banner anp

— vrijdag 16 juli 2021, 07:55 | 0 reacties, praat mee

Peter R. de Vries wilde winnen, ook bij de Raad voor de Journalistiek

© Paul Rydinhg

In de praktijk van de Raad voor de Journalistiek kom je veel klagers en verweerders tegen die indruk op je maken. De strijdbare Peter R. de Vries was een van de weinigen die zich niet alleen vol overgave verweerde tegen klachten, maar met evenveel vuur ook zelf klachten indiende tegen collega’s die hem in zijn beroepseer tartten. Of je het met hem eens was of niet, of je hem sympathiek vond of niet, in beide hoedanigheden maakte hij indruk.

Tussen 1991 en 2017 was De Vries hoofdpersoon in 21 zaken. In twee zaken kwam het niet tot een inhoudelijke behandeling, omdat klager niet ontvankelijk was of omdat hij de klacht niet eerst bij het betrokken medium had ingediend. In twee andere zaken ging het om de weigering van een verzoek tot herziening. Resteren zeventien zaken waarin de Raad na inhoudelijke behandeling tot zijn conclusie kwam. Negen keer won Peter R. de Vries, zes keer verloor hij en twee zaken waren, zeg maar, gelijk spel: deels gewonnen, deels verloren.

Normaal zou ik niet spreken over ‘winnen’ en ‘verliezen’, maar over ‘conclusies’ waarin het eindoordeel ‘zorgvuldig’, ‘onzorgvuldig’ of ‘gedeeltelijk onzorgvuldig’ luidde, maar uit het vele wat er over hem is geschreven weet ik dat het voor Peter R. de Vries in dit soort zaken altijd om winnen of verliezen ging (waarbij het laatste eigenlijk geen optie was). Hij nam de klachtbehandeling serieus, verscheen meestal op zitting, was altijd goed voorbereid en verwachtte vanzelfsprekend dat ook hij serieus werd genomen. En zo leerde ook de Raad hem kennen als de gedreven waarheidszoeker, het mediamerk en de mannetjesputter, zoals Folkert Jensma hem typeerde (NRC, 10 juli).

Als onbevreesde waarheidszoeker moest hij zich onder andere verweren tegen een klacht van een man, die in de VS tot een levenslange gevangenisstraf was veroordeeld voor moord. Hij had De Vries benaderd in de hoop dat hij zou aantonen dat er sprake was van een gerechtelijke dwaling. Maar de journalist was na zijn eigen onderzoek tot de conclusie gekomen dat er geen grond was te twijfelen aan de veroordeling. En dat was dan ook de boodschap aan de tv-kijker. De Raad concludeerde droogjes dat het geen verschil maakte dat dit ‘klager onwelgevallig was’.

In zijn gedrevenheid koos Peter R. de Vries veelal de kant van de misdaadbestrijders en de slachtoffers, tot wie je ook degenen kunt rekenen die ten onrechte waren veroordeeld (de Puttense moordzaak). De privacy van verdachten of veroordeelden leek daarbij niet altijd zijn grootste zorg. Maar in het gebruik van verborgen camera zijn de verslaggever en de Raad naar elkaar toegegroeid. Het openbaren van heimelijk gemaakte beelden kan nu eerder ‘een relevante meerwaarde’ hebben.

De Vries was zo gebrand op bescherming van zijn journalistieke reputatie - het mediamerk, zo u wilt - dat hij zelf vijf keer een klacht bij de Raad heeft ingediend tegen collega’s die in zijn ogen hem als misdaadverslaggever in een kwaad daglicht hadden gesteld. De eerste keer was in 1993 tegen zijn oude werkgever De Telegraaf die had gesuggereerd dat hij een voortvluchtige verborgen had gehouden voor de politie – De Vries won.

Hij diende in 2000 twee keer een klacht in tegen Trouw (ik was destijds hoofdredacteur van die krant). Een keer werd tot zijn afgrijzen zijn werkwijze verward met die van Willibrord Frequin. De tweede keer betrof het een column van Ahmed Aboutaleb, tegenwoordig burgemeester van Rotterdam, die hem wat losjes van ‘trial by media’ had beschuldigd. De redactie had hem in beide zaken gelijk gegeven, maar de daaropvolgende rechtzettingen waren voor De Vries onvoldoende – als hij eenmaal beet had liet hij ook niet snel los. De Raad vond dat weer een beetje overdreven.

De Vries trok wel aan het langste eind in een geschil met HP/De Tijd die hem van ‘dubieuze praktijken’ had beschuldigd in de berichtgeving over de Deventer moordzaak. De Raad was duidelijk: onvoldoende onderbouwd en ten onrechte geen wederhoor geboden. Het verwijt aan zijn adres dat hij alles deed om te voorkomen dat Ernst L. zou worden vrijgesproken, terwijl ‘de klusjesman’ toch zeker de verdachte moest zijn, bleek een boemerang voor HP/De Tijd.

Zoals gezegd nam Peter R. de Vries de Raad serieus, behalve misschien die keer dat Steve Brown een klacht tegen hem indiende. In 1997 had De Vries een reeks uitzendingen gewijd aan de man, die na omzwervingen in de wereld van de hasjhandel, zelf een bestaan als misdaadjournalist zocht. Aan de hand van heimelijk gemaakte video-opnamen wilde hij aantonen dat Brown betrokken was bij de georganiseerde misdaad – de kijker zou hem daarbij ook een snuifje coke zien nemen.

Brown diende onder andere een klacht in bij de Raad – het was onderdeel van een breed uitgemeten conflict - wegens schending van privacy. In zijn verweer zei De Vries dat hij de opnamen had gemaakt nadat de klager hem in een langdurige campagne had bedreigd en belasterd. Hij had met zijn verborgen camera de tegenaanval willen inzetten. De Raad kon zich daar best iets bij voorstellen, maar miste een algemeen belang dat gebruik van dit middel zou kunnen rechtvaardigen – het ging hier toch vooral om een vete tussen twee ego’s. Je had het ook op een andere manier aan de orde kunnen stellen.

Zoals gebruikelijk beval de Raad Peter R. de Vries aan om in een volgende uitzending melding te maken van deze voor hem negatieve uitspraak. De misdaadverslaggever deed dat, waarbij hij de gewraakte beelden nog een keer royaal uitzond ter illustratie. En later in een terugblik op het seizoen nog een keer. Brown diende opnieuw een klacht in en de Raad kon hem alleen maar gelijk geven. Het verweer dat de kijker nu eenmaal moet kunnen beoordelen waar het allemaal om te doen was geweest, werd niet serieus genomen. De Vries en Brown hadden zich in elkaar vastgebeten.

Acht jaar later liet De Vries in een jubileumuitzending nog een laatste keer een fragment zien en Brown diende, niet verrassend, opnieuw een klacht in. Maar deze keer oordeelde de Raad dat De Vries niet onzorgvuldig was geweest. Het ging om een kort fragment (het snuiven van coke was er uit geknipt), Brown was onherkenbaar gemaakt, zijn naam werd niet genoemd, het was relevant en we waren inderdaad wat ruimhartiger gaan denken over verborgen camera’s.

Uiteindelijk won Peter R. de Vries ook deze keer.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.