— maandag 21 oktober 2024 08:00 | 0 reacties , praat mee

Peter Groenendijk schreef een boek over burgemeester Aboutaleb, die zijn abonnement op het AD opzegde

Peter Groenendijk schreef een boek over burgemeester Aboutaleb, die zijn abonnement op het AD opzegde
Peter Groenendijk, politiek verslaggever voor het AD Rotterdams Dagblad, bij de presentatie van 'Je suis Ahmed' in het debatcentrum Arminius. - © Peter Groenendijk

Al jaren volgde Peter Groenendijk, politiek verslaggever voor AD Rotterdams Dagblad, de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb op de voet. En toen Aboutaleb zijn afscheid bekend maakte, wist Groenendijk wat te doen: een boek schrijven. Uit de reconstructie komt het beeld van een burgemeester die erg populair is bij de bevolking, maar juist wat minder in het Stadhuis zelf. En ook tegen de Rotterdamse pers kan hij soms wat nukkig zijn. Laatste wijziging: 22 oktober 2024, 08:40

Voorafgaand aan het interview met Peter Groenendijk ontstond er een klein misverstand. De auteur zou een exemplaar van zijn reconstructie van het burgemeesterschap van Ahmed Aboutaleb door de brievenbus doen van de verslaggever. Maar de dagen verstreken en het boek bleef uit.

Na enig navraag bleek een buurvrouw het boek meegenomen te hebben. ‘Ik dacht dat het boek gratis verstrekt werd onder de inwoners van Rotterdam’, zei ze. Groenendijk kon er wel om lachen. ‘Een goed idee’, zei hij. ‘Kijken of de uitgever dat ook leuk vindt.’

Je bent eerder parlementair verslaggever en chef geweest voor het AD. Waarom wilde je over je eigen stad schrijven?
‘De wens om over mijn eigen stad te schrijven had ik altijd al. In het verleden heb ik vanuit de landelijke redactie van het AD veel geschreven over de Tweebosbuurt [een buurt met sociale woningen in Rotterdam-Zuid die tegen de vlakte ging voor nieuwbouw, RdQ]. Dat was bij mij om de hoek. Dat maakte zoveel impact, maar het raakte mij zelf ook diep. Ik wilde mijn eigen wijk en haar inwoners leren kennen. Het is leuk om de wereld over te vliegen en Moskou te zien, maar ik kende mijn eigen buurt niet eens.’

Wanneer kwam het idee om een boek te schrijven over het burgemeesterschap van Aboutaleb?
‘Op de dag dat hij zijn aftreden aankondigde. We hadden het al een beetje zien aankomen – ik had al een stuk geschreven waarvan de strekking was dat zijn houdbaarheidsdatum verstreken was. Maar ik wist niet dát hij zou stoppen, haha. Na het nieuws ben ik direct de krant vol gaan tikken. ’s Avonds kwam ik thuis en mijn vrouw vroeg: “Nu ga je zeker een boek over hem schrijven?”’

Het grote nieuws uit jouw boek was dat de burgemeester in het geheim aan kanker leed. In mijn eigen kring hoorde ik veel de vraag over wáárom je het wilde onthullen. Aboutaleb zei zelf dat hij het privé vond, hij werkte ook niet mee aan jouw boek.
‘Ik stuitte er per toeval op. In een achtergrondgesprek vertelde iemand over de behandeling, hoe zwaar dat voor hem was. Ik vond het opmerkelijk. Ik heb er lang over getwijfeld of ik het zou opschrijven of niet. Dit specifieke punt heb ik aan Aboutaleb voorgelegd, met de vraag: “Zijn er nog steeds zwaarwegende redenen dat dit nieuws niet naar buiten mag komen?”. Ik kon niks bedenken, maar misschien was er een reden die ik niet kon bedenken. Hij had geen bezwaar. Maar ik had niet verwacht dat ’t zoveel aandacht zou krijgen.’

Had Aboutaleb een reden om niet mee te werken aan het boek?
‘Ten eerste is hij van plan om zelf een boek te schrijven. Dat zal nog wel even duren, denk ik. Onze band was, eh, zakelijk. En Aboutaleb kan niet goed tegen kritiek. Dat komt wel in het boek naar voren en dat merkte ik zelf ook regelmatig. Ik denk dat hij rekening ermee hield dat er dingen in het boek staan die hij niet leuk vindt. Hij vond bijvoorbeeld dat er te veel aandacht besteed werd aan de Tweebosbuurt, te eenzijdig, et cetera.’

De burgemeester stond bekend als een vrij koppige, wispelturige man. Uitte zich dat ook in de omgang met de pers?
‘De interviews waren soms wat stekelig. Maar dat kon ik wel hebben. Als een bestuurder aan het einde van een interview zegt: “Goh, wat een leuke vragen heb je gesteld”, dan heb je iets niet goed gedaan. Na 7 oktober [de terroristische aanslag van Hamas op Israëlische burgers, RdQ] weigerde Aboutaleb de Israëlische vlag op te hangen. Daar was flink kritiek op in de stad, ik heb daar ook een columnpje over geschreven.

Toen was ‘ie woest – laat ik het daarbij houden. Aan het college heeft ‘ie toen ook verteld dat hij zijn abonnement op het AD heeft opgezegd. In die ene week kwam alles samen: zijn gedrag, zijn gereis, de kritiek in het Stadhuis. En ik was degene die dat opschreef. Er hing een enorme spanning in het Stadhuis en de samenleving en hij was er niet.’

Was dat ook het moment waarop hij dacht ‘Het is mooi geweest’?
‘Al tijdens zijn tweede termijn als burgemeester merkte Aboutaleb al dat er in het Stadhuis weerstand tegen hem bestond. De Aboutaleb-moeheid begon toe te slaan. Toen beloofde hij – onder andere – dat hij z’n periode niet af zou maken. Nog een keer zes jaar was wel veel. Maar hij had wel goed door dat het draagvlak weg was.’

Bij de installatie van de nieuwe burgemeester, Carola Schouten, kreeg ze twee boeken aangeboden: ‘Rotterdam, stad van twee snelheden’ van Mark Hoogstad en jouw boek. Wat hoop je dat de lessen zijn die Schouten trekt uit jouw boek?
‘Aboutaleb was een burgemeester die zo’n gigantische geldingsdrang had, dat het hem soms in de weg zat. Er waren momenten waarop je zag: als hem tegen de schenen wordt geschopt, dan schopt ‘ie terug. Zeker in deze stad moet je ermee om kunnen gaan dat mensen hard zijn. Door de kritiek heen blijven luisteren is een belangrijke les.’ Later: ‘En je moet weten wanneer je moet stoppen. Dat zag je ook bij premier Rutte: als je te lang blijft zitten gaan mensen zich ergeren aan je minder goede kanten.’

Waarom vertrok hij dan niet?
‘Er waren wel verschillende momenten waarop iets groters zich voor hem aandiende—het lijsttrekkersschap van de PvdA lonkte een paar keer. Maar hij wilde dolgraag een derde termijn om een paar dingen voor elkaar te krijgen. Een nieuw Feyenoord-stadion bijvoorbeeld, en de verbouwing van Boijmans.’

Onder het burgemeesterschap van Aboutaleb is Rotterdam ogenschijnlijk in positieve zin veranderd – met tien jaar geleden herken je de stad niet meer. Anderzijds zijn er volop explosies, moorden, er slapen mensen op straat… Kun je die paradox uitleggen?
‘Ik geloof zelf dat Rotterdam er in vijftien jaar op vooruit is gegaan. Ik ben 47 en kan mij de tijd nog goed herinneren dat Perron Nul bestond en je vanuit het Centraal Station rennend naar Nighttown liep om de junks te ontwijken. Je ziet nu dat armoede en criminaliteit iets heeft gekregen dat erg zichtbaar is: de explosies in het geval van de criminaliteit en de buitenslapers uit Oost-Europa. Die twee dingen zijn de stad overkomen en daar kun je als stad ook weinig aan doen. Maar de stad heeft wel te laat gereageerd. En zulke problemen los je niet in je eentje op, ook niet in vijftien jaar.’

Er was zelfs kritiek op zijn afscheid. Rijnmond schreef dat zijn afscheid maar liefst één miljoen euro kostte.
‘Dat heeft Rijnmond knap achterhaald. Binnenkort komen daar meer stukken over naar buiten. Ik ben erg benieuwd hoe ’t zit, want ik ben bij de diverse onderdelen van het afscheid geweest en dacht: “Dit kan geen een miljoen euro gekost hebben”. Zes ton voor één feest bij de Euromast!?

Symbolischer was dat in de week van zijn afscheid er nog felle kritiek kwam op zijn optreden bij een mesaanval in de stad. De dader zou volgens omstanders “Allah akbar” [“God is groot” in het Arabisch, RdQ] hebben geroepen bij zijn daad. “Dat roep ik wel tientallen keren per dag. Het is een stopwoordje voor veel moslims”, zei Aboutaleb. Maar het bijzondere is dat hij nu wél zei: “Ik heb ’t verkeerd gedaan”.’

‘Je moet als bestuurder geen fouten toegeven, want dat wordt tegen je gebruikt’, zei hij in het afscheidsinterview tegen het AD.
‘Een illusie in stand houden dat iemand altijd alles goed doet slaat helemaal nergens op. Blijkbaar heeft hij een standpunt gevonden dat hij aan zijn karaktereigenschappen kan koppelen.’

In de Volkskrant zei Aboutaleb in 2014: ‘Alles in mijn leven is toevallig gegaan’. Herken je dat?
Lange stilte. ‘Het burgemeesterschap wordt niet bepaald door de prachtige visies waarmee je begint, maar door dingen die zich voordoen die je niet kon voorspellen én de manier waarop je daarop reageert. Wat bepaalde Aboutaleb? Dan denken mensen aan Charlie Hebdo, de coronapandemie, zijn reacties op de coronarellen op de Beijerlandselaan in Rotterdam-Zuid, de Turkse minister die opeens op de stoep stond in Rotterdam. Dat zijn de sleutelmomenten. De defining moments zijn toeval.’

In je boek viel het mij op dat de ‘gewone’ Rotterdammer op straat doorgaans een stuk positiever was over de burgemeester dan in het Stadhuis zelf. Kun je dat verklaren?
‘Door de gebrekkige aandacht voor lokale politiek. Wanneer horen de meeste mensen iets over Aboutaleb? Als er iets heel groots gebeurt in de stad. Daarbuiten zelden.’ Hij wijst naar buiten: ‘Ik denk niet dat de mensen op straat het Rotterdams Dagblad lezen. Mensen zien de burgemeester na de moordpartij in het Erasmus MC, als hij een interview geeft aan Eva Jinek op televisie. Dat bepaalt het beeld. In het Stadhuis zien ze ‘m elke dag en dan zie je veel beter de mens en al haar gebreken. Pas na 7 oktober zagen veel mensen dat er een probleem was. De Aboutaleb-moeheid sloeg toe.’

Zijn naam is regelmatig gevallen in de Haagse wandelgangen en in het afscheidsinterview sloot hij een gang naar de landelijke politiek ook niet helemaal uit. Hoe groot acht je zijn kansen?
‘Heel klein – als het gaat om het leiderschap van de PvdA. Voor GroenLinksers is hij niet groen en niet links genoeg. Soms zat ‘ie inhoudelijk dichterbij Leefbaar Rotterdam dan de PvdA. Na de fusie tussen PvdA en GroenLinks is een lijsttrekkerschap uitgesloten. Aboutaleb heeft nu 15 jaar lang tegenover 45 parttime raadsleden gezeten met een of twee journalisten op de bühne. Dat is in Den Haag echt andere koek, met 150 tot de tanden toe bewapende Kamerleden. En 250 journalisten die elke dag aan het jagen zijn.’

Heb je nu het idee dat je Rotterdam begrijpt?
‘Ik wil deze stad nooit uit. Ik heb van alles gedaan, maar schrijven over Rotterdam is het mooiste wat er is. Toen ik vier jaar geleden verslaggever in Rotterdam werd en voorheen chef van een landelijke redactie was, vroegen mensen: “Heb je ruzie gehad bij de krant dat ze je degraderen?”. Het werd gezien als een stap terug. Ik vind dit niet alleen het mooiste maar ook het meest impactvolle werk dat ik ooit gedaan heb. De lezersaantallen zijn wel ietsje kleiner – daar kijk ik niet zoveel meer naar. Mijn werk heeft hier veel meer impact dan het voorheen had.’

Peter Groenendijk (1977) werkt sinds 2004 voor het Algemeen Dagblad en was onder andere chef van de landelijke redactie, parlementair verslaggever en algemeen verslaggever. Sinds april 2021 is hij politiek verslaggever van het AD Rotterdams Dagblad. ‘Je suis Ahmed, de Rotterdamse jaren van Aboutaleb’ is uitgegeven door DPG Media, en te koop via de webshop van het AD (19,95,-).

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee