Journalist en schrijver Rudolf Bakker (87) overleden

De journalist en schrijver Rudolf Bakker is vrijdag in het ziekenhuis van Avignon op 87-jarige leeftijd na een kort ziekbed overleden. Bakker – geboren op 19 december 1929 in Zeeuws-Vlaanderen – was buitenlands correspondent voor onder meer de GPD-bladen, Haagsche Courant en het weekblad De Tijd-Haagse Post (en voorlopers daarvan) in Rome, Bonn, Londen en Parijs.
Vanaf 1976 woonde hij in Parijs, en sinds zijn pensionering in 1993 in St. Remy de Provence. Hier legde hij zich met name toe op zijn deels autobiografische boeken, als Gallische Brieven, Hoe komt het dat ik nog leef, Het treintje van de Weemoed, Altijd weer Frankrijk en andere Gallische hartenkreten en Gewoon doorlopen, er is hier niets te zien.
Zijn grootste succes boekte hij met zijn ‘vriendengids’ Provence & Côte d’Azur, ook wel ‘De Dikke Bakker’ genoemd. Van dit boek verschenen meerdere drukken en hij won er ook een prijs mee van De Reizende Zon.
Daarnaast maakte hij talrijke reportages en nieuwsberichten voor Veronica Nieuwsradio en de VPRO-radio en Radio 1, onder meer ter gelegenheid van de Tour de France. Ook schreef hij essays voor meerdere literaire bladen.
Praat mee
1 reactie
Taco Slagter, 21 augustus 2017, 16:16
Hoewel hij een mooie leeftijd heeft bereikt, was er toch even schrik toen ik het bericht van zijn overlijden las. Ik realiseerde me ook dat Rudolf Bakker van een uitstervende generatie journalisten is. Wie van de (jongere collega’s) kent hem? Zo gaan die dingen.
Maar dat is nog geen reden voorbij te gaan aan zijn vakmanschap en zijn uitzonderlijk talent om raaskallende autoriteiten op vileine, ietwat geaffecteerde, wijze de maat te nemen en, als dat nodig was, hen tot de vetertjes af te fakkelen.
Ik leerde als jong GPD-correspondent (M.O) van hem dat je zonder aanziens des persoons van leer moest trekken als dat nodig was. Zo zette hij tijdens een van de correspondentendagen in het Groningse provinciehuis onze gastheer, de toenmalige CDK Vonhoff, voor schut door niets heel te laten van diens, aan alle kanten historisch rammelende en tenen krommende, toespraak. Daarna hief hij met ironische blik, en vooral met die altijd guitige ogen, het glas. Vonhoff wist niet waar hij kijken moest.
Rudolf was in die tijd onze nestor en vervulde die rol met glans. Ook als je in de problemen zat. Zo herinner me mij zijn zorgzaamheid toen ik met tyfus en hoge koorts uit Kameroen voor behandeling naar Parijs was gevlogen (ik kon niet zo snel een vlucht naar mijn standplaats Israël regelen). Bezorgd wachtte hij mij op Orly op, bracht me naar het ziekenhuis, regelde de medicatie en verpleegde mij liefdevol in zijn woning totdat ik weer tot reizen in staat was.
Maar ook als chef nieuwsdienst bij het Utrechts Nieuwsblad keek ik elk jaar uit naar zijn verhaal over ‘’zwarte zaterdag’’ in Frankrijk. Hij had er zeker al tien keer over geschreven, maar telkens slaagde hij er weer in die dol dwaze Franse chauffeurs in hun Peugeotjes, op weg naar hun vakantiebestemmingen, in hilarische, bloemrijke taal als krankzinnigen neer te zetten.
Om niet alleen in anekdotes te vervallen: Rudolf Bakker was vooral een erudiete journalistieke scherpslijper die zijn mooiste jaren onder en met de Fransen beleefde met wie hij een haat-liefdeverhouding had. Daarnaast leverde hij met zijn stukken over de Franse cultuur en de Kunsten een substantiële bijdrage aan voor leken begrijpelijke inzichten en – hoe kon het anders – voorzien van een uitgesproken mening.
Rudolf Bakker was voor zijn tijd een journalistieke parel onder de correspondenten van de GPD.
Ik wens de nabestaanden veel sterkte toe.
Taco Slagter, oud-M.O-correspondent GPD.