— dinsdag 13 oktober 2026 07:00 | 0 reacties , praat mee

Essay: Klimaatverandering en de grenzen van de journalistiek

Essay: Klimaatverandering en de grenzen van de journalistiek
© ANP / Jake Lee Green

Terwijl de journalistiek vastzit in een systeem van nieuwslogica en als de dood is om voor activistisch door te gaan, dendert de wereld een klimaatramp tegemoet. In tijden van crisis kan de journalistiek niet neutraal langs de zijlijn blijven staan. In dit essay pleit ik voor klimaatjournalistiek die de nodige systeemverandering vooropstelt.

Het is een wereldwijde crisis, in slow motion. De feiten over klimaatverandering zijn heel duidelijk. Het klimaat wordt structureel warmer doordat we sinds de Industriële Revolutie meer CO2 in de atmosfeer brengen door de manier waarop we leven. In het Akkoord van Parijs uit december 2015 hebben landen afgesproken om de wereldwijde temperatuurstijging ruim onder de 2 °C te houden, met een scherp streven om de opwarming te beperken tot 1,5 graad Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Om dat te bereiken moeten we zo snel mogelijk, zoveel mogelijk stoppen met het verbranden van fossiele brandstoffen.

1,5 °C opwarming is volgens de UNEP echter al onvermijdelijk, en met het huidige beleid stevenen we op 2,3 tot 2,5 °C af – met rampzalige gevolgen voor mens en milieu. Rampzalig op wereldschaal, met heel veel doden en gewonden, met massa’s vluchtelingen (tientallen of honderden miljoenen in 2050), en met daardoor een ontwrichting van de sociale orde zoals we die nu kennen.

De oplossing komt te langzaam
Er gebeurt heel veel: er is beleid op alle niveaus, en het merendeel van de mensen, heel veel organisaties en de meeste bedrijven hebben duurzaamheid in het vizier. Er zijn op allerlei niveaus afspraken gemaakt om de uitstoot terug te brengen en er wordt volop geïnvesteerd om dat doel te bereiken. De wetenschap zit niet stil en onderzoekt werkelijk van alles om de CO2-uitstoot terug te brengen of zelfs uit de lucht te halen.

En toch. De oplossing verloopt niet snel genoeg. Integendeel: we stoten steeds meer uit. We worden telkens ingehaald door onze prognoses. Het huidige Nederlandse en wereldwijde beleid is onvoldoende. Er is veel meer nodig – en dat weten we heel goed.

Het IPCC pleitte niet voor niets voor systeemverandering: een snelle en ingrijpende verandering van onze manier van leven, consumeren en produceren. Uit het rapport:
“Rapid and far-reaching transitions across all sectors and systems are necessary to achieve deep and sustained emissions reductions and secure a liveable and sustainable future for all.” [C.3.1]

De Wetenschappelijke Klimaatraad, het Planbureau voor de Leefomgeving en talloze andere rapporten en instellingen geven die weg duidelijk aan: we moeten snel en drastisch onze levensstijl veranderen. Minder vliegen, minder bouwen, minder vlees eten, een ander model van beloning van menselijke activiteiten [C.7.3]. Maar dat doen we niet.

Klimaatjournalistiek
De journalistiek rapporteert feitelijk veel en goed over klimaatverandering – iedereen weet zo ongeveer hoe het zit. De oorzaken zijn duidelijk. De gevolgen worden zichtbaar gemaakt voor iedereen. Er is veel aandacht voor klimaatverandering, energietransitie, duurzaamheid. De oplossingen komen deels ook goed in beeld. De Duurzame top 100 is een begrip geworden en veel redacties hebben een klimaatafdeling. Maar 1,5 ° C is verkeken en 2° C komt eraan. Dat zou ons enorm moeten beangstigen.

Wat doet de journalistiek normaal als er een crisis is? Alle hens aan dek, alles laten vallen, ernaartoe, livefeeds, live-uitzendingen, nabeschouwingen, reportages. Er is voorpaginanieuws, de journaals openen ermee, andere programma’s worden vervangen. Maar wat gebeurt er als een crisis zich heel langzaam ontvouwt en de rampen pas in de toekomst komen, of vooral ver weg te voelen zijn? Dan zakt de aandacht blijkbaar weg. De oorlog in Oekraïne blijft goed in beeld, de genocide in Gaza al veel minder, maar klimaatverandering als crisis in slow motion krijgt niet de aandacht waar de omvang van de ramp om vraagt.

Klimaatjournalisten weten dit, maar zijn als de dood om als activistisch aangemerkt te worden. De objectiviteit en neutraliteit krijgen dan een deuk, waarmee het hele beroep ondermijnd wordt, de lezers haken af, de baas wil dat niet, er moet ook nog geleefd en geld verdiend worden, en de feiten moeten blijvend worden gepresenteerd. Journalistiek is geen klimaatactivisme, geen politiek, geen propaganda. Onafhankelijkheid, waarheidsvinding, controle van de macht, hoor en wederhoor en transparantie over bronnen zijn essentieel.

Er is daardoor geen voortdurende sense of urgency te bespeuren in de Nederlandse pers. ‘We moeten ons hoofd koel houden’, zei Maarten Keulemans van de Volkskrant tijdens een bijeenkomst van klimaatjournalisten. Hij vindt dat we niet over een crisis moeten spreken, want dat duwt ander nieuws naar de achtergrond, en dat is ook vast zo. Zijn laatste stuk, over el Niño, bespreekt heel goed wat dat fenomeen is. Dat meer klimaatbeleid noodzakelijk is om verdere opwarming tegen te gaan, komt echter niet in zijn stuk naar voren. Keulemans blijft weg van politiek. (The Guardian spreekt wel structureel over een klimaatcrisis.) 

NU.nl is politieker. Jeroen Kraan heeft een vaste rubriek over het klimaat, de Broeikas, en hij zegt niet alleen wat klimaatverandering is, maar ook wat politici volgens wetenschappers zouden moeten doen. Als je al zijn stukken achter elkaar leest, zie je heel goed wat er allemaal niet goed is en wat er anders zou moeten. Maar zijn rubriek verschijnt op zondag, de link naar klimaat staat helemaal onderaan op de site, en de toon is altijd voorzichtig. De journalist houdt zich aan de feiten, noemt voorspellingen of prognoses en brengt kritiek van wetenschappers en instellingen over, maar alarmeert zelf niet en roept niet op tot actie. Hij benoemt de kritiek op media zelfs het ‘magische denken van activisten’, maar zegt dat het ‘aan de kiezer’ is om te bepalen wat Den Haag moet gaan doen, niet aan de journalist. Kraan komt niet verder dan te zeggen dat hij ‘hoopt’ dat er meer klimaatvragen gesteld worden in de Tweede Kamer. Hoop is echter geen strategie in een noodsituatie.

Paul Luttikhuis schreef over dit dilemma onlangs in de NRC. Hij komt er, na er jarenlang over te hebben geschreven, niet uit, en schrijft ‘met een brok in zijn keel’. We moeten meer doen, maar doen het niet: het vak laat dat niet toe. Luttikhuis weet als geen ander wat de stand van zaken is, maar gaat geen oplossingen aandragen. Dat hoeven ‘collega’s die schrijven over woningnood of asielcrisis ook niet te doen.’ Geen handelingsperspectief, ‘daar zit niemand op te wachten’. Luttikhuis heeft zich aan de feiten gehouden en laat zien waar we heengaan als we niet drastisch iets veranderen. Is dat voldoende? 

In de wetenschap heerst hetzelfde probleem. Wetenschappers blijven zeggen dat onder de 2 °C blijven nog steeds kan als we snel drastische maatregelen nemen. De kennis is er, de wil niet. Als wetenschappers vervolgens actie gaan voeren, verliezen ze hun geloofwaardigheid als wetenschapper. Het IPCC is ‘af’ als het te politiek wordt, volgens Heleen de Coninck tijdens het afscheid van Luttikhuis op 29 september jl. Normatief zijn is voor wetenschappers én voor journalisten kennelijk een no go.

Systeemverandering
De nodige systeemverandering blijft op die manier buiten de agenda. Een journalist die systeemverandering bepleit, verlaat de journalistieke rol, en dat wil hij niet. Een oproep om samen sneller te veranderen hoort blijkbaar niet bij de journalistiek. Een hoofdredactioneel commentaar af en toe, verder komen we niet. ‘Mensen hebben ook andere zorgen’, ‘mensen willen het niet horen’, ‘mensen haken af’. Allemaal waar. Maar voldoende reden om te stoppen met te zeggen waar het op staat, om alleen verslag te doen en niet meer? Er is fundamentele kritiek nodig. Soms laat de pers kritische mensen aan het woord, maar vervolgens ook politici en mensen uit het bedrijfsleven die mogen roepen dat het klimaatbeleid ‘door de shredder’ mag en het investeringsklimaat beschermd moet worden. En dat terwijl er nog steeds veel meer geld naar fossiele subsidies dan naar klimaatbeleid gaat. Zo wordt de journalistiek de facto de boekhouder van de eigen ondergang – met of zonder brok in de keel.

Net als in de Tweede Wereldoorlog. Toen de Joodse vluchtelingen Nederland niet meer in mochten, berichtten de kranten er mondjesmaat of zelfs met begrip over. Toen de Joden werden weggevoerd was het stil. Toen ze bijna allemaal dood waren, zweeg de pers, mede onder druk van de Duitsers.

Maar toen ontstond er wel een nieuwe, noodzakelijke pers: Het Parool, Trouw en Vrij Nederland. Die zeiden wel waar het op stond en wat ons te doen stond. Niet alleen gaven ze de feiten, zoals goede journalisten doen, ze riepen ook op tot verzet, tot ‘systeemverandering’. Duidelijk normatief. Goede journalistiek hand in hand met een oproep om in actie te komen, in verzet, met een besef van goed en kwaad. Na de oorlog prees ineens iedereen dat verzet.

Het beschrijven van de feiten door journalisten is onvoldoende als er zich een ramp aan het voltrekken is en we weten wat we moeten doen – en het toch niet doen. Er is wel degelijk een ‘moeten’ aan de orde. Een aantal Nederlandse media ging op zwart toen er op grote schaal journalisten in Gaza vermoord werden. Dat was een krachtig, eenmalig statement. Maar het grote wegkijken gebeurt iedere dag. Kortetermijnjournalistiek, afleiding, het tevreden houden van je lezers, Don’t look up – het is allemaal dagelijkse praktijk. Doe nog maar een weekendbijlage, nog meer voetbalinterviews en een bespreking van de laatste film of roman. De crisis én de oplossing blijven zo buiten de deur.

Manufactoring consent
Manufacturing consent noemden Chomsky en Herman dit. Er is geen sprake van individuele journalistieke tekortkoming, maar een structureel probleem. Chomsky en Herman beschrijven hoe economische en institutionele voorwaarden bepalen welke informatie gemakkelijk nieuws wordt en welke informatie minder goed door het mediasysteem heen komt. Dat model is niet één-op-één toepasbaar op de Nederlandse klimaatjournalistiek van nu, maar de parallel is duidelijk. Klimaatverhalen zijn welkom, maar oproepen tot verandering niet.

Er is een nieuwslogica, een beroepseer, een code die bepaalt welke klimaatverhalen gemaakt mogen worden, en welke buiten beeld blijven. Dat is geen vooropgezet plan, maar een werking van het systeem, van het geheel, van alle deelnemers, vrijwillig. Als je je er niet aan houdt, lig je eruit. 

Het huidige kabinet legt zich effectief neer bij de klimaatverandering. Nederland doet wel veel, maar niet genoeg, en dat is dan maar zo. De journalistiek gaat hier meestal in mee. ‘We zijn journalisten en geen activisten.’ We zijn daarmee de muzikanten op de Titanic, die moedig doorspeelden zodat het publiek kalm bleef (en niet in de reddingsboten stapte).

Nodige verandering
Hoe moet het dan wel? Dat is de vraag die Luttikhuis stelde bij zijn afscheid. Normatief durven worden lijkt het antwoord. Dat kan niet: het betekent het einde van het vak. Maar het moet wel. Doorgaan op de oude manier is decadent: we weten dat het tot ondergang leidt. We hebben snelle en ingrijpende verandering nodig.

Lincoln zag zo’n dilemma in zijn tijd:
“The dogmas of the quiet past are inadequate to the stormy present. The occasion is piled high with difficulty and we must rise with the occasion. As our case is new, we must think anew and act anew. We must disenthrall ourselves, and then we shall save our country.”

We hebben nieuwe journalistiek nodig, die durft te zeggen: ‘We moeten veranderen’. Hoe dat eruit kan zien? De Correspondent durft het aan en noemt Trump een fascist en vraagt om anders na te denken over wat er ook in Nederland gebeurt. Follow the Money laat zien dat je als journalistiek medium in actie kunt komen tegen de grote techbedrijven. We hebben systeemverandering nodig. Wellicht is dat het elfde element van de journalistiek: kijk naar de lange termijn, vertel het hele verhaal, en stel prioriteiten.

Jos Baijens is docent bij Fontys Journalistiek. Dit essay schreef hij op persoonlijke titel.

Bekijk meer van

klimaatjournalistiek
Schrijvers en journalisten in opstand tegen Big Tech - banner onder artikel

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee