— donderdag 4 juli 2019, 09:00 | 0 reacties, praat mee

Portfolio Mark Pasveer: Een halve boer met een camera

Boer had hij willen worden, maar het geld ontbrak. Mark Pasveer komt nu als fotograaf op de erven, overal ter wereld. Niets maakt hem zo gelukkig als koude, zwarte aarde in het voorjaar. En geleedpotige kniktractoren.

In het midden van de keuken staat een aluminium reiskoffer met trekstang. Een paar dagen terug uit Noorwegen, klaar voor vertrek naar Californië. Zelden blijft Mark Pasveer (1967) voor langere tijd in Hallum, Noord-Friesland. Het terpdorp onder de Waddenzee is zijn woonplaats, maar ook een vluchtheuvel. Weg van hier, onderweg naar overal. ‘Binnen zitten is straf’, zegt hij. ‘Een huis een kwelling. Soms moet je er zijn.’

Buiten klinkt klokgelui van de kerk waarop hij uitkijkt. De voormalige mosterdmalerij die hij twee jaar geleden kocht, staat in een kring van huisjes eromheen, alleen gescheiden door een hooggelegen begraafplaats. ‘Dat geluid van die klokken, zó hard. Van die kerk weet ik niet veel, hervormd vermoed ik. En veel mensen ken ik ook niet. Als ik hier aankom, zie ik die koppen bewegen achter het raam. Wat moet ik hier, vraag ik me af, en dan ben ik weer vertrokken. Een onrustig persoon, dat ben ik zeker.’ Half dood komt hij vaak terug, totaal verreisd, zonder thuisgevoel. Dan is er weer dat lange wennen, aan Hallum en heel Nederland, vertelt hij kalm aan de lange keukentafel. Achter een zijkant is een houten wand met tractorplaten, emaillen reclameborden (Senior Melkkleding) en een foto van een besneeuwde woning in Noorwegen. ‘Mijn huis’, zegt hij, ‘daar woon ik ook, onregelmatig.’

Het oude Friese hoekhuis kocht hij een paar jaar geleden na zijn scheiding. Tijd ontbreekt om veel te klussen. Op een bank na is de opkamer leeg, uit de schrootjeskeuken moet hij nog van alles wegbreken. Hij woont er met zijn dochter en twee poezen. In het schuurtje staat een Kirchner lintzaag mooi te wezen, een oude groene, waarop hij minstens zo gesteld is. In een loods in Dokkum zijn andere troetelkinderen gestald, net als in Noorwegen. Het zijn een stuk of twintig kleine tractoren van oudere makelij. Ze maken hem gelukkig.

Pasveer verdeelt zijn tijd over Nederland, Noorwegen en de Verenigde Staten. Lange tijd leefde hij uitsluitend ‘uit de koffer’, en nog steeds zit hij jaarlijks zo’n zeventig keer in een vliegtuig. Als fulltime landbouwfotograaf is hij altijd op reis, onderweg naar bossen, prairies en boerderijen. In Noorwegen woont hij afgelegen, op drie uur rijden van Lillehammer. Twee landbouwbladen publiceren er zijn foto’s en in het Noors geschreven artikelen. De opdrachten reiken vaak tot de Verenigde Staten, een walhalla van tractoren. Hij jaagt er op oldtimers en newtimers, die hij aantreft in verborgen schuren. Maar ook nieuwe, gigantische Big Irons zijn gewilde prooien. De vakbladen willen alles van hem hebben, de foto’s zijn krachtvoer voor de boeren.

Sperma, nog zo’n specialiteit van hem. Opgefokte, viriele stieren kunnen op Pasveers liefde rekenen. De internationale coöperatie CRV, zaadleverancier voor het rundvee, is zijn opdrachtgever. Andere onderwerpen vindt hij dichterbij huis. Hallum ligt strategisch in een rijk landbouwgebied, aan de oostkant de akkerbouwers, westkant de melkveehouders. De fotograaf is er vrijwel Koning Eenoog. De meeste collega’s bestrijken het midden en zuiden van Nederland. ‘Ik ben een eenling, zeker geen teamplayer’, stelt hij vast. Alleen bij de jaarlijkse ‘fotografenpizza’ in Doetinchem ziet hij de andere landbouwfotografen. ‘Vaak ben ik een hele dag alleen onderweg. De contacten met boeren zijn meestal kort. Eenzaam werk, ja, heel prettig. Ik ben nog steeds een lone cowboy in de fotografie.’

Alles is begonnen bij De Boerderij, het onafhankelijke weekblad voor de landbouw, waaraan hij nog steeds verbonden is. Ruim twintig jaar geleden solliciteerde hij met succes op een vacature voor een fotograaf. Het liefst had hij zelf boer willen worden, vanzelfsprekend, of vrachtwagenchauffeur. Maar het geld ontbrak. Hij werd een halve boer met een camera, en is desondanks tevreden, zegt hij: ‘Ik neem er nu genoegen mee om op een boerenerf te mogen komen. Ook al heb je zelf geen boerderij, je hebt toch contact, je deelt een werkplek en het gevoel.’

Dat gevoel kreeg Mark als jongetje van 12 jaar. Opgroeiend in het Friese Oranjewoud, bij Heerenveen, kwam hij vaak bij veeboeren. Daar mocht hij meehelpen in de stallen. Het ruwe leven pakte hem. Hij kocht een compact cameraatje en begon alles vast te leggen. De gedroomde loopbaan kwam pas later tot bloei, na jaren van onzekerheden, halve jobs en niet afgemaakte scholen. Theorie stond hem niet aan. Uiteindelijk voltooide hij toch de Havo en vond hij zijn geluk bij de Fotovakschool. Zijn eerste leerschool was het Arnhemse persbureau APA, dat onder meer het Agrarisch Dagblad van foto’s voorzag. Na vijf jaar viel zijn oog op de advertentie van De Boerderij, destijds in handen van Reed Elsevier. Het blad koos hem uit honderdvijftig sollicitanten.

Sindsdien is hij als fotograaf onder de boeren. Hij trekt door Nederland en heel Europa. In het najaar kan hij zomaar besluiten naar Frankrijk te kuieren. Kijken hoe de aardappels erbij staan, want een goede oogst daar kan directe gevolgen hebben voor de Nederlandse prijzen. In Nederland fotografeert hij alles wat de boer wil weten: nieuwe teelttechnieken, geavanceerde data-administraties, stallen, combines, mest, inseminaties, geboortes, bijzondere gewassen, bewerkte grond en gras, de agrariërs zelf en koeien, altijd weer koeien. Alle koeienfoto’s zijn welkom: grazend, loeiend, sjokkend naar de huis. ‘De stal en de wei zijn gebleven’, zegt hij. ‘En toch verandert er ook veel voor de koe. Eerst kreeg ze gele oormerken, nu loopt ze rond met sensoren, zodat de boer weet waar ze loopt en hoe ze graast.’

Koeien zijn fijne dieren, met varkens heeft hij minder. Moest hij kiezen, veeteelt of akkerbouw, dan weet hij het wel. Graag luistert hij naar boeren, hoe ze de grond klaarmaken. Trekkeren zonder schade te maken, met precies de juiste banden. Wees met grond voorzichtig. Uit de koude, zwarte aarde komt straks ons voedsel omhoog. In het vroege voorjaar kan je het nieuwe leven bijna ruiken. Ieder jaar voelt hij weer die lichte sensatie.

Veel is er in die ruim twintig jaar niet veranderd. Zijn loyaliteit ligt nog steeds bij de boeren, bij wie hij zich vertrouwd voelt. Fotograaf is hij, geen fotojournalist. ‘Ik denk vanuit het perspectief van de boer’, zegt hij onomwonden. Naar een bezetting van een varkensboerderij zou hij niet snel gaan. Het fotograferen van dat soort acties ligt hem niet. Vanmorgen meldde de autoradio nog dat Groningse boeren op trekkers een actie begonnen tegen de gevolgen van de gaswinning. Pasveer reed door, richting Friesland: ‘Het protest interesseert me niet echt’. De ontwikkelingen in de landbouw volgt hij zeker, de keukentafel ligt vol vakbladen. Intensieve veehouderij, megastallen en dierenwelzijn zijn onderwerpen waar hij echt wel over nadenkt. ‘Maar met vreemde mensen begin ik nooit een discussie, daar komt geen einde aan.’ Laatst vroeg de redactie van De Boerderij hem mee te gaan met leden van het Fryske Gea, betrokken bewakers van het Friese landschap. ‘Ze zijn een nuttig tegengewicht in de discussie. Maar zelf zou ik zo’n onderwerp nooit kiezen.’

Het werk voor De Boerderij, en voor het blad Trekker, is in al die jaren niet veel veranderd. De onderwerpen zijn dezelfde, alleen de redactionele begeleiding is anders. Vroeger kwam de lay-out in nauwe samenwerking met de beeldredacteur en vormgever tot stand, compleet met ingetekende cover en de openingsfoto. Daar staat een man, daar komt een varken. De beeldredacteur is nu weg, de redacteur maakt de keuze, wat volgens hem ten koste gaat van de kwaliteit. De foto mist wel eens de kern, er wordt minder over nagedacht. Het is een voorzichtig geformuleerde klacht, wat rest is de loftrompet: ‘Voor De Boerderij is fotografie nog steeds belangrijk. Ze blijven bij beroepsfotografen opdrachten uitzetten. Schrijvende journalisten worden nog niet met mobieltjes naar boerderijen gestuurd.’

Pasveer krijgt veel waardering en mag op zijn eigen manier foto’s blijven maken. Met een tas vol cameraspullen en zijn oude set van Broncolor studiolampen betreedt hij dagelijks de erven. Zijn ingeflitste beelden ogen als een ouderwetse Amerikaanse film, een tikje ruig en slordig bewerkt. Aan film of video doet hij niet, en ook ligt er geen drone in de achterbak van zijn Volvo stationcar. ‘Ik ben een super traditionele fotograaf’, zegt hij over zichzelf. ‘Dat is mijn signatuur, zo herken je mijn foto’s.’

Niet dat er nooit iets in zijn leven veranderd. Pasveer woonde al geruime tijd met zijn vrouw en zijn gezin in Lochem, toen ze op een dag besloten voor het avontuur te kiezen. Rustig, handen rond een mok koffie: ‘We hadden zin in iets anders, het was tijd om te verkassen. Noorwegen leek ons wel wat.’ De fotograaf zegde zijn vaste baan bij Reed Elsevier op, waarna ze in 2004 uit Nederland vertrokken. Het begin was zwaar, ze zaten niet op hem te wachten. In Noorwegen was hij een nobody. Maar via via legde hij contacten. Noorse landbouwbladen ontdekten zijn talent en in Nederland bleef De Boerderij hem trouw. De vlakke Hollandse weilanden werden uitgebreid met Noorse bergen en bossen. Hij leerde er geleedpotige kniktractoren kennen, die geen helling schuwen. En ging er houden van die typisch Noorse geur, een verleidelijk mengsel van hars, naalden en zaagsel, dat vrijkomt na het vellen van bomen.

Zijn huis in Noorwegen houdt hij voorlopig aan, al komt hij er minder vaak. In Hallum moet hij zien te aarden. ‘Raak ik hier ooit thuis, ik weet het niet’, de woorden komen achteloos. ‘De deur moet overal half open blijven staan, ik wil graag wegkomen. Ga je mee, een eindje rijden? Ik weet, verderop zijn ze bezig gras te kuilen.’

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.