— donderdag 18 juli 2019, 11:14 | 0 reacties, praat mee

Pieter Klok en René Moerland over de Volkskrant en NRC. ‘De kans dat we samengaan is nul.’

Ze waren studiegenoten en nu zijn het elkaars grootste concurrent. Pieter Klok en René Moerland zijn de nieuwe hoofdredacteuren van de Volkskrant en NRC. Een twistgesprek over het vak. ‘Jullie hebben nog nooit iets vrolijks over het populisme geschreven!’

De nieuwe hoofdredacteur van de Volkskrant is iets eerder. Op het dakterras van De Bijenkorf zit hij al aan een tafeltje. Handen in zijn schoot gevouwen. ‘Ietsje dichterbij de NRC dan bij ons’, zegt Pieter Klok plagerig. Het wachten is op René Moerland, de nieuwe chef van de NRC-titels, die zich append vanaf de redactie aan het Rokin naar het dak­terras haast. Ze hebben niet heel veel tijd voor het gesprek. De wittebroodsweken vreten tijd.

De locatie was nog even inzet van onderhandeling. Café Scheltema aan de Oudezijds leek de ideale stek voor dit duo gesprek, maar bij de gedachte aan stoffige tafelkleedjes in een voormalig journalistenhol haakte Klok af. Daarna leek het dakterras van het verderop gelegen W hotel de beste locatie voor een twistgesprek over de moderne journalistiek. De hipster hangout met panorama-uitzicht op het Koninklijk Paleis, was in alles het tegenovergestelde van de rokerige zwart-wit-glorie bij Scheltema. Hier konden de heren pootjebaden in een zwembad met mondaine Instagram-meisjes. Was dát iets? Neen, té hip. ‘Iets er tussenin?’, probeerde de Volkskrant-voorman voorzichtig.

Dus zitten we nu op het dakterras uitkijkend over de Beurs van Berlage op de bovenste etage van ’s lands meest ­chique warenhuis. Met enig cultuur-historisch besef zou je de keuze voor de ontmoetingsplaats een superieure vorm van zelfinzicht kunnen noemen. NRC en de Volkskrant zíjn natuurlijk De Bijenkorf van de geschreven journalistiek: beide kranten leveren een hoogwaardig product waar je voor moet betalen en dat moet tegenwoordig steeds meer digitaal gebeuren om de toekomst veilig te stellen. En daar gaan we over praten.

Wat meteen opvalt. Klok, gestoken in een blauw Lacoste shirt, met bijpassende gympen, lijkt te breken met de hoofdredactionele dresscode. Waar vroegere hoofd­redacteuren zich meestal in pak presenteerden – de laatste twee (Philippe Remarque en Pieter Broertjes) al wel zonder das – ziet Klok er eerder uit als een tennis­coach dan als een kapitein van een krantenleger. Het vrijetijdstenue wordt niet de nieuwe werkkleding van de baas. ‘Op de redactie ga ik wel eens een pak dragen’, zegt hij. Die koopt hij in Londen ergens bij een kleermaker ‘midden in The City’, vertelt hij. ‘Al kom ik helemaal niet uit een jasje dasje familie. Een klassiek onderwijzersgeslacht, dat is mijn achtergrond.’ Valt even stil. ‘Ja, echte Volkskrantlezers’, zegt de verse leidsman.

Klok racet straks door naar Castricum voor een volgend gesprek. De nieuwe baas werkt aan een nieuwe hoofdredactionele structuur, waarbij een vijfkoppige leiding de nieuwstanker op koers moet houden. De laatste dagen is hij niet op de redactie geweest, maar heeft hij zich in een kantoortje bij buurman Frans Bromet in Ilpendam teruggetrokken voor zijn beslommeringen. ‘Dat is beter dan op de redactie rondlopen. Natuurlijk heb ik mijn voorkeuren, maar je moet ook weten wat iemand anders wil. Misschien is er een goede kandidaat van wie je de ambities niet kent’, zegt hij.

Ha, daar is René Moerland, wel in een jasje, maar zonder dasje, maar ook geen telg uit een pakken-milieu, maar een sociale stijger uit een ambtenarengeslacht uit het Noord-Hollandse Anna Paulowna. Droog: ‘Ik werk wel op een redactie’, zegt hij. ‘Maar nog niet operationeel bezig.’

Tekst loopt door onder de foto

De mannen kennen elkaar van de academische journalistenopleiding aan de Erasmus Universiteit: de inmiddels alweer afgeschafte PDOJ. ‘We zaten in het jaar met Angela de Jong’, zegt Klok. ‘Die is nu in feite ook hoofdredacteur van het AD’, stelt hij vast. ‘Nou ja, de opiniërende hoofdredacteur, zal ik maar zeggen.’ Moerland, een historicus, en Klok, opgeleid als ingenieur, zijn journalistieke zij-instromers.

De ‘tweede kans’ reporters komen elkaar voor het eerst tegen in de kelder van de Rotterdamse universiteit. ‘René had al een kind. Dat was iets magisch. Een vader in de klas’, zegt Klok. De man die zichzelf omschrijft als ‘een a-technische Delftenaar’ is onder de indruk van de uit Frankrijk terug geëmigreerde onderzoeker. Tikje pesterig: ‘Ik zag in hem meteen een toekomstige hoofdredacteur van de NRC, ja. Hij was al wat verantwoordelijker, wij waren nog wat rebelser, met drinken enzo.’

Angela de Jong wilde ooit AD-hoofdredacteur worden, maar zag het niet zitten. Zij is nu een gevreesde televisiecriticus. Is dat geen leuker leven?
PK: ‘Optreden op televisie is leuk, maar voor een hoofdredacteur is het geen must hoor. Philippe (Remarque, red) zat veel op de redactie. Van Thillo, de uitgever, vindt ook dat we het meeste van waarde zijn op de krant. Radio doe ik af en toe, dat is leuk om te doen.’

René Moerland wordt niet de nieuwe Vandermeersch die overal gaat zitten om de krant te verkopen?
RM: ‘We hebben experts die gevraagd worden: Tom-Jan Meeus, Thijs Niemantsverdriet, Guus Valk, Marike ­Stellinga. Het gaat om onze journalistieke verhalen. Dat hoef ik niet alleen te vertellen.’

René is directeur, Pieter is hoofdredacteur. Moet jij nu naar de geldkraan kijken en ‘nee’ zeggen tegen sommige projecten, René?
RM: ‘Ik zie geen tegenstelling tussen journalistiek en uitgeven. Wij kunnen bestaan, omdat we goede journalistiek maken. Dat is waarom mensen NRC lezen. Dat ik directeur ben is bijvoorbeeld goed om innovatie te bevorderen.’
PK: ‘Ik denk niet dat er verschil is tussen de positie van René en die van mij. Je krijgt een budget en daarmee moet je keuzes maken. Die zijn ingegeven door journalistieke overwegingen.’

Is er druk van de uitgever? Die bijvoorbeeld meer betaalde content eist.
PK: ‘Je kunt op drie manieren online geld verdienen. Met bannering maar daarvan vragen we ons af hoe effectief dat nog is. Met de verkoop van individuele artikelen, maar ook dat levert niet heel veel op. Abonnementen verkopen blijkt nog steeds het lucratiefst.’

Kijkt spottend naar de verslaggever: ‘We houden het lang vol hè. Al negentien jaar geleden werd er gezegd dat we op de Titanic zaten en we drijven nog steeds.’

Het valt op dat het nieuws steeds vaker online staat, zeker bij NRC. Op vrijdagochtend was het verhaal over de corruptie in Limburg al te lezen op nrc.nl. Dat verhaal stond pas zaterdag in de papieren editie. Voel je je dan niet bekocht?
RM: ‘Nee, we beslissen per verhaal of dat eerst digitaal publiceren. De timing is voor onze lezers niet zo’n probleem. Wij bedienen de abonnees op een manier waarop zíj ons graag willen lezen.’

In dat verhaal stond het nieuws niet in de kop, maar ergens weggestopt. Lobbyist Maxime Verhagen declareerde dubbel, bij zijn opdrachtgever en bij het bedrijf dat hij moest belobbyen.
RM: ‘We kunnen soms wat scherper zijn, maar ik vond dit wel een goed verhaal.’
PK: valt zijn studiegenoot bij: ‘Ik denk dat wij er steeds meer voor kiezen om een afgewogen verhaal te schrijven. Vroeger zou je het misschien wel groter hebben gebracht met een spetterende kop. Nu er online al genoeg opwinding is – de twitteritus heeft het opinieklimaat totaal verziekt – vinden wij het belangrijker een goed stuk te maken waarmee we juist wegblijven van de hijgerigheid.’

Hebben jullie de opkomst van Baudet gemist?
RM: ‘Vind ik niet’.
‘Jullie hebben nog nooit iets vrolijks over het populisme geschreven’, zegt Klok tegen Moerland. ‘Ik zie de NRC toch meer als een krant van het establishment.’

Baudet werd in een paar stukken weggezet als parlementaire gek.
RM: ‘Vanaf het begin hebben we erover geschreven. Ik ben het niet met je eens dat hij werd weggezet als gek en niet serieus werd genomen. We zijn naar bijeenkomsten van Forum voor Democratie geweest. We hebben het verhaal met Henk Otten gebracht waarin hij toegaf 25.000 euro aan zichzelf te hebben overgemaakt. Dat was een mooie scoop, wij onderzoeken alles. Ik vind ons juist dwarser.’

Die primeur hadden jullie niet, Pieter?
PK: ‘Dat was heel mooi werk. Ik heb er nooit zoveel last van om dat toe te geven. We hadden wel drie maanden eerder een verhaal met Otten.’
RM: ‘Toen hadden jullie het nieuws nog niet.’

In hoeverre zijn jullie dataverslaafden die de hele dagen turven waar de bezoekers naar kijken?
PK: ‘Negen jaar geleden moest je gewoon een goede krant maken. Je wist precies wat de lezers onder ogen kregen. Dat is nu veel ingewikkelder. Je weet niet waar ze hun indrukken opdoen. Je hebt een berg aan data, maar als redactie hebben we er nu niet zoveel aan. In de eerste plaats wil ik weten wat onze abonnees doen. Mijn vrouw leest de app, ik vooral papier, mijn zoontje zit op Instagram te klooien. Dat wil je eigenlijk per abonnee weten, zodat je je middelen goed kunt inzetten.’

RM: ‘Je probeert een langdurige band met je abonnees op te bouwen. We hebben meer mogelijkheden om onze lezers te bereiken, niet alleen met de papieren krant, maar ook met nieuwsbrieven, podcasts en mobiel. We hebben al veel gedaan om te weten waar en wanneer ze lezen. En daar kunnen we nog beter in worden.’

Veel aangeklikte verhalen op Volkskrant.nl zijn vaak weinig onthullend. Voorbeeld: ‘Poepen langs de weg is hoogtepunt van de dag’, was recent het meest gelezen verhaal.
PK: ‘Dergelijke koppen trekken veel lezers. Overigens zat achter deze kop een mooi menselijk interview.’
RM: ‘Er is een wezenlijk verschil tussen een databedrijf en NRC Media. Databedrijven handelen in data, wij verkopen journalistiek en daarbij gebruiken we data. Ik denk dat we daar open over kunnen zijn.’

Jullie verkopen dus geen gegevens?
RM: ‘Nee.’
PK: ‘We verkopen niet door, maar wisselen wel uit met de Telegraaf Media Groep, volgens mij. Adverteerders willen steeds beter weten wie ze bereiken. Daar heb je data voor nodig. Je concurreert met Google en Facebook. Die hebben al jouw data, dus daar moet je wel iets tegenover stellen.’ Hij heeft duidelijk geen zin in deze discussie: ‘Maar goed, dat gaat helemaal buiten de redactie om.’

Daar voel je je niet verantwoordelijk voor?
PK: ‘Dat je die data verkeerd gebruikt? Als mediabedrijf kun je je dat helemaal niet permitteren. Je weet toch hoe kritisch ze dan gaan schrijven. De commerciële afdeling kijkt altijd hoe ver ze kunnen gaan. Dat is de aard van het beestje. Die moet je terugduwen. Tot hier en niet verder.’

Jullie voorgangers zijn beiden uitgever geworden. Die moeten nu meedenken.
RM: ‘Het is naïef om te denken dat je als uitgever een goed journalistiek merk omhooghoudt als je zoveel mogelijk data verkoopt.’
PK: ‘Het is heel commercieel om redactioneel onafhankelijk te zijn.’ Met nadruk: ‘Zò!’
RM: ’Ik zie de tegenstelling die je zoekt eerlijk gezegd ook niet.’
PK: ‘Onafhankelijkheid wordt steeds meer geld waard.’

De consolidatie…
PK wacht de vraag niet af: ‘Er was ooit een kans dat we fuseerden, maar die is verkeken. De kans dat we samengaan is nul. We zaten in hetzelfde concern. Daar zijn zij (NRC, red) uitgestapt. Er is ook geen noodzaak om titels op te heffen. Je kunt nog steeds schaalvoordelen behalen. Het Parool en AD werken samen.’

Maar die kranten echoën enorm, veel dezelfde doorgeplaatste stukken.
PK: ‘Het is een zegen dat de NRC uit de Persgroep is getreden. Dat heeft ons vrijheid gegeven en geïnspireerd, want we zijn toch elkaars grootste concurrent.’
RM: ‘Ik denk dat wij vrijzinniger zijn, eerst de feiten onder­zoeken pas dan een mening vormen.’
PK: ‘Maar jullie hebben geen klimaat sceptische columnist, zoals Martin Sommer. Jullie zitten op de lijn van The Guardian: dat er een acuut klimaatprobleem is.’
RM: ‘Nu zeg je héél veel dingen door elkaar. Misschien dat we inderdaad nog naar een andersoortige columnist kunnen zoeken, maar wij zijn juist niet van The Guardian-lijn. We zijn veel nuchterder. Wat zijn de kosten voor klimaat, dat soort verhalen brengen wij ook.’
PK: ‘Journalistiek is er geen verschil. Je moet als verslaggever de meest ongemakkelijke vragen kunnen stellen. Alle hypotheses moeten we onderzoeken, en niet één kant op zoeken. Ik vind het interessanter dat mensen zoekend hun weg proberen te vinden.’

Tekst loopt door onder de foto

NRC zou een verhaal over ‘zittend plassen’ niet snel plaatsen?
PK: ‘Dat was in Volkskrant Magazine. Het was misschien ietsje te lang maar het was een heel leuk stuk. Het gaat ook over emancipatie en schaamteloosheid als je het goed leest. Grote thema’s.’
RM, zeer onderkoeld: ‘Ik las dat er een conclusie werd getrokken; dat het (staand plassen, red) niet meer kon. Ik dacht: dat is een aparte wereld waarin dergelijke conclusies getrokken worden.’

Gaan jullie elkaars ‘spelers’ wegkopen?
PK: ‘We hebben wel een tijdje competitie gehad toen er onvrede was op de NRC redactie. Toen hebben we daar misbruik van gemaakt’, zegt hij met een lachje.
RM: ‘Ik ben blij dat je het toegeeft. Hier zie je toch wel dat er verschil is. Je kunt overstappen, maar je hoort bij de krant waar je werkt.’
PK: ‘In elke krant zit DNA. In het verleden is het management wel eens te rigoureus vervangen of zijn er mensen van buiten gehaald. Dan maak je een krant kapot. Het is een onzichtbaar weefsel. Wij hebben onze ideologische veren afgeschud en dan hielp het wel dat we een paar NRC journalisten kregen. NRC heeft een grote onderzoeksjournalistieke traditie en het is goed daarvan te leren. Dat heeft ons verder gebracht.’

Wie zou jij van de Volkskrant willen hebben?
RM: ‘Dat ga ik zeker niet zeggen. Ik denk dat we beter kunnen investeren in technologie-onderzoekers. Wat betekent de invloed van grote databedrijven voor ons? We hebben Marc Hijink en Wouter van Noort, maar daar zou ik er wel meer van willen hebben. Technologie raakt aan zoveel terreinen, economie, samenleving. Dat kunnen we gaan uitbouwen.’

Goede economische verhalen staan steeds minder in de krant. Veel lifestyle.
PK: ‘We willen deze verhalen wel, maar het wordt steeds lastiger ze te maken. Het bedrijfsleven heeft zich afgesloten van de media. Dat vinden ze niet meer interessant.’
RM, sarcastisch: ‘Ja jullie zijn er maar een beetje mee gestopt (met economie, red). Dat doen wij niet.’
PK: ‘Jullie denken dat een katern belangrijk is om iets belangrijk te vinden. Wij vinden economie zo belangrijk dat we het voorin de krant zetten.’
RM: ‘Wij onderzoeken de machtsverhoudingen in de economie wèl. Dat is internationaler geworden. Het is niet eenvoudig, maar dat betekent niet dat je het niet moet doen.’
PK: ‘De bedrijfselite heeft niet zo’n interessant verhaal meer. Weinig mensen in het bedrijfsleven vertonen moreel leiderschap. Als gevolg van strenge voorkennisregels zijn bedrijven bovendien aan protocollen gebonden. Ze mogen niks meer!’

Klok moet jakkeren. Naar Castricum.

De tarieven voor de journalisten zijn idioot laag. Gaan jullie daar iets aan doen?
RM, terwijl Klok al weg is: ‘Volgens mij liggen die bij ons hoger dan bij de Volkskrant’.

Postscriptum van PK: ‘Dit mag je echt niet onweersproken laten. Er is een onderzoek gedaan naar freelance tarieven en daarin scoorden wij relatief goed. NRC deed niet mee. En NRC werkt met payroll-constructies, wij niet.’

Pieter Klok (1972)
Hoofdredacteur de Volkskrant
Daarvoor: Plaatsvervangend hoofdredacteur en Ingenieur Rijkswaterstaat
Opleiding: PDOJ (2000), Technische Universiteit: Civiele Techniek (1992-1996)
Boek: ‘Bonus! Waarom bankiers de grote winnaars zijn van deze crisis’ met Xander van Uffelen

René Moerland (1970)
Hoofd­redacteur NRC Handelsblad
Daarvoor: EU-correspondent, chef diverse redacties, correspondent Frankrijk.
Opleiding: PDOJ (2000), Geschiedenis UvA (1989-1995) en EHESS - Ecole des Hautes Etudes en ­Sciences Sociale, Parijs (1997-1999)

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.