foj 2019

— maandag 26 augustus 2019, 11:25 | 0 reacties, praat mee

De NPO zit niet op de inbreng van programmamakers te wachten en creëert zo zijn eigen bubbel

De NPO creeert zijn eigen bubbel door zich af te sluiten van de inbreng door programmamakers. Dat is wel eens anders geweest herinnert Arnold-Jan Scheer zich. Hij houdt een pleidooi voor herstel van het vertrouwen in de programmamaker.

De ‘hoofdredacteur’ belde freelance journalisten de kroeg uit om te zeggen dat ze gvd dat verhaal eens moesten gaan schrijven waar ze al tijden op zaten te broeden. Hij was niet de echte hoofdredacteur. Daar had ik een afspraak mee, maar die zat die dag vast in het verkeer. Er zat iemand anders in zijn hok achter zijn bureau, die deed of hij de hoofdredacteur was. Hij had een enorme snor en liep tussendoor over de veelkoppige redactie om aanwijzingen en adviezen te geven. Hij heette Ton van Dijk.
Ik werkte toen nog als freelancer voor de afdeling gevarieerd van de NCRV. Verkrachting kwam alleen in één dramaserie voor en zelfmoord was helemaal taboe.
Ik wilde een echte verslaggever worden, de school voor de journalistiek had ik nooit doorlopen, die bestond nog niet, internet en rompredacties helemaal niet.

Ik had een paar verhaalvoorstellen bij me. Die waren luchtig, want ik kwam uit de luchtige hoek, human interest heet dat nu. Over straatzangers, mensen die hun hondjes verkleedden, zwervers (autoslapers) die ik als het licht werd zomers, verraste met een microfoon aan een Nagra bandrecorder en de vraag wat ze daar deden. Ze hadden die auto opengebroken en soms een logee op de achterbank. Als ik ze wekte, gebruikten ze de krachttermen, die ik er bij de NCRV uit ging monteren.
De ‘hoofdredacteur’, een jonge hond, (later is hij echt de hoofdredacteur geworden, zo werkt dat, ‘fake it till you make it’’, heet dat nu) was opgetogen over mijn voorstellen. Dat was weer eens wat anders dan katholiek nieuws en suffe reisverhalen. Ludiek, licht ironiserend en provocerend was in.

Nieuwe Revu werd een poel van vernieuwende journalistiek; journalistiek kon namelijk ook romantisch en avontuurlijk zijn. High en low culture, harde en softe verhalen en het blad werd ook steeds linkser. De vrijzinnige houding van de hoofdredacteur trok ook veel rebelse dissidente journalisten, eigenheimers en buitenbeentjes, Willem Oltmans, die met de Ghandi’s dineerde, Ischa Meijer met zijn impertinente vragen, Theo van Gogh, Derk Sauer, een SP jongere met een bankdirecteur als vader, Pieter Storms die valse cheques uitgaf en later verklaarde dat dit voor een onderzoeksartikel voor Nieuwe Revu was, Alissa Morrien die in bad ging met celebreties; de redactievergadertafel aan de Stadhouderkade werd steeds groter en gevarieerder.

De open benadering van de hoofdredacteur werkte, we werden als hip en vrijgevochten gezien, journalistiek hoefde niet suf, kon ook leuk zijn. We wisten de oplagecijfers op te stuwen tot over de 200.000 met blote meiden en kreten op de cover als: socialisme, sex en sensatie.

Nu wil ik een snel bruggetje maken.
Toen de man van de NCRV, Jan Fillekers die mijn andere mentor was geworden, me veel later weer belde om opnieuw voor de NCRV te freelancen en met hem Showroom te maken, het eerste programma met excentrieke nonconformisten waar de mensen voor thuis bleven, werd Showroom later mijn opstapje naar Paradijsvogels bij de AVRO, binnengehaald door Boudewijn Klap, een omroepdirecteur die ook vooruitstrevend was en Gert Jan Dröge Glamourland liet maken. Ik kon niet vermoeden dat het daarna snel berg afwaarts zou gaan, toen de managers Hilversum overnamen en er nog weer later een nieuw fenomeen geïntroduceerd werd: De Netmanager. De verzuiling liep ten einde, de staatsomroep stond voor de deur te wachten.

Ik freelancete ook voor andere geïllustreerde bladen en had al ervaren dat de redacties eigenlijk al voordat je pad op ging, bepaalden waar je verhaal over zou gaan. De koppen waren al bedacht. Het sterkste staaltje maakte ik bij de Margriet mee. Mijn artikel in opdracht was al ingedeeld. Ik werd naar een jongen gestuurd voor een serie ‘ik hou van jou’. Hij vertelde me echter dat hij geen partner had en dat hij masturbeerde. Hij hield van zichzelf. Het verhaal werd niet geplaatst en ik werd niet betaald. Of ik de Margriet lezeressen wel kende, vroeg de chef redactrice. Ja hoor, zei ik naïef: mijn moeder en mijn tante zijn het. Dat was de eerste keer dat ik met het doelgroep-denken geconfronteerd werd, dat sterk in opmars was.
Ik wist niet eens dat er zoiets bestond.

Ik besloot vuurspuwer te worden op braderieën, bruiloften en partijen, met parlando

Werkte je voor de Payboy, dan mochten er geen kinderen afgebeeld worden omdat dat lust onderdrukkend werkt en bij een NCRV tienerprogramma was een cameraman heel wat tijd kwijt met het met tape wegwerken van een paar meisjestepels die vanachter een tshirt tegen de binnenkant staken. En zoiets terwijl men bij de Nieuwe Revu de duurste fotografen uit het buitenland inhuurde om het omgekeerde effect te bereiken.

Niet lang erna werd Ton van Dijk (de Pietje Bell onder de hoofdredacteuren) door de VNU ontslagen en het decembernummer vernietigd omdat deze hoofdredacteur te onafhankelijk, vrijgevochten en te links was (links stond toen nog voor vrijgevochten).

De lol was eraf.

Ik besloot vuurspuwer te worden op braderieën, bruiloften en partijen, met parlando.  Ik reageerde op een advertentie in de Telegraaf in de rubriek ‘Musici en Artiesten’. Zo kon ik tenminste in ieder geval zeggen wat ik wilde. Ik was artiest, kunstenaar, vrije geest. Dat was rond 1977.

De hele ontwikkeling raakte in versnelling met de komst van ‘producers’, vooral bij de Tros, die bepaalden wat al dan niet gemaakt zou worden. De makers zelf raakten steeds meer op de achtergrond. Ik dacht toen nog dat het niet veel erger kon worden.
Maar dat kon het wel.

Twee jaar geleden kreeg iedereen op een NVJ nieuwsjaarsborrel in het Eye een boekje van het Mediafonds met als titel Onaf. Over de zin van onafhankelijkheid in cultuur en media. Op de achterflap stond: ‘Onafhankelijk denken, oordelen en handelen, zijn dat achterhaalde idealen? Ze staan in ieder geval stevig onder druk in de netwerkmaatschappij…’ Journalisten en televisiemakers werden in het boekje ook gelijkgesteld met autonome kunstenaars.

Jos de Putter schreef een essay in het boekje en gaf een goede illustratie van wat er mis is gegaan. Hij schrijft: ‘Wat in retrospectief zo bijzonder is aan het bezoek van de vertegenwoordigers van subsidiegevers en omroep is dat zij langs kwamen om zich te laten verrassen. Natuurlijk hadden ze ooit een scenario gelezen, maar ze stonden open voor een werkkopie die qua structuur als ‘af’ werd gepresenteerd. En, ook niet onbelangrijk, ze zwegen de hele film lang. Opmerkingen volgden pas na de viewing. Dat is tegenwoordig vaak anders: de vraag ‘waar kijk ik naar’ dient in de eerste twee minuten beantwoord te zijn, anders heb je een probleem. Die vraag is slechts een van de vele manieren waarop de televisie haar zelfverklaarde ‘wetten’ oplegt aan de filmmaker. (...) Opgeteld zorgen ze ervoor dat de filmmaker als onafhankelijk auteur verdwijnt en verrassende, eigenzinnige, experimentele documentaires met een nachtkaars te zoeken zijn.’ Men wil nu een link opgestuurd krijgen’.

Onlangs kreeg een collega documentairemaker van een documentaire-chef van een omroep per mail te horen dat men bij de NPO eigenlijk niet zit te wachten op documentaires die al helemaal gedraaid zijn. Ze willen veel liever aan de voorkant mee kunnen praten over een film in plaats dat ze met een gereed product geconfronteerd worden. Zonder invloed erop waren ze er niet in geïnteresseerd.

Autonomie en onafhankelijke onderzoeksjournalistiek vanuit de maker zelf raakt steeds verder in de knel

Autonomie en onafhankelijke onderzoeksjournalistiek vanuit de maker zelf raakt steeds verder in de knel, terwijl de maker omdat hij er middenin staat vaak beter weet wat er speelt bij de kijker, luisteraar of lezer. En hij heeft vaak verstand van het onderwerp dat hem fascineert, niet de manager die een bestelling plaatst.

Drie jaar geleden was de kersverse bestuursvoorzitter van de NPO bang voor het ‘Trump-effect’. In de Volkskrant zei ze: “Geeft de publieke omroep de gevoelens in de samenleving voldoende plek?” Ze had kritiek op de NPO ontvangen en de roep om vaker de gewone man aan het woord te laten. En ze zei tijdens de IDFA:  ‘Ik wil dat wij als publieke omroep iedereen bereiken. De NPO is er voor iedereen. Ook voor de Groenlinkser en de PVVer. ‘

En aan mij: ‘Ik herken een deel van jouw beschrijving hoe lastig het kan zijn om een productie of een concept onder de aandacht van de publieke omroep te krijgen. Een van de redenen ook waarom ik me de afgelopen jaren heel hard heb ingezet om het omroepbestel meer open te krijgen voor makers van buitenaf. Dat zijn we nu aan het introduceren.’
Dat was 2017.

Februari 2019 concludeerde de NPO ombudsman zelf na een kritisch onderzoek (over 2017/2018) dat in talkshows ’ongeschikte gasten’ die ‘niet direct verstand hebben van besproken zaken’, aan het woord komen. ’Talkshows worden gedomineerd door een klein groepje bekende gezichten die overal over meepraten’, had het NRC al in 2015 geschreven. En in april 2019 heeft die krant het over de macht en willekeur van de NPO2 netmanager en een angstcultuur die heerst bij omroepen en makers. Onafhankelijke onderzoeksjournalistiek krijgt steeds minder kans, o.a. door politieke belangen. De woordcombinatie ‘omroeppolitiek’ zegt al genoeg. ‘De netmanager bepaalt welke programma’s er gemaakt kunnen worden, gaat over de titel, de inhoud en de presentator, blijkt uit ervaringen van makers,’ zo schrijft het NRC een andere keer.

Een maker: ‘Je hebt het geld nodig. Je zit in een kwetsbare positie. Enerzijds wil je de film maken die je wilt maken en anderzijds heb je het geld nodig. Je hebt er jaren research en opnamen in zitten. Als maker trek je regelmatig aan het kortste eind in dit proces. Niet altijd natuurlijk, soms gaat het goed. Het hangt ook af van de eindredacteur die je begeleidt.

Zonder hem er in te kennen, werd een korte scène uit zijn film gemonteerd, verwijderd, daar kwam hij pas tijdens uitzending achter.
En hij voegt er aan toe: ‘Ik heb het idee dat de eindredacteuren wel met de maker en zijn opinie mee willen gaan. Maar ze moeten ook mee lopen met de NPO. De netmanager bepaalt uiteindelijk of iets uitgezonden wordt of niet. De consequentie is dat je als maker geen geld krijgt en dus je huur etc. niet kan betalen. Mensen als Bart de Graaf en Arnold Karskens heb je nodig. Ik mis Theo van Gogh in die zin. Je hebt mensen nodig die het wakker schudden.’

Veel makers zien intussen door de vele wijzigingen, van verzuilingsmodellen naar programmeringsmodellen naar horizontale programmeringen, het verschuiven van de macht van omroepen naar de Netmanagers, door de bomen het bos niet meer, ze zijn het spoor kwijt. Werkte men vroeger, de tijd waarover Jos de Putter in een essay in het boekje van het Mediafonds over schrijft, met éénpitters, makers die hun documentaires zelf onder hun zolderdak afmonteren, tegenwoordig gaat men alleen in zee met productiemaatschappijen, die een nieuwe schakel vormden tussen kijker en maker. Ze zijn het verlengstuk van de omroep, doen ook het vuile werk voor de zendgemachtigde. ‘Ze kiezen niet voor de maker, en als ze groter worden voor hun overhead.’

Bij de invoering van de nieuwe Mediawet in 2016 wilde de partijgenoot van minister Slob, Herman Sietsma, vastleggen dat de overheid in de gaten zou houden dat de NPO de autonomie van de omroepen zou respecteren. Minister Dekker verzekerde daarop dat de omroepen niet ‘onder curatele van de NPO’ zouden komen te staan.

Programma’s dreigen zo in een mal gegoten te worden, die door de netmanager gemaakt is

Uit onderzoek van NRC blijkt echter dat de netmanager van NPO2 tegenwoordig persoonlijk programma’s bedenkt, inclusief presentator, omroep, externe producent, bijvoorbeeld voor het programma ‘Langs Romeinse wegen’ van Rick Nieman. Die netmanager is dol op het format van een presentator die de kijker meeneemt.

Programma’s dreigen zo in een mal gegoten te worden, die door de netmanager gemaakt is. De kop boven het artikel liegt er niet om: ‘Televisie naar de smaak van de netmanager’. De VVD vindt netmanagers in tijd van Netflix en YouTube zelfs achterhaald. VVD, CDA en SP noemen hun toegenomen macht onwenselijk en kwalijk. Het is immers de omroep zelf die over de inhoud moet gaan. De netmanager gedraagt zich ook als trechter of filter, maar tijd om alles op waarde te schatten geeft hij het niet.

De doelgroepen die NPO1 de breed toegankelijke zender, NPO2 de verdiepende zender en NPO3 jongeren, (nu ook regionaal), zijn in feite bubbels.

Het is ironisch dat het ‘onzichtbare bestuurslid’ van de NPO Martijn van Dam sinds najaar 2018 de taak heeft de kijker uit zijn bubbel te halen. Om de concurrentie met Netflix aan te gaan. ’Zit u gevangen in uw eigen smaak en meningen? De publieke omroep gaat u helpen.’ (NRC 7-10 2018). De kijker krijgt van hem via NPO Start programma’s aangeboden die buiten zijn kijkersprofiel vallen. Kijkt hij een links progamma, dan krijgt hij daarna van Start een WNL programma aangeboden met een rechts standpunt. Van Dam: ‘We willen ook de andere kant van het verhaal laten horen. Dat is onze maatschappelijke functie: verbinden door zo breed mogelijk te informeren.’

De Televisie (het systeem zoals het nu is) mist de boot en dat komt niet door bezuinigingen, maar omdat de NPO niet ademt, er geen zuurstofrijk bloed door de aderen stroomt. Maatschappelijk zeer relevante onderwerpen vinden te vaak alleen heil bij het internet; onafhankelijke creatieve makers die veel dichter bij het publiek staan, krijgen geen kans. Hun onderwerpen worden afgewimpeld, ongezien, ongehoord. Dat heeft niets met harde keuzes wegens bezuinigingen te maken, ze krijgen niet eens de gelegenheid hun mond open te doen, iets uit te leggen, dat blijkt uit de ervaringen van makers. Er is geen dialoog. Bovendien komt een aanzienlijk deel van het kijkgeld van de belastingbetaler niet bij programmamakers terecht, zeker niet die wier ideeën buiten de NPO ideologie vallen, dat blijkt uit gesprekken met een maker die ook anoniem wil blijven.

Een jaar of wat geleden al was ik er getuige van dat een mentor tijdens de Dag van het tv Idee, waarop nieuwe enthousiaste makers hun plannen konden pitchen (NFTVM) waarschuwde: ‘Hilversum zit niet op jullie te wachten’.

De wisselwerking politiek/NPO/omroep is verstikkend. Creatieve originele onderzoekende televisiemakers die midden tussen het publiek staan, zijn nodig wil de omroep overleven. Geen top down meer, maar bottom up. Het volk is niet zo dom en je hoeft ze niet klein of te houden of te paternaliseren.
Van pluriformiteit is niets terecht gekomen. De NPO doet meer aan stemmingmakerij dan aan waarheidsvinding, wetenschap of kennisoverdracht. Dat wreekt zich, en zeker op den duur. Hilversum zit verstopt.

Filmmaker Richard Lester tijdens de uitreiking van zijn BAFTA Lifetime Achievement Award in 2017:
What is an independent film? It is a film, that’s being made free from all censorship, or interference by governments, backers, producers, script editors or committees of any kind. It is a film made with some gent wish, the same genuine freedom as enjoyed by novelists, dramatists, poets, painters, sculpters, composers, songwriters and other artists.
To those boneheads, philistines and uninspired skinflints who said no… a big thank you to you, for had you said yes, you would have interfered with the movie and insisted on inappropriate casting, change the story, you’d screwed up the editing and generally have made a pigs ear of the whole thing. So to you thank you for keeping away and may you all rot in hell.”


Dat was gelauwerd filmmaker Richard Lester natuurlijk. Ik niet. Ik kijk wel uit. Maar zijn woorden gelden natuurlijk ook voor documentaires en andere creatieve programma’s.

 

Op donderdag 29 augustus organiseert NVJ in Beeld en Geluid een Meet Up voor alle programmamakers die bij de Publieke Omroep werken. De uitkomst zal in een reactie naar de minister worden meegenomen. Meer informatie en aanmelden kan hier.

Bekijk meer van

NVJ NVJ NPO Start NPO Netflix

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.