website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Niets doen aan diversiteit is geen optie meer, betoogt Cécile Narinx

Linda Nab — Geplaatst in diversiteit op donderdag 2 november 2017, 11:00

© Rona Lane

In een wereld waar wit, dun, blond en jong sinds jaar en dag de norm is, probeert Cécile Narinx van het iconische modeblad Harper’s Bazaar meer variatie aan te brengen. ‘Als wij mensen laten wennen aan lange wijde broekspijpen, dan kunnen we ze ook laten wennen aan gekleurde en dikkere modellen.’

Op de redactie van Harper’s Bazaar op de Amsterdamse Singel wordt met spanning uitgekeken naar de resultaten van een onlangs geschoten serie voor het decembernummer. Want voor het eerst in de twintigjarige carrière van hoofdredacteur Cécile Narinx, is gekozen voor een productie met een plus-size model.

‘Ik dacht, hoe moeilijk kan het zijn’, verzucht Narinx. Moeilijk, bleek. Het begon al bij sommige kledingmerken. Die waren er niet happig op hun ontwerpen in maat 42-44 uit te lenen, omdat ze zich ‘niet willen associëren’ met het type vrouw dat erin past. ‘Best onthutsend’, vond Narinx dat. En toen kwamen fotografen die ‘er niet zoveel mee hadden’, stylisten die het alleen wilden doen als ze er extra veel tijd voor kregen. En dan hebben we het nog niet gehad over de shoot zelf, waarop kleding niet dicht ging en een fluwelen kledingstuk nogal massief uitpakte en daardoor aan elegantie inboette.

‘Ik snap nu waarom zoveel stylisten en fotografen graag kiezen voor jong en slank’, zegt Narinx. ‘Dat is gewoon de makkelijkste weg. Van iemand als Doutzen Kroes kun je geen slechte foto maken, blijkbaar vinden we het veel moeilijker om aantrekkingskracht te zien in iemand die breder is.’ Dan, resoluut: ‘Daar moeten we dan maar aan wennen. Ik vind het onze taak om ook andere vormen van schoonheid te laten zien.’

Narinx maakt zich sinds dit najaar meer dan voorheen sterk voor een diverser beeld in de modebladen, en begint bij zichzelf. Ze trapte deze nadrukkelijke koers af door van het septembernummer van Harper’s Bazaar een ode aan diversiteit te maken onder de noemer ‘Het nieuwe normaal’. ‘We hebben het niet alleen over zwart en wit. Ook over leeftijd, gender en lichaamsvormen.’ De tijd is er rijp voor, meent Narinx. Want wie heeft het niet over de doorsudderende Zwarte Pieten-kwestie, het ‘gedoe’ rondom Sylvana Simons, genderneutraliteit en publicaties over het witte privilege? Zelfs op de catwalks was het dit jaar een thema.

De directe aanleiding om scherper aan de wind te varen, was een optreden van Narinx eerder dit jaar in de talkshow Pauw, waar het zou gaan over het gebrek aan kleur in de modewereld. Ze zat er tegenover lifestylejournalist Janice Deul en model Jessica Gyasi, beiden gekleurd. ‘Ik zat er vol zelfvertrouwen, ik kon laten zien dat wij het afgelopen jaar hele diverse covers hebben gehad. Maar wat bleek? Wat ik gekleurd vond, vonden zij nog veel te wit. Er is dus ook nog zoiets als: niet zwart genoeg. Dat vond ik een enorme eyeopener. Dat was het moment waarop ik dacht: dan gaan we er nu ook op alle fronten wat aan doen.’

Tekst gaat verder onder video


Je hebt wel eerder geëxperimenteerd met diversiteit. Waarom toen niet doorgepakt?
‘Ik heb een aantal keer een zwart model op de cover gehad bij ELLE, om te kijken wat het deed. Maar eigenlijk werden die in alle gevallen niet goed verkocht. Destijds heb ik het daarbij gelaten, bang om afgerekend te worden op mijn verkoopresultaat. En ik dacht ook: wij kunnen er niks aan doen. Het is nou eenmaal zo dat er te weinig zwarte modellen zijn, net zoals ik er niks tegen kan doen dat de samples zo klein zijn. Tot aan Anna Wintour hebben mensen zich sterk gemaakt voor grotere sample sizes, maar het gebeurt niet. Wie ben ik dan? Daar ben ik van teruggekomen. Alle beetjes helpen. Zo hebben we jaren tegen adverteerders geroepen dat de Nederlandse ELLE en Bazaar tegen bont zijn. Lang zonder resultaat, maar dit jaar kondigden zowel Armani als Gucci aan dat ze geen echt bont meer gebruiken.’

Is het diversiteitsnummer beter of slechter verkocht dan andere nummers?
‘Dat weet ik nog niet. Ik weet wel dat nummer zes, waarvoor ik het witte covermodel na mijn optreden in Pauw op het laatste moment heb gewisseld voor vijf zwarte meisjes, het niet uitzonderlijk goed heeft gedaan. Ook niet uitzonderlijk slecht. Maar ik heb besloten me daar niet meer door te laten leiden. Bazaar is een wat minder oplage-gevoelig tijdschrift. En we zijn een aantal jaar verder; ik ben volwassener geworden en vind dat ik mijn verantwoordelijkheid moet nemen. Want ik verkeer dan misschien in een vrolijke uithoek van de journalistiek – ik maak geen zieke mensen beter en ik vang geen boeven – maar binnen het kleine gebied dat ik bestrijk met Bazaar kan ik wel iets proberen te veranderen. Als wij mensen laten wennen aan lange wijde broekspijpen, dan kunnen we ze ook laten wennen aan gekleurde of wat dikkere modellen.’

Hoe divers is je team?
‘Er werken bij Bazaar mensen met Afrikaanse, Iraanse, Marokkaanse en Indische roots en we hebben een ­nieuwe freelance stylist, Majid Karrouch, die ook graag plus-size en oudere dames wil stylen. Maar dat is het dan wel. Zelf zal ik nooit zwart worden, dus is het belangrijk dat hier mensen komen werken en stage lopen die niet per se wit en westers zijn. Maar dat is nog best lastig. Als er er een mannelijke marketeer bij komt die half Congolees is, denk ik: hoezee, want het gros dat zich aanmeldt is toch wit en vrouw.’

Hoe wil je daar verandering in brengen?
‘Vrouwen met een andere achtergrond die ook maar een beetje ambitie hebben om iets met de bladen te gaan doen zeg ik: kom erbij, solliciteer, schrijf iets. Blijf niet aan de zijlijn staan. Misschien moeten we ze ook maar iets harder voortrekken.

Ik heb bewust vrouwen met verschillende achtergronden, leeftijden en huidkleuren uitgenodigd voor een adviesraad die ik heb samengesteld voor de Bazaar Women of the Year verkiezing. Zij brengen ieder een eigen netwerk mee. Zo probeer ik het mijne diverser te maken, zodat we in Bazaar een bredere waaier kunnen laten zien.’

Hoe gaat dat in de praktijk? Sta je te turven voor de plank?
‘Eigenlijk wel ja. Ik wil in elk nummer minstens één serie met een divers model, het liefst meer. Voor het volgende nummer hebben we één serie met een zwart meisje uit de Amerikaanse Bazaar. Daar komen twee plus-size series naast. Voor mijn stijl-rubriek bespreek ik Sheikha Mozah. Zo kijk ik waar ik wat kan sturen.’

Hoe voorkom je dat het een vorm van ‘tokenism’ wordt?

‘Dat is heel lastig en doodeng, maar als je het niet doet gebeurt er niets. Ik heb ook iedereen in dit proces gevraagd: help me, tik me op de vingers, voed me op. En laten we samen moedig voorwaarts gaan. Want niets doen is geen optie meer.’

Hoe gevoelig het kan liggen, bleek vorige maand toen Lamyae Aharouay in NRC een vernietigende column schreef over het diversiteitsbeleid van de NOS. Ze wees een baan af die haar werd aangeboden, omdat ze aanvoelde dat ze die kreeg vanwege haar moslim­achtergrond. Hoe kijk je daarnaar?
‘Ik snap de frustratie. Maar een kans die voortkomt uit twijfelachtige motieven is nog steeds een kans en soms moet je pragmatisch zijn en je woede opzijschuiven. Ik heb me er zelf jarenlang over opgewonden over positieve discriminatie voor vrouwen. Ik dacht: dan ga je er vanuit dat we het niet op eigen houtje redden en dus minderwaardig zijn, wat ik badinerend vond. Maar inmiddels ben ik erachter dat er wel degelijk zoiets bestaat als het glazen plafond en een old boys network. Daarnaast zijn veel vrouwen te bescheiden en te bescheten om hun plek in de spotlight te pakken. Dus het is wél nodig. Daar kun je boos over worden, maar dat vind ik niet productief. Laten we proberen die ergernis of woede zoveel mogelijk achterwege te laten en elkaar helpen de juiste weg te vinden.’

Je vindt een open dialoog belangrijk, maar de gemoederen raken al snel verhit als het om diversiteit gaat.
‘Dat vind ik jammer. Ik moet zeggen dat de reacties naar aanleiding van ons diversiteitsnummer overwegend positief waren. Op de lanceringsborrel was zelfs Janice Deul nog, die me – schoorvoetend – complimenteerde. Wel voegde ze er snel aan toe dat dit nog maar het begin is. En daar heeft ze gelijk in. We moeten ons nu gaan bewijzen.’

Hoe zorg je ervoor dat diversiteit geen trend blijkt die na een tijdje weer overwaait? In de jaren 80 was er ook even een opleving in de modewereld, maar die was niet van lange duur.
‘Een paar maanden geleden zag je diversiteit heel duidelijk terug als onderliggend thema van de modeweken. Het zoemde rond. Maar ik was afgelopen maand weer in Milaan, en een aantal shows waren toch al weer behoorlijk wit en jong. Van Prada bijvoorbeeld, terwijl dat merk vorig seizoen nog een wat oudere cast liet zien.
Gelukkig zaten er ook shows bij die echt beduidend meer divers waren. Bottega Veneta, toch een heel traditioneel Italiaans huis, had een hele inspirerende, diverse casting. En er zijn veel nieuwe modellen met allerlei soorten haar en huid. Ik hoop dat het blijft.
En als het internationaal niet zo is, laten we er dan in Nederland wel voor zorgen, met ELLE, Vogue en Bazaar voorop, de drie die toch de dikste ­vinger in de pap hebben. Ik geloof er heilig in dat dat moet en kan.’

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

COP Bladenmaken

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.