Paul Römer weer op de bres voor Publieke Omroep
Algemeen directeur NTR Paul Römer, probeert in een opinie in de Volkskrant een lans te breken voor het behoud van de Publieke Omroep in de toekomst.
Römer maakt zich zorgen nu de overheid heeft aangegeven de publieke omroepen niet structureel te compenseren nu de Ster-inkomsten tegenvallen. Volgens de omroepdirecteur ligt het niet aan de kwaliteit van de programma’s dat de Ster-inkomsten teruglopen. “Ons marktaandeel is heel hoog. Die terugloop is een consequentie van een wereldwijde ontwikkeling, het is onheil van buiten. De Publieke Omroep is het waard om door de overheid beschermd te worden tegen dit onheil van buiten. Passief aan de kant staan, wel roepen dat de omroep belangrijk is maar daar geen daden tegenoverstellen, is volstrekt onvoldoende.”
Volgens Römer klopt er ook helemaal niets van de bewering dat de Publieke Omroep zich te veel te manifesteert op digitale platforms, op zoek naar adverteerders. De Publieke Omroep is niet aanwezig voor adverteerders, maar voor de gebruikers. “De Publieke Omroep heeft nu eenmaal de opdracht zijn producten onder de aandacht van de burger te brengen. Die burger beweegt zich meer en meer in het digitale domein en het is dus logisch dat de omroep volgt. De omroep uitsluiten van de digitale wereld staat gelijk aan het op termijn opheffen van diezelfde omroep. De echte concurrentie komt volgens hem uit Amerika en dat zijn Google en Facebook, iets wat John de Mol recent ook al aangaf.
Römer stelt in de opinie ook dat de NPO een van de goedkoopste Publieke Omroepen van Europa is. “Tijdens de kabinetten Rutte-I en -II heeft de omroep 250 miljoen euro, een derde van het budget, moeten bezuinigen en nog levert hij eerdergenoemde kwaliteit. Dat is een prestatie van formaat.” Hij noemt de aangekondigde korting van nog eens 62 miljoen euro dan ook niet alleen onbegrijpelijk, maar ook onverstandig. [...] “Het is maar zeer de vraag of wij na de dreigende bezuiniging nog in staat zijn het huidige kwaliteitsniveau vol te houden.” Meer bij de Volkskrant


Praat mee