Roelof Bosma benoemd tot eindredacteur van Zembla: ‘Het wordt normaler voor mensen om de journalistiek van alle kanten aan te pakken’
Roelof Bosma benoemd tot eindredacteur van onderzoeksprogramma Zembla. Bosma bekleedde de functie al ad interim sinds september 2023, nu is hij officieel in functie. Hij volgt Manon Blaas op, die haar werk na beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag had neergelegd.
Bosma werkte hiervoor als onderzoeksjournalist voor Zembla en werd voor zijn bijdrage aan het onderzoek naar Pfas-lozingen, door het bedrijf Chemours in Dordrecht, uitgeroepen tot Journalist van het Jaar 2023.
Zijn eigen onderzoekswerkzaamheden moet Bosma voorlopig even in de ijskast zetten. ‘Daarom heb ik hier ook goed en lang over na moeten denken’, zegt hij in gesprek met Villamedia. ‘Het makerschap is mij zeer dierbaar.’
Toen Kees Driehuis in 2013 stopte als eindredacteur van Zembla, werd Manon Blaas naar voren geschoven. Nu wordt er weer een maker benoemd tot eindverantwoordelijke, terwijl de Onderzoekscommissie Gedrag en Cultuur Omroepen juist oproept voorzichtig te zijn met dit soort doorstroomconstructies.
‘Een maker hoeft niet per se een goede manager te zijn. Of zoals voetbaltrainer Co Adriaanse eens over Marco van Basten zei: “Een goed paard is nog geen goede ruiter.” Toen ik gepolst werd voor deze functie, heb ik deze kwestie daarom bij de organisatie neergelegd. “Weten jullie het zeker?”, vroeg ik. Ik wilde echt de volledige steun krijgen. Die steun was groot en overduidelijk. Zowel van de directie als van de laag daaronder en van de redactie zelf. Dat was best overweldigend. Dat heeft geholpen.
Alles binnen BNNVARA is volledig gericht op veiligheid. Er worden cursussen uitgerold, trainers ingehuurd. Er gebeurt van alles op dit gebied. Het vergrootglas ligt op ons. Dan zou het heel onverstandig zijn dat ze juist bij Zembla iemand kiezen waarvan ze niet zeker weten of hij het gewenste leiderschap kan brengen. Ik krijg dus met een reden dat vertrouwen en heb er zelf ook vertrouwen in.’
Moet je zelf nog bepaalde cursussen volgen?
‘Niet meer dan anderen. Ik val in het leidinggevendentraject van BNNVARA. En ik was ook al adjunct, dus ik heb wel ervaring. Ik vind overigens niet dat ik er al ben of niets meer hoef te leren, maar ik weet inmiddels wel zeker dat ik dit goed kan en dat het bij me past.’
Een deel van jouw succes als onderzoeksjournalist ligt besloten in een bijna grenzeloze manier van werken. Dag en nacht bereikbaar zijn voor bronnen, bijvoorbeeld. Hoe ga je om met collega’s die om zes uur ‘s avonds hun werktelefoon willen uitzetten?
‘Ik kan niet van mijn collega’s verlangen dat ze op dezelfde manier werken als ik. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. In mijn onderzoekswerk ben ik hard op de bal en zacht op de man. Dat geldt ook voor de omgang met mijn collega’s. Als we het hebben over wat er nodig is voor een goed onderzoek of een mooie uitzending, dan kunnen gesprekken op de inhoud best stevig zijn. Maar wel altijd constructief en met respect voor elkaar.
Ik hoop dat de bezetenheid die ik heb, hun verhalen net ietsje beter kan maken. Het is voor mezelf ook wel even goed om niet meer met twee benen in dat vak te staan, omdat ik onder mijn eigen verhalen begon te lijden. Toen ik deze functie interim begon, merkte ik dat er meer rust over me heen kwam. Dat gevoel heb ik serieus genomen.’ (Lachend) ‘Ja, Ik heb me inmiddels ook wel afgevraagd hoe dat de afgelopen vijftien jaar goed is gegaan. Ik zat constant in verhalen. Nu nog steeds, maar met meer afstand.’
Je hebt dus op tijd op de rem getrapt.
‘Dat ben ik nog aan het overdenken. Deze samenloop van omstandigheden kwam onverwacht en dat heeft mij wakker geschud. Misschien is dat een betere formulering. Maar als de organisatie staat, en daar is nog wel iets voor nodig, wil ik ook weer onderzoek doen. Daar zijn afspraken over gemaakt. Ik wil het niet helemaal loslaten.’
De Volkskrant schreef over een periode van zeven jaar onder je voorganger Manon Blaas, waarin volgens de krant sprake was van grensoverschrijdend gedrag. Ze heeft zich eerder dit jaar teruggetrokken. Hoe heb jij die periode meegemaakt?
‘Ik vind dit een heel lastig onderwerp. Je kunt hier nooit een goed antwoord op geven. Als je zegt dat je het niet zo hebt ervaren, doe je collega’s of ex-collega’s pijn. Als je het wel zo hebt ervaren, doe je degene die het heeft veroorzaakt pijn. Bij alles wat ik zeg, zeg ik iets over mijn voorganger. En dat wil ik eigenlijk niet. Niet om te zwijgen, maar omdat er zoveel pijn is geweest de afgelopen periode. Zowel bij haar als bij veel collega’s en ex-collega’s.
Ik ben de afgelopen periode in gesprek gegaan met heel veel collega’s. En met voormalig collega’s, trouwens. Ik vroeg ze hoe zij die periode ervaren hebben. “Wat moet anders, wat kan echt niet meer?” Dat ging over heel veel dingen, van omgangsvormen tot de manier van werken. De eén wil er graag over praten, de ander wil het niet weten en weer een ander heeft het niet gemerkt. Naar al die mensen moet je luisteren en de ruimte geven.’
Kun je een voorbeeld geven waar die gesprekken concreet over gingen?
‘Het werd misschien niet letterlijk uitgesproken dat er bij ons op Champions League-niveau gewerkt moest worden, maar je voelde het altijd wel een beetje. We hebben de afgelopen periode grondig besproken en kunnen nu echt naar de toekomst kijken. Ik heb tegen mijn collega’s gezegd: “Als jullie vinden dat ik onderdeel van die cultuur ben, dan wil ik dat weten.” Ik hing namelijk niet aan deze functie. Ik had de uitgesproken ambitie niet, maar vind het wel ontzettend eervol. De redactie reageerde vervolgens ontkennend en gaf unaniem te kennen in mij de nieuwe eindredacteur te zien. Dat gaf voor mij de doorslag.’
Bij veel redacties ontbreken belangrijke evaluatiemomenten. Men is vooral bezig met de volgende krant, de volgende uitzending, het volgende artikel. Hoe gaat dat bij jullie?
‘We werken daar aan, maar je ontkomt niet aan die structuur die de NPO hanteert met de uitzendingen die op schema staan. Na de zomer moeten we gewoon weer om de twee weken een uitzending maken, en maken we daarnaast ook nog unieke verhalen voor Zembla-online. We plannen beter en nemen meer tijd om te reflecteren en te evalueren. Maar de druk wordt straks wel weer groter. Zo realistisch moet je gewoon zijn. Daarin verschillen we bijvoorbeeld van kranten. Maar ook van een programma als Nieuwsuur, dat makkelijker het studiogesprek langer maakt of een andere reportage uitzendt of het nieuwsbulletin wat langer kan maken, als het onderzoeksverhaal nog niet af is. Die ruimte hebben wij niet.’
Wat was je eerste reactie op de voorgenomen bezuiniging van 100 miljoen euro op de NPO en de btw-verhoging op kranten en tijdschriften?
‘Ik vind dat er vanuit de NPO, maar ook vanuit journalisten, met veel te veel angst en beven naar een nieuw kabinet wordt gekeken. Als er politieke overeenstemming is over de bezuiniging op de publieke omroep, dan moet je als NPO-medewerker daar niet de hele tijd in talkshows en op X iets over roepen. Doe gewoon onverstoorbaar je werk en toon daarmee aan dat de publieke omroep zo waardevol is. In het coalitieakkoord staat dat journalistiek kwalitatief hoogwaardig vormgegeven en gewaarborgd wordt. Maar wat is dat dan? Verleidelijk om dan te zeggen: “Oh, dat zijn wij!” Maar in dat spel kom je dus, als je daar de hele tijd iets van moet gaan vinden en het op jezelf gaat betrekken. Dat moet je niet doen. Sinds ik bij de publieke omroep werk is het vanuit Den Haag nooit meer geworden, altijd minder. Maar ik laat me daardoor niet afleiden.
Ik maak me eerder zorgen over de sfeer die om dit kabinet hangt. Je denkt dan weer aan de tuig van de richel-uitspraak van Geert Wilders. Zulke uitspraken legaliseren de woede die sommige mensen op ons richten. Het wordt normaler voor mensen om ons van alle kanten aan te pakken. Dat vind ik kwalijk en een bedreiging voor onafhankelijke journalistiek.’


Praat mee