anner smart octo

— vrijdag 11 juni 2021, 11:14 | 0 reacties, praat mee

Pieter van Os over het toenemende gebruik van ‘ik’ in journalistieke boeken

Niet zozeer de tijdgeest brengt journalisten ertoe zichzelf in hun boeken te schrijven. Het is de toegenomen mediakritiek die hen schuw en bescheiden maakt. Misschien zelfs iets te bescheiden, zegt Pieter van Os in een column uitgesproken in de uitzending van Met het Oog op Morgen waarin de Brusseprijs voor het beste journalistieke boek is uitgereikt. Pieter van Os (NRC, De Groene Amsterdammer) zat dit jaar in de jury van de prijs. Hij won de Brusseprijs in 2020 met het boek Liever dier dan mens. In zijn column reflecteert hij op het toenemend gebruikt van de eerste persoon enkelvoud in journalistieke boeken.

Het is bijzonder leerzaam om tientallen boeken te lezen die doorgaans niet op je pad komen. Dan komt je nog eens onorthodoxe passages tegen, of stijlmiddelen die je niet kent, laat staan zelf zou gebruiken. 

Mij gebeurde dat bijvoorbeeld bij het lezen van Spionkoppen, een boek van ene Paul Abels over een elftal oud bazen van de AIVD, de vroegere BVD, ofwel: de binnenlandse veiligheidsdienst. Abels is zelf oud BVD’er. Het is een prettig boek, meer historisch dan journalistiek en het dong dus niet serieus mee naar de Brusseprijs. Toch had ik beloofd het helemaal uit te lezen – je zit niet voor niets in een jury - en op bladzijde 296 ‘gebeurde het’. Daar schreef Abels opeens, terwijl hij een bijeenkomst in Leiden beschreef: “Dick Schoof werd in het debat geconfronteerd met de stelling van hoogleraar Inlichtingenstudies Paul Abels dat de AIVD nooit zomaar informatie naar buiten brengt…” En zo verder. 

De hoe? Geconfronteerd met een stelling van Inlichtingenhoogleraar Abels?! Maar dat is de auteur van deze zin, toch? Van dit boek?

Gelukkig staat er een voetnoot bij en daarin legt de oud-inlichtingenman uit: “In lijn met het gebruik bij de AIVD om in de derde persoon over zichzelf te spreken, heb ik ervoor gekozen dat ook te doen op deze plek.”

Potsierlijk, vond ik eerst. Maar al snel vond ik het prachtig, want totaal onorthodox. Het is ook een geinig weetje dat AIVD’ers in hun rapporten altijd in de derde persoon enkelvoud spreken, zeker als je tientallen journalistieke boeken leest waarin de eerste persoon enkelvoud dominant is.

In het boek waar ik zelf de Brusseprijs mee won, ik-te ik ook heel wat af, terwijl het niet over mij ging, maar over een holocaustoverlevende - nota bene. Ik wist toen nog niet dat het volstrekt gangbaar is, wat ik deed. Ik had verwacht dat meer auteurs een klassiek journalistieke methode hanteren voor hun boek, waarbij de auteur eerst tientallen, zo niet honderden mensen spreekt om vervolgens het verhaal op te schrijven als alwetende verteller. Zonder ik. 

Ik-ken kan natuurlijk goed werken: een journalistiek verhaal voor het voetlicht brengen als een persoonlijke zoektocht. Bovendien zit kwaliteit in zoveel meer dan de vorm, in onderwerp, urgentie, journalistieke middelen, doorzettingsvermogen; enzovoorts. Toch slaat de ik-vorm af en toe wel door. Dan blijft er weinig journalistieks meer over – dan resten louter memoires. Een tv-journalist heeft zijn ziekenhuisopname, de fouten gemaakt door medici en zijn eigen lijdensweg uitgeschreven en laten insturen voor deze prijs. Als lezer – deze althans - ga je het op den duur opnemen voor die medici… murw gebeukt door het gelijk van de ik, wiens bezwaarschriften je op het slot ook nog integraal moeten lezen. 

Of neem een boek over de oorlog in Syrië waarin de eerste drie hoofdstukken zelfs beginnen met het woord ‘ik’. Of het boek over de maffia in Zuid-Italië, een goed informatief boek dat de longlist haalde. De jury – deze jury althans – kwam er niet uit of de persoonlijke passages, over het vriendje van de auteur, zijn familie, de redenen om in de regio te gaan wonen en zo meer, iets toevoegden, of juist afleiden van waar het in het boek om gaat. 

Waarom al het ge-ik in journalistieke boeken? Een veel gehoorde verklaring is de tijdgeest, de individualisering van de samenleving: me, myself and I. Maar dat is te makkelijk. Ik denk dat er ook iets anders meespeelt. Dat is de invloed van de toegenomen mediakritiek, van de tamelijk geraffineerde soort van journalisten als Joris Luyendijk en Rob Wijnberg tot de lompere varianten van politici als Donald Trump en Trial-by-media-Thierry-Baudet. Het brengt journalisten ertoe te zeggen: Ik ben het maar. Ik beweer niet de objectieve waarheid te geven; het gaat hier slecht om mijn eigen subjectieve kijk.

Ik doe er zelf aan mee. Alleen al in deze column maakte ik twee keer een voorbehoud dat eruit voortkomt. Ik schreef: de lezer? Sorry, deze lezer. De jury? Excuus, déze jury. Vooral niet spreken namens anderen. 

Misschien dat ik daarom zo getroffen was door Abels derde persoon enkelvoud. De pretentie van totale objectivering. Wel verfrissend eigenlijk, tegen de stroom in.  Bovendien is een beetje waarheidspretentie toe te juichen. Denk ik. Want probeer maar eens gehoord te worden (laat staan de wereld te veranderen) als je voortdurend onderstreept dat jouw observatie, mening of contemplatie er maar eentje uit duizenden is.

Bekijk meer van

Pieter van Os Brusseprijs

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.