website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Journalist Jan de Graaff herdacht

Marjolein Slats — Geplaatst op maandag 7 april 2014, 11:15

Nieuws

Op zaterdag 5 april werd de journalist Jan de Graaff (70) gecremeerd. De Graaff werkte van 1966 tot 1993 bij de VARA. Hij begon bij Dingen van de Dag, de actualiteitenrubriek op de VARA-radio. Vervolgens ging hij aan de slag bij het tv-programma Achter het Nieuws, eerst als verslaggever en later als eindredacteur en presentator. Na zijn vertrek bij de VARA in de jaren ‘90 was hij tot aan zijn pensionering docent aan de Tilburgse journalistenopleiding. Jacq Zinken herdacht tijdens de crematieplechtigheid zijn oud VARA-collega op persoonlijke wijze.

‘Jan was voor mij al een legendarisch journalist voordat ik intensief met hem te maken kreeg. Ik werkte weliswaar al een tijdje bij de VARA, maar ik kende hem als zovele Nederlanders voornamelijk als verslaggever en presentator van het tv-programma Achter Het Nieuws. Maar vanaf 1987 raakten wij beiden betrokken bij andere televisieprogramma’s, en al gauw bleek dat we elkaar op een aantal punten goed aanvoelden en aanvulden, waardoor ook onze persoonlijke band snel hechter werd.

Ergens rond 1990 belde Jan mij op een dag op en vertelde dat hij het vreselijk benauwd had. Hij vroeg me om snel langs te komen, en mijn suggestie of het niet beter was een dokter te bellen, wees hij resoluut van de hand. Ik ging dus en het werden enkele benauwde uren. Jan lag geruime tijd op bed te kreunen ‘ik ga dood, ik ga dood’. Ik antwoordde dan: ‘als je dat écht denkt, ga ik nú een dokter bellen’, maar dat wees hij keer op keer af. Later die middag kwam hij wat meer tot rust, en toen een goede vriendin die in dezelfde flat woonde langskwam, vertrok ik.

In de nasleep van die gebeurtenis vroeg Jan mij kort daarna of ik, als het ooit zo ver was, op zijn uitvaart zou willen spreken. Ik heb daar toen zonder aarzelen ‘ja’ op geantwoord, en ik geloof niet dat het onderwerp sindsdien ooit weer aan de orde is geweest. Tot Jan mij vorige week woensdag zelf belde en mij aan die toezegging herinnerde.

Er zitten minimaal twee elementen in dit verhaal waar ik wat nader op wil ingaan. Ten eerste het besef dat vertrouwen en trouw voor Jan belangrijke waarden waren. Wie hij toeliet tot zijn inner circle, kon op zijn onvoorwaardelijke trouw rekenen. Dan maakte het niet uit hoe lang je geen contact meer gehad had, als je een beroep op hem deed, stond hij altijd voor je klaar. En dat werkte dan ook andersom zo. Veel van die oude vrienden hier zullen dat kunnen beamen.

Het tweede punt is dat zijn toenmalige fysieke problemen volgens mij te maken hadden met de ongelukkige manier waarop Jan zijn carrière bij Achter het Nieuws moest afsluiten. Daar was hij in 1970 begonnen als redacteur/verslaggever en de daarop volgende jaren waren naar mijn stellige overtuiging de mooiste en beste jaren uit zijn journalistieke loopbaan. Hij maakte vele reportages overal op de wereld, van Mauritanië tot Jordanië, van Griekenland tot Sri Lanka. Zo kwam hij meerdere malen in Suriname, o.a. tijdens de onafhankelijkheidsviering, maar ook tijdens de Bouterse-coup in 1980. Later dat jaar maakte zijn ploeg trouwens nóg een coup mee, in Turkije. Tot zijn journalistieke hoogtepunten uit die tijd horen ook het waarschijnlijk eerste interview met Arafat in 1970, en het interview met Andreas Papandreou in het vliegtuig terug naar Griekenland na de val van de kolonels in 1974. Dat had ook zo’n hoge actualiteitswaarde dat het zo snel mogelijk uitgezonden werd, ook al was dat bij de ‘concurrent’ Brandpunt.

Maar hoewel Jan dus veel belangrijke reportages op zijn naam heeft staan, bereikte hij zijn grootste bekendheid toen hij Achter het Nieuws ook ging presenteren. Dat bleek mij nog eens toen ik onze oudste zoon Peter vertelde dat Jan de Graaff overleden was. Peter zat in de hoogtijdagen van Jan in zijn tienerjaren, maar hij zei meteen: ‘Is dat niet die presentator met die mooie stem?’ En omdat hij ook toen al niet zo veel moest hebben van het linkse kamp, liet hij daar onmiddellijk enigszins verwijtend op volgen: ‘En ik gelóófde hem ook nog…’

Dat Jan uiteindelijk moest verdwijnen bij Achter het Nieuws, en de manier waarop, moet hem veel pijn gedaan hebben. Maar ook de mensen die hem toen na stonden, hebben daar nooit veel over gehoord. Jan was een binnenvetter. Je merkte dan wel aan van alles dat hij heel erg gevoelig was, maar praten over zijn gevoelens, dat was iets anders.

In de beeldvorming is de indruk ontstaan dat Jan de Graaff een ouderwetse verslaggever was die niet meekon met zijn tijd. Zeker, Jan was een ouderwetse vakman, maar dan in alle positieve betekenissen daarvan. De ploegen waarmee hij op stap ging, hebben het zonder uitzondering over de gedegen manier van werken, de goede voorbereiding, de wijze waarop hij contacten legde en daarmee omging. Eerlijkheid en integriteit stonden daarbij voorop.  Kortom, Jan was een geweldige collega, die veel vertrouwen gaf en daardoor ook kreeg.

Maar Jan had een gezonde afkeer van zelfbenoemde autoriteit en van het ellebogenwerk waarmee je je zeker in die tijd in het Hilversumse wereldje overeind moest zien te houden. Het gevecht om de beste posities op de apenrots was niet aan hem besteed. Ambitie was hem niet vreemd, maar die lag vooral daar waar hij volgens mij ook hoort te liggen: Bij zijn werk; zijn grootste ambitie was goede reportages maken. Niettemin zei een oud-collega mij: als Jan wat meer míjn brutaliteit en wat meer lef had gehad, was hij een nóg veel betere journalist geweest.

Jan deed dan wel niet aan opzichtige borstklopperij, hij was heimelijk wel degelijk trots op wat hij bereikt had. Tekenend in dit opzicht vond ik die keer dat hij mij ergens begin jaren tachtig met een enigszins verlegen glimlach vertelde dat hij ieder jaar toch mooi in de top-5 van de jaarlijkse kijkdichtheidslijst stond; hij presenteerde in die tijd de Dodenherdenking op de Dam, die toen op alle, namelijk twee, Nederlandse televisiezenders werd uitgezonden.

Toen hij bij Achter het Nieuws weg was, kon hij eigenlijk nooit meer helemaal zijn draai vinden. Hij raakte, vaak als eindredacteur, betrokken bij programma’s als Den Haag Morgen, met Marjolijn Uitzinger, Goedele met Goedele Liekens, TV-magazine met Felix Meurders en Annette van Trigt, en Vroege Vogels TV met Hanneke Kappen. Ook daar merkte je dat hij het meest in zijn element was als hij reportages kon maken. En al die programma’s hebben ook weer gebruik kunnen maken van een van die grote kwaliteiten waarover Jan beschikte: zijn geweldige commentaarstem. Hij heeft ongelofelijk veel reportages ingesproken, en hij bereikte daarin zo’n hoge mate van professionaliteit, dat ik daar in de Vroege Vogels-tijd eens schaamteloos misbruik van heb gemaakt. Jan wist dat de teksten die ik voor hem schreef hem altijd wel ‘pasten’. Hij wierp dan slechts een snelle blik op de velletjes die ik hem gaf, en ging dan vervolgens rustig in het commentaarhokje zitten om de tekst a prima vista foutloos in te spreken. Zo ook deze keer. De eerste pagina ging vlekkeloos, en hij las op de tweede pagina als volgt door: ‘………..op het nest zitten. Maar moeder eend blijft waakzaam en tevens feliciteer ik Jan de Graaff met zijn achtenveertigste verjaardag.’ Er klonk even een verbijsterende stilte, maar toen het tot Jan doordrong wat hij had voorgelezen, kwam hij niet meer bij. Ik zie nóg hoe hij bijna stikkend van de lach het commentaarhokje uit strompelde en riep: ‘Fantastisch; met boter en suiker’.   

Maar ondanks alles bleef het toch aan hem knagen dat hij zich een beetje buitenspel gezet voelde, en dat hij de waardering die hij verdiende onvoldoende ervoer. Wat dat betreft was het einde van zijn VARA-carrière in 1993 en zijn overstap naar de school in Tilburg, denk ik, een blessing in disguise.

Voor mij, en ik weet dat ik dan spreek namens veel oud VARA-collega’s, blijft de herinnering aan een prima journalist, een voortreffelijk collega, maar vooral een lieve man. Toen ik hem in ons laatste gesprek vorige week vrijdag vertelde dat ik dit ongeveer zou gaan zeggen, hoorde ik aan de andere kant van de lijn een zwakke stem die zei: ‘Ik ga blozen’. Want goed omgaan met complimentjes, dat lukte hem nog steeds niet. En het laatste woord dat hij tegen me zei, was dan ook ‘Bedankt’. Nou Jan, dat is echt de wereld op zijn kop. Het is aan óns om dat te zeggen: heel erg bedankt voor alles wat je de wereld in het algemeen en ons hier in het bijzonder hebt gegeven.’ 

Mag Inspiration Day