— donderdag 5 november 2009 13:23 | 4 reacties , praat mee

Publieke pers is serieuze optie

De ‘commissie Brinkman’ heeft overeenkomstig haar opdracht ‘advies uitgebracht over de innovatiemogelijkheden binnen de pers op korte termijn en over de toekomst van de Nederlandse nieuws- en opinievoorziening op lange termijn, toegespitst op de rol van de pers’. En minister Plasterk heeft zijn beleidsreactie gegeven. Maar, zo betoogt Jacq Zinken, zouden we niet eens moeten kijken naar het opzetten van een structuur voor een publieke pers, analoog aan die van de publieke omroep?

Laatste wijziging: 12 november 2009, 11:21

Ook in de (lauwe) reacties uit de journalistiek valt op dat de meeste betrokkenen zich beperken tot de korte termijn. Een fundamentele discussie over de nieuws- en opinievoorziening op lange termijn legt het gemakkelijk af tegen de zoektocht naar ‘verdienmodellen’ (een verdienmodel is maar al te vaak een lapmiddel dat slechts tijdelijk zicht biedt op een betere toekomst). Het primaat van het economische aspect van de journalistieke activiteit lijkt ook in eigen kring kritiekloos aanvaard te zijn. We zijn daarmee in de val getrapt van de algehele commercialisering en economisering van de maatschappij, die een meer genuanceerde benadering nauwelijks toestaat.

In mijn ogen moet bij het ontwerpen van de journalistieke structuur van de toekomst juist de maatschappelijke functie uitgangspunt zijn. Om te voorkomen dat we, in de woorden van Nick Davies, ‘wegzakken in een tijdperk van informatiechaos’ zijn we dan ook dringend toe aan het (her)formuleren van de positie van de pers. Nu journalisten niet langer meer de exclusieve waakhonden zijn van de samenleving, verschuift die positie meer en meer in de richting van, wat ik maar even noem, procesbewaking (het proces dat ik hier bedoel is het zoeken naar het machtsevenwicht waar een democratische maatschappij op stoelt). Vervolgens zouden we moeten nadenken over de beste manier waarop de pers aan die positie recht kan doen. En dan is een publieke pers (naar analogie van publieke omroep) een serieuze optie.

In ons land wordt de publieke omroep gezien als een dienst van algemeen belang. De opdracht van die dienst is – volgens het Protocol bij het Verdrag van Amsterdam – ‘voldoen aan de democratische, sociale en culturele behoeften van de maatschappij en het waarborgen van pluralisme, met inbegrip van de culturele en taalkundige verscheidenheid’. Waarom zou die opdracht zich niet kunnen uitstrekken tot álle media, inclusief de print? En waarom zouden we dus niet eens moeten kijken naar het opzetten van een structuur voor een publieke pers, analoog aan die van de publieke omroep?

Ook minister Plasterk moet in principe gevoelig zijn voor een dergelijke aanpak. In de beleidsreactie zegt hij onder meer: ‘Er is een minimum aan journalistieke infrastructuur nodig om de democratie naar behoren te kunnen laten functioneren.’ Daaruit volgt al dat hij de overheid daar mede voor verantwoordelijk acht. En elders werpt hij zelf de vraag op ‘of de ontwikkelingen in de perssector nopen tot een fundamentele herziening van deze overheidsrol, vanzelfsprekend zonder te tornen aan de uitingsvrijheid’. 

Jan Marijnissen stelde al op 28 februari 2009 in de NRC dat er zelfs geen keus is: ‘Op straffe van het totaal verdwijnen van de controle op de macht en de voorlichting aan de burgers, moet daar steun worden gezocht waar dat tot op heden niet zo voor de hand lag.’ Hij bepleitte een op de publieke omroep lijkende formule voor ‘systeem’kranten (een term die verwant is aan ‘systeem’banken, die zoals we inmiddels weten, door de overheid ook koste wat het kost overeind gehouden worden).

Marijnissen benoemde daarbij ook meteen de vragen die zo’n systeem oproept: ‘Welke kranten krijgen steun en welke niet? Komt de neutraliteit tegenover de overheid niet in gevaar? Hoe verhoudt steun zich met de commerciële doelen van de onderneming?’. Bij de publieke omroep zijn daarop antwoorden bedacht die weliswaar regelmatig ter discussie staan (en terecht), maar die in grote lijnen toch bevredigend zijn.

Per saldo is er in de toekomst een systeem denkbaar waarbij ‘publieke’ kranten, tijdschriften en internetmedia voor een deel gefinancierd worden uit ‘persgelden’. Ook kunnen/moeten die organen inkomsten verwerven uit abonnementen, advertenties en eventuele andere commerciële activiteiten (dit alles binnen wettelijke kaders). Daarnaast zijn er (hopelijk) veel vergelijkbare media die absoluut geen beroep willen doen op overheidsgelden, en die zelfstandig een plekje in de markt weten te verwerven. Dat houdt de publieke pers extra scherp. Toetreding tot het publieke bestel moet echter ook voor deze media te allen tijde mogelijk zijn, uiteraard indien ze dat zelf uitdrukkelijk willen en als ze voldoen aan de vereisten. 

Om overheidsbekostiging van de pers als een serieus alternatief te onderzoeken, moet om te beginnen de journalistiek zelf over haar klassieke weerzin heenstappen. Dat kan niet al te moeilijk zijn voor wie het maatschappelijk belang voor ogen houdt.

Vervolgens moet er ook voldoende draagvlak in de samenleving zijn. Tenslotte wil de bevolking er graag van overtuigd zijn dat het belastinggeld op deze manier nuttig besteed wordt. Het bewustzijn dat de samenleving zonder een goede journalistieke informatievoorziening eigenlijk niet kan functioneren, is daarvoor essentieel. In de tweede helft van de vorige eeuw, waarin de journalistiek in zekere zin nog een monopoliepositie had op dit punt, kregen de opgroeiende burgers dat bij wijze van spreken met de paplepel, zijnde de krant van pa en ma, ingegoten.

Dat dat nu anders is, is ook tot de minister doorgedrongen: ‘Investeren in de journalistieke positie betekent ook investeren in de relatie tussen jongeren en de journalistiek. Daartoe stimuleert de overheid bijvoorbeeld de band tussen jongeren, printmedia en journalistiek, en draagt zij financieel bij aan programma’s voor het primaire en voortgezet onderwijs waarin het belang van journalistiek voor opinievorming en burgerschap centraal staat. Als het ‘vak’ mediawijsheid (dat tot nu toe te veel beperkt wordt tot het internet) zich in die richting ontwikkelt, zal dat ook het draagvlak voor een publieke bekostiging van de pers vergroten.

 

Bekijk meer van

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

4 reacties

Ernst Lissauer, 5 november 2009, 15:51

Elco Brinkman ‘van de vrije jongens’ die ‘scheefwonen ‘wil aanpakken ( je huurt te laag, verhuis naar een dure woning zodat ook jij krom ligt aan het infuus van de banken ) is niet in staat zich hiermee te bemoeien. Alleen als het gaat over de PO mag hij beslissen wat ze uitzenden, zeggen, verdienen en doen. De vrije pers dient de vrije pers te blijven en dit soort figuren scherp in de gaten blijven houden.

Raoul Duke, 5 november 2009, 18:29

Waarom verbaast het me niet dat een neo-Maoist zoals Marijnissen voor publieke pers is?

S. Lammers, 10 november 2009, 20:56

Door de opkomst van social media zie je eigenlijk een nieuwe vorm van het aloude pamflet ontstaan. Blijkbaar is het vertrouwen in de klassieke journalistiek dalende, of in elk geval zijn mensen minder bereid hiervoor te betalen.

Om vervolgens meteen in de bescherming van de sector te schieten, vind ik iets te makkelijk. In hoeverre heeft de oude journalistiek dit niet over zichzelf afgeroepen?

Weldegelijk maak ik me zorgen over het mogelijk verdwijnen van controle functie van de macht en de verminderde voorlichtingsfunctie van publiek. Echter ben eens eerlijk, hoeveel procent van een krant voldoet hier nu aan? Bestaat nu niet 80% uit nieuws dat sneller via blogs/tweets tot je komt?  Eigenlijk zie je alleen bij NRC Next dat de redactie hier rekening mee houdt; in verhouding minder nieuws meer achtergrond. En die krant groeit ook.

Redacties zouden er goed aan doen, om deels burgerjournalistiek te omarmen, experts meer in te schakelen, en zelf te focussen op onderzoeksjournalistiek. Daarmee kunnen de kosten flink verlaagd worden, waardoor ook het verdienmodel weer op orde is.

Jacq Zinken, 16 november 2009, 11:43

Natuurlijk heeft Lammers gelijk dat de ‘oude journalistiek’ de ellende gedeeltelijk zelf over zich afgeroepen heeft. En natuurlijk zouden we daar eens goed naar moeten kijken. Maar het gaat mij om de toekomst en om een structuur waarin de waardevolle bijdrage van de journalistiek aan het democratische proces misschien beter verankerd is. De vorm waarin die journalistiek zich dan manifesteert is wat mij betreft open. Maar het uitgangspunt moet zijn de rol van de journalistiek en niet het zoeken naar een verdienmodel. Dat is het paard achter de wagen spannen.