— donderdag 14 januari 2021, 08:59 | 0 reacties, praat mee

Data-analyse: dit is wat opdrachtgevers van hun freelancers willen

© CC BY-SA 4.0 / Manypixels Gallery / Iconscout

UPDATE 6 april 2021 Hoe normaal is het om werk van freelance (foto)journalisten door te verkopen aan andere partijen? Wat gebeurt er als een zzp'er een schadeclaim aan zijn broek krijgt? En is het overdragen of afstand doen van rechten gangbaar? Deze analyse van de inkoopvoorwaarden van 61 opdrachtgevers geeft antwoord.

Werk je als freelance (foto)journalist of maker en hanteer je graag je eigen leveringsvoorwaarden? Dan kom je in veel gevallen van een koude kermis thuis. Ruim drie op de vijf mediapartijen die zelfstandige makers inhuren wijzen namelijk de leveringsvoorwaarden van freelancers standaard van de hand. Wil je voor deze opdrachtgevers werken, dan kan dat alleen onder hun voorwaarden.

Dat blijkt uit onderzoek van Freelancevoorwaarden.nl, dat de inkoopvoorwaarden, raamovereenkomsten en opdrachtbevestigingen van 65 opdrachtgevers onderzocht. Daaronder bevonden zich 38 uitgeverijen, negentien omroepen, drie productiehuizen, drie onderwijsinstellingen en één persbureau (met twee divisies die ieder hun eigen voorwaarden hebben).

Tijdens het onderzoek zijn de voorwaarden van deze partijen op zestien punten geanalyseerd. Er is vooral gekeken naar wat er letterlijk in de voorwaarden staat geschreven. Op een aantal punten waar informatie ontbrak is deze informatie aangevuld met rondvraag onder freelancers. Zo konden onder andere de betaaltermijnen die in een aantal van de freelancevoorwaarden ontbraken toch worden meegenomen met deze analyse.

Gewenst: weinig risico
Wat in eerste instantie opvalt zijn de vele overeenkomsten tussen voorwaarden van partijen, onder andere op het gebied van betaaltermijnen. Bijna driekwart van de opdrachtgevers belooft facturen van freelancers binnen een maand te betalen. NEMO Kennislink, NRC Media en Innovation Origins zijn met een standaard termijn van 14 dagen de vlotste betalers, al houdt Innovation Origins daarbij een slag om de arm en betaalt NRC Media alleen zo snel als je de uitgeverij je facturen laat opmaken (dat wordt zelf-facturatie genoemd).

Mediahuis Nederland (uitgever van De Telegraaf) en Mood for Magazines (LINDA.) zijn met een termijn van respectievelijk 40 en 45 dagen trage betalers. Vier opdrachtgevers betalen freelancers pas na publicatie van hun werk. Dat is zo bij BCM Media, DPG Media, Audax Publishing en Pijper Media. In het geval van die laatste wordt de betaaltermijn volgens freelancers vaak overschreden.

Ook op het gebied van risico-inperking laten de freelancevoorwaarden van verschillende partijen veel overeenkomsten zien. Vooral aan schijnzelfstandigheid hebben veel onderzochte partijen een broertje dood. Wanneer de Belastingdienst concludeert dat een freelancers volgens de wet geen ondernemer is en dus eigenlijk in dienst is bij zijn opdrachtgever, kan hij naheffingen en boetes opleggen. En op zulke verrassingen zitten opdrachtgevers niet te wachten.

70 procent van de onderzochte partijen berekent een deel van die naheffingen en boetes door aan zijn freelancers. Voor zover dat van de wet mag. De overige 30 procent van de partijen zegt in zijn voorwaarden niets over schijnzelfstandigheid. Daar staat tegenover dat veel van hen het prima vinden dat freelancers elders werken. Van de 44 partijen die daar iets over zeggen in hun voorwaarden, zijn er zeven die niet willen dat freelancers aan de slag gaan voor directe concurrenten. Geen enkele opdrachtgever stelt dat zzp’ers zich helemaal niet door anderen mogen laten inhuren.

Mediahuis Nederland (uitgever van De Telegraaf) en Mood for Magazines (LINDA.) zijn met een termijn van respectievelijk 40 en 45 dagen trage betalers. Vier opdrachtgevers betalen freelancers pas na publicatie van hun werk. Dat is zo bij BCM Media, DPG Media, Audax Publishing en Pijper Media. In het geval van die laatste wordt de betaaltermijn volgens freelancers vaak overschreden.

 

Ook op het gebied van risico-inperking laten de freelancevoorwaarden van verschillende partijen veel overeenkomsten zien. Vooral aan schijnzelfstandigheid hebben veel onderzochte partijen een broertje dood. Wanneer de Belastingdienst concludeert dat een freelancers volgens de wet geen ondernemer is en dus eigenlijk in dienst is bij zijn opdrachtgever, kan hij naheffingen en boetes opleggen. En op zulke verrassingen zitten opdrachtgevers niet te wachten.

 

70 procent van de onderzochte partijen berekent een deel van die naheffingen en boetes door aan zijn freelancers. Voor zover dat van de wet mag. De overige 30 procent van de partijen zegt in zijn voorwaarden niets over schijnzelfstandigheid. Daar staat tegenover dat veel van hen het prima vinden dat freelancers elders werken. Van de 44 partijen die daar iets over zeggen in hun voorwaarden, zijn er zeven die niet willen dat freelancers aan de slag gaan voor directe concurrenten. Geen enkele opdrachtgever stelt dat zzp’ers zich helemaal niet door anderen mogen laten inhuren.

 

 

Ook op andere risico’s zitten opdrachtgevers niet te wachten. Bijna tweederde van hen wil van freelancers een vrijwaring voor alle mogelijke schade die kan ontstaan door het werk van de zelfstandige maker. Breng je als freelancer een minister ten val en eist die minister bij de rechter een schadevergoeding van je? Dan sta je er volgens de verschillende inkoopvoorwaarden alleen voor. Acht opdrachtgevers beloven claims die door hun eigen handelen ontstaan zijn zelf op te lossen. Zes anderen vragen helemaal geen vrijwaring. Zij wentelen dergelijke risico’s de facto niet op freelancers af.

Freelancers die kosten maken tijdens het uitvoeren van hun opdracht, kunnen deze in het merendeel van de gevallen declareren bij hun opdrachtgever. 41 van de 65 onderzochte opdrachtgevers zeggen in hun voorwaarden dat reiskosten gedeclareerd kunnen worden, al dan niet in overleg. Overige kosten kunnen – altijd in overleg – bij bijna de helft van de partijen in rekening worden gebracht. In de praktijk zou dat bij meer opdrachtgevers het geval kunnen zijn: in bijna eenderde deel van de voorwaarden wordt niets gezegd over het declareren van overige kosten.

Vaker verdienen aan hetzelfde werk
Opdrachtgevers willen artikelen, foto’s en andere bijdragen van freelancers in de regel vaker dan één keer kunnen gebruiken. Vrijwel alle voor deze analyse onderzochte voorwaarden geven opdrachtgevers het recht werk meerdere keren te publiceren in eigen producten, zoals specials of andere titels. In sommige gevallen gaat het enkel om hergebruik binnen een beperkt aantal titels (Vakbladen.com), binnen de titel waar je het werk voor hebt gemaakt (Springer Media) of eenmalig hergebruik online (Villamedia).

Bij het overgrote deel van de opdrachtgevers gaat de wens om werk opnieuw te gebruiken verder. Van de 65 partijen willen er 61 sublicenties op werk van freelancers verkopen. Ze geven daarmee het recht om werk van freelancers te publiceren aan een andere partij. In de meeste gevallen vragen opdrachtgevers daar geen toestemming voor (onder andere ANWB Media, Erdee Media Groep en Nedag Uitgevers doen dat wél). Een aantal partijen, waaronder DPG Media en New Skool Media, belooft foto’s en andere beelden alleen door te verkopen in combinatie met tekst.

Waar het overgrote deel van de opdrachtgevers vaker dan één keer geld wil kunnen verdienen aan het werk van freelancers, hebben makers dat recht zelf veel minder vaak. Ruim vier op de tien opdrachtgevers staat het zelfstandigen toe hun werk elders te verkopen, doorgaans na een bepaalde periode (de zogenoemde exclusiviteitstermijn). De lengte van die periode varieert. Bij Erdee Media Groep mag je na één dag je werk al elders publiceren, bij de Consumentenbond na één jaar.

Bij de meeste partijen die werk van freelancers doorverkopen, deelt de maker niet mee in de winst. Onderzoek van de Universiteit Leiden en het Institute for Information Law (IFIW) van de Universiteit van Amsterdam concludeert ook dat opdrachtgevers in veel creatieve sectoren werk van freelancers op meer verschillende manieren willen gebruiken (dat wordt met een mooi woord ‘exploiteren’ genoemd), maar dat vergoedingen daarvoor niet worden verhoogd.

Ook in de journalistiek is dat het geval. “Waar contracten voorheen vaker differentieerden tussen honorarium en exploitatievergoeding, is het in deze branche steeds gebruikelijker om alle rechten tegen een eenmalige lumpsum-vergoeding af te kopen”, aldus de onderzoekers. “Vooral freelance journalisten wijzen op de vaak geringe vergoedingen die zij ontvangen voor de exploitatie van hun werken.”

Bij een kwart van de door Freelancevoorwaarden.nl onderzochte opdrachtgevers laat makers bij doorverkoop wél meedelen in de opbrengsten. Bij partijen als De Correspondent, DPG Media Magazines, Innovation Origins, New Skool Media, NRC Media en SPN krijgen freelancers een percentage van de winst, variërend van 10 tot 100 procent. DPG Media koopt het recht om bijdragen van freelancers door te plaatsen en te verkopen standaard af. De uitgeverij verhoogde daarvoor in 2015 het basistarief met 5 procent.

‘Je auteursrecht is van ons’
Niet alle opdrachtgevers die sublicenties op werk van freelancers willen kunnen verkopen noemen dat expliciet in hun voorwaarden. Partijen die het intellectuele eigendomsrecht (waaronder het auteursrecht) van de zelfstandige makers naar zich toe trekken, mogen automatisch ook sublicenties verkopen. Als eigenaar van het intellectueel eigendomsrecht zijn ze immers de enigen die iets met het werk mogen doen.

Van de 65 onderzochte opdrachtgevers eigent meer dan de helft het intellectuele eigendomsrecht op werk van freelancers toe. Onder omroepen en de productiehuizen die voor die omroepen werken is dat standaard. Dat komt voor een deel doordat een hoop publieke omroepen naast hun eigen voorwaarden ook die van de NPO hanteren, waar de rechtenoverdracht in wordt benoemd. Bij uitgeverijen is het opeisen van het intellectuele eigendomsrecht veel minder gewoon: één op de vier uitgeverijen doet het, waaronder BDUmedia, Blendle, Hearst Netherlands en Reshift Digital.

Niet alleen de intellectuele eigendomsrechten van freelancers opeisen is bon ton bij de omroepen. Het gros van hen vraagt zelfstandige makers ook om afstand te doen van hun persoonlijkheidsrechten. Deze rechten geven freelancers het recht zich te verzetten tegen publicatie van hun werk zonder naamsvermelding of onder de naam van iemand anders. Daarnaast geven ze makers het recht zich te verzetten tegen wijzigingen en aantasting van hun werk.

Van die eerste drie persoonlijksrechten kunnen makers afstand doen. Het recht je te verzetten tegen aantasting blijf je altijd houden. Onder omroepen en productiehuizen wil bijna 60 procent dat makers hun persoonlijkheidsrechten afstaan, voor zover dat mogelijk is. Bij de uitgeverijen vragen alleen Bindinc., de educatieve uitgeverijen Blink en EDG Media, Hearst Netherlands én MPG Holding (uitgever van Allerhande) dat van hun freelancers. De overige partijen noemen de persoonlijkheidsrechten niet in hun voorwaarden.

Niet in beton gegoten
Freelancers die aan de slag gaan bij een nieuwe opdrachtgever krijgen de freelancevoorwaarden in veel gevallen pas opgestuurd nadat ze akkoord zijn gegaan met een klus. Wie voordat hij een klus aanneemt wil weten onder welke voorwaarden hij gaat werken, kan deze bij slechts tien van de 65 partijen online inzien. Opvallend is dat vooral grote uitgeverijen – waaronder DPG Media, DPG Media Magazines, NPO, Pijper Media en WPG Media – zo transparant zijn dat ze hun voorwaarden online zetten.

Hoewel het merendeel van de onderzochte partijen de leveringsvoorwaarden van freelancers standaard afwijst, zijn hun inkoopvoorwaarden niet zo in beton gegoten als ze misschien lijken. Een bijna even groot deel van de opdrachtgevers biedt namelijk wél de mogelijkheid over de voorwaarden te onderhandelen. 60 procent van de hen noemt die mogelijkheid expliciet. En van de partijen die er niets over zeggen, stelt niemand dat onderhandelen onmogelijk is. Of onderhandelen in de praktijk lukt is de vraag. Maar wie niet waagt…

Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door financiële steun van het Matchingfonds van De Coöperatie.

Lees ook:
Bij hergebruik trekt freelancer vaak aan het kortste eind (14 januari 2021)

 

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.