— woensdag 4 november 2026 07:00 | 1 reactie , praat mee

Opinie: Een klimaatjournalist hoort geen klimaatactivist te zijn

Opinie: Een klimaatjournalist hoort geen klimaatactivist te zijn
Verwoeste gebouwen en een kapel in Reimerzhoven, in het Duitse Ahrdal, een week na de overstromingen van juli 2021. - © CHRISTOF STACHE / AFP

Klimaatjournalisten die zich activistischer opstellen, zoals Jos Baijens eerder op deze site betoogde, lopen een te groot risico dat ze hun ogen sluiten voor verhalen die hun agenda niet vooruit helpen. Dat past misschien bij media met een specifieke maatschappijvisie, maar niet bij media die zich richten op een breed publiek, betoogt NOS-klimaatverslaggever Thomas Spekschoor in deze opiniebijdrage. Laatste wijziging: 5 november 2026, 06:41

Ruim vijf jaar geleden stond ik langs de rivier de Ahr onder een strakblauwe hemel. Een kwartier daarvoor, toen ik nog zeker honderd meter hoger door de heuvels reed, was nauwelijks voor te stellen dat zich hier in de voorafgaande nacht een klimaatcatastrofe had voltrokken. Langdurige zware regen had de ondergrond verzadigd en uiteindelijk de Ahr doen overstromen. Toen ik er aankwam was het gek genoeg prachtig en warm. Maar de mensen in het plaatsje Walporzheim vluchtten door grote diepe plassen van de ellende weg naar de net iets hoger gelegen doorgaande weg.

Ik liep in omgekeerde richting de ellende tegemoet. Mensen die totaal ontredderd hun eigen huizen stonden leeg te scheppen. Een man die liggend op de trap in slaap was gevallen - ik was me er niet van bewust dat dat kon - terwijl onder aan diezelfde trap de modder een halve meter hoog stond in zijn huis. Bomen, heel veel bomen, die onder een brug waren blijven steken. Auto’s die lukraak door het hele dorp lagen. Het was vreselijk om te zien en toen wist ik nog niet dat er bij deze klimaatramp 135 doden waren gevallen.

Van zo’n gebeurtenis zou iedereen klimaatactivist worden. Ik heb er nog maanden slecht van geslapen en regelmatig gedacht: ik moet de dagen turven dat klimaatverandering geen invloed heeft op mijn leven. Dat blijken er gelukkig heel veel. Maar ja, zo’n ramp heeft aan één dag genoeg om je leven definitief te veranderen. En toch is het voor journalisten die zich richten op een breed publiek, ook in die omstandigheden, zaak om zich niet activistisch op te stellen.

Daar denkt docent journalistiek Jos Baijens anders over, schreef hij eerder op deze site. Journalisten moeten zich niet opstellen als “boekhouder van de eigen ondergang”, maar ze moeten durven te zeggen “we moeten veranderen”, betoogt hij.

Natuurlijk zijn er media die zich zo’n activistische houding kunnen veroorloven, die er zelfs hun bestaansrecht aan ontlenen. Maar als ik, klimaatjournalist die zich richt op een breed publiek, mijn podium ge- of misbruik voor mijn eigen overtuigingen, word ik daar een slechtere journalist van. En de redenen die Baijens daar zelf voor aandraagt - “de lezers haken af” of “er moet ook nog geld verdiend worden” - liggen daar niet aan ten grondslag.

“We weten wat we moeten doen”, schrijft Baijens. Was het maar zo. Wisten we maar precies wat we moesten doen tegen de enorme buien die ertoe leidden dat delen van Nederlands-Limburg, de Ardennen en ook de Duitse Ahr-regio vijf jaar geleden onder water kwamen te staan. “Minder CO2 uitstoten!” zullen Baijens en veel klimaatactivisten roepen. Maar dat is als tegen een morbide obese persoon zeggen dat hij gewoon moet afvallen. Dat weet hij zelf ook wel. De vraag is hoe?

De weg naar een wereld zonder CO2-uitstoot, zit vol praktische bezwaren en ethische dilemma’s en het is aan journalisten om die te tonen en te belichten. Journalisten die zich activistischer opstellen en het klimaatdoel bovenaan hun agenda zetten, lopen een veel te groot risico dat ze hun ogen sluiten voor juist die bezwaren en dilemma’s.

Journalisten zijn er niet om de vinger op één zere plek in de samenleving te leggen, maar op alle zere plekken. De klimaatcrisis is ontegenzeggelijk zo’n zere plek. Baijens ontkent het niet in zijn stuk, dus wellicht ten overvloede, maar de grote Nederlandse media besteden heel veel aandacht aan juist die zere plek. Alle voorbeelden die Baijens noemt, rapporten van instellingen als het Planbureau voor de Leefomgeving of de Wetenschappelijke Klimaatraad, krijgen aandacht. Hun rapporten zijn echt niet altijd de opening van het Journaal, maar het feit dat klimaatverandering een gevaar is voor de mensheid wereldwijd en dus ook in Nederland, kan de kijker van het NOS Journaal of de lezer van onze site nauwelijks ontgaan. De klimaatcrisis is ook wel degelijk van tijd tot tijd de opening van het Journaal, krijgt liveblogs en op die dagen is het “alle hens aan dek” om dit verhaal te vertellen. Wat dat betreft is het verschil met de oorlog in Oekraïne of Gaza minder groot dan Baijens suggereert.

Maar er zijn meer zere plekken, zelfs binnen het klimaatdossier. Om klimaatverandering tegen te gaan heeft de overheid een energie-transitie in gang gezet. Die heeft allerlei schaduwkanten, van netcongestie tot mensen die niet kunnen slapen vanwege een windmolen op geringe afstand van hun huis. Mensen die slachtoffer zijn van die schaduwkanten verdienen ook journalistieke aandacht. Huishoudens verplichten om een warmtepomp aan te schaffen in plaats van een cv-ketel is vanuit een klimaatperspectief alleen maar toe te juichen, maar stelt mensen die klein behuisd zijn of weinig geld hebben wel voor praktische problemen. Journalisten die besluiten dat de klimaatcrisis boven alle andere crises is verheven en zich daarom activistischer opstellen, lopen een groot risico om hun ogen te sluiten voor dit soort verhalen. Verhalen die hun publiek bezighouden, maar de zaak van de activistische klimaatjournalist niet vooruit helpen. Daarmee dreig je je als journalist van je publiek te vervreemden.

Het is juist aan mij als klimaatjournalist bij de NOS om verslag te doen van al deze waarheden die naast elkaar bestaan. De NOS richt zich op een breed publiek, het doel is dat iedere Nederlander zich in onze journalistiek moet kunnen herkennen en daarin zowel z’n eigen belevingswereld als die van anderen weerspiegeld ziet. Dat klimaatactivisten zien dat er mensen zijn die hun woongenot verstoord zien worden door een stroomstation dat het energienet moet vergroenen en dat klimaatsceptici zien dat er nu al mensen zijn die door aanhoudende droogte scheuren in hun huizen zien ontstaan. Hoe zij - als consument, als burger of als kiezer - daar vervolgens op reageren is aan hen. Als zij in meerderheid een windmolenvrij platteland verkiezen boven een klimaatneutraal Nederland, om een veel complexere discussie maar even heel plat te slaan, dan is dat hun goed recht. Privé kan ik daar van alles van vinden, als journalist is het mijn taak om die complexiteit in al z’n facetten te laten zien.

En ja, dan kan het zijn dat er in de toekomst hard over ons wordt geoordeeld, zoals Baijens vreest. Maar zo makkelijk als het is om met de kennis van nu te oordelen over de journalistieke fouten in het verleden, zo moeilijk is het om nu te bedenken wat ons in de toekomst zal worden verweten. Ook ik denk dat dat verwijt zomaar kan zijn dat we als journalistiek te weinig doen om klimaatverandering onder de aandacht te brengen, maar het zou ook kunnen dat toekomstige generaties ons sterker zullen verwijten dat we te weinig aandacht hadden voor de toekomst van onze voedselvoorziening, of voor het dagelijks slachten van heel veel dieren, of voor het verlies van onze Europese industrie, of voor de opkomst van AI die ons volgens sommigen massaal zal doen sterven nog voordat klimaatverandering ver genoeg gevorderd is om dat te doen.

Journalistiek is voor mij openstaan voor alle perspectieven, ook de perspectieven van mensen met wie ik privé van mening verschil. Dat betekent niet dat ik tegenover iedere klimaatwetenschapper een klimaatscepticus opvoer, maar wel dat ik open sta voor de ervaringen en expertise van mensen met heel uiteenlopende opvattingen. Dat ik vragen blijf stellen en complexiteit schets waarna lezers of kijkers zelf een afweging zullen maken. En dat ik accepteer dat die afweging uiteindelijk buiten mijn macht ligt, zelfs als die onze eigen ondergang in zou luiden.

Bekijk meer van

klimaatjournalistiek
Schrijvers en journalisten in opstand tegen Big Tech - banner onder artikel

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

1 reactie

Chantal Overgaauw, 5 november 2026, 13:11

Natuurlijk heeft klimaatbeleid schaduwzijden en het is goede journalistiek om ook de nadelen te belichten. Maar het is ook een journalistieke taak om uit te gaan van de feiten en die de duiden. De lezer mag zelf de weging doen, hoewel afweging van tegengestelde belangen ook zou passen binnen de duiding. Ik vermoed dat de gevolgen van klimaatverandering dan vaak zwaar wegen, denk aan gebrek aan drinkwater, mislukte oogsten, schade aan infrastructuur en woningen, plagen en uitbraak van ziektes. Is het activistisch om vanuit de informerende rol als journalist daar veel ruimte aan te geven?

Meningen en opvattingen kunnen binnen de klimaatjournalistiek natuurlijk ook aan bod komen, maar moeten dan wel als zodanig kunnen worden herkend. Soms is het verschil van mening over de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering soms gestoeld op een onjuiste weergave of interpretatie van de feiten. En die zijn leidend.