‘Je kunt je niet voortdurend zorgen maken over leven en dood’
Zafar en Christopher zijn twee journalisten uit landen waar persvrijheid geen vanzelfsprekendheid is. Ze zijn drie maanden te gast in Nederland in het kader van Shelter City, een protectieprogramma van de organisatie Justice and Peace. Om een beetje op adem te komen. Morgen, op de Internationale Dag van de Persvrijheid, spreken ze op het Festival van het Vrije Woord in De Balie te Amsterdam.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Nick Kivits. Ook lid worden?
Zafars laatste dag van een normaal gelukkig leven was 13 juni 2015. Die nacht om twee uur drongen enkele tientallen paramilitairen zijn appartement in de Pakistaanse stad Karachi binnen. Zijn huis werd overhoop gehaald en onder het oog van zijn familie werd hij gearresteerd en weggevoerd. Eenzelfde lot trof zijn collega Christopher uit Zuid-Soedan. Via een neef hoorde hij dat hij op een dodenlijst van de regering was beland. Hij kon het vege lijf redden door nog dezelfde dag het land te verlaten.
Zafar (34) en Christopher (31): twee journalisten die anders dan de meeste andere collega’s in hun land wél twee kanten van een zaak willen beschrijven. Dat betekent dat zij vragen stellen waar anderen gedwee opschrijven wat hun verteld wordt. Zij nemen geen genoegen met vermoorde en vermiste personen waarvan de daders vrijuit gaan, of corruptie, of grootscheepse milieuschade die onbestraft blijft. Het betekent ook dat zij steeds weer grenzen overschrijden die machthebbers hebben getrokken. Totdat die machthebbers hen voorgoed het zwijgen opleggen.
Op adem komen
Beide journalisten verblijven momenteel drie maanden in Nederland. Ze komen op adem in het kader van Shelter City, een protectieprogramma van Justice and Peace in Den Haag, dat mede wordt bekostigd door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze volgen (veiligheids)trainingen, breiden hun netwerk uit en denken na over hun toekomst. Ook andere ‘verdedigers van mensenrechten’ bezoeken een van de acht Nederlandse steden die participeren in het programma: advocaten, beeldend kunstenaars, sociaal werkers. Hun gemeenschappelijke kenmerk: geen genoegen nemen met onrecht, maar strijden en streven naar verbetering in hun land.
Zafar en Christopher zijn de eerste journalisten die meedoen aan Shelter City. Zafar drinkt tijdens het gesprek met Villamedia een biertje in het wat oubollige etablissement waar de Perzische kleedjes nog op tafel liggen. Hij is voor het eerst in een Westers land. Christopher was eerder in Rusland, Oekraïne en Groot-Brittannië. Maar hij heeft veel vervelende verhalen gehoord over het Westen en is blij verrast dat hij als zwarte bezoeker afgelopen weekend een café binnenkwam zonder verwensingen naar z’n hoofd te krijgen. Nederland als vrijplaats voor persoonlijk geluk en journalistieke onafhankelijkheid.
Sociale mediacampagne
Zafar: ‘Ik had een plezierig leven, een goed salaris en een fijn gezin. Alles werd vorig jaar juni op z’n kop gezet. Mijn vrouw, kinderen en moeder moesten toezien hoe ik werd geblinddoekt en weggevoerd. Ik ben veertig uur vastgehouden in een geheim complex van de veiligheidsdienst. Ik ben geslagen en zes keer verhoord, steeds met een doek voor m’n gezicht. Ze hebben een video van me gemaakt terwijl ik naakt was. Daar kunnen ze me mee chanteren, want als zoiets op YouTube belandt, ben je in mijn cultuur de risee. Mijn vrouw heeft de journalistenbond gebeld voor hulp. Die heeft een protestmars op touw gezet, maar de avond voor die zou worden gehouden werd ik vrijgelaten. Dat kwam, denk ik, vooral door de sociale mediacampagne die collega’s hadden opgezet. Ik heb geluk gehad, want van veel anderen – ook journalisten – hoor je nooit meer wat nadat ze zijn opgepakt’.
Zafar werkte voor een populair radiostation dat uitzendt in Pasjtoe, een taal die in Afghanistan en delen van Pakistan wordt gesproken. Hij beheerst de taal omdat hij van Afghaanse origine is. Het radiostation is onderdeel van het Amerikaanse Radio Free Europe/Radio Liberty. Zafar maakte reportages over schendingen van mensenrechten, sektarisch geweld en het lot van minderheden in Pakistan. Vóór zijn arrestatie is hij al meermalen in botsing gekomen met de Pakistaanse autoriteiten, vooral door zijn serie over verdwenen en vermoorde personen.
Hoogste graad van irritatie
‘De journalistieke ethiek legt op dat ik hoor en wederhoor doe, dus bel ik steeds met de politie en de militairen om hun standpunt te vernemen over verdwenen mensen. Maar commentaar kreeg ik nooit, hooguit de ontkenning dat ze er iets mee te maken hadden.’ Hoewel Zafar zegt zijn arrestatie niet te hebben zien aankomen, moet hij toch zoetjes aan de hoogste graad van irritatie bij de militairen hebben bereikt. ‘Je mag in Pakistan alles schrijven over politici en politieke partijen, maar van het militaire establishment moet je afblijven. In januari 2015 kreeg een collega een kogel in z’n lijf. Hij heeft het overleefd, maar hij was duidelijk een grens overgegaan.’
Zafar wist dus goed welke risico’s hij nam, maar hij volharde desondanks. ‘Journalistiek in Pakistan is een gevaarlijk beroep. Dat weet iedereen. Maar journalisten zijn crazy. Ze zijn altijd op weg naar het Grote Verhaal. Ze willen bij wijze van spreken Osama Bin Laden interviewen. Ik ben met een kogelwerend vest de Talibanwijken van Karachi ingegaan. Gekkenwerk eigenlijk. Maar voor mij telt maar één ding: tonen hoe het werkelijk zit. Of daar goede of slechte veranderingen uit voortkomen is niet mijn verantwoordelijkheid. Als ik maar oprecht mijn beroep kan uitoefenen.’
De lange arm van de autoriteiten
In eigen land komt Zafar nauwelijks nog aan de bak. Na zijn vrijlating is hij geadviseerd om, ter wille van zijn veiligheid het land te verlaten. Via Nepal is hij beland in Afghanistan, platzak, op een kamertje zonder verwarming. Overal werd hij achtervolgd door de lange arm van de Pakistaanse autoriteiten. ‘Ik heb nu in Nederland tijd om na te denken, maar ik heb nog geen beslissing genomen over de toekomst. Ik zit al zeven maanden zonder werk en ben in verwarring. Soms denk ik dat het misschien beter is om met de journalistiek te stoppen. Maar ik ben ook niet iemand voor een groente- of kipstalletje.’
Eenzelfde mate van moed en gedrevenheid straalt de Zuid-Soedanese Christopher uit. Of moeten we het naïviteit en roekeloosheid noemen? Ook hij wist dondersgoed waar hij mee bezig was, en toch zag hij de voorlopige, bijna-fatale afloop van zijn carrière niet aankomen. ‘Alles wat je in Zuid-Soedan publiceert, moet in het belang zijn van de zittende macht. Anders heb je een probleem. Dat betekent dat de meeste van mijn collega’s letterlijk opschrijven wat op persconferenties wordt meegedeeld. Maar ik voeg altijd ook de andere kant van het verhaal toe. Daar ben ik meermalen voor op de vingers getikt, en voor opgepakt.’
Arrestaties in dienstrooster
Bij zijn laatste werkgever, een grote krant in de hoofdstad Juba, maakten Christopher en zijn collega’s er maar het beste van. ‘De frequentie van mijn arrestaties werd, zeg maar, verwerkt in het dienstrooster. Als ik op maandag was opgepakt, ging men er vanuit dat ik op woensdag weer aan de slag kon. En omdat ik zo vaak in de cel zat, vonden collega’s dat de naam van onze krant op mijn celdeur moest worden geplakt, als officiële dependance. Ik bracht er immers zo veel tijd in door.’ Christopher zat er niet mee om te worden aangehouden. Sterker nog: ‘Een arrestatie was feitelijk goed nieuws, want het betekende dat je na ondervraging weer zou worden losgelaten - levend.’ Soms publiceerde hij uitsluitend gevaarlijke berichten als de hoofdredacteur geen dienst had. Die is immers een stuk voorzichtiger. In zijn functie als ‘managing editor’ had hij die macht. Christopher: ‘Ons criterium om een verhaal al dan niet te brengen was: gaan we het overleven? Als we daar vanuit konden gaan, gingen we aan de slag.’
Maar in augustus 2015 kwam er plotseling een einde aan Christophers betrekkelijk lichtvoetige bestaan en het kat-en-muisspel met de politie en de geheime dienst. ‘Ik werd gebeld door een neef die bij de externe veiligheidsdienst werkt. Die hadden mijn lijvige dossier doorgeschoven gekregen van de interne veiligheidsdienst. De externe dienst arresteert je niet en stelt ook geen vragen. Die heeft maar één opdracht: het uitvoeren van liquidaties. Ik wist dat dit mijn einde betekende. Het verhaal werd bevestigd door een collega, een journalist die ook voor die dienst werkte. Ga onmiddellijk het land uit, zei hij.’ Dit kwam totaal onverwacht. Ik was er niet op voorbereid. Ik heb contact opgenomen met de Comittee to Protect Journalists (CPJ) en de Belgische organisatie Nonviolent Peace Force. Die laatste heeft me dezelfde dag nog op een vlucht naar Oeganda gezet. Over land reizen was te gevaarlijk.’
Waarschuwing aan het journaille
‘Getergd’ door de ‘brutaliteit’ van sommige Zuid-Soedanese journalisten die niet louter ‘his master’s voice’ willen zijn, had president Salva Kiir enkele dagen eerder een duidelijke waarschuwing doen uitgaan aan het journaille. ‘Als jullie zijn vergeten dat mijn regering in het verleden journalisten heeft omgebracht, dan zal ik jullie daar op zekere dag aan herinneren’. Van deze uitspraak, gedaan op een persconferentie, had Christopher een audio-opname weten te maken. Maar zelf publiceren vond hij te link. Hij stuurde de opname door naar CPJ en persbureau Reuters. Die publiceerden direct, en Christopher nam dit bericht met bronvermelding over in zijn krant. Op 19 augustus 2015 werd collega journalist Peter Moi vermoord, de zevende journalist dat jaar. Salva Kiir had zijn belofte gehouden.
Waarom heeft hij zoveel risico’s genomen? ‘Je kunt je als journalist niet voortdurend zorgen maken over leven en dood. Je wilt je verhaal maken. Je lijf zit vol adrenaline. Je hebt geen tijd om te reflecteren, want het verhaal moet af.’ Ook Christopher heeft zich ‘professioneel’ in de nesten gewerkt. Net als Zafar zit hij al maanden zonder werk. Hij houdt het hoofd boven water dankzij donaties van Freedom House en International Media Support uit Denemarken. Teruggaan naar Zuid-Soedan en voldoen aan de richtlijnen van de overheid kan hij niet. ‘Dan zou ik niet trots zijn op mezelf als journalist. Sommige collega’s doen het wel, met als argument dat ze hun gezin moeten onderhouden.’
De toekomst van Zafar en Christopher is onzeker. Wel zeggen ze beiden voortaan voorzichtiger te zullen zijn. Onafhankelijk van elkaar weten ze ook welke reactie ze fair vinden van een overheid: Sleep ons maar voor het gerecht als je het er niet mee eens bent. Maar die hoop op een eerlijk, publiek proces zal waarschijnlijk in Pakistan, Zuid-Soedan en veel andere landen nog lange tijd toekomstmuziek blijken.
Ontmoet Zafar en Christopher
Zafar en Christopher worden op dinsdag 3 mei, de Internationale Dag van de Persvrijheid, twee keer publiekelijke geïnterviewd.
’s Middags gebeurt dat door Eric Smit, journalist van Follow the Money, tijdens de aanbieding van het boek ‘Blad voor de Mond’ over persvrijheid wereldwijd in Den Haag (toegang vrij, aanmelden). In het boek staan twintig verhalen van onder andere Eric Smit en Michel Maas over landen waar persvrijheid niet vanzelfsprekend is. Ook Zafar en Christopher komen aan het woord.
’s Avonds hebben Zafar en Christopher een vraaggesprek met NOS-correspondent Michel Maas tijdens het Festival van het Vrije Woord in De Balie te Amsterdam. (10 euro, aanmelden )


Praat mee