website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Piet Bakker in afscheidscollege over nieuws in de haarvaten en de journalist als nerd en netwerker

Piet Bakker — Geplaatst in Innovatie op donderdag 11 januari 2018, 16:00

© © FCJ / HU

Opinie Piet Bakker (64), lector Crossmedia & Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht, gaat op 1 februari met pensioen. Na een periode van ruim tien jaar neemt hij vanmiddag afscheid van de school in Utrecht. Hij doet dat met dit afscheidscollege.

Mijn studenten bond ik op het hart nooit een werkstuk te beginnen met Het medialandschap is ingrijpend veranderd. ‘Maar’, zeiden ze, ‘het is wel zo’. Over de tweede zin zei ik niks. Dus: Het medialandschap is ingrijpend veranderd.

Vergeleken met 25 jaar geleden – één generatie terug – is het medialandschap van 2018 onherkenbaar. Iedereen online, overal smartphones, sociale media de belangrijkste platformen. De technologie wordt beheerst door een handjevol Amerikaanse bedrijven, vertrouwde mediamerken concurreren met nieuwkomers, het verzamelen van data heeft het gewonnen van privacy.

Journalistiek in 2018 is een wereld van innovatieve technologie en communicatie-opties: YouTube, bloggen en vloggers; Twitter, Facebook, WhapsApp, LinkedIn, Snapchat en Instagram; datajournalistiek, scraping en interactieve graphics; Google Maps, Docs, advanced search en alerts; snowfalling, longreads en storytelling; chats en messages; TweetDeck en Hootsuite, reaguurders, modereren, blocken en bannen, filterbubbels en nepnieuws; content- en community-managers; tablets en smartphones; VPN en encryptie; hashtags, mentions, likes en shares; VR, AR en gamification; vertical video, live-blogging; podcasts en SoundCloud; RSS, paywalls, listacles, cookies, newsletters, apps, embedded content, Blendle, branded content, slideshows, timelines, responsive design, SEO, Publeaks, CMS…

Voor het publiek is het een ongekende toename van mogelijkheden, media zijn op zoek naar een businessmodel. En de journalist? Is diens lot verbonden met dat van de media? Als het goed gaat met de media, gaat het dan ook goed met journalisten? 25 jaar geleden zouden we die vraag bevestigend beantwoorden. Een journalist was iemand die voor een krant, tijdschrift of omroep werkte en als het goed ging met krant, ging het goed met de journalist.

De journalist van nu is tijdelijk, parttimer of freelancer, en wordt ingezet voor technische klussen, het bijhouden van sociale media en commerciële taken, bij media maar ook bij bedrijven, organisaties en productiebureaus. Vaker voor online dan voor traditionele media.

Wie de technologie beheerst – een beetje ‘nerd’ wordt – en z’n publiekscontacten goed organiseert – netwerker – kan prima de weg vinden in de digitale wildernis. Dan kom je in de haarvaten: niet alleen lokaal, maar ook in de uithoeken van archieven, in databanken, subculturen en groepen wiens kennis je kan gebruiken.

Nieuwe banen, krimpende redacties en de opmars van de freelancer
Er zijn drie belangrijke redenen voor journalisten om zelf bovenop innovatie te blijven zitten. Ten eerste zijn nieuwe banen ruim gedefinieerd. Ik onderzocht journalistieke vacatures en stelde vast dat webwerk domineerde en dat gevraagd werd naar digitale duizendpoten. Onderhoud van websites, video, sociale media, SEO, community-management, data-journalistiek… een eindeloze reeks aan technische en sociale vaardigheden kwam langs.

Ten tweede krimpen redacties bij bestaande media terwijl startups sowieso een kleine redactie hebben. Kernredacties met een schil van freelancers. Content-managers die alleen aangeleverde artikelen doorplaatsen, één- en tweemans hyperlocals waar iedereen alles doet, aggregatie- en curatiediensten, media die vooral via Facebook en Twitter distribueren. Grote redacties kunnen zich specialisten permitteren. Bij de prijzen voor online-journalistiek – die vaak door traditionele media worden gewonnen (NOS, NRC, de Volkskrant) – betreedt altijd een team het podium: journalisten, designers, data-specialisten. Kleinere spelers kunnen zich dit niet veroorloven.

Ten derde: de freelancende, tijdelijke, invallende, parttime en commercieel bijklussende journalist wordt de norm. Voor generalisten is steeds minder ruimte. Voor journalisten is een specialisatie belangrijk (basketbal, Noord-Korea, woningcorporaties) maar ook excelleren in een technische vaardigheid (camjo, livebloggen, data-journalistiek) verstevigt je positie. Journalisten die technologie efficiënt inzetten, maken ook betere journalistiek.

Digitale transitie
Veel wordt geschreven over mediabedrijven, meer dan over journalisten; als het media lukt is het probleem van de journalistiek opgelost en de toekomst veiliggesteld. Een naïeve veronderstelling. Voor journalisten, opleidingen en belangenorganisaties is het de vraag of het handig is de ‘oplossing’ uit te besteden. Toch is dat de dominante aanpak.

In het Digital News Report van Reuters Going Digital. A Roadmap for Organisational Transformation gaat Lucy Küng bijvoorbeeld in op Washington Post, Springer, New York Times, Le Monde en The Guardian. De wekelijkse update van belangenorganisatie WAN-IFRA ging over News Corp, Bloomberg en de BBC. Nick Kivits interviewde voor Villamedia online-specialisten van NRC, NOS, AD en Het Parool over de digitale strategie van die media. Het proefschrift van Klaske Tameling ging over de worsteling met online van NOS, FD en de Volkskrant. Kees Buijs schreef over hoe Wegener-kranten omgingen met het ‘probleem’ van online. Marco van Kerkhoven onderzocht digitale transities van regionale mediabedrijven.

Uit dat laatste onderzoek bleken belangrijke verschillen tussen management en werkvloer. Veranderingen die het management voorstaat zijn niet altijd duidelijk en ze worden in de praktijk niet altijd gefaciliteerd. Journalisten blijken vaak huiverig ten opzichte van digitale veranderingen te staan.

De digitale journalist
Hoe digitaal is de Nederlandse journalist? In 2010 onderzochten Liesbeth Hermans, Maurice Vergeer en Alexander Pleijter (pdf) het gebruik van digitale media door Nederlandse journalisten, maar er is geen jaarlijkse monitor. NRC Handelsblad is overigens 100 procent digitaal – althans, dat zeggen ze zelf. Daar werd de internetredactie in oktober 2017 afgeschaft, volgens hoofdredacteur Peter Vandermeersch (link achter betaalmuur) is iedereen namelijk internetredactie: ‘We hebben geen onlineredactie meer nodig, NRC is in korte tijd een internetredactie geworden. (…) De redactie werkt digital first, dat wil zeggen: in eerste”instantie voor digitaal.’

Maar als ‘de redactie’ digitaal is, is de journalist dat dan ook? In de praktijk wordt veel van het digitale gebeuren uitbesteed aan een legertje digitaal voetvolk dat bijvoorbeeld tweetjes inplant, sociale media beheert, content ‘verrijkt’, stockfoto’s plaatst, reacties modereert en geinige Facebook-posts maakt bij de artikelen.

Uitbesteden
Technologie en publieksrelaties worden vaak uitbesteed. Geen gebieden waarop journalisten excelleren. Er bestaat soms een grondige afkeer van alles wat naar techniek ruikt, of het nu redactiesystemen, sociale media of Excel-sheets gaat. Journalisten houden daar niet van. Met het publiek hebben journalisten een complexe relatie. Zonder publiek ben je natuurlijk nergens, maar als het publiek zich gaat roeren op sociale media komt daar niet altijd het beste in de mens naar boven.

Het uitbesteden van technologische klussen en communicatie met het publiek is in veel gevallen een begrijpelijke strategie. Waarom dure mensen routineklussen laten doen? Tweetjes inplannen is iets dat je prima aan anderen kan overlaten, maar weten hoe sociale media werken en wat je ermee kan is wel handig voor journalisten. Elke dag alle reacties modereren is veel werk, maar het contact met het publiek geheel uitbesteden is het andere uiterste. Eenvoudig routinewerk wordt veel uitbesteed, maar ook het maken van infographics, data-journalistiek, de productie van interactieve online-verhalen en video.

Technologie
Er is veel voor te zeggen om het technologisch bewustzijn en de kennis van journalisten te vergroten, minimaal op het niveau van het kunnen samenwerken met specialisten, maar ook door het zelf beheersen van relevante digitale vaardigheden.

Technologie kan journalisten helpen hun werk efficiënter te maken, tijdrovende klussen uit handen te nemen, beter en sneller bronnen te vinden en betere verhalen te vertellen. Het aantal hulpmiddelen om nieuws, bronnen en informatie te verzamelen is enorm: RSS-feeds, mail-alerts, data-scraping, nieuwsbrieven, advanced search, bots, geautomatiseerde TweetDeck- of Hootsuite-zoekacties, Twitter-lijsten…

Publiceren is veel meer dan een stukje tikken. Digitale platformen vragen om nieuwe tools en nieuwe formats. Interactieve graphics en kaarten, slideshows, longreads, listacles, live video, nieuwsbrieven, live-blogs, augmented reality, vlogs, timelines. Uitbesteden is een optie, maar zelf de vinger aan de pols houden is van belang als je als journalist in de haarvaten van de maatschappij wil blijven zitten.

Het publiek terugwinnen
Het publiek is gebruiker van nieuwe toepassingen, maar ook actief deelnemer. Veel discussie was er over ‘het actieve publiek’. Hoe actief zijn ze nu helemaal? Iedereen journalist? Daar is niks van terecht gekomen. Maar met 90 procent van de Nederlanders op Facebook, en miljoenen gebruikers van WhatsApp, Instagram, Twitter, LinkedIn, Snapchat en YouTube is het moeilijk vol te houden dat ze niks doen. Ze produceren geen kant-en-klare journalistieke producties zoals de evangelisten van de burgerjournalistiek ons wilden doen geloven. Maar ze produceren wel halfproducten, delen foto’s, nieuwtjes en geruchten; chatten, liken en delen, leveren commentaar en laten hartjes, smiley’s en gebalde vuisten achter.

Journalisten die grip op technologie hebben, hebben meer opties om het contact met gebruikers, publiek, fans, commenters, volgers, delers en likers zo te organiseren dat het bijdraagt aan journalistieke producten en het vertrouwen in de journalistiek. En ze kunnen zelf een community bouwen in plaats van te vertrouwen op Facebook.

Met publieksreacties is het helemaal misgegaan. Na de teleurstelling over forums, publieks-blogs, trollen en online getreiter waren media opgelucht toen ze de discussie uit konden besteden aan Twitter en vooral Facebook. Met volle overtuiging hebben ze zich uitgeleverd aan de Amerikaanse technologiegigant. Maar Facebook begon aan de knoppen te draaien, verzamelde gebruikersdata, werd via Facebook Watch zelf uitgever en gaat wellicht in 2018 mediacontent minder prominent brengen – tenzij er betaald wordt natuurlijk. En het publiek zit nu daar. De discussie en distributie is aan Facebook uitbesteed, en nu jammeren over filterbubbels en de opmars van nepnieuws?

Om een deel van de waardevolle bijdragen – want die zijn er wel – te redden hebben media een ‘Tip de Redactie’ knop op de website, of hopen ze dat lezers via PubLeaks reageren, maar dan luistert de concurrentie mee. Een community is het niet. Innovatieve nieuwe mediabedrijven lijken slimmer om te gaan met publieksreacties. Bij De Correspondent is er een actieve community waar redacteuren participeren en gebruikers aan discussies bijdragen. Bij Follow the Money gebruiken ze de Pulse-app voor publieksreacties.

Nog meer werk?
Okay, meer zelf doen, meer technologie onder de knie krijgen, zelf de communicatie met het publiek onderhouden? Ik hoor het gemopper al: nog meer taken? De werkdruk is al zo groot. En het gaat ten koste van ‘echte’ journalistiek. Is focussen op traditionele vaardigheden (“gewoon goede journalistiek produceren”) niet genoeg?

Klagen over de werkdruk – vooral over de extra online-arbeid – hoort erbij. Journalistiek werd niet eenvoudiger door de nieuwe tools, maar is het altijd meer werk? Veel werk is juist eenvoudiger geworden door de digitalisering. In een digitaal bestand zoek je sneller, databanken (kadaster, KvK, aanbestedingen) en archieven zijn toegankelijk, nieuws kan eenvoudig worden gevonden, communicatie met bronnen is op allerlei manieren mogelijk, hoe anderen over iets hebben geschreven is snel te checken, raadsbijeenkomsten worden gestreamd, partijprogramma’s en moties zijn in één klik te downloaden, bronnen laten (vaak ongewild) digitale sporen achter op sociale media. Deze mogelijkheden zijn voor journalisten van grote waarde: goede journalistiek bedrijven kan nu simpeler, sneller en diepgravender.

En het eind is nog niet in zicht. Wat is er mis met robots als ze routineklussen uit handen nemen of stukken maken die anders niet gemaakt worden? LocalFocus heeft een robot die datasets bijhoudt en een tweet met een grafiek kan sturen. Het Britse bedrijf Urbs Media maakt op basis van open data – en met een echte journalist - honderden artikelen per dataset. In Nederland doet RTL Buurtfacts iets soortgelijks. Via TweetDeck-searches, RSS-feeds of nieuwsalerts is nieuws geautomatiseerd op te sporen, in feite heb je dan al je eigen robotje gebouwd.

Veel van die ‘techniek’ is helemaal niet moeilijk. Websites scrapen, interactieve infographics maken of zelf een Twitter-robot bouwen is geen beginnersklus. Maar Tweetdeck-zoekacties? Google Alerts? Een Google Map of timeline maken? Een YouTube-filmpje of Twitter-widget embedden? Met Excel een grafiek maken? Een nieuwsbrief met Revue? Via Whatapp, Messenger, Twitter-DM’s contacten onderhouden en zo een netwerk opbouwen?

Het zijn kunstjes die je leven makkelijker maken, betere journalistiek opleveren en snel zijn te leren. Iedereen heeft de nerd en de netwerker in zich. Zelfs journalisten.

1 reactie

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

  1. 1. robert dulmers, 3 februari 2018, 10:56

    Een betoog van een tenenkrommende waarheid. Ook stukken van meer dan vijfhonderd woorden zetten geen zoden aan de dijk. Ik constateer, tot letterlijk mijn existentiele wanhoop dat mijn inzet om kwaliteitsjournalistiek op het allerhoogste niveau te leveren de laatste jaren - in huiveringwekkende mate strandt. Heb - samen met Casper Thomas een ruim jaar geleden De Loep gewonnen - op z’n zachts gezegd: geen onbeduidende prijs. Exclusieve reportages uit Syrie van Assad: raak ze aan de straatstenen niet kwijt. Laatst met fotograaf Teun Voeten tien dagen op expeditie in Noord Korea: met hangen en wurgen stuk kwijt gekund in Elsevier voor het fantastische bedrag van drieduizend euro bruto - te delen tussen Teun en mij. Drieduizend Euro voor een maand werk, een publicatie van acht pagina’s (dat dan weer wel) bij een kostenpost (het reëel bestaand socialisme weet verblijfskosten te berekenen) van om en nabij de negenduizend euro.  Dankzij subsidie van van het fonds van Free Press Unlitmited het VERLIES op deze reportage weten te beperken tot een kleine twee mille. (Een hele maand verblijf in Syrie leverde twee jaar geleden nog een bruto-winst van drieëntwintig Euro op. Klaarblijkelijk doe ik iets fout. Tot een jaar of wat geleden haalde ik een schamele winst uit het doorplaatsen van stukken in buitenlandse media. Die markt zit, om tal van redenen, nu bijkans op slot. Mijn probleem - of vooroordeel: in de nieuwe formats kan ik mijn 3000+ woorden stukken niet kwijt. En hoe ik de nieuwe formats als opstap of aanjager kan gebruiken, staat me niet voor ogen. Tweede probleem: als (inmiddels klaarblijkelijk: oude) freelancer mis ik aansluiting bij (jongere?) journalisten die daar, wellicht, de hand niet voor omdraaien. Mijn langzaam gegroeide -en diep trieste -  conclusie is dat er voor kwaliteitsjournalistiek - ondanks het mantra van babyboom hoofdredacteuren dat het heden-ten-dage zo ontbreekt aan kwaliteitsjournalistiek, minder en minder plaats is. Tenminste niet voor de mijne. En, ondanks die Loep, heb ik deze maand besloten de pen neer te leggen. Bah!  robert dulmers