foj 2019

— donderdag 28 januari 2016, 08:15 | 0 reacties, praat mee

Linelle Deunk: ‘Jee, ik ben fotograaf’

Een zondagskind was ze, Linelle Deunk kon veel en vond alles leuk. Maar echt geluk bracht haar het kijken, nog zonder camera. Nu ontvangt ze volop prijzen en waardering. Voor portretfoto’s die ook iets over haar vertellen.

De avond valt vandaag vroeg in Herveld. De regen slaat striemend tegen de ramen, de woonkamer van de monumentale herenboerderij is in duisternis gehuld. Alleen twee bundels licht vallen op de robuuste houten eettafel. Het interview is achter de rug, de gast staat al met zijn jas aan. Twee appeltjes en een mueslireep in de hand, meegekregen voor onderweg. Dan pakt Linelle Deunk (48) de bovenkant van een eetstoel en zegt voor zich uit, aarzelend: ‘Misschien moet ik dit nog zeggen.’

Duitsland, haar geboorteland, begint ze, ze was 8 jaar oud toen ze daar vandaan naar Nederland verhuisde. Haar vader was er beroepsmilitair. Bij aankomst kreeg ze vragen. Ben je daar geboren? In Duitsland? Dan ben je een mof! ‘In het begin verdedigde ik mezelf’, zegt ze, staande bij de tafel. ‘Maar ik heb Nederlandse ouders en een Nederlandse nationaliteit, zei ik dan! Toen ik iets ouder was, dacht ik: en als ik nou wél Duitser was geweest, had je dan het recht om me uit te schelden? Wat, als mijn ouders Duits waren geweest en fout in de oorlog? Dat is het precies. Wat als ik vuurwerk had afgestoken, illegaal, en brandwonden had opgelopen? Wat als mijn moeder aan de drank was geweest? Moet ik daar voor boeten? Dat is…is…waarom ik dit doe, en op mijn manier fotografeer. Leven en laten leven. Ik neem mensen waar zoals ze zijn.’

Het gesprek vindt plaats in een rustig dorpje bij Nijmegen, maar Duitsland is deze middag nooit ver weg. Het land is de voedingsbodem voor haar latere mensbeeld, haar instelling en houding, en voor de portretten die ze als fotograaf maakt. Hoewel, fotograaf? Zo presenteert ze zichzelf pas de laatste drie jaar, en dat nog tamelijk schuchter. Een leven lang had ze geen flauwe notie dat fotografie het medium zou worden dat haar vervulling zou geven. En erkenning bovendien. Vijf jaar is ze nu zelfstandig bezig en ze won al verschillende prijzen bij de Zilveren Camera, kreeg uitnodigingen om exposities te maken en werd gevraagd werk te leveren aan onder meer Volkskrant Magazine, Psychologie Magazine en Opzij. Ze hoeft niet te acquireren, het werk valt haar toe. ‘Jee, ik ben blijkbaar fotograaf’, moest ze erkennen.

Al die aandacht. Prijzen, interviews, complimenten – liever niet, nou ja, ze geven haar een ongemakkelijk gevoel. Halverwege het interview draait ze naar opzij in haar stoel en verbergt het gezicht onder haar handen, als haar succes ter sprake komt. Of ze anders is gaan werken? Ze zit met licht gebogen hoofd, als op een door haarzelf gemaakte foto. Ze neemt haar handen weg, bloost. ‘Ik hoef geen complimentjes en ook geen kritiek. Als ik het zelf maar goed vind, of niet, al praat ik wel graag met anderen over mijn werk.’ Ze wil het graag uitleggen, het kan verkeerd overkomen: ‘Foto’s maak ik in de eerste plaats voor mezelf, niet voor een ander. Ik ben bang dat ik anders ga werken, als ik alle commentaren tot me neem. Maar bij een opdracht samenwerken, praten over editen, vind ik wel leuk en het geeft me voldoening. Dan gaat het om het fotograferen, en het proces, niet om de print.’

Maar is een foto er niet om uiteindelijk gezien te worden, in een album, krant of tijdschrift? Beslist: ‘Een foto is er voor mij in de eerste om te worden gemaakt. Publicatie is nodig, en uiteindelijk ook fijn, maar het komt niet uit mezelf.’

De schijnwerper, ze zit er niet op te wachten. Opnieuw die jeugd, zeker niet ongelukkig, wel soms ongemakkelijk. Linelle was de beste van haar klas, ze hielp de meester. En dan nog goedlachs, blond, een opvallend, mooi meisje. Zondagskind. ‘Van klasgenoten mocht ik nooit iets moeilijk vinden. En niet kwetsbaar zijn terwijl ik het wel was. Het is dieper geworteld dan ik dacht.’ Dan draait ze zich terug naar de tafel en legt meteen uit zichzelf het verband met haar werk.

Ze kijkt naar een groep kinderen, vertelt ze, en zoekt een onopvallend opvallend iemand. Niet per se kwetsbaar of zwak, maar voor mij wel aanwezig. ‘”To stand out in the group”. Zo’n kind haal ik er direct uit. Ik geef ze op de foto hun uniciteit, het individu in een groep van individuen. Teruggetrokkenheid, hun houding, de stuursheid die me opvalt. Of juist de branie. Het is geen sjabloon. De foto mag ondefinieerbaar zijn, leeftijdsloos, iets rijps bevatten.’ Ze noemt haar foto’s tussenblikken. Alles wat ze fotografeert heeft ze eerder bij ze gezien. ‘Mijn fotograferen heeft iets wederkerigs, tussen de geportretteerde en mij als fotograaf. Maar de kijker krijgt ook gelegenheid na te denken. Een goede foto van mij appelleert aan ervaringen, gevoelens, hoe iemand naar de wereld kijkt.’

Zonder camera keek ze als meisje al graag om zich heen. Niet naar landschappen, wel naar gezichten. Ze sloeg de beelden op in haar hoofd. Op haar 10de verjaardag kreeg ze een Kodak-cameraatje met terugtrekhendel en begon vader, moeder, zusje en vriendinnen te fotograferen. Deunk loopt naar een kast en komt met uitpuilende familiealbums terug. ‘Tsjonge, ik heb toen wel veel gefotografeerd, geloof ik.’ Familiekiekjes vallen bij het doorbladeren uit de albums.

Studie en werk, ze verbloemden lang haar puurste talent. Ze wierp zich op het terrein van epidemiologie en bewegingswetenschappen, alles universitair. Ze handbalde, ze danste, ze klom, alles verdienstelijk. Deunk deed alles met gemak, kreeg overal waardering, vond veel leuk. En aan energie geen gebrek. Ze werd moeder van drie kinderen en verbouwde met haar man de herenboerderij. Promoveren, dat leek haar daarna ook een mooie wens.

Toen werd het ineens zwaar. Er vielen geliefden weg. Het gezin vroeg veel, ze moest ‘alle ballen tegelijk in de lucht houden’. Het werk ging wringen, ze zwoegde zich naar het randje, dreigde op te branden. Een vertrouweling, een vroegere huisarts zei: ‘Nu weet je het wel’. Op een vroege ochtend zittend bij een brede rivier in Zambia, op bezoek bij haar zus, maakte ze de keuze. Het is tien jaar geleden. Deunk liet het vertrouwde volle leven van hard werken achter zich, en wat ze toen nog niet wist: impliciet koos ze daarmee voor de vrijheid.

Korte tijd wist ze niet welke weg in te slaan. Vriendinnen haalden haar over om te gaan winkelen. Ze bakte koekjes. Toen schreef ze zich in voor een basiscursus fotografie in Amsterdam, zes zaterdagen achter elkaar, en alles veranderde als vanzelf. Ze herinnert zich precies wat er met haar gebeurde: ‘De tijd stond stil voor me. Had mezelf niet meer in de hand, kon niet stoppen. De wekker liep om half zeven ’s ochtends af en om drie uur ’s nachts ging ik pas naar bed. Alles werd nieuw voor me, de dag, het licht, bewegingen, de mensen, alles werd een potentieel object om anders naar te kijken. Een chaos van beelden in mijn hoofd.’

Ze fotografeerde niet, Deunk keek alleen maar om zich heen. Als een klein kind in een zitje voorop een fiets. Ze zag de wereld anders. Het was een kantelpunt: de ratio van haar wetenschappelijk werk verliet haar voor het gevoel. Het was de sensatie van het kijken. ‘Alles werd fysiek: rouw, trouw, verdriet, vreugde, vriendschap. En dat moest ik onderbrengen in een mooi, plat beeld. Dit was het, ik kon en mocht dit doen’.

Zelfs toen ze later voor de meerjarige Fotoacademie in Amsterdam koos, hoefde ze van zichzelf geen fotograaf te worden, laat staan fotojournalist. ‘De toestand rond een geportretteerde, een journalistiek gegeven als aids of oorlog, interesseert me als fotograaf niet zo. Ik heb kinderen met aids gefotografeerd. Maar het ging niet om ziekte, het ging om het kind. Wie is het? Waar komt het vandaan? Ik vind het juist fijn als een beeld contextloos wordt. Dan krijg je als kijker de gelegenheid na te denken, het kan iedereen overkomen.’

Nu maakt ze wel foto’s. Van anderen, en daarmee een beetje van zichzelf. Een goede foto zegt veel over de maker. Ze maakt goede foto’s, vindt ze. ‘Ik heb mezelf herontdekt’, zegt ze zachtjes in het bijna-donker. ‘Het was pas achteraf, allengs, dat ik doorkreeg dat fotograferen voor mij een vorm van zelfreflectie was, achterwaarts kijken. Soms voel ik me weer dat licht verwarde meisje van 8 dat uit Duitsland kwam.’

Linelle Deunk (1967), Telgte, Duitsland
-Opleiding: Bewegingswetenschappen en Postdoc epidemiologie, Basisopleiding Fotografie, Fotoacademie Amsterdam.
-Opdrachtgevers: o.m. Volkskrant Magazine, Psychologie Magazine, Opzij, Radar+, Marie-Stella Maris, Yoga Magazine.
-Prijzen: o.m. SO Award 2015, nominatie SO Award 2013, Siena International Photo Award 2015, International Kontinent Photography Award 2015, Lens Culture Portrait Prize, diverse prijzen Zilveren Camera, nominatie Nationale Portretprijs 2013 en 2014, Photoacademy Award 2010 en 2011.
-Representatie: Kahmann Galery, Amsterdam.

Tot 18 april is Deunks werk te zien als onderdeel van de expositie Dutch Identity in De Fundatie, Zwolle.

Bekijk meer van

Linelle Deunk Dutch Identity
vvoj 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.