website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Journalist Franklin Foer: Facebook is de ‘bad guy’

Dolf Rogmans — Geplaatst in Journalistiek op maandag 26 maart 2018, 13:51

© Franklin Foer. Foto: Patrick Post/Hollandse Hoogte

De maatschappij en de journalistiek in het bijzonder heeft veel te vrezen van grote technologiebedrijven als Facebook, Amazon en Google, betoogt Franklin Foer in zijn boek ‘Ontzielde wereld’. Op 3 mei is hij in Nederland te gast op het Festival van het Vrije Woord. Villamedia spreekt hem nu alvast.

Een paar dagen voor we Franklin Foer spreken, is er het nieuws dat het bedrijf Cambridge Analytica met data van Facebook de Amerikaanse verkiezingen manipuleert. En valt het muntje wereldwijd. Grote technologiebedrijven vormen een gevaar. Foer had geen beter voorbeeld kunnen wensen om zijn boek te promoten. Er klinkt dan ook iets vrolijks in zijn stem. ‘Misschien kunnen er ergere dingen gebeuren, maar dit is behoorlijk heftig. We zien nu hoe onze eigen gegevens tegen ons worden gebruikt. Hoe ze in de handen kunnen vallen van de verkeerde mensen die vervolgens proberen de Amerikaanse democratie te vernietigen.’

Is Facebook slachtoffer van een datalek of toch vooral dader?
‘Facebook is absoluut de “bad guy”. Zij sloten een duivelspact met een derde partij en gaven die toegang tot hun gebruikers en een achteringang voor extra informatie. En toen ze het probleem zagen hebben ze niemand op de hoogte gesteld.’

Stoppen mensen in de VS al met Facebook?
‘Ik denk het wel. Mensen beginnen na te denken over hun digitale kwetsbaarheid. Het debat begint op gang te komen. Vooral over de tactieken die de grote bedrijven gebruiken. Facebook blijkt ineens kwetsbaar. Maar ze hebben ook veel macht. Onderschat het bedrijf niet. Ze kunnen immers ons gedrag manipuleren. Ik zit hier nu niet thuis het overlijdensbericht van Facebook te schrijven.’

Is er wat te doen tegen de macht van de grote technologiebedrijven?
‘Uiteindelijk is regulering de oplossing. In Europa zijn jullie daar verder mee. Jullie hebben privacy-wetgeving waar wij alleen maar van kunnen dromen. Een deel van de oplossing ligt ook in het aanscherpen van mededingingsrecht. Uiteindelijk moeten we ook hier manieren zoeken om de omvang van bedrijven te beperken door te voorkomen dat ze fuseren met mogelijke concurrenten en te verbieden dat ze startups opkopen. En ik denk zelfs dat we naar manieren moeten zoeken om ze kleiner te maken. Ook daarin lopen jullie voorop. Ik zie in Europa dat er langzaam geprobeerd wordt om Google Search los te koppelen van Google Advertising. Dat is een veelbelovend begin.’

Kan dat in de VS dan niet?
‘Er is een kans dat het ook hier gebeurt. Zelfs Donald Trump zou iets goeds kunnen doen in dit verband. Zijn regering blokkeert nu de fusie tussen AT&T en Time Warner. Dat is hoopvol. Ook al voelt het ongemakkelijk en potentieel gevaarlijk om iets over Trump te zeggen dat zelfs op afstand vriendelijk zou kunnen klinken.’

Kunnen technologiebedrijven ook deel van de oplossing zijn?
‘Ik ben zelf diep verdeeld over die vraag. Ik zou willen dat de technologiebedrijven meer verantwoordelijke “gatekeepers” zijn want ik zie geen alternatieven. Maar ik ben bang dat ze hun macht blijven misbruiken. Parodie en satire krijgen het moeilijk in zo’n omgeving. We bevinden ons in een hele nieuw gebied. Waar we machtige bedrijven hebben die de mogelijkheid hebben om de publieke ruimte te reguleren.’

Kunnen we overheden dan wel vertrouwen?
‘Je moet niet alle macht bij één partij leggen. Het gaat erom pluriformiteit te bevorderen en concentratie van macht te voorkomen. De ergste concentratie van macht is een symbiose tussen regeringen en bedrijven. Dat moeten we proberen te voorkomen. Dus daarom de anti-trust regels.’

Maar grote platforms zijn toch niet weg te denken?
‘Er is een principe dat de macht van de grote technologiebedrijven kan doorbreken; scheidt het platform van de handel die erop plaatsvindt. Jullie hebben Amazon nog niet in Nederland. Maar Amazon “takes it all”. Het heeft de potentie het grootste en meest gevaarlijke bedrijf te worden. Amazon is niet alleen eigenaar van het platform, het probeert ook nog eens te concurreren op dat platform met anderen en geeft zichzelf daarbij voordelen. Dat zie je ook bij Google. De Googlewinkel staat hoger in de resultaten. Die macht moet doorbroken worden.’

Je bent op 3 mei te gast Nederland. Wat ga je vertellen?
‘Ik wil wat zeggen over de verdeling en concentratie van macht en rijkdom in de technologiesector en de enorme bedreiging die dat vormt voor de vrijheid van meningsuiting. De effecten van macht en rijkdom kent allerlei uitwassen. Veel individuen die rijker worden zien het als een soort tijdverdrijf om journalisten voor de rechter slepen.’

‘Ik kijk ook hoe nieuwe privacyregels zoals in Europa, die naast positieve effecten, ook het werk van journalisten kunnen beperken. We leven in een tijd waarin het publieke domein erg fragiel is. De vrijheid van meningsuiting wordt op de proef gesteld. Machtige krachten in deze wereld willen uit eigen belang iets waardevols uithollen.’

Het probleem van de grote technologiebedrijven is de rol die ze spelen. Ze stellen zich op als toegangspunt voor informatie en doen alsof ze neutraal zijn. Maar ze kiezen de hele tijd winnaars en verliezers en bepalen voor mij wat belangrijk is en niet. Ze spelen daarmee een belangrijke rol in het informatie ecosysteem. Daarmee bedreigen ze niet direct de vrijheid van meningsuiting, maar bepalen ze wel waar we over praten in een democratische maatschappij. Ze openen ook mogelijkheden voor mensen zoals Trump.  En als Trump de deur binnenloopt dan is de vrijheid van meningsuiting in groot gevaar.’

Ben je al bezig met een nieuw boek?
‘Ik ben begonnen aan een verhaal over de toekomst van werk. Ik betoog dat als de automatisering voortschrijdt, we het instituut betaald werk moeten behouden. Het wordt een moreel en spiritueel pleidooi voor werk. In essentie gaat ook dit boek weer over technologie. Een van de opwindende mogelijkheden is dat we grote digitale platforms kunnen inzetten om van mensen ondernemers te maken buiten de grote bedrijven om’

Ben je een optimist of een pessimist als het om de invloed van techniek gaat?
‘Beiden. Je moet het pessimisme van het intellect hebben en het optimisme van de wil. Je moet trends en mogelijkheden begrijpen en altijd een oplossing zoeken.’

Je schrijft ook over de toekomst van de journalistiek. Je oplossing is, in de kern, abonnementen.
‘Ik denk dat dat onvermijdelijk is. Omdat Google en Facebook de advertenties hebben én de data én de techniek. En daar kunnen we toch niet tegenop. Wil je nog geld verdienen met advertenties dan moet je wel heel groot worden. Dus ik zie geen ander alternatief dan abonnementen.’

Hoe gaat dat bij The Atlantic, waar je nu werkt?
‘Een anekdote. Ik had net het hoofdstuk voor mijn boek geschreven over internetmiljonair Chris Hughes, die de New Republic kocht. Ik werkte daar toen en beschrijf hoe ik daar vanwege hem wegging. Het hoofdstuk gaat over het gevaar dat technologiebedrijven uit Sillicon Valley andere sectoren opslokken. The Atlantic heeft dat deel van mijn boek gepubliceerd en in de tijd dat de drukker met het blad bezig was, kocht de weduwe van Steve Jobs The Atlantic. Ik heb haar ontmoet en heb veel vertrouwen in haar. Een van de opwindende dingen die bij The Atlantic nu gebeuren nu is, dat we de redactie het komende jaar met 30 procent uitbreiden en gaan concurreren met The New York Times en The Guardian en proberen een wereldwijd mediamerk te worden’.

De technologiebedrijven achtervolgen je. Ga je opnieuw op de vlucht?
‘Weet je, het is de wereld waarin we leven’.

Is dat echt onderdeel van de oplossing, technologie bedrijven die journalistiek opkopen?
‘Nee, ik denk dat de uiteindelijke oplossing is, dat de journalistiek een onafhankelijk verdienmodel moet ontwikkelen en zichzelf moet redden, uiteindelijk. Maar de nieuwe eigenaar investeert wel. Bij The Atlantic krijg je nog de tijd voor een verhaal. Ik heb zojuist acht maanden gewerkt aan een coverstory. De redactie heeft een maand besteed aan het checken van de feiten. Journalistiek is zo een artistieke vorm van handenarbeid.’

Waar staan we in het veranderingsproces van de journalistiek?
‘Pfff (weifelend). Ik denk dat de journalistiek nog niet het ergste achter de rug heeft en nog verder zal krimpen. En ik denk dat de journalistiek zal terugkeren naar zijn kernwaarden. In de VS heeft onderzoeksjournalistiek nu een geweldig momentum. Een van de goede dingen die nu gebeuren, is dat journalistiek zich voorzichtig losmaakt van Facebook, mede doordat het bedrijf zijn algoritme heeft veranderd en een steeds grotere prioriteit geeft aan persoonlijk nieuws. Daarmee zeggen ze in feite “piss off” tegen de journalistiek. Dus de journalistiek moet begrijpen en accepteren dat dit de nieuwe werkelijkheid is. Het zal op de korte termijn pijnlijk zijn maar het zal uiteindelijk helpen.’

Dus geen nieuwe rol voor de journalistiek?
‘Nee, de journalistiek is essentieel voor de democratie en de cultuur. In plaats van te anticiperen op de markt en te proberen de markt te geven wat het verlangt, dient journalistiek zijn historische rol te spelen als de lezer en de waarnemer van de wereld. Journalistiek geeft geen opinies, het creëert opinies, het oordeelt niet over mensen met macht, maar produceert informatie die mensen met macht beïnvloedt.’

Is dat ooit zo geweest?
‘Ja, maar nooit perfect natuurlijk. Journalistiek is per definitie nooit perfect. Het blijft toch mensenwerk. Maar als je een generatie of twee terugkijkt, speelde journalistiek een rol die dichter aanzit tegen wat ik voor ogen heb. Er is geen gouden eeuw geweest, maar er zijn betere perioden geweest dat de slechte periode waar we nu in zitten.’

Is het abonnementenmodel ook haalbaar voor de regionale en lokale pers?
‘Pffff. Die zitten in de problemen hier. Misschien kunnen sommige met abonnementen overleven en misschien is dat de plek waar filantropie het gat moet vullen. Ze zijn er slecht aan toe.’

In Nederland kijken we voorzichtig naar de overheid voor steun.
‘Ik zou wensen dat Amerikanen ook meer zo zouden denken. Maar dat doen we niet. Toch moeten we niet te somber zijn. Het mooiste komt nog in de journalistiek. Ik eindig mijn boek met het voorbeeld dat papieren boeken en uitgevers er nog zijn ondanks de online winkel van Amazon. Heerlijk offline met een boek. Als je een boek leest kun je denken wat je wilt.’

Lees je je boeken nog steeds in bad?
‘Natuurlijk. Er is geen betere plek’.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.