festival journalistiek nvj 2022

— vrijdag 28 januari 2022, 16:14 | 0 reacties, praat mee

‘Mijn wapens zijn de cijfers en mijn communicatieve vaardigheden’

Maarten Keulemans - © Duco de Vries

Waar is Maarten Keulemans als je hem nodig hebt’, verzuchtte Sylvia Witteman in haar column (de Volkskrant, 13-1-2022) waarin ze zich afvroeg hoe het toch kan dat iedereen in haar gezin corona heeft behalve zijzelf. Ze is lang niet de enige die Keulemans ervaart als een baken in de zee van corona-informatie die ons dagelijks overspoelt. ‘Onvermoeibaar en nuchter de feiten blijven melden. Uitzoeken hoe het echt zit. Doet altijd zijn best om vragen die bij het publiek leven te beantwoorden’, aldus de jury. Laatste wijziging: 31 januari 2022, 08:13

Zijn productie voor de Volkskrant is enorm. Enkele cijfers: in de afgelopen twee coronajaren schreef hij 459 artikelen over de ziekte, waarvan zo’n twintig opening krant. Daarnaast roert hij zich op sociale media. Eén van zijn vele, informatieve twitterdraden, waarin hij ‘nepcijfers’ van Thierry Baudet debunkt, werd een miljoen keer bekeken.

Zijn optreden in juni 2020 op ‘wappiekanaal’ Café Weltschmerz, waar hij in discussie ging met antivaxer (en theatermaker) Ab Gietelink, werd tenminste 327.778 keer bekeken. Gietelink werd hier afgedroogd door Keulemans – overigens op een nette manier – vanwege diens parate kennis waarmee hij het ene na het andere ‘lulonderzoek’ waarmee Gietelink zijn punt probeerde te maken tot op het bot fileerde aan de hand van ‘de echte’ cijfers. ‘Ze kunnen jou ook alles op de mouw spelden, hè Ab’, zei Keulemans tegen een steeds wanhopiger kijkende Gietelink.

Is de coronacrisis de mooiste periode in je carrière als wetenschapsjournalist?
‘Het zou heel cynisch zijn om het leuk te vinden. Het is gewoon een kutperiode; er zijn mensen doodgegaan en gedupeerd geraakt en dan zou ik het een beetje leuk gaan vinden. Maar ik ben wel een beetje een freak, een nerd. Ik werk zo’n 60 tot 70 uur per week. Ik ben me er in deze tijd erg van bewust dat mensen behoefte hebben aan goede, transparante journalistiek over corona. Ik vind het mijn taak om daar aan tegemoet te komen en naar eer en geweten antwoord te geven op vragen. Je wordt ook meegenomen door de flow: jeetje wat gebeurt hier allemaal? Vanaf het begin ben ik me in corona gaan verdiepen en studies gaan lezen. En mijn handen blijven jeuken. Ik wil steeds meer weten: hoe zit dit, hoe zit dat? Daarnaast kan ik er heel slecht tegen als Willem Engel-achtige types roepen: “Mensen, volg mij maar. Ik weet de weg uit de crisis, als je maar een pilletje hydroxychloroquine slikt”. Dan denk ik: kleur nou effe binnen de lijntjes, de wetenschap ziet echt hele andere dingen.’

Het is moeilijk een weg te vinden in de wirwar aan wetenschappelijke studies die over corona verschijnen, kun jij die allemaal doorgronden?
‘Nee. Wetenschap is gewoon fucking ingewikkeld. Veel algemene journalisten waren sowieso niet voorbereid om te gaan met de enorme stroom aan wetenschappelijke publicaties over corona. Meestal baseren ze zich op persberichten en raadplegen ze niet de oorspronkelijke onderzoeken die in The Lancet of Nature staan, zo blijkt uit onderzoek van het Rathenau Instituut. Ze doorzien niet altijd de belangen die spelen en kunnen het verschil in de wetenschappelijke waarde - tussen een klein marktonderzoekje en een multidisciplinair onderzoek dat door tien universiteiten is uitgevoerd - niet goed inschatten. Journalisten zijn er daarom ook heel gevoelig voor om zich dingen op de mouw te laten spelden.’

‘Het grappige is dat als je iets meer moeite doet, je vrij goed het kaf van het koren kunt scheiden. Kijk bijvoorbeeld of de wetenschapper onafhankelijk werkt. Is hij of zij verbonden aan een universiteit? Heeft hij toegang tot relevante data, is hij nog actief aan het onderzoeken of heeft hij al twintig jaar niet gepubliceerd? Is het iemand die nog werkzaam is of is hij met emeritaat en heeft hij op zijn zolderkamer zelf iets in elkaar geknutseld? Vragen die journalisten zich meer zouden moeten stellen. De teneur is toch dat als een wetenschapper iets zegt het vast wel zal kloppen. Bij de Volkskrant worstelen we daar ook mee, maar het scheelt dat wij als één van de weinige journalistieke media een grote wetenschapsredactie hebben. Wij lezen de studies en raadplegen altijd iemand die er verstand van heeft maar niet bij het bewuste onderzoek betrokken is.’

Zie je ook goede voorbeelden?
‘Zeker. De NRC, die ook een wetenschapsredactie heeft, doet het uitstekend. Trouw ook. De NOS heeft sinds kort iemand in dienst die onderzoek kan duiden. Maar een dedicated, meermans wetenschapsredactie zie je niet zoveel meer in het Nederlandse medialandschap, en dat wreekt zich. Journalisten laten zich vaak verleiden een voor- en tegenstander aan het woord te laten, met name in talkshows. Aan de ene kant van de tafel zit dan een expert, een professor die er zijn hele leven voor heeft doorgeleerd, tegenover iemand die zijn wijsheid van Google heeft. Dat geeft een false balance.’

‘Zo zette talkshow Op1 eens hoogleraar infectiepreventie Andreas Voss (Radboud UMC) tegenover opiniepeiler Maurice de Hond in een debat over de invloed van aerosolen. Het is heel vreemd om die twee gelijk te schakelen en één op één met elkaar in debat te laten gaan. De Hond is een hobbyist, die natuurlijk ook gehoord mag worden, maar in zo’n semiwetenschappelijke setting is dat curieus. Ik heb waanzinnig veel respect voor Tijs van den Brink die dat gesprek leidde en daarna op Twitter veel kritiek kreeg van wetenschapsjournalisten. Hij stond ervoor open, onderkende dat journalisten over het algemeen te weinig weten van hoe wetenschap werkt en beloofde op zoek te gaan naar hoe dat beter kon. Vervolgens kwam hij met een meesterzet: de podcast Virusfeiten (EO) waarin hij elke week met Marion Koopmans en Diederik Gommers het coronanieuws doorneemt. Heel knap dat hij als niet-wetenschapsjournalist de knop omzette.’

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Je profileert je sterk op sociale media, wordt dat door de krant gestimuleerd?
‘De krant is daar zoekende in, net als veel media in Nederland. Hoe gaan we om met dat veld daarbuiten? Ik ben vrij uitgesproken op Twitter – zonder me te misdragen ofzo – en ik ga discussie niet uit de weg. Af en toe schiet ik in mijn emoties wel eens uit mijn slof. Ik heb Hugo de Jonge eens een “lul met vingers” genoemd, toen hij de anderhalve meter maatregel schrapte. Dat had ik niet moeten doen. Volkomen terecht kreeg ik van hoofdredacteur Pieter Klok te horen dat ik dat beter kon laten omdat we ook zakelijk door moeten met dit soort mensen. “Hoe doen we dat als je Hugo de Jonge nog een keer wil interviewen, en jij staat bekend als die jongen die hem een lul met vingers vindt?”, hield hij me voor.’

‘Ik experimenteer ermee. Ik leg op Twitter af en toe dingen uit in draadjes, of ga in tegen uitspraken van bijvoorbeeld Baudet. Ik heb laatst een column van Leon de Winter geduid, waarin hij antivaxinistische onzin verspreidt ten aanzien van oversterfte. Dat doe ik met bronnen erbij, data en grafiekjes. Ik voel het als mijn journalistieke plicht om die desinformatie te ontzenuwen. Want ik heb de cijfers hier liggen en ik heb de communicatieve vaardigheden. Ik weet hoe je dingen lekker kan opschrijven en grapjes kan maken, waardoor het bij mensen aankomt. Dat zijn mijn wapens. Zo’n draadje wordt honderdduizenden keren gelezen. Dat is meer dan één complete oplage van de Volkskrant. Dat is ook wat waard.’

Maar dan stop je je energie in Twitter, in plaats van in de krant.
‘Klopt, die afweging is soms moeilijk. Ik schrijf op Twitter op eigen titel en in mijn vrije tijd. Het zijn dingen die ik zaterdagmiddag op de bank zit te doen. Bloggen en twitteren zijn voor mij ook manieren om mijn gedachten te ordenen en de informatie er nog eens bij te pakken. En misschien zit er ook wel wat in wat zo’n De Winter beweert. Je moet altijd een open vizier houden voor andere mogelijkheden. Het is ook functioneel, een vorm van journalistiek onderzoek. Soms mondt het uit in een stuk in de krant. Zo ging een tijdje geleden het gerucht dat Marion Koopmans op de loonlijst zou staan van de communistische partij in China. Dat ga ik dan toch checken. Ik kwam er via database Web of Science achter dat het bleek te gaan om de financiering van slechts een handjevol studies. Grote internationale projecten met meerdere financiers, waarbij Koopmans alleen zijdelings was betrokken. Ik heb het via allerlei databases uitgezocht en het bleek niet zo te zijn. Daar heb ik over getwitterd en het is daarna een stuk in de krant geworden. Ik vind het relevant te constateren hoe desinformatie wordt verspreid over iemand in die positie.’

Je krijgt veel (negatieve) reacties op Twitter, word je ook bedreigd?
‘Zeker, maar ik maak me daar nooit zoveel zorgen over. Er is natuurlijk een grens, als mensen dreigen je te onthoofden ofzo. Maar dat is gelukkig niet gebeurd. Wel dat mensen galgjes sturen met teksten als: “Jouw tijd komt nog wel”, verwijzend naar tribunalen en dat soort geleuter. Ik ben coulant daarin en ga niet meteen aangifte doen. Dat heeft ook een beetje met mijn volkse achtergrond te maken. Ik ben opgeroeid in Rotterdam-Spangen. Ik vind: het is een pandemie en mensen mogen hun emoties tonen. Dat is heel normaal. En dat ze mij als bliksemafleider gebruiken, vind ik er ook een beetje bij horen. Ik ben niet zo bang uitgevallen.’

‘Zeker sinds mijn optreden bij Café Weltschmerz is er iets geks gebeurd, in de zin dat een hele hoop van die wappies mij wel vertrouwen en me achter de schermen vragen stellen over bijvoorbeeld wel of niet vaccineren. Laatst vroeg iemand: “Maarten, als je nou vrij kon schrijven, wat zou je dan over het coronavirus schrijven?” Alsof er een soort censor achter me staat! Veel tegenstanders van coronabeleid hebben een beeld van journalisten als linkse engerds, elitaire types uit de grachtengordel.’

‘Ik denk dat ik, puur door in Weltschmerz te gaan zitten, mensen heb kunnen laten zien dat ik niet onredelijk ben. Ik snap ook veel van hun kritiek. Het is heel vreemd om aan de ene kant te zeggen dat er geen vaccinatieplicht is, om aan de andere kant toch trucs te bedenken waardoor je als ongevaccineerde niet meer naar de kroeg kan.’

‘Wij journalisten moeten uit onze ivoren toren komen. Wij hebben op sociale media de boot gemist. Mijn artikelen met al die hoogwaardige informatie - empowered door het RIVM én onafhankelijke deskundigen die niet bij het RIVM werken - staan achter een betáálmuur bij de Volkskrant. Die worden nooit gelezen. Terwijl Weltschermtz en Blckbx.tv – nog zo’n wappiekanaal - worden gevroten! Wij laten daar iets liggen als journalisten en ik weet niet zo goed hoe we dat kunnen doorbreken.’

Ben je ook gevraagd voor talkshows?
‘Ja, door allemaal: M, Jinek, Op1, Humberto… En nee, ik heb het niet gedaan. Uit schijterigheid. Ik vind het eng, zo live op tv. Ik ben ook wel blij dat ik het niet heb gedaan. Omdat je dan toch wordt gezien als iemand die iets van het beleid moet vinden. Dan denk ik: is dat nou mijn rol? Maar ja, schijterigheid staat wel op één.’

Je bent nogal fanatiek in het bestrijden van nepnieuws, waarom?
‘Ik vind het gevaarlijk dat mensen ongestraft kunnen beweren dat bijvoorbeeld massaal vaccineren heel schadelijk is, terwijl dit totaal in strijd is met de bekende basisfeiten. Ik kan me grote zorgen maken over hoe wij journalisten worden bespeeld door PR-belangen van antivaxers of demonstranten die via slinkse wegen de kranten binnenkomen – bijvoorbeeld via de opiniepagina’s – of aan de talkshowtafels.’

‘Een goed voorbeeld van hoe PR kan doordringen in de mainstream media is Maurice de Hond. Hij is bekend als opiniepeiler en handig in het bespelen van media. Daardoor kan hij in bijna alle kranten komen. Hij kwam ook naar mij, met allerlei inzichten die soms allang bekend waren en die hij als eigen ontdekking presenteerde. Hij stuurde me haast dagelijks mails. Hij wilde per se in de krant. Op een gegeven moment was ik het zat en heb ik teruggemaild dat ik zijn enthousiasme waardeer maar dat ik mijn handen vol heb aan het volgen van het reguliere onderzoek en dat hij me zeker moest inseinen als hij eens een academische publicatie had.’

‘Dat mailtje schoot hem in het verkeerde keelgat. Helemaal nadat ik in een discussie op Twitter - waar ook de fans van De Hond me inmiddels aan het belagen waren -  stelde dat zijn bevindingen over de aerosole verspreiding “de zoveelste natte scheet van Maurice de Hond” was. Dat had ik beter niet kunnen doen want toen werd Maurice helemaal kwaad. Hij stuurde een brief van vier kantjes naar al zijn contacten bij de Volkskrant (die Villamedia heeft ingezien, red.), behalve naar mij.’

‘Hij stelde dat hij de hoofdredactie had gevraagd waarom ik geen aandacht aan zijn bevindingen besteedde, en dat hij het niet eens was met het antwoord dat hij kreeg, namelijk dat ze werden afgewezen omdat virologen en epidemiologen om reactie was gevraagd en deze zijn conclusies niet deelden. Tja, dat is ons journalistieke werk. Als Maurice iets zegt gaan we dat natuurlijk toetsen aan de bestaande kennis. Uiteindelijk kwam de aap uit de mouw en eindigde hij zijn brief dat hij geen enkele illusie had dat de Volkskrant een interview met hem zou plaatsen, maar dat het voor de ontvangers van de brief misschien toch het moment was om “bij jezelf te rade te gaan en de juiste keuzes” te maken. Ik was flabbergasted. Ik vind dit veel bedreigender dan dat iemand met een fakkel voor mijn deur staat. Dit is een well-connected persoon die eigenlijk zegt: er zit een intrigant in jullie midden. Mijn positie werd ter discussie gesteld. Belachelijk.’

‘De hoofdredacteur heeft hem voor een gesprek uitgenodigd, daar was ik niet bij. Het is een raar idee dat De Hond met jouw baas zit te kletsen over je positie bij de krant. Je denkt toch: gaat dat allemaal wel goed? Ik weet dat ik goed lig bij de Volkskrant, maar toch. Dit soort spelletjes achter de schermen vind ik stuitend. Temeer omdat De Hond bij andere kranten en talkshows wel binnenkomt. Waarom is zijn mening over corona belangrijker dan die van ieder ander? Hij is geen viroloog. Een tijdje terug heb ik desondanks aangeboden om hem te interviewen, maar hij wilde eerst excuses. Hij maakt het heel persoonlijk Hij schreef twintig blogs over mij. Ik denk wel eens: ik ben voor hem de klusjesman van de coronacrisis.’

Lees ook:
Maarten Keulemans Journalist van het Jaar 2021

Maarten Keulemans (Rotterdam, 1968) is historicus en antropoloog (Universiteit Leiden). Sinds 2011 is hij wetenschapsredacteur bij de Volkskrant. Daarvoor werkte hij als wetenschapsredacteur voor onder meer NOS, VPRO, Quest Magazine en de Technische Universiteit Delft. Ook was hij enige tijd hoofd- en eindredacteur van het tijdschrift NWT Natuurwetenschap & Techniek. Keulemans begon zijn carrière in 1995 als redacteur van het Leidsch Dagblad.

Praat mee

de waag

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.