website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

‘Of vroeger alles beter was?  Nee zeg, bah!’

Raymond Krul — Geplaatst in interview op donderdag 7 juli 2016, 09:22

© Duco de Vries

Voor één keer vragen we een journalist zelf om zijn lessen voor de pers te formuleren. Marc Chavannes (69), oude rot in het vak en ‘nestor’ bij De Correspondent, heeft vooral een les voor uitgevers en voor de politiek: ‘investeer in kwaliteitsjournalistiek’.

Meerdere keren benadrukt Marc Chavannes het tijdens het gesprek: goede journalistiek kost geld. En dan bedoelt hij journalistiek ‘waarvoor stof is weggekrabd’. Dat vergt investeringen, van uitgevers, van de overheid én van de consument die bereid moet zijn de beurs te trekken. En juist die kwaliteitsjournalistiek staat vandaag de dag zwaar onder druk – het is al lang geen nieuws meer. Chavannes: ‘Laats zag ik in Metro een bericht over een stel zeventigers uit India dat een IVF-baby had gekregen. Lijkt mij stug, maar ik kwam het daarna ook in allerlei andere media tegen. Dat soort doorlepeljournalistiek kom je te vaak tegen. Je ziet een ANP’tje en schrijft dat over, want je moet met een paar collega’s vier pagina’s zien te vullen en hoe doe je dat? Door keihard te werken en persberichten door te zetten. Iedereen doet z’n best, maar het moet allemaal snel, snel, snel. En als je dan ziet dat er enorme voorlichtingsapparaten tegenover staan, die verleidelijk goed geschreven nieuwsberichten produceren, dan realiseer je je dat de wereld van het “flat earth news”, zoals beschreven in het boek van Nick Davies, ook hier werkelijkheid is geworden.’

Ook de kwaliteitskranten ontkomen daar niet altijd aan, al weten ze de schijn aardig op te houden. Chavannes: ‘We zien de bekende namen in de krant van columnisten en sterverslaggevers, maar het fundament bestaat uit steeds meer mensen die ieder moment op straat gezet kunnen worden. De kranten worden draaiende gehouden door een grote flexibele schil van mensen die zonder enige rechtszekerheid en vaak tegen een magere beloning hun werk doen. De krant is geen veilig bezit meer.’

Journalistieke broeinesten
Ondanks recente bezuinigingen is er bij de publieke omroep nog redelijk wat financiële armslag en dat zie je volgens Chavannes terug in de programma’s. ‘Een aantal onderzoeksjournalistieke programma’s leggen echt eer in hun werk: Zembla, Argos, Radar, Brandpunt Reporter. Zembla heeft op een geweldige manier naar boven gebracht hoe ICT-projecten bij de overheid mislukken, inclusief de kwalijke rol die consultants daarbij spelen. Nieuwsuur is ook een goed programma dat dicht op het nieuws zit, maar ook iets verder van de actualiteit af durft te gaan om een bepaalde ontwikkeling bloot te leggen. Ik vind dat de onafhankelijkheid van de publieke omroep sinds de afschaffing van het kijk- en luistergeld en de steeds knellender bemoeienis van de politiek onder druk staat – de afstand tot Den Haag moet veel groter –, maar gelukkig zijn er in Hilversum nog talloze journalistieke broeinesten die zich daar niets van aantrekken.’

Kritiek op ‘Hilversum’ heeft Chavannes ook. ‘De NOS lijdt soms iets te veel aan het feit dat het 24 uur per dag nieuws moet brengen. Dat slokt veel mankracht op. Als je zoveel invloed hebt en zo’n grote redactie, dan mag je iets minder doorgeefluik van nieuws zijn en iets meer investeren in het ontwikkelen van primeurs en gespecialiseerde deskundigheid.’

En dan zijn er nog de talkshows, met De Wereld Draait Door en Pauw als belangrijkste exponenten. Chavannes vindt ze niet goed genoeg, in zijn ogen voeden ze de waan van de dag te veel. ‘Het gaat altijd over het relletje van de dag en dat is vaak ook nog het verkeerde relletje. Ze maken het publieke debat cynischer. Ik heb een paar keer meegemaakt dat de redactie van een talkshow mij ’s ochtends vroeg wat ik van een onderwerp vond. Als dan blijkt dat mijn standpunt niet radicaal genoeg is, hoef je niet te komen. Dat hoor je van anderen ook: het extreme standpunt wint. Dat is jammer, want er zijn prachtige kansen om het debat op een zinnige manier te voeren. Nodig eens een leuke, jonge rechter uit die een moeilijke zaak in het familierecht aan de hand heeft in plaats van die eeuwige strafrechtadvocaat. Alsof er niets anders in de wereld bestaat dan boevenrecht.’

Bij de commerciële omroep doet RTL Nieuws het goed, vindt Chavannes. Het programma heeft een geduchte WOB-reputatie opgebouwd. Maar bij fysisch antropoloog en anatoom George Maat, die de MH17-slachtoffers identificeerde, is RTL volgens Chavannes de mist ingegaan. ‘Ik ben het met Maat eens dat de universiteit een neutrale plek moet zijn, waar je in vertrouwelijkheid college moet kunnen geven aan studenten – zeker als het gevoelige medische informatie betreft. RTL Nieuws heeft een rel gecreëerd die het niet waard was. En laten we ook niet vergeten dat alle andere media daar in het begin driftig aan meededen. Achteraf is het makkelijk praten, maar journalisten hadden meteen moeten zeggen: wacht eens even, Die Maat is toch een gerespecteerd wetenschapper? Klopt dit wel?’

Regionale journalistieke centrale
De landelijke publieke omroep heeft het financieel gezien betrekkelijk goed, maar op regionaal niveau is het een stuk beroerder gesteld. Sinds zijn jaren als hoogleraar journalistiek in Groningen spreekt Chavannes er geregeld over met lokale besturen. ‘De Mediawet verbood lange tijd vormen van regionale samenwerking, bijvoorbeeld tussen een regionale omroep en een krant. Maar er komen steeds meer mogelijkheden om het toch te regelen, bijvoorbeeld door een stichting te vormen. Die tip geef ik aan gemeentebesturen die vrijwel niet meer gecontroleerd werden door journalisten, ik zei: maak geld vrij voor kwaliteitsjournalistiek, vorm een regionale journalistieke centrale, huur goede jonge journalisten in, mobiliseer vrijwilligers en zet er een bestuur als buffer tussen. En als die journalisten rotstukken schrijven, dan schrijf je een ingezonden brief terug. Er wordt welwillend naar mijn verhaal geluisterd, maar ik heb nog niet veel van de grond zien komen.’

Dat de regionale journalistiek in de verdrukking zit en de landelijke kranten het moeilijk hebben, heeft ook te maken met het feit dat te weinig consumenten willen betalen voor kwaliteitsjournalistiek. Chavannes: ‘Zonder al te veel te klagen, zullen we aan lezers die willen weten hoe het er écht aan toegaat in de wereld, duidelijk moeten maken dat er betaald moet worden. Goede journalistiek is niet gratis. Dan krijg je een tombola waarbij VICE gekocht nieuws uitzendt zonder dat de kijkers het weten. Ook Nederlandse uitgevers, zoals de Persgroep, zeggen dat ze het in de toekomst van die zogeheten ‘branded content’ moeten hebben. Ik hoop dat de redacties daar voor gaan liggen zo lang als mogelijk is, want het is juist het hybride mediaklimaat, waarin onduidelijk is wat de kwaliteit van informatie is, dat maakt dat mensen als Donald Trump kunnen floreren.’

Sterke staaltjes
Chavannes loopt al tientallen jaren mee, hij is kritisch op de huidige stand van de journalistiek. Ook een beetje meer zelfreflectie zou geen kwaad kunnen (‘Eigenlijk zou een journalist zich ieder kwartaal kritisch moeten laten interviewen. Om te weten hoe het aan de andere kant is.’) Maar hij is geen man die vindt dat vroeger alles beter was.  ‘Nee zeg, bah! Dat is allemaal onzin.’ ­Chavannes heeft het naar z’n zin tussen de jonge collega’s van De Correspondent en hij geniet nog elke dag van sterke staaltjes onversneden kwaliteitsjournalistiek. ‘Ik zie nog genoeg mooie reconstructies, echt goed uitgezochte onderzoeksjournalistieke primeurs en interviews waarin iemand tot z’n recht komt én tegenspraak krijgt. Ik ben jaloers op iemand als Sheila Sitalsing, die het nieuws in een slimme column à la minute in een context plaatst. En als Hans Goslinga de politiek duidt met kennis van tientallen jaren parlementaire geschiedenis, dan denk ik: petje af. Wat Maarten Schinkel en Menno Tamminga op economisch gebied doen: superknap en heel belangrijk. Het zijn allemaal voorbeelden van journalisten die kennis van zaken hebben, gevoel voor wat er gebeurt, hun grenzen kennen en het mooi opschrijven. Het is journalistiek waar ik warm voor loop.’

Een wereld zonder deadlines: moeilijk en lekker

Na een lange carrière bij NRC Handelsblad, waar hij onder meer politiek commentator was, columnist en correspondent in Washington, Parijs en Londen, ging Marc Chavannes in 2015 aan de slag als ‘nestor’ bij De Correspondent. ‘Ik vind het ontzettend leuk bij De Correspondent. Ik werk er met hartelijke, slimme mensen. Het is fascinerend om mijn oude journalistieke reflexen te vergelijken met nieuwe journalistieke reflexen. Iedereen is met zijn eigen onderzoek bezig, waaraan maanden of soms een jaar wordt gewerkt. Waar ik in het begin aan moest wennen, is dat je niet dat gezoem hebt van: hé, kijk eens wat er allemaal gebeurt in de wereld.’

Wat houdt zijn rol in? ‘Naast het schrijven van een politiek dagboek begeleid ik collega’s en geef advies als ze daar behoefte aan hebben. En ik probeer actuele ontwikkelingen te vertalen naar de formule van De Correspondent. Dan zeg ik: ‘jongens, wat doen we met de aanstaande Brexit-referendum?’ Je moet natuurlijk oppassen dat je geen krantje gaat spelen, maar ik denk dat wij heel goed kunnen aanhaken bij de actualiteit zonder dat het ten koste gaat van onze eigenheid. Je kon aan zien komen dat de Brexit iets groots zou worden, dus moet je daar iets mee doen. Uiteindelijk hadden we uitstekende stukken over het referendum in het Verenigd Koninkrijk.’

Chavannes vindt het moeilijk om zonder deadlines te werken, ‘maar eigenlijk ook heel lekker. Aan de andere kant is een deadline ook prettig, want als die nadert laat je alle onzin uit je handen vallen en ga je schrijven. Dat is zeker een gevaar van De Correspondent, dat we te lang doorgaan voordat we publiceren. Tegelijkertijd probeer ik tot mijn vezels te laten doordringen waar De Correspondent mee bezig is: schrijven voor een publiek dat voortdurend “connected” is en via ­sociale media van alles voorbij ziet komen en leest. Dat publiek moeten wij bedienen met context en verdieping.’

De lessen voor de pers van Marc Chavannes
• Stimuleer de vorming van ‘journalistieke centrales’ in de regio.
• Redacties moeten zich verzetten tegen een verdere vercommercialisering van de journalistiek; het is al ernstig genoeg dat Nick Davies’ wereld van ‘flat earth news’ werkelijkheid is geworden.
• Journalistieke talkshows moeten vaker de nuance zoeken zodat ze op een zinnige manier hun bijdrage leveren aan het gesprek van de dag.
• Journalisten moeten meer aan zelfreflectie doen.
• Redacties moeten niet meteen achter iedere rel aanrennen, zoals ze bij professor Maat deden.

1 reactie

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

  1. 1. J.C. Roodenburg, 7 juli 2016, 16:17

    ‘De waan van de dag’ speelt tegenwoordig erg veel in de journalistiek. Helaas veel meer dan vroeger. Je komt het actuele nieuws, ook vaak onzin,  op veel te veel plaatsen op internet tegen. Terwijl ik nog ben opgevoed met dagbladen en Teletekst. Wat dat betreft heeft Marc Chavannes gelijk. Wij als gepensioneerden (én vrijwilligers!) proberen daar iets aan te doen door wat meer ‘slow journalistiek’ te bedrijven. Kijk op http://www.vandaagenmorgen.nl.