banner cop

— maandag 22 juli 2019, 12:00 | 0 reacties, praat mee

Natascha van Weezel schrijft een biografie over haar vader. ‘Ik ga de echte Max van Weezel laten zien’

Natascha van Weezel. - © Illustratie: Maaike Putman

Journalist Natascha van ­Weezel heeft na een moeilijk jaar waarin haar vader Max overleed, weer plannen voor nieuwe projecten. ‘Ik mis hem. En de herinneringen blijven komen, maar gelukkig kan ik daar soms al om lachen.’

Het is 22 maart 2018 als Natascha van Weezel (32) hoort dat haar vader - de bekende parlementair journalist Max van Weezel - ongeneeslijk ziek is. Haar wereld stort in. Sinds haar 19de hebben ze een sterke band; ze werken samen, bezoeken graag feestjes en debatten en genieten thuis – en liever nog ter plaatse - van hun beider guilty pleasure: het Eurovisiesongfestival. En alsof het niet erger kon: twee weken na die diagnose maakt haar vriend het ‘out of the blue’ uit, terwijl ze zes jaar een relatie hebben en samen kinderen proberen te krijgen. Ze moet verhuizen, want ze woonde bij hem in.

‘Het was dramatisch. Ik verloor mijn vriend en mijn huis, en mijn vader bleek ernstig ziek. In april zou ik voor de opnamen van ‘Natascha’s beloofde land’ (de vierdelige VPRO-serie over het conflict tussen Israëli’s en Palestijnen, red.) met de crew naar Israël vertrekken. En ik dacht: ik ga niet. De productie zei: oké, dan gaan we in mei. Maar toen maakte mijn vriend het uit en raakte ik mijn huis kwijt. En ik zei weer: ik ga niet.

Ik heb alles afgezegd om samen met mijn moeder vier maanden voor mijn vader te zorgen nadat hij na een operatie moest revalideren. Ik herinner me een enorme ruzie daarover tussen hem en mij op zijn ziekenhuisbed. Hij zei: “Jij gaat voor mij je carrière niet om zeep helpen. Ik ga toch wel dood. En die vriend van je is een loser (ja ha, dat soort taal). Je gaat toch niet hier depressief in een hoekje zitten? Jouw leven gaat door, jouw werk gaat door.” Toen heb ik voor het eerst tegen mijn vader gezegd: nee nu heb je ongelijk. Mijn leven gaat door, maar nu moet ik hier zijn.’

Ben je nu aan het werk?
‘Ja, ik heb afgelopen jaar een dagboek bijgehouden en schrijf nu een boek met korte persoonlijke verhalen over rouw anno nu. Over wat je meemaakt als iemand dood gaat.

Omdat ik ben opgeleid als scenarioschrijver kwam ik vaak heel beeldende en vreemde voorbeelden tegen waarvan je vooraf niet bedenkt dat dit bij ziekte komt kijken. Toen ik griep had bijvoorbeeld mocht ik niet naar mijn vader omdat hij chemo kreeg en griep fataal voor hem kon zijn. Met een mondkapje en steriele latex handschoenen hebben we toen een heel serieus gesprek gevoerd waarin hij zei: “Ik ben bang om dood te gaan”.

Die intimiteit en tegelijk die rauwheid wil ik beschrijven. Maar er is ook een luchtiger - bijna praktisch - deel in het boek, gebaseerd op mijn columns uit Het Parool. Over hoe je bijvoorbeeld omgaat met het afsluiten van het Facebook account van de overledene. Ik heb die van Max in een herinneringspagina omgezet omdat hij me niet bij leven had gemachtigd.’

Dus dit boek gaat niet letterlijk over je vader?
‘Nee. Daarna ga ik wel een boek over hem schrijven, een soort biografie. Niet echt dé biografie, want als dochter heb je daarvoor niet de afstand die nodig is. Ik zie het als een zoektocht naar mijn vader. Er zullen wel biografische elementen in zitten; het gaat over zowel zijn werk als zijn persoonlijkheid. Maar het mag geen rouwverwerkingsproces zijn. Het moet gewoon een goed boek worden.

Mijn vader wilde al heel lang zijn eigen biografie schrijven, of eigenlijk zijn Haagse memoires. Toen werd hij ziek en zei hij wel eens half voor de grap: “Jij erft mijn archief.” Ik vroeg of hij wilde dat ik daar wat mee deed. Hij zei: “Nou, moet je zelf weten.” En toen zei ik: wil jíj dat ik jouw biografie schrijf? Hij antwoordde: “Nou waarom niet?” Ik heb toen gezegd dat ik wel een boek over hem wil schrijven, maar niet weet of het een biografie wordt.

Vanaf vorige zomer ben ik hem gaan interviewen, dertig keer in totaal. We maakten daar echt afspraken voor en ik nam de gesprekken op. Ik begon bij zijn vroege jeugd. Geboren uit twee joodse, getraumatiseerde ouders in Den Haag waar een groot deel van de joodse gemeenschap was vermoord. Verschillende ooms en tantes hebben het niet overleefd en zijn ouders zaten ondergedoken. Dat tekent je. Hij was het jongetje dat – in de woorden van Ischa Meijer – alles goed moest maken.

Maar het gaat ook over zijn tijd bij de UvA, dat in die periode een marxistisch bolwerk was en waar hij een fantastisch tijdsbeeld schetst van de jaren ’70. En over Vrij Nederland, waar hij vooral genoot in de periode dat hij als sterverslaggever met Joop van Tijn (oud hoofdredacteur VN, red.) reconstructies en interviews schreef. En natuurlijk over Argos, Met het Oog op Morgen, zijn werk voor Nieuwspoort en de NVJ.

Ik ga ook de mens achter de journalist laten zien. Zijn piekerachtige, kwetsbare kant. Hij moest altijd aardig zijn. Omdat hij een aardige man was, maar ook omdat hij er angstig van werd als hij niet aardig zou worden gevonden omdat hij veel mensen niet vertrouwde. Die Tweede Wereldoorlog heeft een immense rol in zijn leven gespeeld.’

En Joop van Tijn maakte daar misbruik van
‘Joop en Max hadden een hele moeilijke relatie. Ze hielden echt van elkaar. Dat heb ik ook gezien. Ik kende Joop ook goed, ik ging wel eens mee uit eten. Hij was charmant, kwam altijd met bloemen. Ik mocht hem; een soort suikeroom. Maar als kind observeerde ik al veel en ik zag dat hij mijn vader soms tot wanhoop dreef. Dat Joop op maandag bij ons thuis kwam, een dag voor de deadline van VN, en zei: “Hee Max, morgen moet ik een primeur over [dit of dat] onderwerp hebben.” En dat was dan niet iets wat hij zo even opsnorde. Mijn vader zei dan: “Ik kán het niet, ik kán het niet.” Maar hij deed het wel. Altijd. Hij moest altijd leveren, anders zou hij niet aardig worden gevonden.

De rode draad van het boek zit in mijn hoofd. Ik heb alles klaarliggen. Maar die interviews kan ik nu nog niet aanhoren. Mijn volgende stap is daarom mensen te gaan interviewen die hem goed kenden. Veel naar Den Haag, praten met politici en journalisten. Daarna ga ik die interviews uitwerken. Mijn uitgever zei: “Je weet het als je het aankan. Op een dag word je wakker en dan ga je afspraken maken met mensen.” Ik denk dat het over twee jaar klaar is.’

Hoe kijk je achteraf terug op ‘Natascha’s beloofde land’?
‘Tevreden. Het kwam niet onder ideale omstandigheden tot stand. En sowieso is het lastig om een documentaireserie er bij de NPO door te krijgen. Ik liep zelf al lang rond met het idee en toen benaderde producent Machteld van Gelder van Kleine Storm mij met hetzelfde plan en we besloten het te proberen. Ik had het alleen liever op NPO 2 gezien (in plaats van NPO 3) vanwege het meer journalistieke karakter van deze zender – dat beter bij me past – en het grotere bereik.’

Smaakt het naar meer?
‘Ik ga zeker nieuwe plannen indienen bij de NPO. Maar ik heb geen lange termijn planning. Er komt altijd wel iets op mijn pad. De rode draad in mijn werk is het doorbreken van taboes en het invoelbaar maken van grote maatschappelijke verhalen. Dat ook geldt voor mijn boeken over anorexia, over de kleinkinderen van de Holocaust en over het Israël-Palestina conflict (zie bio). Nu schrijf ik over rouw en merk ik dat mensen het verschrikkelijk vinden om daarover te praten. Ook het boek over Max wordt in zekere zin taboedoorbrekend. Want ik ga wel de echte Max van Weezel laten zien: de vrolijke man met het petje, maar ook alles daarachter.

Ik heb veel van hem geleerd, maar heb inmiddels wel mijn eigen stem ontwikkeld. Ik doe dingen die hij nooit zou doen. Hij vond mijn stijl veel te persoonlijk en zei wel eens: “Je kunt ook gewoon een politieke analyse gaan maken in plaats van een egodocument.” Tja, dat was ook gewoon het generatieverschil denk ik.’

Vlak voor zijn dood was hij zelf erg openhartig in interviews.
‘Ja, soms vond ik het wel heel open. Zoals wat hij vertelde in een interview in Trouw over een vrouw (ze doelt op zijn ontboezeming dat hij weleens bij een collega in bed was beland na een avond in Nieuwspoort, red) terwijl ik weet dat mijn ouders veel van elkaar hielden. Dat vond ik heftig. Ik wist het wel hoor, maar dat is weer het andere uiterste van openheid.

Hij kreeg voor zijn dood zoveel media-aandacht. Hij was op een gegeven moment de bekendste kankerpatiënt van Nederland. Hij groeide tijdens zijn ziekte uit tot icoon. Dat heeft mijn moeder en mij wel verbaasd. Toen hij werd gevraagd voor ‘De Kist’ (EO) zeiden we: nu moet je het maar even niet doen. Maar hij genoot van de waardering na zo’n lang werkzaam leven waarin hij niet altijd zag wat hij voor anderen betekende. Het deed hem goed om dat nog te zien voor zijn dood.’

Natascha van Weezel (1986) journalist, filmmaker, schrijver, ­columnist
2006: Boek Magere jaren. Anorexia­dagboek
2012: Nederlandse Film­academie, Lost & found (korte film)
2013: Elke dag 4 mei (documentaire)
2015: Column in Trouw in dialoog met haar vader en boek De derde generatie. Kleinkinderen van de Holocaust
2017: Boek Thuis bij de
vijand. Moslims en joden in Nederland’
2018: VPRO-serie Natascha’s beloofde land
2019: Columnist Het Parool

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.