New York Times-hoofdredacteur: kritiek van kleine maar luide groep bepaalt niet onze koers
Eind oktober heeft de redactie van de New York Times anderhalf uur gesproken met adjunct-hoofdredacteur Joseph Kahn en diverse eindredacteuren over de vraag of de krant wel evenwichtig genoeg bericht over de autoritaire impulsen van presidentskandidaat Donald Trump. Lezers maar ook redacteuren maakten zich zorgen over het fenomeen sanewashing, waarbij Trumps objectief rammelende en meanderende betogen worden teruggebracht tot iets leesbaars en coherents.
Journalistiek platform Semafor kreeg een opname in handen van de bijeenkomst op 24 oktober. Naast vragen of extreme standpunten niet genormaliseerd werden, vroegen redacteuren zich ook af waarom de krant pas relatief laat een punt maakte van Trumps leeftijd, nadat die van president Biden veel kolommen kreeg.
Kahn noemde het niet de rol van de krant om specifieke standpunten van critici te verwoorden in een tijd van enorme polarisatie. “Waar ze vooral in geïnteresseerd zijn is dat we een spreekbuis worden voor hun al gevormde mening. Dat is waar de luidste critici op uit zijn. [..] Dat is natuurlijk niet onze rol, zelf het tegenovergestelde van onafhankelijke journalistiek”, aldus Kahn.
Volgens de in 2022 aangtreden hoofdredacteur zijn ze niet werkelijk geïnteresseerd in het werk dat de New York Times doet. Journalist Jodi Kantor stelde dat de roep om wat Trump zegt en doet directer te verslaan de laatste weken steeds luider werd. “Telt zulke kritiek voor je?”, vroeg Kantor aan Kahn, gevolgd door de vraag of die roep ertoe heeft geleid dat de krant “meer recht voor z’n raap” over Trump ging berichten?
“Eerlijk gezegd niet”, antwoordde Kahn, die stelde dat zijn inbox niet gevrijwaard bleef van deze kritiek en de “vele gesprekken” die hij erover voerde. “Ik snap dat er kritiek was. De waarheid is echter dat er aan beide kanten goedbedoelende kritische geesten zijn, die oprecht willen dat de Times beter wordt. Maar het meeste dat je beschrijft is dat niet. Ons focus moet liggen, elke keer opnieuw, op de beste journalistieke keuzes te maken”, aldus Kahn.
In 2019, tijdens het eerste presidentsschap van Trump, belegde toenmalig hoofdredacteur Dean Baquet ook al een plenaire discussie waarin interne frustratie over onder meer het koppenbeleid werd besproken. Baquet stelde toen dat de krant geen weerstandsleider is en iedereen met macht ter verantwoording roepen de enige rol is.
Interessant is de waarde, of gebrek aan daaraan, die de huidige hoofdredacteur Kahn hecht aan commentaren bij artikelen. Ondanks de enorme polarisatie van het politieke klimaat is het publiek van betalende abonnees (de uitgeverij meldde in augustus bijna 11 miljoen abonnees, red.) en niet-betalende lezers en luisteraars groter dan ooit.
Boze commentaren waren daar maar een fractie van, aldus Kahn - die concludeert dat het daarom wel meevalt met het aantal mensen dat de huidige verslaggeving verwerpelijk vindt. “Slechts één procent van lezers laat commentaar achter. Een op de honderd maakt ze - vergeleken met de groep die ze leest. En ook dat is een heel klein percentage”, aldus Kahn: “Die luide kritiek komt van een heel klein percentage van een heel klein percentage.”
Volgens adjunct-hoofdreacteur Carolyn Ryan doen critici soms brede aannames over vermeende vooringenomenheid of tekortkomingen, enkel op basis wat op een gegeven moment wel of niet op de voorpagina staat. Ryan noemde verwijzen van eerdere berichtgeving, ook als een nieuw ophef-bericht al van de voorpagina is, een “mooie en succesvolle” methode om critici te laten zien dat sommige thema’s wel degelijk al zijn verslagen.
Het beleid rondom de voorpagina zou daar al op zijn aangepast, stelt Ryan. Ook zou de krant “geëvolueerd” zijn om journalistieke keuzes vaker uit te leggen en directer op kritiek te reageren, aldus Ryan. Meer bij Semafor


Praat mee