beroepsgroep echter de media vindt in het algemeen dat zij zichzelf wel kunnen toetsen. Ik ben een groot voorstander voor de Media Ombudsman met een gelijke werkwijze als de nat. ombudsman. Verder heer Joustra over -verdachte en daders-, toont van weinig empathisch vermogen als je hiervoor bent. Ik weet waar ik over spreek en het is werkelijk onbegrijpelijk en ontoelaatbaar dat een groep van zichzelf noemde journalisten, hieraan meewerken. Zij begrijpen niet de gevolgen voor een gezin en vergeet niet, dat 10% van alle verdachte, onschuldig worden verklaard! Als je dan voor je leven wordt gestigmatiseerd zonder enige reactie van de Media, schande in een fatsoenlijk land als Nederland. Dus de goede journalisten moet lijden onder de bagger journalisten en net zoals het normale leven.

Lees dit nu eens, wilt u meer weten en de reactie van RvJ, mail even .(JavaScript moet ingeschakeld zijn om dit e-mail adres te bekijken)

Geachte Tros Opgelicht,

Vanaf oktober 2010 hebt u aandacht besteed in uitzendingen en op uw internetsite http://www.opgelicht.nl aan mij, mijn gezin en mijn zakelijke activiteiten. In o.m. de brieven d.d. 12 oktober 2010 en 01 november 2010 van ............ advocaten is e.a. vastgelegd.

Zoals u weet is de strafzaak in behandeling en wordt door de verdediging, nu getuigen opgeroepen en gehoord.

Sinds begin dit jaar hebt u uw internetsite enigszins aangepast echter nog steeds is het voor een ieder, zonder enige voorkennis duidelijk dat de berichtgevingen op uw internetsite, over mij en mijn gezin gaan. Inhoudelijk was en zijn de berichtgevingen onjuist en onvolledig.

Verder heeft u iedere betrokkenen bij de uitzendingen, een DVD gegeven met alle uitzendingen, zonder enige vorm van censuur waardoor er stelselmatig –filmpjes- over mij verschijnen o.m. bij YouTube die refereren aan uw uitzendingen.

De internetsite http://www.opgelicht.nl met de pagina’s over mij, blokkeren mij en mijn gezin in onze normale maatschappelijke en sociale omgang, privé en zakelijk. Dit ervaren wij tot op de dag van vandaag. Het is tot op de dag van vandaag onmogelijk voor mij en mijn vrouw,  arbeidsleven weer op te pakken.

Ik verzoek u vriendelijk met voorrang alle berichtgeving over mij te verwijderen, privé en zakelijk. Wanneer u een toelichting wenst, kunt u contact opnemen met mr. F. Dijkers te Amsterdam ( 020-3031170).


Denkt u dat je enige reactie krijgt? denkt u dat de RvJ dit oppakt?
Lees eens het artikel in NRV van 28 september 2011 hierover en kijk eens bij http://www.10voordestad.nl ( over mij).

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Rutger de Quay, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.