— maandag 21 juli 2014, 11:31 | 0 reacties, praat mee

‘Journalisten vergroten graag dingen uit’

© Inge van Mill

Robin Haase werd er doodmoe van: steeds maar weer schetsten de Nederlandse media een negatief beeld van hem, zo vond hij. Wat is de kern van de kritiek van de best geklasseerde tennisser van Nederland? ‘Kranten schreven dat ik door het lint ging terwijl ik in feite juist vrij rustig bleef.’

‘Absoluut!’ Zo reageert Robin Haase op de vraag of hij Louis van Gaal begrijpt als de voetbaltrainer weer eens als door een adder gebeten reageert op een vraag van een journalist. Ook Haase heeft geregeld het gevoel dat journalisten zich niet goed verdiepen in hun onderwerp. ‘Dan zit zo’n journalist tegenover me en vraagt of ik wel eens tegen Rafael Nadal heb gespeeld. Dan denk ik: zorg gewoon dat je dat soort dingen weet. Iedere dag werk ik keihard en probeer ik mezelf te verbeteren, eigenlijk verwacht ik van journalisten dezelfde houding. Dat ze vol voor hun vak gaan en zich verdiepen in de materie. Ik zie bij kranten en bladen veel wisselingen als het om tennisverslaggeving gaat. Als je tennis maar een korte periode doet, kom je er niet goed in, dan snap je niet hoe tennis in elkaar zit en wat er allemaal speelt. Bovendien leer je elkaar nauwelijks kennen en ook dat is niet bevorderlijk voor de kwaliteit van de berichtgeving.’

Tegenwoordig heeft Haase zich voorgenomen ook in die gevallen vriendelijk te blijven. ‘Twee jaar geleden kon ik er dan echt geërgerd bij zitten, maar nu probeer ik positief te blijven. Als je dat niet doet, kom je in een negatieve spiraal terecht waar je ook niets mee opschiet. Als ik andere spelers onderuitgezakt hun obligate antwoorden zie geven, ben ik blij dat ik zelf voor een andere houding heb gekozen.’

Kont tegen krib

Toch ging het onlangs mis tussen Haase en de vaderlandse sportpers. Tijdens het toernooi van Wimbledon gooide de tennisser de kont tegen de krib. ‘Haase is media kotsbeu’, konden we lezen in diverse media. Voortaan zou de tennisser alleen nog maar korte en saaie antwoorden geven op vragen van journalisten. Waar was Haase zo boos over? ‘Een van de dingen die me het meeste stoort, is dat bepaalde zaken worden uitvergroot. Ik heb een bepaald imago, kort gezegd dat ik een lastige jongen op de baan kan zijn, en journalisten zien dat imago maar al te graag bevestigd in plaats van dat ze op zoek gaan naar de échte Robin Haase. Want zelf vind ik helemaal niet dat ik zo ben. Het loopt zo de spuigaten uit in de media dat mensen aan familieleden vroegen: “Is hij thuis ook zo agressief?”’

Een goed voorbeeld is een akkefietje dat Haase dit jaar op het toernooi van Roland Garros had met de umpire. Ik vond dat hij een blunder had gemaakt en wees hem daarop. Er ontstond een discussie die wel anderhalve minuut duurde. Ik zei “Thank you” en wilde weglopen, maar hij begon toch weer tegen me te praten. Dat ging nog twee of drie keer zo door en steeds als ik wilde weglopen begon hij weer tegen me te praten. Uiteindelijk draaide ik me om en zei nog een keer heel hard “Thank you!” Ik had mezelf voor honderd procent onder controle. Maar wat zie ik dan bijvoorbeeld bij de NOS? ‘Haase verliest zelfbeheersing’. En kranten schreven online dat ik door het lint was gegaan. Echt, ik begrijp daar niets van. Ik ben mijn grootste criticaster en kan goed tegen terechte kritiek. Bij een Davis Cup-wedstrijd sloeg ik uit frustratie drie keer op het net en dan geef ik ook toe dat ik fout zat. Maar in dit geval sloeg het gewoon nergens op. Journalisten zien een paar beelden van een hele wedstrijd en baseren daar hun mening op.’

Ander voorbeeld: in een openhartige bui liet Haase zich eens ontvallen dat hij via sociale media wel eens een doodsbedreiging krijgt en dat meer tennissers daar last van hebben. ‘Ik ga er vrij nuchter mee om, ben ook niet bang of zo. Dat vertelde ik ook aan een journalist van het AD die me ernaar vroeg: ik slaap er niet minder om en kijk niet over mijn schouder, antwoordde ik. En wat las ik daarna in de krant? Dat ik tijdens de wissel op de baan met mijn racket klaar sta om eventuele belagers van me af te houden. En wat nu zo jammer is: het gaat alleen maar over mij, terwijl het fenomeen dat veel sporters blijkbaar met de dood worden bedreigd, journalistiek gezien veel interessanter is.’

Sensatiezucht

Haase bespeurt meer sensatiezucht bij de media dan een aantal jaar geleden. De opmars van internet en sociale media heeft daar volgens hem alles mee te maken. Een schreeuwende tennisser viral laten gaan is nu eenmaal leuker dan een filmpje van een tennisser rondsturen die zichzelf volledig onder controle heeft. Haase: ‘Als Gordon bij wijze van spreken een stukje van zijn tand verliest, kunnen we dat al lezen op Telegraaf.nl. Ik heb het idee dat de journalistiek een beetje verpest is door internet. Als iets maar een beetje ruikt naar sensatie, dan wordt het zo snel mogelijk online gezet, want dat is waar mensen blijkbaar graag op klikken. Laats vroeg een journalist aan me waarom ik op sommige tennisforums word afgekraakt. Ik zei dat hij daar geen aandacht aan moest besteden. Er zijn misschien tien mensen die negatief over mij schrijven en dat zijn steeds dezelfde tien. Kijk liever naar tweeduizend Nederlanders die op de tribune zitten en me aanmoedigen als ik een wedstrijd speel, zei ik nog. Maar toch wordt er dan iets over die reacties op forums geschreven, blijkbaar omdat het past bij mijn imago. Maar of je nu sporter bent, filmster of tv-ster, sommige mensen zullen altijd negatief over je schrijven op forums en sociale media. Zo werkt het helaas, alleen is de vraag vervolgens: welke waarde moeten journalisten daaraan hechten? Toen ik bij wijze van grapje een beetje een vals Twitter-berichtje naar een meisje had gestuurd, las in de media ‘Robin Haase maakt zich niet geliefd op Twitter’.  Terwijl dat meisje wist dat het een grapje was. Maar toen ik een paar dagen later iets deed voor een goed doel, las ik daar helemaal niets over. Dan denk ik: doe het allebei wel of allebei niet.’

Goed doorvragen

Haase heeft niet met alle journalisten negatieve ervaringen. Met Trouw heeft hij jarenlang prima samengewerkt. ‘Bij die krant lieten ze zich niet beïnvloeden door de algemene mening, maar observeerden zelf en trokken hun eigen conclusies. Ook met Jasper Boks kon ik prima samenwerken toen hij voor NU.nl schreef. Echt iemand met verstand van zaken.’

Met Robèrt Misset, tennisverslaggever van de Volkskrant maakte Haase ‘het leven van tennisprof’, een serie waarin Haase openhartig vertelde over zijn leven als topsporter. ‘Ja, dat vond ik best een mooie serie en ik heb Robèrt daar ook in vertrouwd, hoefde de artikelen niet voor publicatie te lezen. Van Robèrt wordt gezegd dat hij een van de beste tennisschrijvers is en ik ben het daar wel mee eens. Het is alleen jammer dat hij nog wel eens geneigd is om zijn pen in de azijn te dopen – wat een beetje bij de Volkskrant hoort.’

Inmiddels is Haase weer on speaking terms met het sportjournaille. Nog tijdens Wimbledon, de plek waar Haase zijn kritiek spuide, kwam er een verzoenend gesprek met de Nederlandse tennisjournalisten. ‘Ik heb daar mijn zegje gedaan en zij ook. Het was een goed gesprek, laten we hopen dat er in de toekomst meer wederzijds begrip zal zijn.’

 

Nummer 1

Namen wil Robin Haase niet noemen, maar er zijn twee journalisten met wie de tennisser niet meer praat. Één van de NOS en één van NRC Handelsblad. Wat die krant betreft wil Haase wel een toelichting geven. ‘Voorafgaand aan een wedstrijd vroeg die NRC journalist wat mijn droom was. Ik vroeg toen expliciet of hij bedoelde waar ik werkelijk van droom of wat ik denk te kunnen behalen in mijn carrière. Het eerste, zei hij. Toen antwoordde ik dat mijn droom is om de nummer 1 van de wereld te worden. Vervolgens was die NRC journalist bij een persconferentie met Roger Federer waar hij maar één vraag mocht stellen. En dat was: “Denk je dat Haase de nummer 1 van de wereld kan worden?” Federer begon een beetje schamper te lachen en zei dat ik waarschijnlijk niet de nummer 1 zou kunnen worden. De volgende dag stond er een artikel in de krant waarin stond dat ik een verkeerd beeld van mezelf heb; in feit werd ik belachelijk gemaakt in dat artikel. Ik had vaker slechte ervaringen met deze journalist gehad, maar voor mij was dit akkefietje de druppel.’

 

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.