In de coulissen: Het artikel van Mark Koster dat hij met tegenzin in de prullenbak gooide
Mark Koster laat in zijn column 'In de coulissen' zien, wat zich achter de gordijnen van het journalistieke toneel afspeelt. Deze keer reflecteert hij op zichzelf: 'een verhaal niet publiceren is soms bevredigender dan meegaan in effectbejag'.
Een verhaal niet publiceren is vervelend, maar soms bevredigender dan de adrenaline-kick van een stuk met je naam erboven.
Het artikel kwam er niet. Niet in dit medium, niet in De Telegraaf, niet bij Wynia’s Week, niet in HP/De Tijd.
Het voelde vanaf het begin niet goed. Het stuk was een variant op een thema: een leidinggevende in een beeldbepalende mediaorganisatie kreeg kritiek vanwege zijn horkerige managementstijl. De feiten waren onomstotelijk en niet te weerleggen. Ik had mails, ik had apps, ik had van verschillende kanten informatie gekregen. Zwart op wit. Een formele klacht had ik in bezit. Meerdere klaagzangen.
Helaas durfden slechts twee ex-medewerkers on the record te verklaren en die verklaringen waren ook nog eens genuanceerd.
Daar stond tegenover dat er ook medewerkers wél positief waren. En er was nog meer ontlastend materiaal. De beschuldigde gaf ruiterlijk toe dat hij zich lomp had gedragen, ondergeschikten had beschadigd en daarna tot het besef was gekomen dat zijn manier van leidinggeven niet meer in overeenstemming was met de hedendaagse eisen van fatsoenlijk werkgeverschap.
Hoe ernstig was dit?
De Telegraaf zag af van het verhaal. Hoofdredacteur Kamran Ullah had goede argumenten. Hij vond het gebrek aan on the record bronnen een probleem. Het aangeleverde materiaal gaf wel een beeld van een humeurige en soms geagiteerde baas, maar hoe ernstig was dit?
Niet ernstig, moest ik toegeven. Het chagrijn was vervelend, maar was het ook onwerkbaar? En gebeurde dat niet overal? Ook elders stuitte ik op kritiek. Wat toonde de publicatie precies aan? Was het uiteindelijk geen effectbejag, een afrekening, zoals met Matthijs van Nieuwkerk en Tom Egbers? Zeker de twee heren hadden zich onfatsoenlijk gedragen, maar de journalistieke onderbouwing was weinig transparant en gebaseerd op veel off the record materiaal.
In de zaak-Egbers draaide het om een uit de hand gelopen affaire van zestien jaar geleden. De afgewezen minnares, die klaagde over treiterijen, kwam zelf niet aan het woord. Wel zouden er nog 28 aanklachten over Egbers zijn ingediend, maar ook daarvan werd er niet één geopenbaard. Dat was storend.
Ook mijn bronnen weigerden on the record te gaan. Vier werkten nog voor de club, een ander, die boos vertrokken was, zinspeelde op het indienen van een klacht, maar ging daar uiteindelijk niet toe over.
Verging de wereld als dit verhaal niet bekend zou worden? Ik probeerde de beklaagde te verleiden tot een één-op-één-gesprek, maar daar had hij geen behoefte aan. Hij stuurde mij een lange persoonlijke mail waarin hij nogmaals uiteenzette hoe hij had gefaald en werkte aan zijn houding. Die mail kwam oprecht over.
Was daarmee alles opgelost? Dat niet. Dat medewerkers niet on the record durven te praten omdat ze bang zijn voor het verlies van hun baan is ernstig. Dat was uiteindelijk de grootste les. Wie een veilige werksfeer wil creëren moet zorgen dat medewerkers vrijuit durven spreken.
Dappere bronnen verbeteren de wereld en de journalistiek.


Praat mee