— zaterdag 12 december 2009, 13:53 | 0 reacties, praat mee

Journalist van het Jaar 2009: Antoinette Hertsenberg

© Truus van Gog

Als presentator en eindredacteur van Tros Radar liep Antoinette Hertsenberg (44) voorop in de berichtgeving over de kredietcrisis en in het bijzonder over de DSB Bank. ‘Ik ben vrij nuchter maar vind het wel een grote eer dat ik deze prijs krijg. Ik heb de redactie gezegd dat ik het nooit in mijn eentje had kunnen doen.’

Wat opvalt is jouw verbetenheid in hoe je soms je studiogasten aanpakt.
‘Nou, Tijs van den Brink kan ook aardig doordenderen als hij het vuur te pakken heeft. Zembla vond ik laatst ook erg goed op dreef met de Q-koorts. Het is een stijl die bij mij past en die ik ook prettig vind om bij anderen te zien.

In januari bestaat Radar vijftien jaar. Met name de laatste vijf jaar is het gegroeid tot een programma waar we zo hard aan hebben getimmerd dat we echt kunnen stellen dat het een mobiliserende werking heeft. Wij kunnen consumenten laten groeperen op een manier dat bedrijven denken: ‘Nou moet ik wel, want anders gaat het ten koste van mijn imago en toekomst. We zijn voor een aantal branches en bedrijven een angstwekkend programma geworden. Dat heeft wel met die verbetenheid te maken, denk ik.’

In hoeverre hebben jullie een mobiliserende werking gehad in de bankencrisis en het failliet van de DSB-Bank?
‘Heel nadrukkelijk. Het is eigenlijk begonnen in 2002 met Legio Lease (een ‘spaarplan’ waarbij de deelnemers bleken te lenen, red.). We beten ons daarin vast, we besteedden maanden aan eigen onderzoek. We zagen echt resultaten. En ik kan me nog heel goed herinneren dat we op een gegeven moment met onze handen in het haar zaten omdat eigenlijk niemand het opnam voor die mensen. Je kunt dat in het programma doen, maar vervolgens moeten de belanghebbenden dat zelf oppakken. Zo is bijvoorbeeld de belangenvereniging ‘Leaseverlies’ ontstaan, waarin rond de 100.000 consumenten zich verzamelden. Daar hebben we inhoudelijk niks mee te maken. Daar scheidt de journalistiek zich van de belangenbehartiging. Hetzelfde gold toen wij in 2006 de woekerpolissen onderzochten (de naam woekerpolis is door Radar bedacht, red.). We maakten het steeds heel concreet: om wat voor producten gaat het, wat moet je precies betalen, wat zijn de gevolgen en hoe gaan ze het oplossen. Ook destijds ontstonden er allerlei belangenclubs, soms zelfs letterlijk bij ons in de studio.’

Er zit nogal wat kaf tussen het koren van belangenbehartigers.
‘Ja, dat is erg lastig. We hebben daar ook wel aandacht aan besteed en soms stichtingen in de uitzending tegenover elkaar gezet om ze te laten uitleggen wat ze precies doen. Je hebt als programma ook een verantwoordelijkheid om die organisaties kritisch te blijven volgen. En we zijn ook een klein beetje afhankelijk van ze, omdat zij uiteindelijk overleg voeren met bijvoorbeeld de grote verzekeraars over schikkingen. Ook worden wij soms geconfronteerd met schikkingen waar we niet altijd blij mee zijn. Voor ons blijft altijd de vraag – en dat is zeker bij de woekerpolissen het geval – als die stichtingen werkelijk een rechtszaak waren gaan voeren in plaats van te schikken, wat was dan het oordeel van de rechter geweest? Dat blijft voor mijzelf wel wringen. Er zijn voorbeelden van belangengroepen die wel naar de rechter gingen en een veel beter resultaat behaalden dan degenen die schikten. Maar wij zullen zelf nooit naar de rechter stappen, want dan ga je je rol als journalist voorbij.’

Toch zijn er ook participerende vormen van journalistiek, denk aan de Keuringsdienst van Waarde, die een chocolademerk in de markt zette om het belang van eerlijke ­chocolade voor het voetlicht te brengen.
‘Ja, ik vind dat te ver gaan. En het Commissariaat van de Media ook, dus ik sta daar niet alleen in. Het consumentenprogramma Kassa van de Vara is laatst naar de rechter gestapt vanwege de toprente rekening van de ING, waarvan de rente steeds onaangekondigd werd verlaagd. Dat verbaasde me en ik vind het interessant om dat te volgen. Misschien is een rechtszaak voor de journalistiek makkelijker dan een schikking. Je kun namelijk niet én medeverantwoordelijk voor het resultaat zijn én er tegelijk waardevrij over berichten.’

Is het aanpakken van verzekeraars en banken niet een beetje links?
‘Dat is heel vaak gezegd. Maar ik geloof erg in de traditie van de Tros. Het oude Tros Aktua had ook een missie. De vergelijking gaat niet helemaal op, maar het zijn geen kleurloze programma’s. Links of rechts is geen issue meer. Het is zelfs notarissen overkomen dat ze een woekerpolis of verkeerde hypotheek afsloten. Het gaat veel meer om het luisteren en kijken naar de situatie van mensen. Zonder een oordeel te vellen of ze misschien dollartekens in hun ogen hadden toen ze die polis tekenden. Dat is niet links of rechts. De Tros heeft ons altijd alle vrijheid gegeven. Want er is vaak gedoe. De Tros staat daarin altijd vierkant achter ons. Er is een jaar geweest dat we ver boven de twee ton aan juridische kosten hadden. Maar daar is nooit gezeur over in de zin van: kan het een beetje minder. Men is doordrongen van het feit dat wij bezig zijn met een programma dat bij uitstek hoort bij de publieke omroep.’

Hoe kiezen jullie onderwerpen?
‘De onderwerpen moeten altijd te vertalen zijn naar het individu. En we moeten er een rol in kunnen vervullen. Dat kan klein of groot zijn. We hebben vorig jaar ook aandacht besteed aan de Playstation, toen bleek dat dit apparaat heel snel kapot ging. Na onze uitzending kregen mensen toch een veel betere service. Dat kun je klein vinden, maar als jij hem gekocht hebt denk je daar anders over. Klachten over de slager om de hoek zijn we wél ontstegen. Op het moment dat er rond de twee miljoen mensen naar ons programma kijken kan dat ook eigenlijk niet meer.

We krijgen drie- tot vierduizend mails per week. Dat wordt allemaal bekeken door de vijf redacteuren, die ook nog verhalen maken. Een pittige job. We hebben een ploeg mensen die allemaal dezelfde kijk hebben. Je moet voor dit programma een bepaalde onverzettelijkheid bezitten. Een gevoel hebben voor de zaken die we doen en daarnaast de grenzen van Radar kennen. En we hebben een testpanel van 60.000 mensen. Die kunnen we mailen over elk onderwerp en dan krijgen we gespecificeerd terug wat mensen er van vinden of waar ze last van hebben. Maar er zit ook een groot deel eigen nieuwsgierigheid in. Soms voel je aan je water dat er iets niet klopt.’

Kijk je bij onderwerpen alleen naar het achterliggende leed of ook of het lekkere tv oplevert?
‘Dat is een mix. Maar nog niemand heeft beweert dat woekerpolissen lekkere tv oplevert. Het gaat er soms ook om om te kijken hoe je er lekkere tv van kunt maken. Als de voorbeelden goed genoeg zijn en er een spannend studiogesprek ontstaat maak je van de saaiste onderwerpen spannende tv.

Maar we hebben ook wel eens een onderwerp gemaakt van een uur over letselschade, waarbij we ons realiseerden dat mensen kunnen afhaken bij zulke dramatische voorbeelden. We brachten het toch, omdat we het zo ontzettend relevant vonden. En dan probeer je de week erna weer wat ‘zang en dans’ te hebben. In die zin werkt zo’n warme en koude douche (waarbij ondernemers respectievelijk in het zonnetje worden gezet dan wel een vingerwijzing krijgen, red.) aan het einde van het programma ook als een Paard van Troje. Er zijn mensen die daarvoor blijven hangen.’

Wat vind je van de Nederlandse journalistiek?
‘Ik maak me zorgen over het gebrek aan research op redacties. En ik vraag me af of dat altijd van bovenaf moet komen of dat je het gewoon van onderaf moet doen. Je kunt ook zelf besluiten ergens in te duiken; je eigen gevoel durven volgen en een andere keuze maken. Want dat is wat wij al die jaren hebben gedaan: stoïcijns onze eigen weg bewandelen.

Nu krijgen we, onder meer door deze prijs, de credits en komt het naar ons toe. Maar eigenlijk zijn we jarenlang een journalistieke Einzelgänger geweest. Wij hebben ons echt verbaasd dat niemand het oppikte toen in 2006 het begrip woekerpolis begon te leven. Waarom dat zo is? Omdat veel journalisten het zelf niet snappen. Maar ze zouden dan juist getriggerd moeten zijn. Want als zij het niet snappen, is het juist hun taak om erin te duiken. Zeker als je weet dat bedrijven informatie achterhouden. Dit jaar werd ons gevraagd of we het niet jammer vonden dat Nova ook bezig was met de DSB. Maar we waren juist blij dat een ander zich ermee bemoeide. Vooral omdat het hier echt ging om een groot maatschappelijk probleem.’

Worden jullie sinds Legio Lease serieuzer ­genomen door andere media.
‘Ja. En ook binnen de branches die we aanpakken zie je dat. Uit die sector krijg ik – off the record – ook waardering, en er melden zich geregeld klokkenluiders met tips. Zeker bij verzekeringen en banken merk je dat het effect heeft. Als wij een aantal jaren geleden het Verbond van Verzekeraars belden kwamen ze niet. Nu wel. Binnen die branche wordt steeds meer gezien dat transparantie onontkoombaar is omdat ze het anders toch op hun bord krijgen. Ik zie wel veranderingen. En ik zeg dat niet omdat dit Verbond de prijs Journalist van het Jaar sponsort, ha, ha.’

Speelt je verbetenheid je wel eens parten?
‘Ik hoor het vaak, het schijnt erg op te vallen. Maar ik ben me er niet van bewust. Ik voer gewoon een gesprek. Het is professionele boosheid. Ik kan heel boos worden op het moment dat ik me in een zaak verdiep. Maar ik ga niet bozig door het leven. Dat idee hebben mensen inderdaad wel eens, maar dat is helemáál niet zo. Ha, ha. Ik kan de knop goed omzetten.

Een tijd geleden werd ik uitgenodigd op een congres van 280 bankiers om iets te vertellen over duidelijkheid van producten. Ik doe dat zelden, maar dit vond ik een te mooie kans. Als ik daar dan sta en een aantal concrete voorbeelden uitleg van mensen die op het verkeerde been zijn gezet merk ik aan mezelf dat ik weer echt pissig wordt. Dan denk ik wel: ­Antoinette, even rustig! Daarna ben ik weer even goede vrienden hoor. Maar je moet een zekere mate van verontwaardiging hebben als je zo’n programma maakt.’

Zou je een talkshow als Sonja willen maken?
‘Ik sluit het niet uit, maar niet op dit moment. Radar maken vind ik nu het allerleukste wat er is. Ik realiseer me dat ik kijkers inlever bij ieder ander programma dat ik zou doen. Ik zou veel inhoud moeten inleveren, want wij maken soms veertig minuten televisie over een onderwerp. Stiekem maken we documentaires. Maar dat weet niemand dus houden we dat maar zou.

Ik heb bijgetekend tot september 2014. Uit volle overtuiging. Radar is zo groot geworden dat je er steeds meer mee kunt en het zou heel erg jammer zijn om dat niet te benutten. Ik kan mijn ei er heel goed in kwijt. Ik zit op mijn
plek.’

Na 2014 geldt ook voor jou de Balkenende-norm, zou je het daarvoor doen (Hertsenberg ontving vorig jaar € 284.642 van de Tros, red.)?
‘Ik weet niet hoe hoog de Balkenende-norm tegen die tijd is. Dingen moeten in verhouding zijn. In het begin van de Radar-tijd verdiende ik beduidend minder. Ik presenteer nu twee programma’s en doe eindredactie. Ik snap het rumoer over hoge salarissen, maar het is ook een baan waar een aantal nadelen aan zitten. Zoals bedreigingen of de nationale bekendheid, waar ik niet op zit te wachten.’

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.