Joep Dohmen over zelf onderwerp van het nieuws worden
Vandaag verschijnt het boek 'Tuig van de richel. Het verhaal van een onderzoeksjournalist', van Joep Dohmen. Het is een verslag van een reis die een sportieve uitdaging moest worden, maar hem confronteert met zijn verleden na een carrière vol strijd, dreiging en stress. De onderzoeksjournalist koos voor de rubriek Het Leesfragment het fragment waarin hij zelf weer het onderwerp van het nieuws wordt na nieuw onderzoek in de provincie Limburg. En de haatcampagne tegen hem toeneemt.
Een kwart eeuw na het verschijnen van ‘De Vriendenrepubliek’ waarin Henk Langenberg en ik de corruptie in Limburg had blootgelegd, vond ik het tijd om opnieuw het vizier te richten op die provincie. Was het nog steeds dezelfde ons-kent-onscultuur of was er iets ten goede veranderd?
Dit keer ging ik aan het werk met De Limburger-redacteur Theo Sniekers en Paul van der Steen, correspondent van NRC in Limburg. We onthulden opnieuw misstanden, zoals het aanstellen van vriendjes en partijgenoten als goedbetaalde adviseur of ambassadeur van de provincie, de troebele zaakjes van een ex-gedeputeerde en natuurlijk de bevoordeling van Raymond Knops [voormalig staatssecretaris en minister namens het CDA, red].
Het zou leiden tot het opstappen van het dagelijks bestuur van de provincie, waarna VVD’er Johan Remkes als waarnemend commissaris van de Koning orde op zaken moest stellen. Remkes liet een commissie onder leiding van zijn partijgenoot Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer, onderzoek doen naar de bestuurscultuur. In de commissie zat ook een Limburger, Paul Frissen, hoogleraar Bestuurskunde in Tilburg.
Mijn mond viel open toen Visser en Frissen begin 2022 in een persconferentie in een zaaltje in het Provinciehuis aan de Maas de uitkomst van hun onderzoek presenteerden. Ik was er voor NRC, maar bleek zelf onderwerp van onderzoek te zijn geweest. Het kwam erop neer dat niet de fraude, het nepotisme en de vriendendiensten in de provincie het probleem waren, maar de journalist die dit aan het licht had gebracht. Er was geen ‘systematisch patroon van omvangrijke integriteitsschendingen’ in Limburg. Dat de provincie last had van dat imago was vooral de schuld van mijn krant, en vooral van mij. De commissie citeerde anonieme gesprekspartners die ‘zeer kritisch’ waren. ‘Deze gesprekspartners zijn van mening dat er in plaats van gedegen onderzoeksjournalistiek eerder sprake is van journalistiek activisme.’
De Algemene Rekenkamer vraagt voorafgaand aan de presentatie van zijn rapporten altijd weerwoord, maar dat gebeurde niet met dit onderzoek dat de president in zijn vrije tijd deed. De in opspraak geraakte politici hadden alle ruimte gekregen om anoniem met mij af te rekenen. Ik was zelf weer nieuws geworden. Hoogleraren Bestuurskunde in het land oordeelden vernietigend over het gebrekkige, onwetenschappelijke niveau van het rapport. Het rook naar een afrekening. Visser en Frissen waren mij aan het scheren en ik vond het opnieuw moeilijk om stil te blijven zitten. Wat hier gebeurde, was te doorzichtig.
Het rapport van de commissie-Visser bleek de opmaat tot een offensief vanuit het Limburgse CDA. Raymond Knops haalde in de rechtszaal uit naar de Bende van Dohmen. Ook de Venrayse oud-wethouder Jan Loonen stapte naar de rechter. Hij was boos omdat Paul van der Steen en ik geschreven hadden dat hij zich schuldig gemaakt had aan belangenverstrengeling bij een gronddeal waarbij oud-gedeputeerde Ger Driessen, een partijgenoot, betrokken was. Ondertussen lanceerde Driessen op zijn beurt op internet het Meldpunt onwaarheden Joep Dohmen. Hij riep ‘slachtoffers’ van mij op zich te melden en beloofde zijn site ‘de komende weken te vullen met inhoud waaruit blijkt dat “de grote Dohmen” faalt’. Tegen journalisten zei Driessen dat hij met het meldpunt een ‘dikker dossier’ wilde opbouwen en het ‘voor bijna 100 procent’ zeker was dat hij ook naar de rechter zou stappen. Het was ‘een intimidatiepoging, een aanval op de persvrijheid’, vond de Nederlandse Vereniging van Journalisten.
Knops en Loonen verloren hun rechtszaken op alle punten. Driessen stapte niet naar de rechter nadat de provincie Limburg hem had laten weten de juridische kosten voor die procedure niet te zullen betalen. Bovendien bleek zijn met veel publiciteit gelanceerde ‘anti-Dohmen-meldpunt’ na twee jaar nog steeds leeg. Ik checkte het vanochtend in de regen nog even en zag alleen een tekening van een zwetend mannetje achter een laptop met de mededeling: ‘Dank voor je geduld. We zijn bezig met werkzaamheden op de site en zijn binnenkort terug.’
Een online meldpunt was overigens niet geheel nieuw. Geert Wilders kwam eerder met zijn omstreden ‘Polenmeldpunt’, waar geklaagd kon worden over Midden- en Oost- Europese werknemers. Een meldpunt tegen een journalist was wel een volgende stap op de weg van verharde omgangsvormen die we in Nederland zijn ingeslagen. Het paste in het maatschappelijk klimaat waarin de persvrijheid onder druk staat. Juridische middelen, zoals Strategic Lawsuits Against Public Participation (slapp), worden in Nederland steeds vaker gebruikt om kritische stemmen het zwijgen op te leggen en het werk van journalisten te ondermijnen. De non-profitorganisatie Free Press Unlimited, die wereldwijd ijvert voor persvrijheid, publiceerde een maand voordat ik op de fiets stapte een rapport over de juridische druk op de Nederlandse journalistiek. Het ging ook over mij: ‘Het aanspannen van verschillende procedures door (oud-)politici en bestuurders, met daarnaast de inzet van een meldpunt tegen journalisten en ernstige getoonzette beschuldigingen, hebben een intimiderende werking. Het is aannemelijk dat die werking niet alleen Dohmen en zijn collega’s treft, maar ook anderen afschrikt die onderzoek doen naar de integriteitskwesties of personen in kwestie.’
Ondertussen zat ik met vragen, veel vragen. Hoe moest ik mij verweren? Moest ik mij wel verweren? En hoe zou ik doorgaan? Ik was opnieuw in het nieuws, net als tijdens de corruptiezaken in de jaren negentig. Het was tot een persoonlijke kwestie gemaakt en ik was het mikpunt van de mensen wier macht ik diende te controleren. Kon ik nog wel neutraal over ze schrijven? Het werd moeilijk om nog onbevangen te zijn als journalist.
Na de onthulling van de fraudeverdenkingen tegen PVV-verkenner Gom van Strien in november 2023 volgde een nieuwe smeercampagne, nu van de aanhang van Wilders op sociale media. Bart Nijpels en ik waren ‘nsb-tuig’, ‘hoernalisten’, ‘vieze flikkers’, ‘linkse smeerpijpen die voor een nazi-krantje werken’. Wilders had zelf de toon gezet. Twee jaar eerder noemde hij mij al ‘tuig van de richel’ na een artikel over de strapatsen van zijn protegé Dion Graus. Wilders was al jaren boos op mij. Ik had in 2007 als eerste journalist gemeld dat de PVV een autoritaire en niet-democratische partijstructuur had, met maar één lid: Wilders zelf. Daarna sprak hij niet meer met mij en later ook niet meer met collega’s van mijn krant.
De haatcampagnes wisselden elkaar af. Zo ook na de rechtszaak tegen ex-PVV’er Richard de Mos uit Den Haag, over wie collega Merijn Rengers en ik hadden geschreven. Uit onze artikelen rees het beeld op van een politicus die voor ondernemers die zijn partij financierden, dingen probeerde te ‘regelen’. Voor ons spitwerk ontvingen we de Haagse persprijs. De Mos kreeg uiteindelijk een voorwaardelijke boete, veel lager dan de celstraf die het Openbaar Ministerie had geëist. Hij had de ondernemers voorzien van informatie en daarbij zijn ambtsgeheim geschonden. Dat was ‘ondermijning’ van het functioneren van het openbaar bestuur vond het hof, maar het strafrechtelijke bewijs voor corruptie ontbrak. Dat hij nu een strafblad had, vanwege het schenden van zijn ambtsgeheim bij het verlenen van vergunningen, sneeuwde onder bij het nieuws over zijn vrijspraak voor corruptie. Na het vonnis was het bijltjesdag op Twitter. Fans van de voormalige wethouder gingen los tegen mij: ‘Je bent een gore smerige verrotte leugenaar. Tijd dat jouw vieze soort met pek en veren het land uit gesodemieterd wordt.’ En: ‘Wordt tijd dat ze jou gaan vervolgen mannetje.’ ‘Ze moeten jou vijftig jaar opsluiten… viezerik.’
Het kwam dichtbij toen in de supermarkt in mijn wijk in Heerlen een familielid van Dion Graus voor mij ging staan en ter hoogte van de appelmoes en sperzieboontjes een tirade begon. Ik had een weinig flatterend artikel geschreven over het Tweede Kamerlid dat een geschiedenis had van ruzies, rechtszaken, onbetaalde rekeningen en beschuldigingen van mishandeling. Opeens was er geschreeuw tussen de schappen. Ik liep snel weg met mijn boodschappentas.
De oplopende druk leidde in overleg met het Openbaar Ministerie en de hoofdredactie tot maatregelen voor de veiligheid van mijn gezin. Ik kreeg een camera bij de voordeur en er werden afspraken met de politie gemaakt. De wijkagent kwam ook een kijkje nemen. Hij noteerde tevreden dat er bij ons een waakse hond rondliep.
Joep Dohmen was 25 jaar onderzoeksjournalist bij NRC Handelsblad. Hij schreef spraakmakende boeken over het Europees parlement, de bouwfraude, zijn geboorteplaats Heerlen en kindermisbruik in de katholieke kerk. Voor die laatste werd hij samen met Robert Chesal in 2010 benoemd tot Villamedia’s Journalist van het Jaar. In 2022 verscheen zijn boek ‘De Vriendenreünie’ dat hij samen met Paul van der Steen schreef.
‘Tuig van de richel. Het verhaal van een onderzoeksjournalist’ wordt uitgegeven door Alfabet Uitgevers | Paperback | 192 pagina’s | 19,99 euro | ISBN 9789021343716 |



Praat mee