website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Nicolette van Berkel, vuurtorenwachter Terschelling: ‘Lokale media zwijgen me dood’

Raymond Krul — Geplaatst op vrijdag 2 maart 2018, 11:30

Opinie Als vuurtorenwachter op de beroemde Brandaris op Terschelling groeide Nicolette van Berkel uit tot bekende Friezin. Nu is ze dat opnieuw, maar vanwege een andere reden: ze stelde het pestgedrag op de vuurtoren aan de kaak en zit nu al twee jaar thuis. De media wisten haar toen én nu makkelijk te vinden, maar soms hebben ze te veel oog voor hun eigen belang.

Het was begin januari van dit jaar. Opeens was het licht van de Brandaris uit. Als er iets met de iconische vuurtoren van Terschelling aan de hand is, dan is dat nieuws, vertelt Nicolette van Berkel (37) in haar woonkamer in het dorp Midsland. ‘Als de bliksem inslaat, ijspegels van de vuurtoren vallen of, zoals nu, de lichtbundel een nacht niet te zien is, dan schrijven de media daarover.’

Het AD ging op onderzoek uit. De journalist wist dat Van Berkel op de vuurtoren werkte en wilde haar om een reactie vragen. Van Berkel: ‘Mijn telefoonnummer staat gewoon op mijn Twitter-pagina, maar blijkbaar hadden ze dat niet gezien. Het AD zocht contact met mijn vader, hij vertelde de journalist dat mijn werkgever me al twee jaar thuis houdt omdat ik melding heb gemaakt van pestgedrag. Het AD schreef er een stukje over en zo is de bal gaan rollen, overigens zonder mij te bellen. Ik wilde op dat moment eigenlijk liever niet dat de media van mijn situatie zouden weten. Maar toen het door dat AD-artikel eenmaal openbaar was, vond ik het niet erg dat ook andere media erover gingen schrijven.’

Atypische vuurtorenwachter
Van de bekendste vuurtorenwachter van Nederland tot een van de bekendste pestslachtoffers. Van Berkel maakt in een paar jaar tijd veel mee en de media spelen steeds een prominente rol. In 2007 begint ze met haar werk op de Brandaris. Na een paar jaar laten de media voor het eerst hun oog vallen op deze atypische verkeersleider, of in de volksmond: vuurtorenwachter. Ze is geen man met een baard, maar een jonge blonde vrouw die enthousiast over haar vak vertelt en op de sociale media een grote schare volgers bindt met natuurfoto’s die ze neemt vanaf de 55 meter hoge vuurtoren. Het begint met een reportage in het KLM-blad Holland Herald, later volgen de lokale media, verschillende vrouwenbladen, toeristische bladen als de Waterkampioen en talloze andere media. Het tv-programma Willem Wever komt langs en de Leeuwarder Courant zet Van Berkel in een rijtje van de twintig bekendste Friezen. Van Berkel: ‘De communicatieafdeling van Rijkswaterstaat vond het allemaal geweldig, want het was mooie PR. Ik kreeg zelfs de complimenten van de directie. Een vrouw in een technisch beroep die zoveel positieve aandacht krijgt, ze waren er blij mee.’

Toch gaat het ruim twee jaar geleden mis. Jaloerse collega’s maken steeds vaker vervelende opmerkingen over haar media-optredens. Opmerkingen die van kwaad tot erger worden. Als ik een blonde pruik opzet, kom ik ook zo vaak in de media, zei een collega tegen haar. Hier is sprake van pestgedrag en seksuele intimidatie, oordeelt Van Berkel, en ze trekt aan de bel bij haar werkgever. Die adviseert haar om zich ziek te melden. Van Berkel komt thuis te zitten en voert tot op de dag van vandaag een strijd met haar werkgever om terug te keren op de Brandaris. Van Berkel: ‘Media weten me te vinden. Ook voordat het AD-artikel was verschenen hadden ze me al benaderd. Waarom twitterde ik geen foto’s meer? Was er soms iets aan de hand? Met de Leeuwarder Courant heb ik goed contact, maar toch hield ik de boot af. Nadat het AD-verhaal was verschenen, was er geen houden meer aan.’

Tijd en ruimte
Opnieuw haalt Van Berkel vrijwel alle media, dit keer als slachtoffer van pestgedrag die vermalen dreigt te worden in de stroperige bureaucratie van haar werkgever, Rijks­waterstaat. Er worden zelfs Kamer­vragen gesteld. Van Berkel heeft over het algemeen goede ervaringen met de journalisten met wie ze te maken heeft. ‘Het meest tevreden ben ik met het interview dat Anneke Stoffelen van de Volkskrant maakte. Ze kwam met de boot naar Terschelling en is hier bijna een hele dag geweest. Dat voelt goed voor mij, als journalisten de moeite nemen om hierheen te komen. Stoffelen heeft een uitgebreid interview van twee pagina’s geschreven. Mijn zaak is best complex, ik merk dat het verhaal het beste tot zijn recht komt als je er de ruimte voor neemt. Dat is toch anders dan de acht minuten die ik kreeg bij RTL Late Night. Ook daar heb ik goede ervaringen mee, hoor, maar de tijd is nu eenmaal beperkt. Toen ik net wilde gaan uitleggen waarom het onderzoek dat nu loopt in mijn ogen niet onafhankelijk is, was mijn tijd op. Hetzelfde geldt voor een programma als Hart van Nederland, ook dat item was maar kort. Zij wilden het verhaal op een bepaalde manier vertellen: ik moest met een kopje koffie voor het raam gaan staan en naar buiten turen, zodat goed overkwam hoe erg het is om al twee jaar thuis te zitten. Ik snap dat wel, maar persoonlijk heb ik meer met een artikel waarin alles goed wordt uitgelegd, zoals in de Volkskrant.’

Soms hielden journalisten te weinig rekening met de situatie waarin ze zich bevindt, vindt Van Berkel. ‘Ik heb pestgedrag aan de kaak gesteld, mijn werkgever houdt me al twee jaar thuis en dan woon ik ook nog op een eiland, waar iedereen elkaar kent. Dat doet echt wel wat met je. Ik doe mijn best om positief te blijven, maar in feite is mijn leven kapot. Sommige redacties zijn meer met hun eigen belang bezig dan met mijn belang. ‘Zo had ik een tijdje contact met het tv-programma De Monitor, dat aandacht wilde besteden aan pesten op het werk. Ik denk dat ik wel vijf uur met de researcher van dat programma aan de telefoon heb gezeten. Op een gegeven moment hadden we een afspraak in Den Haag. Daar zou ik ook allerlei documenten laten zien. Een dag voor die afspraak zond EenVandaag een item over mij uit. Ik heb het idee dat De Monitor toen dacht: nu hoeven we haar niet meer. Of dat echt de reden is, weet ik niet, want ik heb nooit meer iets van ze gehoord, ze kwamen ook niet opdagen bij de afspraak in Den Haag. Ik vind het jammer dat ik op die manier bejegend word, zeker nu ik zo kwetsbaar ben.’ [De redactie van De Monitor herkent zich niet in het beeld dat Van Berkel hier schets. Zie kader, red.]

Vuurtorenmeisje
Wat Van Berkel ook steekt, is dat de lokale media op Terschelling haar situatie compleet negeren. ‘Toen ik nog op de Brandaris werkte, stond het lokale krantje voortdurend op de stoep. Ze berichten namelijk over alles wat er met de vuurtoren gebeurt. Maar als er iets ­vervelends aan de hand is, zwijgen ze het opeens dood. Op Terschelling wordt liever niet gepraat over iets wat negatief kan uitpakken voor het toerisme. Dat merk ik ook aan de reactie van bekende Terschellingers als Hessel van der Kooij, de zanger. Eerst was ik dat leuke vuurtorenmeisje voor hem en wilde hij met me samenwerken, maar nu wil hij niets meer met me te maken hebben.’

Gelukkig voor Van Berkel weten vrijwel alle media op het vasteland haar wél te vinden, ook nu ze geen vuurtorenmeisje meer is, maar een klokkenluider die pestgedrag op het werk aan de kaak heeft gesteld. ‘Mijn zaak sleept zich zo lang voort, ik hoop dat de aandacht ervoor zorgt dat er eindelijk schot in komt. Ik ben in ieder geval blij met de Kamervragen die zijn gesteld. Het wrange is: doordat Rijkswaterstaat mij altijd heeft gestimuleerd om interviews te geven, weten de media mij nu nog altijd te vinden. Misschien had Rijkwaterstaat gehoopt dat ze mij vergeten zouden zijn, maar gelukkig is dat niet zo. Ik ben blij met de aandacht, maar eerlijk gezegd was ik liever in de media gekomen vanwege de passie voor mijn werk en mijn fotografie. Wie weet kan dat in de toekomst weer.’

De lessen voor de pers van Nicolette van Berkel
• Een complexe zaak als die van Van Berkel heeft tijd en ruimte nodig. Een tv-interview van acht minuten is eigenlijk te kort om het hele verhaal te kunnen vertellen.
• Houd rekening met het feit dat mensen zich, zoals Van Berkel, in een kwetsbare positie bevinden. Als je na intensief contact besluit om niet meer verder te gaan met iemand (zoals Van Berkel overkwam met De Monitor), leg dan uit waarom je dat doet.
• Als lokaal medium moet je ook aandacht besteden aan zaken die minder positief zijn.

Reactie De Monitor
Nicolette van Berkel heeft zelf helaas een rol hierin gespeeld. De afspraak in Den Haag hebben wij gemaakt met daarbij het uitdrukkelijke verzoek dat wij eerst haar advocaat wilden spreken over de juridische aspecten van haar zaak, voordat wij met haar zouden afspreken. Daar kwam zij niet meer op terug. Van Berkel was telefonisch niet bereikbaar en ze belde ook niet terug. Aangezien Van Berkel eerdere (bel)afspraken ook niet was nagekomen waren we in de veronderstelling dat ze niet meer aan ons programma wilde meewerken. Voor ons hield het toen op omdat het onmogelijk werd ons werk goed en zorgvuldig te doen.

2 reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

  1. 1. A. Westenwind, 2 maart 2018, 16:33

    Nog een les voor de media, check het verhaal van in dit geval Nicolette van Berkel ontzettend grondig.

    De reactie van De Monitor komt overigens bijna exact overeen met een onderzoek voorjaar 2017 naar de situatie op de Brandaris.

    Van pesten zou geen sprake zijn, dat is volgens de onderzoekers Van Berkels ‘beleving van de werkelijkheid’. Zie de Volkskrant 23/01/2018.

  2. 2. Eduard Bekker, 8 maart 2018, 13:43

    Pesten is vaak een discussiepunt. Mensen die zich daaraan schuldig maken, beweren soms dat ze zich geen kwaad bewust zijn, maar beseffen niet wat voor impact terloopse opmerkingen voor een slachtoffer kunnen betekenen.
    Het is vaak niet zo duidelijk als in iemands koffie spugen.
    Een collega die zegt (ik bedenk maar even wat) ‘ik vind dat jij hier niet thuis hoort als je meteen naar huis gaat als je hoort dat je kind is aangereden. Dat zijn privézaken waar ik als collega niets mee te maken wil hebben’, kan beweren dat hij of zij gewoon zakelijk is.
    Of iemand die je - als je aanleunt tegen een burn-out - toevoegt (ik schud maar wat uit mijn mouw) ‘ik begrijp niet dat iemand zoals jij aan kinderen is begonnen’ kan beweren dat hij dat ‘uitsluitend uit betrokkenheid en bezorgdheid heeft gezegd’, maar deze ‘beleving van de werkelijkheid’ kan wel degelijk als buitengewoon kwetsend worden ervaren.