website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Het conflict als verhaallijn; Alex Brenninkmeijer over media in verwarrende tijden

Alex Brenninkmeijer — Geplaatst op dinsdag 5 februari 2019, 14:21

© Bart Maat | ANP

Opinie ‘Een discussie over de rol van journalisten is in deze tijd met grote veranderingen in het medialandschap van groot belang’, meent Alex Brenninkmeijer. Van zijn hand verscheen het boek ‘Moreel leiderschap’. In het laatste hoofdstuk ‘Media in verwarrende tijden’ gaat het onder meer over de rol van (parlementaire) journalisten. Een voorpublicatie.

In Nederland vervult de parlementaire journalistiek nog steeds een belangrijke rol, die zich kenmerkt door een in mijn ogen lastige intimiteit tussen parlementair journalisten en politici. Een intimiteit die grenst aan een ongezonde symbiose, bijvoorbeeld in Nieuwspoort in Den Haag, waar samen de borrel gedronken wordt. Een gezonde kritische afstand ontbreekt en is niet gewaarborgd. In Frankrijk gebruikt men daarvoor het woord ‘connivence’, een geheime verstandhouding. Tevergeefs heb ik daarover in 2012 in Nieuwspoort bij de Kees Lunshoflezing een discussie proberen los te maken. Ik heb de vraag gesteld of de media nog wel een tegenkracht tegen de macht van de politiek vormen.

Later heb ik bij een ontmoeting met journalisten bij ‘De Staat van Nederland’, georganiseerd door het Expertisecentrum Journalistiek, aan de orde gesteld dat het beeld dat (parlementaire) journalisten scheppen van de werking van de politiek ver kan afwijken van wat er werkelijk aan de orde is. Bijvoorbeeld de grote nadruk op ‘Den Haag’ en alles wat rond het Binnenhof gebeurt en daarmee scheve aandacht voor de EU (‘Brussel’) en wat op gemeentelijk niveau gebeurt. Dit leidde tot een reportage van de NOS over mijn presentatie van het jaarverslag van de Europese Rekenkamer.

Bij de voorbereiding daarvan vroegen de NOS-journalisten ons om een illustratief voorbeeld. Onze voorbeelden werden echter afgewezen en misschien stel ik het scherper dan de NOS het beleefd heeft: ze wilden graag een negatief voorbeeld. Daarin zit een rare vertekening. Meer dan 95 procent van de Europese bestedingen is financieel netjes verantwoord. Maar vanuit de traditionele journalistieke benadering krijgt de 5 procent waar wat op aan te merken valt de aandacht in de beeldvorming, en niet de 95 procent die goed gaat. Naar mijn ervaring op basis van honderden professionele contacten met media is er vanuit de journalistiek een duidelijke kleuring van hun berichtgeving, terwijl er vrijwel nooit verantwoording afgelegd wordt voor de gemaakte keuzes. Ik luister en kijk vaak met gekrulde tenen naar de NOS-commentaren, waarbij ik mezelf steeds de vraag stel: ‘Van welke veronderstellingen gaan zij uit?’ Kritiek op dit punt wordt naar mijn ervaring óf genegeerd, óf gezien als een aanval op de onafhankelijkheid van de journalist.

Een belangrijke graadmeter voor het functioneren van de media vormt wat mij betreft de vraag in hoeverre de publieke opinie – hoe lastig die ook te bepalen valt – op belangrijke punten afwijkt van wat meetbaar en toetsbaar is. Ipsos – een Angelsaksisch onderzoeksbureau – publiceert onder de titel ‘The Perils of Perception’ regelmatig over misvattingen in de publieke opinie. Bijvoorbeeld de inschatting van demografische gegevens is systematisch onjuist. De beeldvorming in de publieke opinie is te veel gemodelleerd naar de aandacht van media voor het negatieve en het afwijkende aan de ene kant en de confirmation bias bij de ontvangers aan de andere kant. Lezers en kijkers zoeken bevestiging van herkenbare beelden en causaliteiten, en de media spelen daarop in. Inmiddels worden onderzoeken naar feiten steeds vaker weggezet als ook maar een mening, in plaats van een onderbouwde discussie over die feiten.

Vanuit mijn kennis bij de Europese Rekenkamer van het functioneren van de EU kan ik zeggen dat het beeld dat in de media (en de politiek) gegeven wordt, vaak geen recht doet aan de kwaliteit van veel EU-beleid, bijvoorbeeld op het vlak van financieel beheer (financial governance) en migratie. Dit punt heb ik – in discussie met onderzoeksjournalisten – ook gemaakt tijdens de jaarbijeenkomst over impact van de journalistiek van de Vlaams-Nederlandse Vereniging van Onderzoeksjournalisten in 2018. Een punt dat geen heftige discussie opleverde. Ons maatschappelijk debat is naar mijn ervaring zelfs zover op drift geraakt dat deze waarneming over het functioneren van de EU als ook maar een ‘pro-Europa’ mening wordt weggezet. Uit het oogpunt van democratische controle een ongewenste ontwikkeling.

De traditionele journalistiek kiest vrijwel systematisch als aanknopingspunt het afwijkende en het negatieve. Het is niet zonder reden dat constructieve journalistiek in opkomst is. Meer mensen mijden nieuws omdat het te vaak een negatieve boodschap geeft en veel nadruk legt op conflict, problemen en ellende. De journalistieke methode van hoor- en wederhoor bij berichtgeving wordt naar mijn ervaring te vaak ingezet om van een nieuwsitem een conflictverhaal te maken. Het conflict als verhaallijn vormt voor journalisten vaak een methode om nieuws attractief te maken. Journalisten zijn op dit punt moeilijk aanspreekbaar: zij beroepen zich veelal op hun ‘onafhankelijkheid’ en dat vormt het einde van de discussie.

De claim van journalisten dat zij functioneren als ‘onafhankelijk journalist’ wordt als steeds minder legitiem ervaren. Bij het waarnemen van parlementaire journalistiek heb ik vaak de neiging om de vraag te stellen of de journalist voldoende trouw is aan democratische en rechtstatelijke waarden en of ze politici juist op dat punt voldoende scherp houden. Of zwemmen zij mee in de nieuwsstroom van alledag? Ik zie veel effectbejag bij politici, maar parlementaire journalisten creëren regelmatig het platform daarvoor en zijn tevreden als zij daarmee ook scoren.

Het vertrouwen in journalisten en traditionele media daalt al vele jaren in gelijke mate als het vertrouwen in politici. Journalisten en hun media scheppen met hun keuze van onderwerpen en met de insteek van hun rapportages een verhaallijn waar zij verantwoordelijk voor zijn en waarop zij aanspreekbaar zijn en waarvoor zij verantwoording moeten afleggen. Meer dialoog met de gebruikers van de media ligt voor de hand en bij initiatieven als De Correspondent wordt naar vernieuwende vormen gezocht.

De journalisten Thomas Muntz en Jeroen Trommelen van journalistenplatform Investico reageerden in NRC Handelsblad op deze discussie over het doel van de journalistiek: ‘impact’ hebben, of dat journalistiek iets positiefs bijdraagt, een relatie aangaat met de lezer. Goede onderzoeksjournalistiek bewijst zijn waarde en uit het recente en verdere verleden blijkt dat goede journalistiek een waardevolle bijdrage kan leveren aan het maatschappelijk en democratisch debat. Een discussie over de rol van journalisten is in deze tijd met grote veranderingen in het medialandschap van groot belang. Daarbij is het goed als journalisten – en hun media – openstaan voor feedback en bereid zijn om uit de ivoren toren van hun onafhankelijkheid neer te dalen. Als rechters, accountants, artsen en andere professionals daartoe gedwongen worden, dan geldt dat net zo goed voor de journalist. Deze discussie kan bijdragen aan het moreel leiderschap van journalisten.

Mede om redenen van transparantie vermeld ik dat ik als bestuursvoorzitter van de Stichting Democratie en Media (SDM) en later voorzitter van de raad van toezicht nauw betrokken ben bij veel mediaontwikkelingen en -initiatieven. SDM is als erfgenaam van verzetskrant Het Parool uiteindelijk grootaandeelhouder van de Persgroep (onder meer AD, de Volkskrant, Trouw, Het Parool en andere regionale media) geworden. SDM was ook een tijd lang grootaandeelhouder van NRC Handelsblad. Initiatieven als De Correspondent heeft SDM gesteund, evenals vele projecten op het snijvlak van democratie en media.

De verbinding tussen media en wereldpolitiek, Europese politiek en nationale politiek vormt een belangrijk onderdeel van ons dagelijks leven. Voor regionale en gemeentelijke politiek geldt dat steeds minder. De traditionele media slagen er steeds minder in om verslag te doen van wat er op regionaal en lokaal niveau in de politiek gebeurt. Het lijkt er vaak op dat alleen schandalen nieuws zijn. Inmiddels huren meer en meer gemeenten hun eigen ‘persmensen’ in om verslag te doen van de lokale democratie. Lokale democratie vormt geen ‘verdienmodel’ voor de media. Dat betekent dat de journalistiek zich terugtrekt, tenzij er subsidie beschikbaar is. Dat is problematisch omdat in het kader van de decentralisaties steeds meer budget, taken en ­bevoegdheden naar het gemeentelijk niveau verschuiven.

Alex Brenninkmeijer is lid van de Europese Rekenkamer. Daarnaast is hij faculteitshoogleraar institutionele aspecten van de rechtsstaat aan de Universiteit Utrecht. Van 2005 tot 2014 was hij in Nederland de nationale ombudsman. Zijn boek ‘Moreel leiderschap’ verscheen 21 januari bij ­Uitgeverij
Prometheus, ISBN 97890446405 19, 224 pagina’s, € 19,99.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

COP Bladenmaken

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.