— woensdag 8 januari 2014, 15:08

Leon de Wolff (1948-2014)

Lieve Suzanne, lieve familie en vrienden,

Op 27 juni vorig jaar schreef Suzanne:
“En verder gaat het slecht met Leon. De huisarts heeft een terminale verklaring afgegeven, dwz dat Leon een levensverwachting van drie maanden heeft, maar ik denk dat hij dat al niet meer haalt. Hij kan niet meer praten en komt zijn bed niet meer uit. Zijn geest is ongebroken, verbijsterend.”

Ruim een week later, op zondag 7 juli, stonden Phlip, mijn vrouw, en ik aan zijn bed in Epse. Daar lag hij prinsheerlijk in zijn bed in zijn prachtig ingerichte werkkamer. Al zijn boeken en onderzoeksrapporten om zich heen. Praten ging moeizaam; liever wees hij met een stokje de letters aan op een briefje en vormden wij de zinnen: ‘Gaat het goed in Hilversum?’

Het werd ons afscheid. Drie maanden werden zes maanden. Tot begin dit jaar was zijn geest ongebroken, maar zijn lichaam was een ruïne geworden. Leon kon én wilde niet verder leven. Wie had het hem nagedaan? Strijd voeren, vechten tegen heersende opinies; dan werd hij uitgedaagd en was hij op z’n best. Ook het gevecht tegen zijn eigen ziekte maakte hem onoverwinnelijk. Bijna.

Leonardus John de Wolff, geboren op 26 september 1948 in Rotterdam, leefde vele levens tegelijkertijd. Als journalist, als mediatrainer, als sportman, als docent, als vriend, als vader, als geliefde. Hij was én is een man om lief te hebben.

Wij allen hielden van Leon omdat hij zo veelzijdig was, omdat hij altijd een opbeurend woord paraat had, omdat hij verzot was op small talks, omdat hij snoeiharde kritiek kon verpakken in bemoedigende woorden, omdat hij was zoals hij was.

Geen allemansvriend, zeker niet. Dat bleek maar al te duidelijk toen zijn boek De krant was koning in 2005 uitkwam. Er ontstond een tweespalt in journalistiek Nederland: je was voor of tegen De Wolff. Jan Blokker, hoe kan het ook anders, spande de kroon: God bewaar me voor zoveel onzin luidde zijn oordeel.
Vriendelijke aanprijzingen van Arendo Joustra, Gerard Dielessen en mijzelf op de achterkant van het boek - ‘standaardwerk, verplichte literatuur en inspiratiebron voor een generatie redacteuren tot het daadwerkelijk bedrijven van publiekgerichte journalistiek’ – leidde tot grote commotie in het journalistieke wereldje.
De Wolff , zo luidde de kritieken, liet zich te veel leiden door commerciële motieven – de oplage van kranten en de kijkcijfers van de publieke omroepen stonden immers onder grote druk – en zijn adviezen waren zelfs koren op de molen van populisten a la Geert Wilders. Ja, er werd met grof geschut geschoten.

Leon bleek zijn tijd ver vooruit. Inmiddels heeft iedere journalist het over vraag gestuurde en publiekgerichte journalistiek. De ‘methode De Wolff’ kreeg zijn wetenschappelijke erkenning bij het uitkomen van zijn proefschrift Newspaper Loyalty op 19 juni 2012; een dag die ons allemaal in het geheugen staat gegrift. Hij had het gered, en hoe.

Er lag een stevig en ook ontnuchterend boekwerk over de vraag hoe het komt dat lezers al dan niet loyaal blijven aan hun krant. Inhoud blijkt minder cruciaal dan de uitstraling, de kwaliteit van een merk. Lezers willen zich herkennen in hun krant (columnisten!) en willen dat hij op tijd wordt bezorgd. Anders kappen ze ermee.

Dr Leon de Wolff geloofde heilig in de journalistiek als dienend beroep. Niet het referentiekader van de hoofdredacteur of de redactie is bepalend voor de inhoud van de krant of het tijdschrift, maar de informatiebehoefte van de lezer zelf. Om vervolgens voluit te erkennen dat de journalistiek ook een zelfstandige, waarheidsvindende taak dient uit te oefenen.

Overal waar hij kwam, ontstond enthousiasme voor zijn ideeën. In Nederland, in België, op de redactievloeren van vakbladen en andere tijdschriften, landelijke, maar ook regionale kranten, bij de NOS en allerlei televisieprogramma’s. Echt overal. Een hele generatie journalisten en televisiemakers ging door de wasstraat De Wolff. Er werd naar zijn verhalen geluisterd omdat hij, werkzaam geweest bij oa NRC Handelsblad en de Haagse Post, de taal van de journalisten sprak. Men herkende zijn talrijke anekdotes en zijn wijze lessen werden gepruimd.

Hij was een leermeester voor velen. En dat in een wereld waar iedereen zijn eigen hoofdredacteur is en gezag alleen wordt aanvaard als het echt niet anders kan. Onderzoeker De Wolff en zijn helpers zorgden voor een ware cultuuromslag in de Nederlandse journalistiek. Zijn dwarse ideeën, zijn pleidooien voor het gebruiken van matrixen met verschillende functies en perspectieven – wie kan ze niet dromen? – kregen navolging. 

Geen lange lappen tekst meer, maar samengestelde producties. Er kwamen kekke kaders met uitleg en feiten. Er kwam meer focus in de artikelen en meer nadruk op de context van een probleem.
Beter laat dan nooit, want De Wolff had ontdekt dat driekwart van de artikelen in de Nederlandse kranten geen focus kende. De krant werd toegankelijker en interactiever. Het doel van De Wolff was duidelijk. Het versterken van de binding met een jongere generatie lezers en kijkers. Hij besefte dat het verlies aan abonnees vooral wordt veroorzaakt door gebrek aan nieuwe jonge lezers.

Het is uiterst verleidelijk het gehele universum van Leon de Wolff te beschrijven en nog één keer in herinnering te roepen hoe veelzijdig en vakkundig hij was. Maar achter de strenge en succesvolle methode De Wolff schuilt de mens Leon. En die kende ook twijfels. Zouden de kranten het wel redden in het digitale tijdperk? Zijn journalisten en uitgevers wel innovatief genoeg? Journalisten moesten in zijn ogen dieper graven, op zoek naar harde feiten.

Hij begreep als geen ander hoezeer oude waarden onder druk stonden.
Daarom was publiekgerichte journalistiek ook een opdracht voor de kwaliteitspers. Juist nu in de tijd van internet en social media is betrouwbaarheid je belangrijkste kapitaal. Papier is niet zaligmakend. Kranten en televisie moeten samenwerken en een multimediale strategie uitdenken. Jongeren willen any where, any place nieuws consumeren; betaalt als het moet, gratis als het kan.
Hij bleef altijd de docent, de analyticus. Eerst in zijn burcht in Rotterdam en later in zijn droomhuis in Espe. Ondanks zijn slopende en wrede ziekte had hij daar, samen met Suzanne, nog hele gelukkige jaren. Ploeterend bezig aan zijn grote levenswerk, zijn proefschrift. Maar ook genietend van de natuur en het goede leven. Want genieten kon hij.

Tijdens het EK voetbal in 2008 zag ik voor het eerst de tekenen van verval. “Leon, jongen, loop eens door. Je lijkt wel een ouwe vent”, schreeuwden we in Bern op weg naar een kroeg om de zoete overwinningen van onze jongens te vieren. Hij deed zijn best, maar het lukte niet meer goed. Gerard Dielessen en ik maakten ons zorgen terwijl Leon zei dat het goed kwam. Bovendien dat boek moest nog af, dus ziek zijn was even niet aan de orde.

Suzanne schreef het een half jaar geleden: “Zijn geest is ongebroken, verbijsterend. Enfin, we gaan moedig voorwaarts.”
Zo is het. Leon laat ons geen keus: we gaan moedig voorwaarts!
Bedankt, Leon. Dat je ons zo veel jaren heb lief gehad en ons zo veel wijzer hebt gemaakt. Bedankt voor je humor, bedankt voor je Sam en Moos-grappen: wie vertelt ze nu nog?
Dat neemt niemand ons meer af.
Dank voor je loyaliteit, je support en je vriendschap.

Toespraak bij het overlijden van dr. L.J. (Leon) de Wolff, uitgesproken op woensdag 8 januari 2014 in Amstelveen door Pieter Broertjes.

Laatste wijziging: 8 januari 2014, 16:10

Lieve Suzanne, lieve familie en vrienden,

Op 27 juni vorig jaar schreef Suzanne:
“En verder gaat het slecht met Leon. De huisarts heeft een terminale verklaring afgegeven, dwz dat Leon een levensverwachting van drie maanden heeft, maar ik denk dat hij dat al niet meer haalt. Hij kan niet meer praten en komt zijn bed niet meer uit. Zijn geest is ongebroken, verbijsterend.”

Ruim een week later, op zondag 7 juli, stonden Phlip, mijn vrouw, en ik aan zijn bed in Epse. Daar lag hij prinsheerlijk in zijn bed in zijn prachtig ingerichte werkkamer. Al zijn boeken en onderzoeksrapporten om zich heen. Praten ging moeizaam; liever wees hij met een stokje de letters aan op een briefje en vormden wij de zinnen: ‘Gaat het goed in Hilversum?’

Het werd ons afscheid. Drie maanden werden zes maanden. Tot begin dit jaar was zijn geest ongebroken, maar zijn lichaam was een ruïne geworden. Leon kon én wilde niet verder leven. Wie had het hem nagedaan? Strijd voeren, vechten tegen heersende opinies; dan werd hij uitgedaagd en was hij op z’n best. Ook het gevecht tegen zijn eigen ziekte maakte hem onoverwinnelijk. Bijna.

Leonardus John de Wolff, geboren op 26 september 1948 in Rotterdam, leefde vele levens tegelijkertijd. Als journalist, als mediatrainer, als sportman, als docent, als vriend, als vader, als geliefde. Hij was én is een man om lief te hebben.

Wij allen hielden van Leon omdat hij zo veelzijdig was, omdat hij altijd een opbeurend woord paraat had, omdat hij verzot was op small talks, omdat hij snoeiharde kritiek kon verpakken in bemoedigende woorden, omdat hij was zoals hij was.

Geen allemansvriend, zeker niet. Dat bleek maar al te duidelijk toen zijn boek De krant was koning in 2005 uitkwam. Er ontstond een tweespalt in journalistiek Nederland: je was voor of tegen De Wolff. Jan Blokker, hoe kan het ook anders, spande de kroon: God bewaar me voor zoveel onzin luidde zijn oordeel.
Vriendelijke aanprijzingen van Arendo Joustra, Gerard Dielessen en mijzelf op de achterkant van het boek - ‘standaardwerk, verplichte literatuur en inspiratiebron voor een generatie redacteuren tot het daadwerkelijk bedrijven van publiekgerichte journalistiek’ – leidde tot grote commotie in het journalistieke wereldje.
De Wolff , zo luidde de kritieken, liet zich te veel leiden door commerciële motieven – de oplage van kranten en de kijkcijfers van de publieke omroepen stonden immers onder grote druk – en zijn adviezen waren zelfs koren op de molen van populisten a la Geert Wilders. Ja, er werd met grof geschut geschoten.

Leon bleek zijn tijd ver vooruit. Inmiddels heeft iedere journalist het over vraag gestuurde en publiekgerichte journalistiek. De ‘methode De Wolff’ kreeg zijn wetenschappelijke erkenning bij het uitkomen van zijn proefschrift Newspaper Loyalty op 19 juni 2012; een dag die ons allemaal in het geheugen staat gegrift. Hij had het gered, en hoe.

Er lag een stevig en ook ontnuchterend boekwerk over de vraag hoe het komt dat lezers al dan niet loyaal blijven aan hun krant. Inhoud blijkt minder cruciaal dan de uitstraling, de kwaliteit van een merk. Lezers willen zich herkennen in hun krant (columnisten!) en willen dat hij op tijd wordt bezorgd. Anders kappen ze ermee.

Dr Leon de Wolff geloofde heilig in de journalistiek als dienend beroep. Niet het referentiekader van de hoofdredacteur of de redactie is bepalend voor de inhoud van de krant of het tijdschrift, maar de informatiebehoefte van de lezer zelf. Om vervolgens voluit te erkennen dat de journalistiek ook een zelfstandige, waarheidsvindende taak dient uit te oefenen.

Overal waar hij kwam, ontstond enthousiasme voor zijn ideeën. In Nederland, in België, op de redactievloeren van vakbladen en andere tijdschriften, landelijke, maar ook regionale kranten, bij de NOS en allerlei televisieprogramma’s. Echt overal. Een hele generatie journalisten en televisiemakers ging door de wasstraat De Wolff. Er werd naar zijn verhalen geluisterd omdat hij, werkzaam geweest bij oa NRC Handelsblad en de Haagse Post, de taal van de journalisten sprak. Men herkende zijn talrijke anekdotes en zijn wijze lessen werden gepruimd.

Hij was een leermeester voor velen. En dat in een wereld waar iedereen zijn eigen hoofdredacteur is en gezag alleen wordt aanvaard als het echt niet anders kan. Onderzoeker De Wolff en zijn helpers zorgden voor een ware cultuuromslag in de Nederlandse journalistiek. Zijn dwarse ideeën, zijn pleidooien voor het gebruiken van matrixen met verschillende functies en perspectieven – wie kan ze niet dromen? – kregen navolging. 

Geen lange lappen tekst meer, maar samengestelde producties. Er kwamen kekke kaders met uitleg en feiten. Er kwam meer focus in de artikelen en meer nadruk op de context van een probleem.
Beter laat dan nooit, want De Wolff had ontdekt dat driekwart van de artikelen in de Nederlandse kranten geen focus kende. De krant werd toegankelijker en interactiever. Het doel van De Wolff was duidelijk. Het versterken van de binding met een jongere generatie lezers en kijkers. Hij besefte dat het verlies aan abonnees vooral wordt veroorzaakt door gebrek aan nieuwe jonge lezers.

Het is uiterst verleidelijk het gehele universum van Leon de Wolff te beschrijven en nog één keer in herinnering te roepen hoe veelzijdig en vakkundig hij was. Maar achter de strenge en succesvolle methode De Wolff schuilt de mens Leon. En die kende ook twijfels. Zouden de kranten het wel redden in het digitale tijdperk? Zijn journalisten en uitgevers wel innovatief genoeg? Journalisten moesten in zijn ogen dieper graven, op zoek naar harde feiten.

Hij begreep als geen ander hoezeer oude waarden onder druk stonden.
Daarom was publiekgerichte journalistiek ook een opdracht voor de kwaliteitspers. Juist nu in de tijd van internet en social media is betrouwbaarheid je belangrijkste kapitaal. Papier is niet zaligmakend. Kranten en televisie moeten samenwerken en een multimediale strategie uitdenken. Jongeren willen any where, any place nieuws consumeren; betaalt als het moet, gratis als het kan.
Hij bleef altijd de docent, de analyticus. Eerst in zijn burcht in Rotterdam en later in zijn droomhuis in Espe. Ondanks zijn slopende en wrede ziekte had hij daar, samen met Suzanne, nog hele gelukkige jaren. Ploeterend bezig aan zijn grote levenswerk, zijn proefschrift. Maar ook genietend van de natuur en het goede leven. Want genieten kon hij.

Tijdens het EK voetbal in 2008 zag ik voor het eerst de tekenen van verval. “Leon, jongen, loop eens door. Je lijkt wel een ouwe vent”, schreeuwden we in Bern op weg naar een kroeg om de zoete overwinningen van onze jongens te vieren. Hij deed zijn best, maar het lukte niet meer goed. Gerard Dielessen en ik maakten ons zorgen terwijl Leon zei dat het goed kwam. Bovendien dat boek moest nog af, dus ziek zijn was even niet aan de orde.

Suzanne schreef het een half jaar geleden: “Zijn geest is ongebroken, verbijsterend. Enfin, we gaan moedig voorwaarts.”
Zo is het. Leon laat ons geen keus: we gaan moedig voorwaarts!
Bedankt, Leon. Dat je ons zo veel jaren heb lief gehad en ons zo veel wijzer hebt gemaakt. Bedankt voor je humor, bedankt voor je Sam en Moos-grappen: wie vertelt ze nu nog?
Dat neemt niemand ons meer af.
Dank voor je loyaliteit, je support en je vriendschap.

Toespraak bij het overlijden van dr. L.J. (Leon) de Wolff, uitgesproken op woensdag 8 januari 2014 in Amstelveen door Pieter Broertjes.

Bekijk meer van

Carrière

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Rutger de Quay, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.