Jelmer Visser: ‘Bied journalisten met AD(H)D handvatten, maar onderschat ons niet’
'ADD beïnvloedt mijn leven. Het is uitdagend, maar er zijn ook positieve kanten.' Als beginnend journalist vraagt Tieme Bruurs zich af hoe het is om te werken in ons vak als je ADHD of ADD hebt. Hij ging erover in gesprek met Jelmer Visser, over zijn ervaringen als journalist met ADD. Volgens Visser ontbreekt er nog wel een ‘stukje bewustzijn’. ‘Een hoofdredacteur is natuurlijk geen sociaal maatschappelijk werker, maar…’
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Tieme Bruurs. Ook lid worden?
‘Ik ben een dieseltje dat heel langzaam opstart, maar als ik eenmaal op gang ben, zit ik ook echt goed in de flow’, aldus Jelmer Visser over zijn ADD (het subtype van ADHD zonder externe hyperactiviteit). Visser werd tijdens de coronacrisis bekend door zijn datavisualisaties over de ontwikkeling van het virus. Hij werkt nu als datajournalist voor Innovation Origins en schreef daarvoor jarenlang voor Metro.
Deadlines
‘Binnen de journalistiek is iets met bloedspoed acuut of hélemaal niet. Mijn hoofd werkt ook zo. Waar urgentie bij iemand zonder AD(H)D op een spectrum zit van één tot tien, werkt het bij mij meer als een aan-/uitknop’, beschrijft Visser. ‘Sommige mensen kunnen bezwijken onder de druk van deadlines. Ik kan juist niet goed werken zonder. Het is een extra stok achter de deur.
Het mooie aan journalistiek is dat ik met de vrijheid van het vak juist de sterke punten van ADD optimaal kan benutten’, zegt hij. ‘Ik denk bijvoorbeeld anders dan de meeste mensen; mijn brein maakt sneller connecties. Dat creatieve vuur kan ik als journalist gebruiken voor originele invalshoeken.’
Medicatie helpt Visser om wat in zijn hoofd zit daadwerkelijk af te krijgen. ‘Alsof ik beland in een positieve loop waar na het ene ding ook het ander lukt; actie en reactie. Maar het blijft symptoombestrijding, helemaal weg krijg je het niet.’
Met AD(H)D speel je het leven op een moeilijkheidsniveau hoger
Valkuilen
Bij langlopende projecten ben je volgens Visser afhankelijker van je interesse voor het onderwerp: ‘Als iets mijn fascinatie te pakken heeft, kan ik me er helemaal in vastbijten en in een hyperfocus terechtkomen. Het gaat moeizaam als ik er niks om geef. Nu kun je zeggen dat dit geldt voor iedereen, maar mensen met AD(H)D hebben wel degelijk een andere huishouding van dopamine; een stofje dat essentieel is voor onder andere motivatie, zelfactivatie en concentratie.’
De hyperfocus kan aanvoelen als een superkracht die tegelijkertijd moeilijk te beheersen is. Visser zegt dat dit kan zorgen voor frictie en wrijving. ‘Soms handel ik voordat ik overleg. Ook kan een hoofdredacteur andere plannen hebben dan het onderwerp dat ik heel graag uit wil voeren.’
Een andere valkuil is volgens hem de neiging tot perfectionisme. ‘Niet de rooskleurige karaktereigenschap die je tegenkomt in vacatures. Ik heb het over micromanagen tot op de futiele details. Er is een link tussen AD(H)D en een negatief zelfbeeld. Mijn innerlijke criticus is strenger dan de allerstrengste eindredacteur en geeft me een immense bewijsdrang.’
Stukje bewustzijn
‘Met AD(H)D speel je het leven op een hoger moeilijkheidsniveau. Dat stukje bewustzijn ontbreekt nog wel eens’, vindt Visser. ‘Het is complexer dan alleen aandachtstekort. Hoewel ik van niemand verwacht dat ze zich in detail inlezen, is de diagnose ook weer niet van gisteren.
Aan de ene kant wil je niet speciaal behandeld worden, maar anderzijds heb je het label niet voor niets gekregen. Er zijn manieren om ons beter te laten presteren. Een hoofdredacteur is natuurlijk geen sociaal maatschappelijk werker, maar kan iemand wel handvatten aanreiken; een bepaalde mate van structuur’, duidt hij. ‘Het gaat ook om de juiste manier van motiveren. Wat voor mij goed werkt is constructieve feedback met daarbij de nodige uitdaging.’
Binnen werkrelaties ondervindt Visser zelf weinig grote problemen met zijn ADD. ‘Ik ben niet zo van het benoemen ervan. Meestal geef ik van tevoren één keer aan dat ze er rekening mee kunnen houden. Vrijwel iedereen reageert neutraal en dat vind ik prima.
Eén keer ging het mis met een leidinggevende die er écht niet mee om kon gaan’, vertelt Visser. ‘Die vond het normaal om tegen mij te zeggen dat ik me maar wat beter moest focussen. Dat is nou net wat je níet moet zeggen.’
Boven jezelf uitstijgen
‘Journalisten met ADHD en ADD kunnen een aanwinst zijn, maar redacties moeten wel weten wie ze in huis hebben en iemand de juiste hulpmiddelen bieden’, stelt Visser. ‘Het wordt onderschat hoe nuttig AD(H)D-ers kunnen zijn; juist vanwege de enorme nieuwsgierigheid en gedrevenheid.
Het begint bij een stukje interesse en empathie. Niet ieder hoofd werkt zoals dat van jou. Dat bewustzijn kan je helpen om anderen te begrijpen’, meent Visser. Hij voegt toe dat dit ook geldt voor de journalisten met AD(H)D zelf: ‘Als je weet hoe jouw hoofd werkt, kun je hier duidelijker over communiceren met collega’s, opdrachtgevers en leidinggevenden’.
Mocht het idee bestaan dat je geen journalist kunt worden met AD(H)D, dan spreekt Visser zich daar fel tegen uit: ‘Dat is gewoon niet waar. Als jij de niche weet te vinden die goed bij je past, dan kun je boven jezelf uitstijgen, en dat is heel mooi.’


Praat mee