— vrijdag 24 januari 2014, 09:02 | 0 reacties, praat mee

“Media houden er soms
 onprettige omgangsvormen op na”

© Duco de Vries

Ze werd uitgeroepen tot Leraar van het Jaar in de categorie basisonderwijs. Daarna barstte voor Tingue Klapwijk, lerares aan de Haagse Montessorischool Valkenbos, een waar mediacircus los. ‘Op een gegeven werd het mijn leerlingen een beetje te veel, al die journalisten en fotografen in de klas.’

23 september 2013 is een dag die Tingue Klapwijk niet snel zal vergeten. Op die dag werd de – toen nog – genomineerde voor de titel Leraar van het Jaar in één klap een stuk mediawijzer. ‘Niet lang daarvoor had ik te horen gekregen dat ik was doorgedrongen tot de laatste drie finalisten. Om goed beslagen ten ijs te komen op de finaledag, had de Onderwijscoöperatie, de organisator van deze verkiezing, een voorbereidingsdag voor ons georganiseerd.

’s Ochtends kregen we eerst een mediatraining van communicatiedeskundige Jurjen van den Bergh. Hij waarschuwde ons al: onderwijs is een gevoelig onderwerp, dus wees voorzichtig. Daarna gingen we ons statement oefenen, in een paar minuten moesten we kunnen vertellen over een onderwerp waar onze passie ligt. Dat verhaal moesten we die middag houden voor een vakjury. En dan zouden we ook nog kort worden geïnterviewd door het programma Altijd Wat, want dat programma maakte een uitzending over onderwijs.’

Eerst de mediatraining, toen de speech oefenen die ze later zou moeten voordragen, vervolgens poseren voor een fotograaf. En in de tussentijd ook nog even een interview doen voor de tv. Klapwijk: ‘Ik stond helemaal strak van de adrenaline toen ik op de kruk ging zitten voor het interview met de verslaggever van Altijd Wat. Het was spannend, maar voor mijn gevoel ging het best goed. Al merkte ik wel dat de verslaggever niet echt goed in de materie zat. Hij begreep soms niet wat ik bedoelde.

Op het einde ging het over Cito-scores, het was het moeizaamste stukje van het interview. Ik ben geen voorstander van het beoordelen van leerlingen puur en alleen op basis van de resultaten van de Cito-toets. Maar ik wil er wel graag genuanceerd over praten, ik wil niet dat mensen de indruk krijgen dat ik principieel tegen toetsen ben, want dat ben ik niet. Ik vind alleen dat er veel meer factoren een rol zouden moeten spelen wanneer je scholen of kinderen beoordeelt. Maar goed, het ging dus nogal stroef in dat interview en op een gegeven moment zei ik “Een Cito-score zegt me niks”. En laten ze nou net dat zinnetje eruit gepikt hebben voor de uitzending. Het was een interview van een minuut of vijf, daarvan bleef ongeveer twintig seconden over in de uitzending. Waaronder dus dat ene zinnetje. Kortom, ik was niet bepaald gelukkig met het eindresultaat. Maar achteraf gezien was die dag wel een geweldige leerschool voor mij.’

Kort door de bocht
In de periode voor de verkiezing gaf Klapwijk ook een telefonisch interview aan AD Haagsche Courant. Ook dat verliep niet vlekkeloos. ‘In het intro werd mijn visie even samengevat in twee zinnen. “Beoordeel scholen niet op de Cito-scores, maar op leerkrachten die hun leerlingen kennen”, zo stond het er letterlijk. Het eerste deel van de zin klopt, maar het tweede deel helemaal niet. Ik heb wel gezegd dat ik het belangrijk vind dat leerkrachten hun leerlingen goed moeten kennen, maar dat is lang niet het enige aspect waar ouders naar moeten kijken. Los hiervan was het een prima artikel, maar het stoort me dan wel dat het zo kort door de bocht wordt samengevat.”

In oktober sleepte Klapwijk de titel Leraar van het Jaar ook daadwerkelijk in de wacht. Waarna een waar mediacircus losbarstte. Omroep West, kranten, fotografen, iedereen wilde langskomen. En als er een belangrijke kwestie in het nieuws was, zoals digitaal pesten, dan kon Klapwijk er donder op zeggen dat ze gebeld werd om ‘even’ haar mening te geven over dat onderwerp.

‘In het begin vond ik dat best moeilijk, dacht ik: moet ik nu mijn eigen mening geven of vertegenwoordig ik alle basisschoolleraren? Daarnaast vond ik het lastig om nee te zeggen en grenzen te stellen. Ik herinner me bijvoorbeeld dat ik gebeld werd door Radio 2. Of ik in het programma van Bart Kranenbarg kon reageren op het nieuwsbericht dat steeds meer oudere leerkrachten het onderwijs uit gewerkt zouden worden. Ik vond het prima, op voorwaarde dat ik het artikel eerst even zou kunnen lezen. Dat kon. Daarna sprak ik een tijd af dat ik gebeld zou worden. Zo had ik de gelegenheid om de kinderen uit mijn klas even ergens anders onder te brengen.

Maar toen gingen ze dus eerder bellen dan was afgesproken, waardoor ik geen gelegenheid had opvang te regelen voor de kinderen. Maar goed, uiteindelijk kreeg ik die journalist te pakken, ik had een nogal serieus verhaal voorbereid. Dat ik het onterecht vind dat ouderen weg moeten, maar dat ik tegelijkertijd vind dat ze met hun tijd moeten meegaan, ervoor moeten zorgen dat ze weten waar de interesses van de leerlingen liggen. Als leerlingen het over Mindcraft hebben, moet je wel weten wat dat is. Toen ik later die uitzending had teruggeluisterd, bleek het een ontzettend luchtig programma te zijn. Als ik dat had geweten, had ik een heel ander praatje gehouden.’

Verkeerd gespeld
Gaandeweg leerde Klapwijk het klappen van de zweep kennen. Ze nam zich voor zich voortaan goed voor te bereiden op interviews. Ook ging ze journalisten standaard vragen of ze artikelen voor publicatie zou kunnen inzien. Zo zou ze kunnen voorkomen dat haar woorden slecht worden geparafraseerd, zoals in het geval van AD Haagsche Courant, of dat haar naam in één klein artikeltje drie keer verkeerd gespeld zou worden – zoals haar overkwam bij de lokale krant De Posthoorn. “Ik lees kranten nu heel anders, ga er niet meer vanuit dat alles klopt wat je leest.”

Ook leerde Klapwijk om ‘nee’ te zeggen. ‘Op een gegeven moment werd het mijn leerlingen een beetje te veel, al die journalisten en fotografen in de klas. Toen heb ik gezegd: je mag op school komen, maar alleen op het schoolplein. Dat gaf wat meer rust. Ik deed niet zomaar meer wat me werd gevraagd. Na een bezoek aan premier Rutte wilde Omroep West me meteen voor de camera hebben. Anders zouden ze het item niet af hebben voor de uitzending. Omdat ik mijn bloemen nog in ontvangst moest nemen, heb ik gezegd dat ze maar even moesten wachten. Dan maar geen uitzending.’

Wat Klapwijk verder opviel is dat media er soms onprettige omgangsvormen op na houden. Redacties van televisieprogramma’s belden nogal eens op het laatste moment af. ‘We hadden uitnodigingen voor De Wereld Draait Door en Pauw & Witteman, maar beide talkshows belden af. Op zichzelf begrijp ik dat wel, het is meer de manier waarop het gaat. Z@PP Live maakte het wat dat betreft nogal bont. Samen met mijn twee medefinalisten zou ik te gast zijn bij dat programma, op de dag dat bekend zou worden wie van ons Leraar van het Jaar zou worden.

Ik had die week al twee keer gebeld met een redacteur van het programma om door te spreken wat de bedoeling was. We zouden ons die zaterdag al om 07.00 uur ’s ochtends moeten melden in de studio. Mijn collega, die van ver moest komen, had nog speciaal een hotel geboekt in Hilversum. Twee dagen voor de uitzending kregen we een korte mail van Z@PP Live dat ze de samenwerking toch niet zagen zitten. Geen telefoontje, geen uitleg, geen excuses. Toen heb ik een vrij lange mail teruggestuurd waarin ik vertelde dat ik dit toch niet netjes vond, helemaal ten opzichte van mijn collega. Maar ik heb nooit meer een reactie gekregen.’

Bij Ivo Niehe’s TV Show, waar Klapwijk te gast was in de einde­jaars­show, werd ze wel met alle egards behandeld. ‘Dat was een geweldige ervaring. Ik werd netjes ontvangen en iedereen was aardig. Alleen was het jammer dat er van mijn interview maar een heel klein stukje in de uitzending terechtkwam. Maar zo werkt het, weet ik nu.’

cop 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.