— woensdag 12 november 2025 10:15 | 2 reacties , praat mee

Johan Remkes probeerde journalisten Bart Mos en Joost de Haas te laten vervolgen

Johan Remkes probeerde journalisten Bart Mos en Joost de Haas te laten vervolgen
Johan Remkes laat weten dat hij zich deze kwestie 'vagelijk' herinnert. - © ANP / Peter Hilz

Steeds meer journalisten willen weten of de AIVD informatie over ze heeft verzameld en doen een zogeheten inzageverzoek bij de inlichtingendienst. Stella Braam en Huub Jaspers spraken met journalisten die recent een inzagedossier kregen en mochten een aantal dossiers ook inzien - soms met verrassende documenten. Bart Mos, nu onderzoeksjournalist bij Het Financieele Dagblad, deed een onthutsende ontdekking: een document dat hij niet kende en waaruit blijkt dat Johan Remkes, destijds minister van Binnenlandse Zaken, geprobeerd heeft om hem en destijds Telegraaf-collega Joost de Haas alsnog te laten vervolgen. Laatste wijziging: 17 november 2025, 12:06

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Chris Helt. Ook lid worden?

Het is 7 oktober 2025 als Bart Mos van Het Financieele Dagblad een dik pakket ontvangt. De inhoud bestaat uit twee lijvige dossiers, samen zo’n 800 pagina’s, over wat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in de loop der jaren over hem heeft bijgehouden. Tweeëneenhalf jaar eerder heeft Mos een formulier ingevuld op de website van de dienst. Met één druk op de knop vroeg hij inzage in de gegevens die de AIVD eventueel over hem heeft.

Al bladerend door de papieren raakt Mos teleurgesteld. ‘Ik kende al 98 tot 99 procent van die stukken’, zegt hij in een Amsterdams café-restaurant. De AIVD heeft vooral de processtukken verzameld uit de tijd dat hij, samen met zijn toenmalige collega Joost de Haas, in De Telegraaf berichtte dat staatsgeheimen in handen waren gevallen van de groepering rond de drugshandelaar Robert Mink K.. De krant publiceerde delen uit het als staatsgeheim bestempelde dossier. Dat was op 21 januari 2006.

Nadat de AIVD aangifte had gedaan van het bekendmaken van staatsgeheimen, deed het Openbaar Ministerie (OM) onderzoek. Het duo werd gevolgd, geobserveerd en afgeluisterd. Ze zaten drie dagen vast. De ophef was groot en tot opluchting van de twee werd hun zaak geseponeerd. Tweeëneenhalf jaar wachten op stukken die je al kent, voelt als mosterd na de maaltijd, zegt Mos. ‘Een hoop gedoe om niks.’

Maar het dossier van Mos bevat een verrassing: een document dat Mos niet kende en waaruit blijkt dat Johan Remkes, destijds minister van Binnenlandse Zaken, geprobeerd heeft om hem en De Haas alsnog te laten vervolgen. Dat verzoek doet Remkes per brief, gedateerd 24 januari 2007, aan het Gerechtshof Den Haag. Remkes blijkt ontstemd over het feit dat het OM de zaak (ruim drie maanden eerder) heeft geseponeerd. Daarom begint hij met die brief een zogeheten artikel 12-procedure, een klachtprocedure die een direct belanghebbende, zoals een slachtoffer of nabestaande, bij het gerechtshof kan starten om het OM te dwingen alsnog strafvervolging in te stellen.

Lees ook: Onderzoeksjournalist Huub Jaspers - ‘Journalisten zijn een gewilde prooi voor inlichtingendiensten’

‘Gewichtige staatsbelangen’
In zijn vier pagina’s tellende brief draagt Remkes allerlei argumenten aan voor zijn verzoek. Het OM heeft geen oog voor de speciale positie van de AIVD en ‘de gewichtige staatsbelangen die de AIVD wordt geacht te dienen’. Wie staatsgeheimen bezit en publiceert brengt ‘de democratische rechtsorde, dan wel de veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat’ in gevaar.

Het OM negeert, in de ogen van de minister, ‘het ernstige strafwaardige karakter van het ongeoorloofde bezit en openbaarmaking van staatsgeheimen’ en geeft ‘ten onrechte een rechtvaardigheidsgrond voor de publicatie van een deel van de staatsgeheimen in de media’. Door het tweetal niet te vervolgen blijft onduidelijk hoe ver de journalistieke vrijheid reikt en ‘blijft er maatschappelijke onduidelijkheid bestaan omtrent de strafwaardigheid en de ernst van het enkele ongeoorloofde bezit van staatsgeheimen. Dat is vanuit generaal preventief oogpunt zeer ongewenst’.

‘Gezien bovenstaande verzoek ik uw gerechtshof de vervolging van de heren Mos en De Haas te gelasten.’ Was getekend, J.W. Remkes, minister van Binnenlandse Zaken.
Mos is perplex. Waarom heeft hij hier nooit eerder over gehoord? Wat is er met het verzoek van Remkes gebeurd? Remkes’ brief en de uitspraak van de rechtbank lijken zoek te zijn geraakt. Mos belde het Haagse Hof en daarna alle andere hoven. Alle hoven zeggen: “Wij kunnen de stukken niet vinden”.’

Fuck de vrijheid van meningsuiting!
Niet alle journalisten die een inzagedossier hebben ontvangen, stuiten op zo’n explosief document. Joop Bouma, oud-redacteur bij Trouw, noemt het zijne ‘weinig opzienbarend’. Het bevat enkele van zijn artikelen in Trouw die de AIVD blijkbaar interessant vond. Toch is er één document waar hij van opkijkt: zijn naam prijkt op een ‘aan- en afwezigenlijst’ van een symposium bij de Raad van State in december 2019. Bouma kan zich daar niets van herinneren en zijn agenda op die datum is leeg. ‘Kennelijk ben ik door Trouw aangemeld, maar niet verschenen.’

Bouma is niet de enige journalist die op een lijstje staat dat bij de AIVD is beland. In een ander dossier bevindt zich een e-maillijst van de aanwezigen (namen weggelakt behalve die van de journalist in kwestie) van een bijeenkomst met Deens cartoonist Kurt Westergaard in het Amsterdamse debatcentrum De Balie (mei 2015). Van weer een andere bijeenkomst (Fuck de vrijheid van meningsuiting!) in hetzelfde debatcentrum zo’n half jaar later, is de aankondiging (een uitgeprinte webpagina) bewaard met daarop de naam van freelance-journalist Renzo Verwer, een van de sprekers.

Zelfs aangiftes kunnen door de AIVD worden geregistreerd. Joep Dohmen, oud-journalist bij NRC, stuit in zijn inzagedossier op een aangifte tegen hem wegens smaad en laster. Door wie en wanneer, is niet duidelijk; de datum en naam van de aangever zijn weggelakt. Dohmen zelf is nooit op de hoogte gebracht.

Bart Mos vindt zijn aangifte terug die hij in september 2010 heeft gedaan tegen Micha Kat, de bekende publicist en activist die hem stalkte en bedreigde. In juni 2011 wordt zijn aangifte naar de AIVD gestuurd, inclusief de reactie van Kat die de bedreigingen ontkent ‘en zegt zijn excuses te hebben gemaakt per mail aan MOS’.

AIVD: wij moeten die informatie vastleggen
Waarom belanden aangiftes van journalisten bij de AIVD? Miranda Hoekman, woordvoerder van de AIVD, zegt dat er niet gericht aangiftes tegen wie dan ook worden bewaard. ‘Wij kunnen die informatie hebben ontvangen omdat personen, organisaties of instanties van mening zijn dat die informatie relevant voor ons is. Wij moeten die informatie, net als alle gegevens die wij ontvangen, als overheidsorganisatie vastleggen.’

Er is nogal een verschil in transparantie en kwaliteit in de informatie die de AIVD prijsgeeft. Het ene dossier lijkt in alle haast te zijn samengesteld, het andere zorgvuldig. Sommigen mogen veel documenten inzien, anderen weinig. Bij elk geweigerd document geeft de dienst aan waarom het niet verstrekt kan worden: de actuele werkwijze en het actuele kennisniveau moeten geheim blijven. Ook hun eigen bronnen en gegevens van derden worden afgeschermd.

Journalist Rob Jansen mag geen enkel document in zijn dossier inzien. Rob Jansen is een schuilnaam, hij wil anoniem blijven. Jansen heeft jarenlang onderzoek gedaan, bijvoorbeeld naar extreemrechts, voor actualiteitenprogramma’s op radio en tv.

Zijn naam blijkt voor te komen in een stuk of dertig documenten die geheim zijn. Jansen start juridische procedures. Villamedia heeft alle stukken mogen inzien. De AIVD maakt nieuwe ‘zoekslagen’ en komt dan uit op meer dan zestig documenten waarin zijn naam voorkomt. Al die tijd krijgt Jansen niet te horen waar die documenten over gaan, vanwege de ‘actuele handelswijze’ die niet bekend mag worden en omdat er informatie bij zit van een buitenlandse veiligheidsdienst. De dienst wil alleen kwijt dat de gevonden documenten gerelateerd zijn aan zijn werk als journalist. Jansen stopt met de procedures: ‘Ik wil door met positieve dingen.’

Dohmen ontvangt ‘keurig overzicht’
Oud NRC-journalist Joep Dohmen mag elf van de 27 documenten niet inzien (ruim veertig procent) en dat vindt hij veel. Toch is hij tevreden over zijn inzagedossier waarop hij tweeëneenhalf jaar heeft gewacht en dat hij op 15 januari 2025 heeft ontvangen. Er is een keurig overzicht gemaakt van zijn artikelen in NRC die de dienst door de jaren heen heeft verzameld en bewaard. Dohmen: ‘Zo krijg je een beeld van de interesses van de AIVD.’ Hij somt op: ‘Hier in Nederland: corruptie onder ambtenaren en politici, de bouwfraude. Verder: de gang van zaken, vooral corruptie, op Curaçao, Bonaire en Sint-Maarten.’

AIVD al per telefax geïnformeerd
De politiek in Nederland wordt goed gemonitord, zo blijkt uit de verzamelde artikelen van Dohmens hand: over de financiering van politieke partijen en over de rechterflank - de opkomst van Wilders en extreemrechts. Ook de linkerflank wordt in de gaten gehouden, constateert Dohmen uit een document in zijn dossier over de Rooie Reus-Prijs, een prijs van de SP aan personen of organisaties die misstanden naar buiten brengen. In 1999 was Dohmen een van de genomineerden, maar hij zag er vanaf. Eén dag voordat de SP op internet bekendmaakte wie de genomineerden waren, was de AIVD daar al (per telefax) over geïnformeerd.

Een ander document gaat over Gerd Leers, de CDA-prominent die in oktober 2010 minister werd voor Immigratie en Asiel. Leers is al enkele maanden minister als de AIVD bezig is met zijn integriteit, zo blijkt uit een ‘contactrapport’. Kort daarvoor hadden Dohmen en zijn collega Paul van der Steen een artikel gepubliceerd over Leers waaruit bleek dat hij zijn zakelijke belangen onvoldoende op afstand gezet had zoals de ministerscode voorschrijft.

Het contactrapport bevat een grotendeels weggelakt gespreksverslag waarin staat dat Dohmen met zijn ‘onthullingen over Leers’ een ‘bedreiging’ voor de minister is. ‘Dohmen is met een vergrootglas aan het zoeken naar incidenten om Leers in een bepaald daglicht te plaatsen.’ Of dat de mening is van het contact met wie de dienst sprak, of van de AIVD zelf, wordt niet duidelijk.

‘Als journalist kun je beter op je hoede zijn’
En dan is er een document over het onderzoek dat Dohmen, samen met zijn collega Merijn Rengers, naar het Huis voor Klokkenluiders heeft gedaan. Het bleek dat de AIVD er een medewerker had gedetacheerd. ‘Uit ons onderzoek bleek dat AIVD’ers en ex-AIVD’ers, al dan niet gedetacheerd, op allerlei posten en posities kunnen zitten,’ zegt Dohmen. ‘Dus als journalist kun je beter op je hoede zijn.’

Naar nu blijkt was de AIVD al in een vroeg stadium op de hoogte van hun onderzoek. Na hun interview met Paul Loven, destijds de bestuursvoorzitter van het Huis en vóór publicatie van hun artikel in 2016 wist de AIVD van de inhoud. Er staat: ‘Joep Dohmen (weggelakt) hebben interview gehouden bij Huis voor Klokkenluiders over hoe het half jaar na start gaat. Tijdens interview werd gevraagd naar detachering van AIVD-er.’

Heeft Loven, intussen oud-bestuursvoorzitter van het Huis, destijds zelf de AIVD geïnformeerd? Voor het antwoord op onze vraag verwijst Loven naar het huidige bestuur. Danielle van Essen, woordvoerder van het Huis voor Klokkenluiders, laat weten dat deze kwestie te lang geleden speelde ‘om te kunnen achterhalen wie er contact met de AIVD zou hebben gehad en met welke reden. Wel wil ik benadrukken dat, ondanks wat er destijds in de media verscheen, alle informatie die binnenkomt bij de afdeling Onderzoek vertrouwelijk wordt behandeld en dat dus geen enkele medewerker bij het Huis die niet werkzaam is op de afdeling Onderzoek, toegang heeft tot enige informatie van de onderzoekdossiers. Dit gold dus ook voor de persoon in kwestie, die gedetacheerd was vanuit de AIVD.’

Op de vraag hoe hij erop terugkijkt dat hij destijds twee journalisten wilde laten vervolgen en of hij nu anders zou hebben gehandeld, wil Remkes geen antwoord geven

Reactie NVJ: Hulp komt dus altijd met een prijs
Thomas Bruning, algemeen secretaris van de NVJ, vindt de feiten in dit artikel zorgelijk. Hij noemt twee voorbeelden. Het eerste is de door de AIVD bewaarde e-mailadressen van de bezoekers op de bijenkomst met de Deense cartoonist Kurt Westergaard in De Balie. Deze bijeenkomst was georganiseerd door de NVJ, samen met De Balie, in het kader van de Dag van de Persvrijheid. Dat de e-mailadressen van de bezoekers zijn bewaard, baart hem zorgen.

Bruning: ‘De AIVD heeft ons destijds geholpen met veiligheidsinschattingen, maar dat komt dus altijd met een prijs, blijkt nu: de bezoekerslijst is niet alleen gescreend op mogelijke risico’s, maar meegenomen voor ander gebruik. Juist zo’n lezing zou je moeten kunnen bezoeken, zonder meteen in de dossiers van de AIVD terecht te komen, de meeste aanwezigen waren immers journalist.’

Over oud-minister Johan Remkes die geprobeerd heeft de journalisten Bart Mos en Joost de Haas alsnog te laten vervolgen, zegt Bruning:  ‘In die zaak zijn door het OM ernstige fouten gemaakt, zoals afluisteren en inbeslagname van journalistiek materiaal en het verzoek tot gijzeling van de betrokken journalisten, zonder daarbij de bronbeschermingsregels van het Europese Hof te volgen. Daarvoor heeft Nederland later vanuit het Europees hof een scherpe terechtwijzing gekregen. Het is dus extra pijnlijk om te lezen dat de minister destijds de inbreuk in gedegen journalistiek werk nog ernstiger had willen schaden.’ 

Reactie Remkes: herinner het me vagelijk
Terug naar Bart Mos die in zijn dossier ontdekte dat Johan Remkes als minister van Binnenlandse Zaken, hem en zijn collega Joost de Haas heeft willen vervolgen, middels een artikel 12-procedure die zoekgeraakt is bij het gerechtshof. Remkes laat desgevraagd weten dat hij zich deze kwestie ‘vagelijk’ herinnert. Zijn huidige ziekte staat detailinformatie in de weg. Ook weet hij niet hoe het verder is gegaan na het verzenden van zijn brief, ‘omdat ik heel kort daarop als minister ben afgetreden’. Op de vraag hoe hij erop terugkijkt dat hij destijds twee journalisten wilde laten vervolgen – zij riskeerden gevangenisstraf – en of hij nu anders zou hebben gehandeld, wil hij geen antwoord geven.

Dat Remkes zich via een artikel 12-procedure met de geseponeerde strafzaak heeft bemoeid is ‘tamelijk uitzonderlijk’ en ‘opmerkelijk’. Dat is het oordeel van Paul Bovend’Eert, emeritus-hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit. Als de regering zich al met strafzaken bemoeit, wat zelden gebeurt, gaat dit via de minister van Justitie die aanwijzingsbevoegdheid heeft, dus het bevel kan geven om te vervolgen. Bovend’Eert: ‘De minister van Binnenlandse Zaken had de minister van Justitie kunnen vragen. Het lijkt erop dat Remkes de minister van Justitie buiten spel gelaten heeft en dat is raar.’

Voor zover bekend heeft Remkes zijn brief niet aan de Tweede Kamer voorgelegd en ook dat is opmerkelijk, stelt Bovend’Eert. Een minister hoeft natuurlijk niet alles aan het parlement voor te leggen, maar hij is wel verantwoordelijk. ‘Het had in de rede gelegen dat hij dit had medegedeeld aan het parlement, in het belang van de parlementaire controle.’

Wetenschapper Sophie Koning promoveerde afgelopen juni aan de Universiteit Leiden op artikel 12-procedures. Ze bevestigt dat het vrij bijzonder is dat een minister een artikel 12-zaak start. ‘Het voordeel van een gang naar de rechter via artikel 12 in plaats van een aanwijzing van de minister van Justitie en Veiligheid is dat er geen schijn van politieke inmenging ontstaat. Dat is vooral een probleem in zaken die politiek gevoelig liggen. Dat betekent wel dat de “zwarte piet” wordt doorgespeeld naar de rechter.’

Bart Mos tot slot heeft geen goed woord voor Remkes’ actie over: ‘Dat Remkes klaarblijkelijk na onze gijzeling, achter onze rug om, een artikel 12-procedure is gestart om ons alsnog te laten vervolgen, vind ik stuitend. Als verantwoordelijk minister gaf hij destijds aan dat je op een volwassen manier moet omgaan met de spanning die er hangt tussen het werk van de AIVD en de journalistiek. Deze beklagprocedure komt op mij eerder over als een kinderachtige wraakactie.’

Tips voor het opvragen van je inzagedossier
Iedereen heeft het recht om de persoonsgegevens in te zien die de AIVD mogelijk over hem of haar heeft bewaard. De AIVD mag de gegevens over de laatste vijf jaar niet prijsgeven (maar doet dit soms toch). Hoe stel je zo’n inzageverzoek zo op dat die het beste resultaat oplevert?

Vraag om informatie die over jou gaat én die herleidbaar is naar jou. Lever zo gedetailleerd mogelijk informatie aan. Op het aanvraagformulier heeft de AIVD enkele regels voor ‘achtergrondinformatie en context’ gereserveerd die de dienst kan helpen om eventuele gegevens te vinden.

Voeg er, als nodig, een of meerdere A4’tjes aan toe. Geef zo veel mogelijk zoektermen die iets te maken hebben met jou en/of je werk en waar de AIVD belangstelling voor zou kunnen hebben (gehad). Noem eventueel ook de namen van mogelijk interessante mensen met wie je contact hebt gehad (uiteraard geen vertrouwelijke bronnen).

Houd de termijnen in de gaten en vraag dwangsommen aan als de AIVD deze termijnen overschrijdt. Zo voorkom je dat je jaren op je inzagedossier moet wachten.

Let op: het bovenstaande is de simpele manier om achter gegevens over jezelf te komen. Er is veel meer over te zeggen. Daartoe is een speciaal project in de maak waarbij journalisten juridisch advies bij de inzage-procedure kunnen krijgen.

Wil je hier meer over weten? Mail dan je verzoek naar stellabraam@pm.me

Bekijk meer van

onderzoeksjournalistiek AIVD
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

2 reacties

Bas van Hout, 13 november 2025, 12:10

Stel je een scenario voor waarin journalisten van de nummer één krant, zich, voor een epische scoop, laten inpalmen door een bende bankovervallers — laten we zeggen, de bende van Nijvel. Ze overhandigen/verkopen hen als bewijs een deel van de buit, leggen volledige en verifieerbare bekentenissen af, compleet met namen, adressen van medeplichtigen, die beamen wie verantwoordelijk waren voor de misdrijven, en bij wie de buit te vinden is. De journalist werkt nauw samen met de bankovervallers, “betaalt er zelfs voor voor om een deel van de buit in handen te krijgen — een journalistiek doodzonde.

Vervolgens publiceert De Krant het heroïsche -doorgestoken- relaas van de overvallers -en de journalisten-, laat alle belastende informatie over de overvallers achterwege en schermen hen volledig af. Op verzoek van de overvallers doen de journalisten ook nog enkele -niet gerelateerde imago-beschadigende en zeer tendentieuze “quid pro quo-onthullingen” in hun krant over tegenstanders van de criminelen — gemakshalve aangeleverd en gebaseerd op informatie van de criminelen zelf. Alsof een verslaggever/pyromaan na zijn brandstichting verslag doet van een brand, onder de kop “Spectaculaire uitslaande brandstichting, daders onbekend”.

En wanneer het justitie-net zich rond de journalisten -en de daders- sluit, beroepen zij zich op journalistiek verschoningsrecht en schrijven zij een zorgvuldig geconstrueerd verzinsels, waardoor de bankovervallers hun straf kunnen ontlopen. De journalisten weigeren bovendien ‘vanuit het principiële beginsel van hun journalistiek integriteit’ de namen te noemen van de bankovervallers, die evenals de collaborerende journalisten -inderdaad- de dans volledig ontspringen.

Vervang in dit bovenstaande scenario de woorden “buit”, “bankovervaller” en bende van Nijvel door “staatsgeheimen” en “geheim agent” en “Telegraaf-journalisten” — en ineens wordt duidelijk waarom toenmalige minister Remkes wellicht niet de ‘antagonist’ is in dit verhaal, maar Remkes zeer valide redenen had om dit duo op de korrel te nemen voor een misdrijven tegen de staatveiligheid - waar volgens de telegraaf–artikelen - indertijd 20 jaar gevangenisstraf op stond.

PS: ik heb de kwitanties, in beeld, geluid en tekst.

Bart Mos, 13 november 2025, 18:03

Wat een zielige poging van deze ex-informant van de AIVD om zijn gram te halen na zijn vruchteloze pogingen om een vermeende reputatieschade (!) te verhalen op De Telegraaf. Leugenachtige beschuldigingen uiten omdat hij gefrustreerd is over de totaal mislukte rechtsgang, die hem daardoor alleen maar geld kostte in plaats van opleverde. Lees het hier maar na: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2360