Niet dezelfde naam, wel dezelfde baan: Arlette Dwarkasing en Juliët Boogaard
De nieuwe generatie kinderen die net als hun ouders in de journalistiek werken rukt op. Wat leren ze van elkaar en wat doen ze anders? Waar zijn ze trots op en wat zijn hun valkuilen? Vier koppels beantwoorden vragen zonder het antwoord van de ander te weten. Aflevering 4 met Arlette Dwarkasing, docent journalistiek bij Fontys Hogeschool. Ze werkte 25 jaar voor Trouw. Haar dochter Juliët Boogaard is masterstudent Journalistiek en Media. Ze schrijft als freelancer voor NRC en Het Parool.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid JolanDouwes. Ook lid worden?
Arlette (58): ‘Juliët heeft een onbevangenheid die ik niet meer heb. Ze pakt alles aan, ziet geen beren op de weg. Dat is een prettige werkhouding, maar soms gaat het mij te ver. Bijvoorbeeld als ze ’s nachts een bos in gaat om verslag te doen van een illegaal feest.’
Juliët (24): ‘Van mijn moeder heb ik geleerd dat er altijd iets beter kan in een verhaal. Of nee: “anders”, zegt ze dan. Ook na publicatie heeft ze weleens opmerkingen. Ze wil vooral laten zien dat er ook andere mogelijkheden zijn.’
Arlette: ‘Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik bij Trouw kon doen wat ik wilde. Ik zou me nu wel anders opstellen als het gaat om diversiteit. Als twintiger heb ik daar op ludieke wijze aandacht voor gevraagd. Met leeftijdgenoten maakte ik een fotomuur van alle grijze mannen die in de krant stonden. We wilden meer jongeren, vrouwen en mensen met een migratieachtergrond in de krant. Vooral op dat laatste was ik alert. Daar voelde ik me wel alleen in. In plaats van luid en duidelijk het gesprek te voeren, pakte ik zelf aan wat ik belangrijk vond. Ik heb bewondering voor de uitgesproken manier waarop jongere generaties van zich laten horen.’
Juliët: ‘Ik doe niet bewust dingen anders dan mijn moeder. Ik doe mijn ding en zie wel hoe het loopt. Ik heb niet voor de journalistiek gekozen omdat mijn moeder journalist is. Eigenlijk dacht ik juist: wat een onhandig toeval, denkt iedereen dat ik het dáárom doe. Maar het is fijn dat mijn moeder de mediawereld kent. Ik hoef haar niets uit te leggen.’
Arlette: ‘Mijn valkuil als docent is dat de journalist in mij de overhand kan nemen. Sparrend met studenten kan ik met suggesties komen die ze eigenlijk zelf moeten zoeken. Met Juliët kan ik die rol loslaten. Dan zijn we journalisten onder mekaar, die oeverloos kunnen discussiëren.’
Juliët: ‘Mijn valkuil is dat ik een beetje chaotisch ben. Daarom schrijf ik álles op. Strakke deadlines geven de structuur die ik nodig heb om iets gedaan te krijgen.’
Arlette: ‘Trots klinkt zo hoogdravend. Ik word blij van studenten die alle kanten van het journalistieke vak willen leren kennen. Laatst zei een student: “Dit was een leuke les, mevrouw”. Dat kwam niet door mij, maar door hun gretigheid. Daar geniet ik van.’
Juliët: ‘Ik blijf het bijzonder vinden mijn naam in de krant te zien. Als ik producties moet noemen, denk ik aan een profiel van topvoetballer Georginio Wijnaldum en de wijk waar hij opgroeide en een stuk over online nepprofielen dat veel spitwerk vergde – allebei in NRC.’
Arlette: ‘Journalistiek en onderwijs in één baan: klinkt dat niet als een droombaan?’
Juliët: ‘Ik word het liefst verslaggever en/of onderzoeksjournalist bij een landelijke krant. En daarna misschien correspondent in het buitenland.’
LEES OOK:
Zelfde naam, zelfde baan: Stephan en Jonas Jongerius


Praat mee