Mark Lievisse Adriaanse: ‘Als ik anderen beter begrijp, schrijf ik betere verhalen’
Hij is pas 28, pas vijf jaar journalist bij NRC, maar wel al een Loep en een Tegel op zak, en nu bezig met een eerste boek. Toch kan Mark Lievisse Adriaanse dat allemaal nog relativeren: ‘Wat ik zelf van de dingen vind, is niet zo belangrijk.’
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Rutger de Quay. Ook lid worden?
‘Ik heb geluk gehad’, constateert Mark Lievisse Adriaanse achteraf over zijn eerste jaar als journalist in dienst van een gezaghebbend medium. Onderdeel van zijn studie journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam was een werkstage. ‘Mijn eerste keus was NRC. De krant die ik al jaren las, en die ik ook toen al de beste van Nederland vond.’ Het wérd ook NRC, waar hij van maart tot en met mei 2017 stage liep bij de politieke redactie. In augustus mocht hij nog een maand stage komen lopen bij de redactie binnenland. Die stuurde hem op pad, toen de Nederlandse pluimvee-industrie net in die maand ten prooi viel aan een van zijn periodieke plagen.
Dit keer bleken eieren besmet met het giftige fipronil. Weer moesten stallen vol kippen worden ‘geruimd’, ofwel afgemaakt. Lievisse Adriaanse begon in zijn eentje. ‘Ik ben nog een keer van een boerenerf verjaagd door een boze hond.’ Spoedig kreeg hij gezelschap van Esther Rosenberg. ‘Voor mij was het super leerzaam om met zo’n ervaren onderzoeksjournalist samen te werken.’ Twee weken lang zwierf het duo door Barneveld en omgeving. ‘We spraken talloze mensen. Belden aan bij boerderijen.’
De boosdoener was, nota bene ‘Fypro-rein’, een nieuw bestrijdingsmiddel tegen kippenziektes, op de markt gebracht door twee jonge Barneveldse ondernemers, en veel te gretig toegepast door de pluimveehouders met wie zij waren opgegroeid. Aan de hand van facturen konden de twee verslaggevers aantonen dat de ondernemers van meet af aan hadden geweten dat het nieuwe medicijn fipronil bevatte.
Primeur. Opening krant. En, een week later, een prachtig profiel van die twee verkopers van ‘Fypro-rein’. ‘Dat hielp wel toen ik solliciteerde op een vacature bij de politieke redactie.’ NRC koos hem, en de rest is recente geschiedenis. Samen met Derk Stokmans schreef hij de eerste grote reconstructie van het Nederlandse coronabeleid, in juni 2020 al. Het duo won er een Loep en een Tegel mee.
Mark Lievisse Adriaanse is pas 28, pas vijf jaar fulltime journalist en hij schrijft al aan zijn eerste boek. Het interview vindt plaats in een romantisch doolhof van aaneengeschakelde grachtenpanden, midden in de rosse buurt van Amsterdam, waar hij met een beurs van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten vijf maanden lang als NIAS fellow aan dat boek mag werken.
Geluk heeft hij zeker gehad. Maar dan wel van het afgedwongen soort, want zelden zal een Nederlandse journalist zijn loopbaan zo vroeg zijn begonnen als deze Mark.
Hij werd geboren en groeide op in het oude vestingstadje Gorcum, met twee werkende ouders en een zes jaar oudere broer. ‘Als klein jongetje ging ik al met een videocamera de straat op om mensen te interviewen.’ De lokale omroep RTV Rijnmond kende in die tijd nog een jaarlijkse Kinderdag. ‘Heel jammer dat ze daarmee zijn opgehouden, dat was echt een fantastische leerschool.’
Eén dag lang werden alle uitzendingen bedacht en gemaakt door kinderen, gefaciliteerd door de grown-ups in vaste dienst. Twee keer deed hij mee aan zo’n Kinderdag. ‘Ik heb radio gemaakt met Marcel van der Steen, die later buitenlandcorrespondent werd voor de NOS. En een reportage gemaakt, over uitgebrande caravans, op Goeree-Overflakkee.’
Hij vond dat ‘gewoon ontzettend leuk’ om te doen. ‘Toen ik 13 was, had ik door dat journalistiek een vak is waarvoor je kunt studeren en waarmee je je brood kunt verdienen.’ Een tweede ambitie, profvoetballer worden, liet hij varen. ‘Ik ben opgegroeid met Feyenoord. Tien jaar lang ging ik met mijn vader naar de Kuip, daarna met vrienden, tot ik migreerde naar weer een ander stadionvak. Het was een geleidelijke socialisatie tot supporter, ik heb er nooit voor gekozen.’
Grote gebeurtenissen prikkelden zijn nieuwsgierigheid naar de wereld om hem heen verder. ‘De moord op Pim Fortuyn. De oorlog tegen Irak.’ Zijn moeder bewaarde een tekening van hem uit die tijd, gemaakt tijdens het WK voetbal van 2002. ‘En wat had ik getekend? Het persvak, haha!’
Toen ik 13 was, had ik door dat journalistiek een vak is waarvoor je kunt studeren en waarmee je je brood kunt verdienen
Op zijn 16e werd hij actief lid van de Socialistische Partij. ‘Meer om de wereld beter te leren begrijpen dan om hem te veranderen, besefte ik pas later.’ Het duurde maar een paar jaar. ‘Het confectiepak dat een politieke partij is, past mij niet.’ Wat hem veel beter lag, was zijn studie politicologie en politieke filosofie in Leiden. ‘We kregen daar onderwijs in kleine groepjes, van vijftien man, waar ruimte was voor goeie discussies. En we hadden geweldige docenten, zoals Hans Oversloot en Glen Newey. Zij stimuleerden ons om voortdurend onze eigen aannames te blijven bevragen.’
Al dat voorwerk kwam hem goed van pas als politiek journalist in Den Haag. Evenals zijn SP-verleden. Als actief lid maakte hij de verkiezingscampagne van 2012 mee. Onder Emile Roemer stond de SP op forse winst, om een maand later tien Kamerzetels te verliezen. ‘Roemer daagde de macht uit, kreeg daar veel kritiek op en zwakte toen zijn toon af. Achteraf had hij beter kunnen doorzetten. Ik ben niet zeker of dat ook toen al mijn analyse was.’
Die laatste, zelfrelativerende zin is Lievisse Adriaanse ten voeten uit. ‘Wat ik zelf van de dingen vind, is niet zo belangrijk. Wat anderen weten en vinden, vind ik veel interessanter, en als ik hen beter begrijp, maak ik ook betere verhalen.’ Zijn stukken getuigen van die houding. Hij is heel goed in het ontrafelen van de verborgen krachten achter zo’n fipronil-plaag.
Hoe al die kippenboeren in Kootwijkerbroek tegen beter weten in een ‘wondermiddel’ omarmden. Omdat die jonge verkopers er ‘twee van ons’ waren, maar vooral ook omdat de boeren wilden geloven dat ‘Fypro-rein’ zou werken, smachtend naar de definitieve verlossing van al die kippenplagen.
Ook nu hij zijn boek schrijft, leest hij iedere dag NRC, de Volkskrant en de Financial Times. ‘En minstens één boek per week.’ Hij léést zijn nieuws bij elkaar. ‘Ik haal het niet van de tv, niet van de radio. Podcasts luisteren: dat krijg ik ook maar niet in mijn systeem.’ Toch voelt hij zich senang in het digitale universum. Dat biedt hem nóg meer leesopties.
Op Substack volgt hij een mix van historici, denkers, journalisten. Matt Taibbi, de moderne Hunter Thompson. John Ganz, die schrijft over Trump en fascisme, maar ook over de films die hij ziet. Matt Goodwin, chroniqueur van de Bregret, de Brexit-kater van de Britten. Adam Tooze, auteur van hét standaardwerk over de kredietcrisis.
Zijn boek zal gaan over de uitholling van de democratie. ‘Iets tussen journalistiek onderzoek en politieke theorie in. De omvang van de tekst maakt het totaal anders dan schrijven voor de krant. Dat maakt het moeilijk, maar ook heel spannend.’ Wat hem nu wel helpt, is die coronareconstructie. ‘Die besloeg twaalfduizend woorden en tien pagina’s. Om de lezer erbij te houden, besteedden Derk en ik veel aandacht aan de narratieve structuur.’ Kennelijk met succes. ‘Op Twitter zeiden mensen dat het las als een thriller.’
Supporter blijft hij ook terwijl hij schrijft. Hij was erbij, toen Feyenoord in de Kuip met 1-0 won van Lazio Roma. En ook in mei in Tirana, waar Feyenoord verloor met 1-0 – van AS Roma. Zelfs die laatste wedstrijd was in zekere zin afgedwongen geluk. ‘Ik had al maanden tevoren voor een paar tientjes een retourvlucht Tirana geboekt. Op de gok dat Feyenoord die finale zou halen.’
Mark Lievisse Adriaanse (Gorcum, 1994) is sinds 2017 verslaggever bij NRC. Hij studeerde politicologie en politieke filosofie in Leiden, en journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Samen met Derk Stokmans won hij een Loep en een Tegel voor een lange reconstructie van het Nederlandse coronabeleid, die zij in juni 2020 publiceerden. Momenteel werkt hij aan een boek over de uitholling van onze democratie.


Praat mee